Aviniti

Minister van justitie Koen Geens stelde in de Morgen van 12 september ll dat we moeten komen tot “eenheidstarieven” (vaste erelonen) in de advocatuur. Je weet nu wat een doktersbezoek kost, maar niet wat de rekening van de advocaat zal zijn. Die vergelijking bekt goed, maar gaat niet op.

De arts wordt grotendeels door het ziekenfonds, en dus door de belastingbetaler, betaald. Het is voor zover geweten ook niet de bedoeling van de minister om de advocatenkosten door een soort juridisch ziekenfonds te laten terugbetalen.

De advocaten zullen dus ondernemers blijven, die in een concurrentiële markt actief zijn met een grote diversiteit. Als advocaten een tarief aanreken dat kan dan variëren tussen 50 en 500 euro per uur. Ook andere methodes worden gehanteerd. De advocaten zijn ook verplicht om hierover duidelijk te communiceren. Ze doen dat soms niet, maar dat is dan een overtreding van de transparantieverplichtingen zoals die ook opgelegd zijn door het Wetboek economisch recht.

Er is ook een grote verscheidenheid in de dienstverlening. Niet elke zaak vergt een hypergespecialiseerde advocaat en de keuze van de advocaat is afhankelijk van vele factoren, waarbij de prijs er slechts één is en vaak niet eens de meest doorslaggevende. Dat is overigens ook het geval voor de boekhouder en de architect, terwijl daar toch geen stemmen opgaan voor het opleggen van wettelijke tarieven.

Toch blijft het een realiteit dat advocatenkosten voor vele burgers kostelijk en helaas soms ook te duur zijn, vooral voor zij die geen beroep kunnen doen op de juridische tweedelijnsbijstand (de vroegere “pro deo-advocaat”) en niet echt rijk zijn. Ook bedrijven zijn kostenbewuster geworden en ook de grote advocatenkantoren hebben zich aan die nieuwe marktsituatie aangepast.

Die dure kostprijs is echter vaak het gevolg van het overheidsbeslag op de juridische dienstverlening. De burger moet 21 % BTW betalen op de door de advocaat aangerekende kosten. Bovendien zijn ook de belastingen op en procedure enorm toegenomen. Wie een zaak voor de rechtbank wil laten beslechten moet rol-en griffierechten betalen en die zijn recent fors gestegen. Vaste tarieven zullen dus niet maken dat de financiële drempels worden weggewerkt.

Toen Laurette Onkelinx minister van justitie was wilde ze op ideologische gronden de advocatuur “mutualiseren” en zo via vaste tarieven greep krijgen op de advocatuur. Dergelijke tarieven kunnen immers alleen bij wet worden opgelegd (als de beroepsgroep dat zelf zou doen is dat strijdig met het mededingingsrecht) en dan nog heeft het Hof van justitie al kritische geluiden laten horen over bijvoorbeeld de wettelijke tarieven in Italië. Door tarieven op te leggen, bepaalt de overheid welk soort van geschillen ze wil stimuleren en welke ze wil afremmen. Dat treft dus wel degelijk de onafhankelijkheid van de advocaat.

De minister verwijst naar de Duitse tarieven, die overigens vele malen hoger liggen dan wat Belgische advocaten aanrekenen en een uitzondering in Europa vormen. De situatie in Duitsland is niet te vergelijken met deze in ons land.

Iedereen verplichten zich te verzekeren kan overigens enkel werken wanneer het risico ook beheersbaar is en niet afhankelijk van de enkele wil van de consument zelf. Ook verzekeraars zijn actief in een economische markt. Wanneer er meer procedures zullen gevoerd worden omdat men toch verzekerd is, zullen de premies stijgen. De exponentiële groei van de kosten van de ziekteverzekering toont aan dat wanneer de overheid die verzekering zelf organiseert het niet goedkoper is.

Hugo Lamon

Mr. Hugo Lamon is advocaat aan de balie van Limburg en Brussel NL. Hij publiceert over o.m. ondernemingsrecht en deontologie. Hij mengt zich al jaren in het maatschappelijk debat over justitie.

Bekijk alle artikelen

1 reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

  • Wat ik persoonlijk wel zou durven denken : Maak een begin van ” mutualiseren” van de tarieven van de advocaat door bv “een geconventioneerde en “een niet-geconventioneerde” advocaat-status van advocaten op te lijsten , één “met precontractuele info aan client en min- en maximum tarieven “(mag algemeen en breed “omschreven zijn ” ) en de anderen die niet toetreden bv tot de CONVENTIE van de Ordes . Ik weet dat dit de “lat” nog altijd niet VOLLEDIG
    GELIJK zal leggen, maar “er KAN wel een “begin” van “economisch bewustzijn” van de consument ( client)om het oneerbiedig te zeggen, groeien , en ook wel inzien “of zijn “ZAAK” ,de inzet ervan, wel zal lonen en dan zaal het oude ADAGIUM ” Van de stijfkop en de zot , vult de advocaat zijn pot”