Rik Deblauwe

Vroeger advocaat en nu wetenschappelijk adviseur bij Tiberghien Advocaten.

Auteur van o.a. Inleiding tot de Successierechten (2013), Het Recht van terugkeer of de anomale erfopvolging (2014), Inleiding tot de Vlaamse Registratiebelasting (2017) en 'Inleiding tot de Vlaamse Erfbelasting, 3de editie (2021') en 'Het erfrecht praktisch toegelicht – Modellen van brieven en akten – 2de editie, 2021 - alle uitgegeven bij KnopsPublishing.

Vakgebieden: Vlaamse registratie- en successiebelasting, erfrecht.

Rik Deblauwe is lid van de redactiecomités van diverse wetenschappelijke tijdschriften en veelgevraagd spreker.

De invoeging van het successierecht in de Vlaamse Codex Fiscaliteit had niet als doel om inhoudelijke wijzigingen aan te brengen, bepaalde de Memorie van Toelichting [1]. Geleidelijk aan komen er toch een aantal naar voren, bedoeld of onbedoeld.

We overlopen hierna even de fictiebepalingen.

Schuldigerkenning onder termijn

  1. In art. 4,3° W. Succ. was bepaald dat schenkingen “onder de opschortende voorwaarde die vervuld wordt ingevolge het overlijden van de schenker” als legaten beschouwd worden. Ze werden dus niet meer met registratierecht, maar met successierecht belast.

Wanneer men dus een schenking deed bij wijze van schuldigerkenning, die pas in werking trad bij het overlijden, kon men met recht en reden stellen dat dit artikel hierop niet toepasselijk was. Bv.: “A verbindt zich ertoe hierbij tegenover B, bij wijze van schenking onder levenden, een bedrag van 1 miljoen € te betalen. Het bedrag zal echter pas opeisbaar zijn bij het overlijden van A”.

Nu was de rechtspraak wel streng voor dergelijke schenkingen [2], maar als er voldoende garanties werden gegeven kon men dit moeilijk weigeren.

  1. In artikel 2.7.1.0.3 VCF wordt dit gewijzigd: nu worden als legaten beschouwd: “alle schenkingen van roerende goederen die de erflater heeft gedaan onder de opschortende voorwaarde of termijn die vervuld wordt ingevolge het overlijden van de schenker.”

De Memorie van Toelichting [3] stelt dat dit niet meer is dan de explicitering van de vroegere bedoeling van de wetgever, nl. dat ook schenkingen onder opschortende termijn ook onder het toepassingsgebied vielen, maar die interpretatie was duidelijk in strijd met de letter van de wet.

Een schuldigerkenning valt daar nu dus wel met zekerheid onder.

Schenkingen in de driejaarsperiode

  1. Als men een schenking registreert (in België), is zij niet meer belastbaar, zelfs niet als men binnen de drie jaar daarna overlijdt.

Men kon ook een onderhandse erkenning van schenking, of een buitenlandse schenkingsakte, neerleggen onder de minuten van een Belgische notaris, en daardoor was het successierecht niet meer verschuldigd, ook als de schenker heel kort daarna zou overlijden. De notaris maakte daarvan dan immers een akte van bewaargeving op, en daardoor was het registratierecht verschuldigd: “Is voor mij verschenen, de heer X, die mij overhandigt om onder mijn minuten te worden neergelegd: een akte van schenking, verleden voor notaris Y te Breda, de dato … enz.”.

Dit bleef zo, ook al was de akte zelf nog niet geregistreerd. Artikel 26, 2e lid van het wetboek Registratierechten bepaalde immers dat de notaris de neergelegde akte samen met de akte van bewaargeving mocht aanbieden. Een dergelijke neerlegging werd daarom wel eens gebruikt als de schenker zwaar ziek was: buiten de kantooruren van het registratiekantoor kan men immers soms nog wel een notaris vinden die de akte wil verlijden.

  1. Ook dit wijzigt nu. Artikel 26, 2e lid W. Reg. is opgeheven, en de memorie van toelichting vermeldt daarover [4] dat men de gelijktijdige registratie niet langer toelaat als er op het neergelegde stuk “geregionaliseerde rechten’ (zoals het schenkingsrecht) van toepassing zijn, om zeker te zijn van de betaling.
  1. Dit betekent dus dat men een dergelijke neerlegging onder de minuten niet meer zal kunnen doen. Als de schenker dus zwaar ziek wordt op een vrijdagavond, kan de aanbieding ter registratie voortaan ten vroegste de volgende maandagmorgen gebeuren.

Schenking met vruchtgebruik op het hoofd van de langstlevende

  1. Als de ouders, getrouwd met gemeenschap van goederen, aan hun kinderen een portefeuille effecten schenken, met voorbehoud van vruchtgebruik op hoofd van de langstlevende, zijn de kinderen niet onderworpen zijn aan successierecht op de schenking mits ze geregistreerd wordt, of na drie jaar.

De vraag rijst echter of de echtgenote belastbaar zal zijn op het vruchtgebruik dat zij ontvangt, bij het overlijden van haar echtgenoot [5].

  1. Vroeger was dit niet zo. Men nam immers aan dat de echtgenote het vruchtgebruik dat zij krijgt op de effecten die door haar echtgenoot aan de kinderen geschonken werden, niet ontvangt als een schenking van haar echtgenoot, maar als een last van haar eigen schenking [6].

De terugvalling van vruchtgebruik viel dan ook niet onder artikel 4,3° W. Succ., vermits het niet om een schenking ging, en evenmin onder artikel 7 W. Succ. Zij viel bovendien ook niet onder artikel 8, eerste en tweede lid W. Succ., want het ging niet om een beding ten behoeve van een derde (maar voor zichzelf).

Ook artikel 8, 4e lid W. Succ. was niet toepasselijk. Dit ging over verkrijgingen op grond van een beding dat de echtgenote voor zichzelf had gemaakt (zoals in casu), omdat het niet om om een levensverzekering of een contract met vestiging van rente ging, maar om een vruchtgebruik.

  1. In de Codex luidt de tekst nu anders: àlle sommen, renten of waarden zijn nu belastbaar, als ze aan de langstlevende echtgenoot toekomen ingevolge een contract dat door die langstlevende echtgenoot is gesloten. De echtgenote zou dus voortaan belast kunnen worden op het vruchtgebruik dat ze verkrijgt bij het overlijden van haar man, ook al verkrijgt ze dat vruchtgebruik als last van een schenking die ze zelf gedaan heeft.

En dat is wel een belangrijke wijziging.

Zeker is dat niet, want men stelt traditioneel dat ‘waarden’ vlot verhandelbaar moeten zijn. Vroeger zei men zelfs dat het om ter beurs genoteerde waarden moest gaan [7]

  1. Hetzelfde geldt voor tontines of bedingen van aanwas, van roerende goederen. Veronderstel dat twee niet gehuwden een tontine of aanwasclausule sluiten i.v.m. roerende goederen, bv. een portefeuille effecten. Daarna trouwen zij met gemeenschap van goederen.

Onder artikel 8, 4e lid W. Succ. was dit niet belastbaar met successierechten, want (i) het ging niet om een levensverzekering of rente en (ii) het was geen beding ten behoeve van een derde, maar van zichzelf.

Opnieuw wordt dit belastbaar, zonder dat dit blijkbaar de bedoeling was.

  1. Anderzijds is er aan artikel 5 (thans 2.7.1.0.3 VCF) weinig of niets gewijzigd: ook de sterfhuisclausule zou dus nog mogelijk zijn, waarbij het gemeenschappelijk vermogen zonder successierecht aan een van de echtgenoten wordt toebedeeld, ook al gebeurt dit in de laatste dagen voor het overlijden. Het was nochtans kort na het Cassatiearrest dat deze toebedeling goedkeurde [8], dat de anti-misbruikbepaling werd ingevoerd.
  1. Naar verluidt zou het de bedoeling zijn om het decreet opnieuw te wijzigen in een reparatiedecreet. Hopelijk worden schenkingen met voorbehoud van vruchtgebruik op het hoofd van de langstlevende dan opnieuw mogelijk, zonder successierecht.

Rik Deblauwe – 27 februari 2015

Deze tekst werd eerder gepubliceerd op www.lexfin.be en is een aanvulling op de Inleiding tot de Vlaamse Erfbelasting

[1] “De materieelrechtelijke bepalingen werden in beginsel niet gewijzigd, doch voornamelijk aangepast aan de structuur van de VCF en taalkundig gestroomlijnd.”, M.v.T, stuk 114 (2014-2015), nr. 1, p. 4.

[2] Zie onze Inleiding tot de Successierechten, randnr. 91 ev.

[3] Stuk 114 (2014-2015) – Nr. 1, p. 12.

[4] Stuk 114 (2014-2015) – Nr. 1, p. 52

[5] Of omgekeerd uiteraard, maar voor de verstaanbaarheid nemen we aan dat de echtgenoot eerst overlijdt.

[6] Aanschrijving van 9 augustus 1941, Rec. gén. enr. not. 18.213; Werdefroy, Registratierechten, nr. 599; , Inleiding tot de Successierechten, Knops publishing, 2013, 45 nr. 79.

[7] Inleiding tot de Successierechten, Knops publishing, 2013, nr. 162.

[8] Inleiding tot de Successierechten, Knops publishing, 2013, nr. 52.

Rik Deblauwe

Vroeger advocaat en nu wetenschappelijk adviseur bij Tiberghien Advocaten.

Auteur van o.a. Inleiding tot de Successierechten (2013), Het Recht van terugkeer of de anomale erfopvolging (2014), Inleiding tot de Vlaamse Registratiebelasting (2017) en 'Inleiding tot de Vlaamse Erfbelasting, 3de editie (2021') en 'Het erfrecht praktisch toegelicht – Modellen van brieven en akten – 2de editie, 2021 - alle uitgegeven bij KnopsPublishing.

Vakgebieden: Vlaamse registratie- en successiebelasting, erfrecht.

Rik Deblauwe is lid van de redactiecomités van diverse wetenschappelijke tijdschriften en veelgevraagd spreker.

Bekijk alle artikelen

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.