Aviniti

Willy van Eeckhoutte

Licentiaat (1975) en doctor op proefschrift (1985) in de rechten (UGent).
Willy van Eeckhoutte is buitengewoon hoogleraar emeritus aan de Universiteit Gent, waar hij van 1986 tot 2018 aan de Faculteit Rechtsgeleerdheid doceerde.
In 1975 werd hij advocaat aan de balie te Gent. In 1999 werd hij benoemd tot advocaat bij het Hof van Cassatie en is dat nog altijd.
Willy van Eeckhoutte doceerde ook aan de Gent-Leuven Management School en aan de KU Leuven (Leergang Pensioenrecht).

Een nieuwe lente, een nieuw recht

In 1889 kondigde Mei een nieuw geluid aan. Maar dat was in de persoon van de dichter Herman Gorter en in Nederland.

In België is mei voor minister van Werk Pierre-Yves Dermagne blijkbaar de aanleiding om een nieuw recht in het leven te roepen voor sommige werknemers: het eerste echte recht op terugtrekking.

Het is niet wat u misschien denkt.

Internationale Arbeidsorganisatie

 Van een recht tot terugtrekking is onrechtstreeks al sprake in het verdrag nr. 155 van 22 juni 1981, gesloten in de Internationale Arbeidsorganisatie, betreffende arbeidsveiligheid, gezondheid en het arbeidsmilieu. Artikel 13 van dat verdrag heeft het over het zich terugtrekken door een werknemer “uit een arbeidssituatie waarvan hij met reden kan aannemen dat deze een onmiddellijk en ernstig gevaar voor zijn leven of gezondheid oplevert”. 

Het verdrag nr. 155 is weliswaar door België bekrachtigd, maar schept geen directe rechten en verplichtingen tussen werkgever en werknemer. Overigens geeft zijn artikel 13 de werknemer niet echt een terugtrekkingsrecht, maar zegt het enkel dat de werknemer die zich in de geschetste situatie bevindt, moet worden beschermd tegen niet-gerechtvaardigde consequenties, zulks overeenkomstig de nationale omstandigheden en praktijk.

België

Artikel 1.2-26 van de Codex over het welzijn op het werk, dat uitvoering geeft aan het verdrag, is evenmin geformuleerd in de zin van een recht tot werkverlating, maar voorziet in een bescherming die in de lijn ligt van artikel 13 van het IAO-verdrag:

Een werknemer die, in geval van een niet te vermijden, ernstig en onmiddellijk gevaar, zijn werkpost of een gevaarlijke zone verlaat, mag daar geen nadeel van ondervinden en moet worden beschermd tegen alle ongerechtvaardigde nadelige gevolgen daarvan”.

Het tweede lid van die bepaling legt de werknemer op onmiddellijk het bevoegde lid van de hiërarchische lijn en de interne dienst voor preventie en bescherming in kennis te stellen van de werkverlating.

Recht

Maar als de wet toestaat iets te doen waarvan je geen nadeel mag ondervinden, ben je dan niet al heel dicht bij een recht?

 “Geen nadeel mogen ondervinden” betekent in eerste instantie dat de werknemer geen loonverlies mag lijden. “Bescherming tegen ongerechtvaardigde gevolgen” impliceert dat hij niet mag worden bestraft of ontslagen omdat hij het werk heeft verlaten.

Maar voor dat alles is wel vereist dat sprake is van “een niet te vermijden, ernstig en onmiddellijk gevaar” of van “een gevaarlijke zone” waarin een werknemer zich moet begeven.

In een bedrijf waar alle veiligheidsvoorschriften in verband met COVID-19 worden nageleefd, zou daarvan geen sprake mogen zijn: als telethuiswerk niet kan worden toegepast, moeten de ondernemingen de maatregelen nemen om de veiligheids- en gezondheidsvoorschriften van materiële, technische en/of organisatorische aard na te leven zoals bepaald in de “Generieke gids om de verspreiding van COVID-19 op het werk tegen te gaan“, om de maximale naleving van de regels van social distancing te garanderen, in het bijzonder het behoud van een afstand van 1,5 meter tussen elke persoon (art. 2 § 1, tweede lid, en §  2, ministerieel besluit 28 oktober 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken).

In particuliere huishoudens is dat minder evident. Blijkbaar daarom wil de minister van Economie en Werk de werknemers verbonden door een arbeidsovereenkomst dienstencheques een recht het recht geven het werk op te schorten, met behoud van loon. En dat “zolang het probleem niet is opgelost”, aldus het bericht in De Morgen.

Subjectief recht

Dat laatste is merkwaardig, want voor hun terugtrekkingsrecht zou, anders dan voor dat van werknemers in het algemeen, volstaan dat de betrokkenen zich “onveilig voelen”. De dienstencheque-poetshulpen krijgen “het recht om de situatie zelf in te schatten”.

Misschien moet iemand de minister uitleggen dat het niet dat is wat juristen onder een subjectief recht verstaan.

Willy van Eeckhoutte

Willy van Eeckhoutte

Licentiaat (1975) en doctor op proefschrift (1985) in de rechten (UGent).
Willy van Eeckhoutte is buitengewoon hoogleraar emeritus aan de Universiteit Gent, waar hij van 1986 tot 2018 aan de Faculteit Rechtsgeleerdheid doceerde.
In 1975 werd hij advocaat aan de balie te Gent. In 1999 werd hij benoemd tot advocaat bij het Hof van Cassatie en is dat nog altijd.
Willy van Eeckhoutte doceerde ook aan de Gent-Leuven Management School en aan de KU Leuven (Leergang Pensioenrecht).

Bekijk alle artikelen

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.