Jubel Talks II WVV-2

Willy van Eeckhoutte

Avatar

Licentiaat (1975) en doctor op proefschrift (1985) in de rechten (UGent).
Willy van Eeckhoutte is buitengewoon hoogleraar emeritus aan de Universiteit Gent, waar hij van 1986 tot 2018 aan de Faculteit Rechtsgeleerdheid doceerde.
In 1975 werd hij advocaat aan de balie te Gent. In 1999 werd hij benoemd tot advocaat bij het Hof van Cassatie en is dat nog altijd.
Willy van Eeckhoutte doceerde ook aan de Gent-Leuven Management School en aan de KU Leuven (Leergang Pensioenrecht).

Van bruut optimaliseren tot optimaal bruteren
Screen Shot 2016-06-21 at 12.11.32

Van vergoeding tot loon

De vergoedingen (fees, royalty’s, honoraria enz.) die men toekent aan een contractpartij op wiens arbeid men een beroep doet als zelfstandige, maar die achteraf wordt geherkwalificeerd tot werknemer, worden geherkwalificeerd tot loon. De arbeidsverhouding wordt dan inderdaad een dienstbetrekking, d.w.z. een arbeidsverhouding die wordt gekenmerkt door ondergeschikt verband en alles waarop de uitvoerder “ingevolge” die dienstbetrekking recht heeft ten laste van de opdrachtgever, is in beginsel loon (art. 2, eerst lid, Loonbeschermingswet).

Van bruto tot netto

Zoals blijkt uit het krantenartikel dat de aanleiding is voor deze post, rijst de vraag of het gaat om netto- dan wel om brutoloon. Onder nettoloon wordt hier verstaan, het brutoloon verminderd met de wettelijk toegelaten socialezekerheids- en fiscale inhoudingen (art. 23, 1°, Loonbeschermingswet).

Zoals zo vaak in juridische (maar ook in andere) aangelegenheden, is het enige juiste antwoord: het hangt ervan af. Het hangt af van wat men overeengekomen is bij het bedingen van het bedrag als vergoeding voor de arbeidsprestaties van de betrokkene, welke naam men daaraan ook heeft gegeven. Niets belet bv. dat men expliciet een vergoeding in netto- of brutobedragen overeenkomt. Het is altijd wijs dat te specificeren.

Is niets expliciets bedongen over bruto of netto, dan zit men met een interpretatieprobleem. Bij ontstentenis van enige indicatie in een andere zin, lijkt het logisch aan te nemen dat het overeengekomen bedrag als “bevrijdend” bedoeld werd voor degene die het moet betalen: hij beschouwde zich niet als werkgever, de wederpartij niet als werknemer, zodat hij ervan uitging dat de uitvoerder zelf zou instaan voor de sociale­zeker­heids­­implicaties van zijn arbeid, van wie hij immers aannam dat het om een zelfstandige ging.

Van RSVZ naar RSZ

Als gevolg van de herkwalificatie wordt de uitvoerder echter een schijnzelfstandige en dus een werknemer, zodat de dwingende bepalingen van de socialezekerheidswetgeving voor werknemers van toepassing worden, zelfs retroactief. Dat betekent dat de socialezekerheidslast waarvan de werkgever geworden opdrachtgever dacht dat die zou worden gedragen door de werknemer geworden uitvoerder, volledig op de eerstgenoemde komt te rusten. Concreet betekent dit dat de werkgever geworden opdrachtgever de werknemersbijdragen van “het loon” had moeten inhouden en bovenop “het loon” de werkgeversbijdragen had moeten betalen (art. 23, § 1, RSZ-wet).

“Het loon” is hier, zoals gezegd, datgene waarop de werknemer geworden uitvoerder recht had “ingevolge” zijn dienstbetrekking. Dat is uiteraard het – bij hypothese niet op een andere wijze aangeduide – bedrag dat werd overeengekomen. Dat bedrag wordt daardoor een brutobedrag, d.w.z. – en ik maak nu en ook verder in deze bijdrage abstractie van de fiscale inhoudingen – een bedrag waarop nog socialezekerheidsbijdragen moeten worden betaald, zowel die welke ten laste vallen van de werknemer als die welke de werkgever “bovenop” moet dragen. Het gaat m.a.w. om een brutobedrag.

De socialezekerheidswetgeving bepaalt echter dat de werkgever (en dat is de opdrachtgever als gevolg van de herkwalificatie geworden) de werknemersbijdragen die hij niet te gepasten tijde, d.w.z. bij elke betaling, heeft ingehouden, niet meer achteraf op de werknemer (en dat maakte de herkwalificatie van de uitvoerder) mag verhalen (art. 26, eerste lid, RSZ-wet). De werkgever geworden opdrachtgever zal dus, samen met de werkgeversbijdragen, ook de werknemersbijdragen moeten dragen.

 Netjes “bruteren”

Maar waarop worden die berekend? Die worden berekend op “het loon” en dus, zoals gezegd, op het overeengekomen bedrag, dat wij – abstractie gemaakt van de fiscale implicaties – eenvoudigheidshalve een brutobedrag hebben genoemd. Het Hof van Cassatie heeft een beetje medelijden betoond met de opdrachtgever die het “slachtoffer” werd van een herkwalificatie tot werkgever en aanvaardt dat het zo zou kunnen zijn dat dit brutobedrag ook voor een deel bestemd was voor de betaling, door de uitvoerder, van de socialezekerheidsbijdragen in de zelfstandigenregeling, wat tot gevolg zou hebben dat dit deel niet meer werd toegekend “als gevolg van de dienstbetrekking” en dus zou mogen in mindering worden gebracht van wat wij hier eenvoudigheidshalve het brutoloon noemen.

Al ontvangen bedragen

Betekent dit dan dat, zoals in het artikel in De Morgen wordt geschreven, de uitvoerders ervan mogen uitgaan dat de bedragen die zij als vergoeding voor hun prestaties hebben ontvangen en die als gevolg van de herkwalificatie loon werden, nettobedragen en dus nettoloon waren, zodat zij van de opdrachtgever-werkgever het verschil mogen vorderen met brutobedragen, d.w.z. de tot brutobedragen opgetrokken of “gebruteerde” sommen die werden overeengekomen?

Het antwoord is: neen. De bedragen die zij al gekregen hebben, kunnen natuurlijk niet meer tot de inhouding van werknemersbijdragen aanleiding geven.

Nog toe te kennen bedragen

De zaken liggen wel anders als het gaat om bedragen die nog niet betaald zijn, zoals achterstallige vergoedingen of ontslagvergoedingen. Als die worden gevorderd zoals zij werden overeengekomen, m.a.w. als brutobedragen, zou de toekenning daarvan aanleiding geven tot de inhouding daarop van werknemersbijdragen ontvangen bedragen als brutobedragen zouden worden beschouwd, zou dat inhouden dat daarop de werknemersbijdragen voor sociale zekerheid zouden moeten worden ingehouden en, zoals gezegd, verbiedt de wet dat. Door de ontvangen bedragen te “bruteren”, d.w.z. om te rekenen tot het bedrag dat na vermindering met de werknemersbijdragen als resultaat het overeengekomen bedrag oplevert, wordt dat vermeden.

Looninterest

Aangezien het overeengekomen bedrag eigenlijk een brutobedrag is (er worden als gevolg van de “brutering” geen werknemersbijdragen voor sociale zekerheid op ingehouden), zou de looninterest logischerwijze eigenlijk maar mogen worden berekend op dat bedrag. Daaraan wordt geen afbreuk gedaan door het feit dat de wet zegt dat rente wordt berekend op het loon vooraleer de socialezekerheidsinhoudingen “in mindering zijn gebracht” (art. 10, tweede lid, Loonbeschermingswet). Ik denk dat men dit zo moet interpreteren dat het hier gaat om de inhoudingen die “te gepasten tijde” zijn in mindering gebracht en niet om die welke na “brutering” in mindering worden gebracht van het “gebruteerde” bedrag. Dat “bruteren” gebeurt immers enkel om het effect van de door de wet verboden recuperatie van niet-tijdig ingehouden werknemersbijdragen te voorkomen. Maar dat belet niet dat het bedrag van de overeengekomen vergoeding het bedrag is geworden van wat ik hier brutoloon noem.

 Conclusie

Optimaliseren via schijnzelfstandigheid zou wel eens brute pech kunnen opleveren.

Meer lezen?

Avatar

Willy van Eeckhoutte

Licentiaat (1975) en doctor op proefschrift (1985) in de rechten (UGent).
Willy van Eeckhoutte is buitengewoon hoogleraar emeritus aan de Universiteit Gent, waar hij van 1986 tot 2018 aan de Faculteit Rechtsgeleerdheid doceerde.
In 1975 werd hij advocaat aan de balie te Gent. In 1999 werd hij benoemd tot advocaat bij het Hof van Cassatie en is dat nog altijd.
Willy van Eeckhoutte doceerde ook aan de Gent-Leuven Management School en aan de KU Leuven (Leergang Pensioenrecht).

Bekijk alle artikelen

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.