Banner Zomermagazine

Vorige week was er in de Wetstraat en omliggende straten (maar zeker niet in de Dorpsstraat) gemor over een reis naar Rusland van de pasbenoemde minister van Buitenlandse Zaken Hadja Lahbib. Ze deed die vorig jaar in haar vroegere hoedanigheid van journaliste van de Franstalige openbare omroep. Ze heeft er een culturele manifestatie bijgewoond en verklaarde later op de radio dat ze door de Russische overheid hartelijk werd ontvangen. Ze had vanuit dat journalistiek verleden kunnen weten dat dit interview na haar onverwachte benoeming tot minister van Buitenlandse Zaken opnieuw zou opduiken. Ze kent de journalistieke zeden toch?

Minister Lahbib heeft geen politieke ervaring. Ze deed nooit mee aan verkiezingen, zetelde in geen enkel parlement en was zelfs nooit kabinetsmedewerker van een minister. Deze regering telt nog verschillende leden met een dergelijk profiel. Om het met de woorden van gewezen journalist Walter Zinzen te zeggen: “Hadja Lahbib komt het leger van niet verkozen ministers versterken. Er zijn er nu zes.” ( “De zaak-Hadja Lahbib: het échte schandaal”, De Standaard, 2 augustus). De ervaring buiten de politiek is dus relevanter dan het engagement binnen de eigen politieke cenakels. Dat zorgt er dus ook voor dat het functioneren van Hadja Lahbib in haar vorige professionele leven wel degelijk relevant is, omdat het precies de reden is waarom ze als minister werd aangesteld. Dat gebeurde formeel door de Koning, maar krachtens het gewoonterecht door de partijvoorzitter. Terecht stelt Zinzen hierover: “Dat ook journalisten meegaan in het verhaaltje dat ministers benoemen het privilege – het privilege! – is van de partijvoorzitters, gaat mijn verstand te boven”.

Maar laten we het over de ervaring hebben die maakt dat iemand plots uit het niets minister kan worden. In dit geval dus: schitteren in de journalistiek. Meer dan de gevolgde reisweg (hier via de Krim) voor een nooit uitgezonden reportage mag het toch enige verwondering wekken dat de minister in haar vroegere rol van journaliste naar Rusland reisde op kosten van de Russische overheid om er een reportage te maken, waarbij diezelfde overheid ook instond voor de logistiek (volgens sommige persberichten ook een cameraman).

Het was blijkbaar de bedoeling dat de RTBF een culturele reportage zou uitzenden met het tijdens die reis verzamelde materiaal. Dat plan zou dan nadien zijn afgevoerd omdat er te weinig garanties waren voor onafhankelijke journalistiek. Dat siert de openbare omroep, maar wat zegt dat over de journaliste Hadja Lahbib? Haar vroegere collega’s doen er alles aan om dit allemaal doodgewoon te vinden. Barones Mia Doornaert mag dan een snoeihard oordeel hebben over de aanstelling als minister (“De benoeming van Lahbib is een affront voor België”, De Standaard, 29 juli), over de gehanteerde journalistieke praktijken is ze voor haar doen opvallend mild: “Het is helaas in België een ingewortelde gewoonte dat journalisten zich laten uitnodigen, of dat media hun journalisten laten uitnodigen door allerlei instanties”. Ook De Morgen tapte, weze het terloops, uit hetzelfde vaatje: “Bovendien is het niet zo vreemd dat journalisten naar conflictregio’s reizen met steun van kwestieuze regimes” (“Bouchez krijgt nu het resultaat van zijn eigen spelletjes”, De Morgen, 30 juli). Zo gaat het er dus blijkbaar aan toe in onze kwaliteitsjournalistiek.

Er ontstaat minstens de indruk dat het niet allemaal zo’n vaart loopt met de door de beroepsgroep zelf opgestelde deontologische regels en dat de garanties van onafhankelijkheid relatief zijn. Artikel 12 van de (weliswaar Vlaamse) code van de Raad voor de journalistiek stelt nochtans uitdrukkelijk dat de journalist geen opdrachten aanvaardt die zijn eigen onafhankelijkheid of die van zijn redactie in gevaar brengen. In die code, een mooi voorbeeld van zelfregulering, wordt het principe trouwens als volgt geduid: “Wanneer derden uitzonderlijk bepaalde onkosten dragen of bepaalde diensten leveren voor journalistieke opdrachten of activiteiten, waarborgen de journalist en de hoofdreactie de journalistieke onafhankelijkheid. Wanneer er in zulke gevallen een risico bestaat voor de geloofwaardigheid bij het publiek, is de journalist transparant over de externe financiering of ondersteuning”.

Dat in de commentaren bij de zaak -Lahbib wordt vastgesteld dat die principes in de praktijk niet altijd zo beginselvast worden toegepast, toont enkel aan dat het bij journalisten net zo is als bij andere beroepen met eigen gedragsregels: deontologie lijkt eerder iets voor losers. De onafhankelijkheid is er altijd een heilig principe, maar dat vertaalt zich niet altijd in de praktijk. Journalisten hanteren de principes dus ook met enige soepelheid. Dat is allicht een kwaliteit om een goede minister te kunnen worden.

Hugo LAMON

***

Onze columnist meester Hugo Lamon schreef ter gelegenheid van het eerste Jubel Zomermagazine een extra column. Download de Zomermagazine-pdf hier.

Lees hier eerdere columns van Hugo Lamon

Hugo Lamon

Mr. Hugo Lamon is advocaat in Hasselt. Hij publiceert over o.m. ondernemingsrecht en deontologie van vrije beroepen. Hij mengt zich al jaren in het maatschappelijk debat over justitie. Iedere week verschijnt zijn column “LAMON op woensdag” op Jubel.be .

Bekijk alle artikelen

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.