Aviniti

Koen Geens

BIOGRAFIE:

- Buitengewoon hoogleraar KU Leuven Faculteit Rechtsgeleerdheid (sinds 1993; docent sinds 1986)
- Directeur Jan Ronse Instituut voor Vennootschapsrecht (sinds 1986)
- Voorzitter Afdeling Economisch Recht KU Leuven (sinds 2009)
- Lid Raad van Bestuur Thomas More Hogescholen Antwerpen, Mechelen en Kempen (sinds 2010)
- Lid Inrichtende Overheid KU Leuven en Associatie KU Leuven (sinds 2010)
- Lid Raad van Bestuur VZW Le Concert Olympique (sinds 2010)
- Lid Koninklijk Vlaamse Academie België voor Wetenschap en Kunst, klasse Humane Wetenschappen (sinds 2012)
- Lid Academia Europaea (sinds 2013)
- Minister van Financiën (2013-2014, regering Di Rupo)
- Minister van Justitie (2014 - 2020, regering Michel I)
- Vice-Premier (2019-2020, regering van lopende zaken)
- Federaal Volksvertegenwoordiger (2020 - )

Bron: http://www.koengeens.be/over/biografie

Rustige vastheid. Het lijkt wel alsof Koen Geens het credo van zijn partijgenoot Herman Van ­Rompuy heeft overgenomen. Te midden van een ­financiële crisis en politiek gewoel koos de toenmalige premier in 2009 voor stabiliteit en zekerheid. Nu, vlak na aanslagen zoals ons land die sinds WO II nooit heeft gekend, wil Geens absoluut geen overhaaste conclusies trekken. Er moeten lessen worden getrokken uit het drama, maar de CD&V’er ergert zich blauw aan het beeld dat alles fout zit. En hij heeft een heilige schrik voor politieke ­recuperatie. “Ik zou bijvoorbeeld kunnen zeggen dat mijn programma de oplossing is, maar het is onverstandig nu polemieken te creëren. Ik heb ­andere politici gevraagd dat ook niet te doen.”

Minister van Binnenlandse Zaken Jan ­Jambon stelde wel meteen voor de wet-Lejeune te verstrengen.

“Hij is vicepremier en mag spreken over andermans bevoegdheden. Ik probeer zo goed mogelijk voor mijn eigen deur te vegen.”

Maar u vindt wel dat het nu niet het moment is om te midden van alle onrust na de ­aanslagen die wet aan te passen.

“Ik hoop dat we niet in die val trappen. Laat ons het drama nu niet recupereren. Ook al zijn er misschien vergissingen gebeurd of zijn onze structuren niet perfect. Ik ben de eerste om de dingen te proberen verbeteren. Toen ik in de vorige regering op Financiën aankwam, was er na de grootste finan­ciële crisis ooit geen enkele hervorming gebeurd. Ik heb op enkele maanden heel de financiële wetgeving herbekeken. Het zal misschien aanmatigend klinken, maar ik heb op dat vlak van niemand lessen te krijgen. Het is nu niet verstandig en zelfs ongepast direct schuldigen aan te wijzen of aan steekvlampolitiek te doen. Laten we allemaal aan één zeel trekken, meerderheid en oppositie. Samenwerken en oplossingen zoeken.”

Gebeurt dat ook? Het lijkt eerder dat feiten die na de affaire-Dutroux opdoken nu nog een probleem zijn: diensten die concurreren, slechte communicatie, ingewikkelde structuren, … Hebben we niets geleerd?

“We hebben sinds Dutroux ­zeker iets geleerd. Er wordt nu veel makkelijker en sneller informatie uitgewisseld tussen de verschillende diensten. Ook internationaal. Concurrentie is er niet meer. En je kunt niet zeggen dat onze structuren archaïsch zijn. Op lokaal niveau wordt de informatie over gevaarlijke personen inderdaad niet altijd goed doorgespeeld, zoals Hans Bonte vaak zegt. Er is in het algemeen nog altijd angst om vertrouwelijke informatie door te spelen. Die cultuur leeft nog altijd sterk en moet veranderen. Maar kijk naar Nederland, een unitair en modern land. En dat heeft het ook lastig om ­informatie goed te laten doorstromen.”

U laat verstaan dat het allemaal nog zo slecht niet werkt. Terwijl velen, zoals een reeks top-CEO’s, ervoor pleiten heel ons systeem te ­hervormen. U zit duidelijk niet op die lijn.

“Ik ben op Justitie hervor­mingen aan het doen waarvan men geen benul heeft hoe ingrijpend die zijn. Systematisch en dag na dag. Aan een snelheid waarvan men geen idee heeft hoe verschroeiend die is. Ik ben aan mijn vijfde potpourri (justitiehervorming, nvdr.) bezig, er is de hervorming van het strafwetboek, de voorlopige hechtenis, … Ik kan zo een half uur doorgaan. Men mag mij alles verwijten, maar niet dat ik niet ingrijpend en snel hervorm. Moet het nog ingrijpender? Het moet ook mogelijk zijn. U en ook die bedrijfsleiders moeten verstaan dat de zesde staatshervorming net is uitgevoerd, dat de politie voor de derde keer sinds 2001 is hervormd. Als ik nu tegen al de ­mensen die al verschillende keren verhuisd zijn zeg dat we alles nog eens gaan herbekijken … Tja, ik ben wat beducht … Kijk naar de strafuitvoeringsrechtbanken. Men heeft alles gedaan om de ­minister daar niet meer over te laten oordelen. Gaan we dat nu terugschroeven? Ik wil niet defensief zijn, maar men moet wel de realiteit zien.”

Iedereen vindt dat het beter en simpeler kan.

“De bevoegdheden moeten inderdaad simpeler. Maar het is ook zo dat de federale overheid niet veel middelen heeft om de belangrijkste taken uit te voeren. Het kan allemaal een stuk beter. Ik hoop dat we de problemen kunnen oplossen en dat we bijvoorbeeld een efficiëntere politie in Brussel krijgen. Maar dat lukt niet met de fanfare op kop, en ik wil deze crisis niet aangrijpen om te recupereren. Ik wil doorgaan zoals ik bezig was, want ik denk dat ik goed bezig was.”

Voor sommigen zal het shockeren dat u niet veel wil veranderen. Er lopen toch dingen fout? Die info over de ­terroristenbroers El Bakraoui is een hele tijd blijven liggen. Er zijn aanslagen gebeurd.

“Ik wil zeker niet shockeren. De vraag is wel of het de fout is van structuren of gewoon van mensen als u en ik. De manier waarop is omgegaan met de info die vanuit Turkije over El Bakraoui werd doorgespeeld, is volgens mij geen kwestie van structuren of wetgeving. Er kunnen ook menselijke vergissingen gebeuren. Wij zijn geen automaten.”

Als de Brusselse burgemeester zegt dat hij een groep hooligans aan het Noordstation niet kan tegenhouden omdat dat zijn politiezone niet is, dan is er toch iets grondig mis?

“Men mag niet te snel zeggen dat alles de fout is van structuren. In een federalisme waar je goed samenwerkt, moet het mogelijk zijn om situaties zoals die van zondag perfect op te lossen. Het is te makkelijk om dat altijd aan structuren te wijten.”

Maar betere structuren kunnen wel helpen.

(geërgerd) “Ik denk dat het niet zinvol is om deze discussie zo te voeren. U probeert me in het defensief te dwingen, terwijl dat niet nodig is. Ook in de VS of Frankrijk heb je lokale en federale ­politie en die moeten daar ook ­samenwerken. Men moet gewoon samenwerken. C’est tout. Ik doe dat. Binnen de structuren. Punt.”

Als het niet aan structuren ligt, ligt het dan aan de ­mentaliteit van de mensen? De Belgische aard om alles te ­relativeren, een soort laisser faire.

“Ik ben inderdaad wel bang voor een te ambtelijke mentaliteit …”

U wil geen overhaaste conclusies trekken, maar u heeft wel uw ontslag aangeboden. Heeft Jambon u daar in meegetrokken?

“Er is een siamese verstrengeling tussen de ­minister van Binnenlandse Zaken en die van Justitie. Dat was al zo tijdens het Heizeldrama en dat was ook zo bij de ontsnapping van Marc Dutroux. De nervositeit was vorige week zo groot dat het niet anders kon dat onze verantwoordelijkheid ter sprake kwam. Ik heb aan de premier gezegd dat ik bereid was ontslag te nemen. Vastberaden en volledig onthecht. En de premier moest oordelen wat voor het land en de regering het beste was.”

Had u zelf het gevoel dat u verantwoordelijk was voor het falen van Justitie?

“Mocht ik een persoonlijke fout hebben gemaakt, dan was ik meteen opgestapt. Maar gezien de ­omstandigheden en de vele slachtoffers zijn we toch naar de premier gestapt.”

Sommigen twijfelen eraan dat u oprecht uw ontslag heeft aangeboden.

“Ik heb mijn ontslag aangeboden. Niemand kan mij verwijten dat ik mij krampachtig vasthoud aan de macht. Die woensdagavond waren er meer dan gegronde redenen om te geloven dat ik de ­volgende dag geen minister meer zou zijn. Maar ik kon daarmee leven.”

Houdt u nog rekening met ontslag later?

“Voor een minister van Justitie kan elke dag de laatste zijn. Wel is het zo dat ik nu de plicht heb om voluit mee te werken met de onderzoekscommissie en indien men mij dat toelaat, dat werk van die onderzoekscommissie ook helemaal af te maken. En ondertussen ga ik verder met mijn hervormingen. We hebben nu die moeilijke nacht gehad en wat mij betreft is die kwestie van de baan.”

Niemand begreep dat u het verleden van de El Bakraouis relativeerde. Een professor zou ­zoiets kunnen zeggen, maar een politicus?

“Ik wilde niet zeggen dat het lichte criminelen zijn. Als men dat zo begrepen heeft, dan verontschuldig ik me. Ibrahim ‘niet de meest ondernemende’ ­noemen, was zonder twijfel niet de beste woordkeuze. Ik wilde alleen duidelijk maken dat hij ­vorige zomer nog geen terreurverdachte was. Misschien had men dat moeten weten, maar aangezien dat blijkbaar niet zo was, hebben de justitiehuizen en de strafuitvoeringsrechtbank misschien wel goed gehandeld.”

Waren dit uw zwaarste momenten?

“Het bezoek aan metrostation Maalbeek op ­dinsdagmiddag en de confrontatie met de feiten de woensdagmorgen … Dat was ongelooflijk confronterend. Maar je hebt eigenlijk het recht niet om daar je eigen gevoelens al te hard te laten spelen. Ze zijn heel sterk, maar als minister moet je op dat ogenblik voortwerken.”

Niet alleen het drama heeft iedereen ­getroffen. Ook het politiek gekrakeel nadien.

“Ik kan niet anders zeggen dan dat mij dat zeker even sterk aangrijpt als de feiten zelf. Omdat dat écht geen zin heeft. En daar moeten we absoluut, absoluut mee stoppen.”

Als in deze omstandigheden eenheid niet ­mogelijk is, wanneer is het dan wel mogelijk?

“Dat is waar.” (steekt de handen in de lucht)

Hoe anders zal ons leven er na de aanslagen uitzien? Moeten we een groot stuk van onze privacy opgeven in ruil voor veiligheid?

“Dat denk ik niet. Maar we gaan wel naar een ­samenleving waarin we iets meer geduld moeten hebben. Om ergens binnen te gaan of toegelaten te worden, door de controles. Als u kijkt naar het ­binnenraken van de VS weet u wat ik bedoel. Zeker als je er niet uitziet als een normale, blanke ­westerling. Ik zeg niet dat dat goed is, maar ik denk wel dat we concessies zullen moeten doen.”

Tekst: Farid el Mabrouk
Origineel verschenen in Het Nieuwsblad,
klik hier voor de online versie op de website van Koen Geens

Koen Geens

BIOGRAFIE:

- Buitengewoon hoogleraar KU Leuven Faculteit Rechtsgeleerdheid (sinds 1993; docent sinds 1986)
- Directeur Jan Ronse Instituut voor Vennootschapsrecht (sinds 1986)
- Voorzitter Afdeling Economisch Recht KU Leuven (sinds 2009)
- Lid Raad van Bestuur Thomas More Hogescholen Antwerpen, Mechelen en Kempen (sinds 2010)
- Lid Inrichtende Overheid KU Leuven en Associatie KU Leuven (sinds 2010)
- Lid Raad van Bestuur VZW Le Concert Olympique (sinds 2010)
- Lid Koninklijk Vlaamse Academie België voor Wetenschap en Kunst, klasse Humane Wetenschappen (sinds 2012)
- Lid Academia Europaea (sinds 2013)
- Minister van Financiën (2013-2014, regering Di Rupo)
- Minister van Justitie (2014 - 2020, regering Michel I)
- Vice-Premier (2019-2020, regering van lopende zaken)
- Federaal Volksvertegenwoordiger (2020 - )

Bron: http://www.koengeens.be/over/biografie

Bekijk alle artikelen

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.