KnopsPublishing

KnopsPublishing wil u als juridische professional zo goed mogelijk ondersteunen in uw dagelijkse beroepspraktijk. Met de juiste informatie, op papier én digitaal. Met interactieve opleidingen gericht op úw praktijk. Met eigentijdse antwoorden op uw communicatie- en marketingvragen. Zodat u zich volop kunt concentreren op uw corebusiness: uw cliënten een efficiënte en kwalitatieve dienstverlening bieden.

Jubel ging in gesprek met Dirk Deschrijver, auteur van het boek Inkomstenbelastingen 1919-2020. Buitengewone en tijdelijke heffingen. We legden hem enkele prangende vragen voor.

Kan u enkele praktische voorbeelden geven van pogingen vanwege belastingplichtigen om aan de toepassing van oorlogsheffingen te ontsnappen?

Twee bekende voorbeelden. De zaak-Portocarero en de zaak-Lehman. Beide zaken die betrekking hadden op wet van 3 maart 1919.

De zaak-Portocarero. In de wet van 3 maart 1919 was een hypotheek voorzien ten voordele van de fiscus. Zelfs als die niet was ingeschreven, wat we een ‘occulte hypotheek’ noemen (die nu niet meer bestaan). In september 1919 had Portocarero een onroerend goed gekocht. Diezelfde maand nog deed de ontvanger een soort voorinkohiering en een voorlopige heffing. In april 1920 werden er twee aanslagen gevestigd in hoofde van Portocarero, voor fikse bedragen. De ontvanger wilde beslag leggen op het onroerend goed. Voor het Hof van Cassatie ontstond discussie over wanneer de hypotheek in werking was getreden: op 1 januari 1920 zoals Portocarero betoogde of op 1 januari 1919 zoals de fiscus argumenteerde. Cassatie volgde de fiscus. Die kreeg dus gelijk en mocht beslag leggen op het onroerend goed. Zo mislukte de poging van Portocarero om aan de aanslag te ontkomen door zijn geld te investeren in onroerend goed.

De zaak-Lehman. Lehman was een Nederlander die een gemeubeld gebouw bezat in Antwerpen. Hij was in 1918 gevlucht naar Nederland, en had zijn handelsboeken meegenomen. In 1919 werd hij ambtshalve belast op oorlogswinsten. Hij betaalde niet. Daarom liet de controleur beslag leggen op de roerende goederen die in het gebouw aanwezig waren. Lehman had echter een gesimuleerde overeenkomst met een andere Nederlander, meneer Van Hoogelande, die zogezegd de eigenaar was van de meubelen. De rechtbank aanvaardde echter niet dat die de eigenaar was van die goederen. De rechtbank ging er immers van dat Lehman op voorhand (hij was gevlucht voor de inwerkingtreding van de wet van 1919) had zien aankomen dat hij wel eens op oorlogswinsten zou belast kunnen worden en daarom was gevlucht en de overeenkomst met Van Hoogelande had gesimuleerd.

KnopsPublishing

KnopsPublishing wil u als juridische professional zo goed mogelijk ondersteunen in uw dagelijkse beroepspraktijk. Met de juiste informatie, op papier én digitaal. Met interactieve opleidingen gericht op úw praktijk. Met eigentijdse antwoorden op uw communicatie- en marketingvragen. Zodat u zich volop kunt concentreren op uw corebusiness: uw cliënten een efficiënte en kwalitatieve dienstverlening bieden.

Bekijk alle artikelen

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.