Rechtuit

De regels, de principes en de schijn

Avatar
Geschreven door Hugo Lamon

LAMON op woensdag

Mr. Hugo Lamon is advocaat aan de balie van Limburg en Brussel NL.
Hij publiceert over o.m. ondernemingsrecht en deontologie.

Hij mengt zich al jaren in het maatschappelijk debat over justitie.

De zaak-Chovanek blijft de publieke opinie beroeren. Je zal maar beter niet in een wat psychisch verwarde toestand op een vliegtuig stappen, want voor je het weet is je lot definitief bezegeld. In volle regeringsformatie werd meteen naar een politieke verantwoordelijke gezocht, wat enkel maar een triest schouwspel opleverde. De blikken waren gretig gericht op de toenmalige minister van Binnenlandse Zaken. Zijn kabinetschef, intussen zelf parlementslid en lid van de commissie binnenlandse zaken waar de zaak werd besproken, bleef wonderbaarlijk buiten beeld.

De feiten zijn al meer dan twee jaar oud. De zaak kreeg plots de aandacht die ze verdient omdat de weduwe van het slachtoffer delen van het strafdossier lekte naar de pers. Allicht is het niet slecht om er even aan te herinneren dat een strafonderzoek geheim is, precies om een eerlijk proces te garanderen. Dat veronderstelt een behandeling door magistraten, die via allerhande checks and balances op zoek gaan naar de (helaas enkel) juridische waarheid. Die regel werd in deze zaak doorbroken. Dat besefte ook de advocate van het slachtoffer, die er in sobere en pertinente mediatussenkomsten op wees dat ze na twee jaar aandringen bij de bevoegde instanties geen andere uitweg zag. Het principe van een eerlijk proces door rechters veronderstelt ook dat er geen ruimte mag zijn voor een doofpotoperatie. Dat er beeldmateriaal beschikbaar was hielp natuurlijk bij de media-aandacht. Volgens diezelfde media is er meer dan een kwartier beeldmateriaal, maar wat we te zien kregen was een krachtige compilatie in het format van een televisiejournaal (wie heeft die beelden eigenlijk gemonteerd?).

De reacties waren hallucinant. De beelden blijven op het netvlies hangen en zorgen terecht voor maatschappelijke afschuw. Zo handelen terwijl de betrokken agenten weten dat er camera’s zijn, doet het ergste vrezen voor al die plaatsen waar er geen hangen. Maar laat dit nu vooral geen oproep zijn om nog veel meer camera’s te plaatsen, want in wat voor samenleving leven we dan?

Via de pers kon dan weer vernomen worden dat de onderzoeksrechter die met de zaak belast is nu toch een reeds lang door de nabestaanden gevraagde reconstructie zal organiseren, terwijl die dat voorheen zou hebben afgewezen. Indien die beslissing enkel is ingegeven door de commotie na het perslek, doet dit het ergste vrezen voor de wijze waarop dit gerechtelijk onderzoek wordt verricht. De rechter zelf kan nu geen publieke verklaringen afleggen, want dat zou manifest indruisen tegen het principe dat rechters niet over een zaak – en nog minder over zichzelf – communiceren in de pers.

In het parlement werd een politieke bokswedstrijd georganiseerd. De enige relevante vraag die daar kon worden gesteld is deze naar de politieke verantwoordelijkheid. Er was geen dergelijke hoorzitting nodig om vast te stellen dat dit principe (zonder wettelijke regeling) al lang sterk verwaterd is. Die erosie zorgt ervoor dat er zelfs geen schijn van het principe overblijft.

De vraag naar de verantwoordelijkheid van de politiediensten is iets wat – volgens de regels – een taak is van het comité P en eventuele disfuncties behoren tot de wettelijke taak van de Hoge Raad voor de Justitie. Het parlement geeft graag de schijn daar ook voor bevoegd te zijn, maar die politieke profilering zorgt enkel voor verwarring en versterkt de schijn van machteloosheid.

Rechtsregels zijn de veruitwendiging van algemene principes. Normalerwijze valt de regel samen met het principe. Wanneer dit niet zo is, ontstaat er alvast een schijn van onrechtvaardigheid. De regels voorzien dat het optreden van de politiediensten in de zaak-Chovanek in de eerste plaats door de rechterlijke macht of door de tuchtoverheid moeten worden beoordeeld en desgevallend gesanctioneerd. Op grond van een volledig dossier, met waarborgen voor verdachten en (nabestaanden van) slachtoffers op een eerlijk proces. Politici moeten geen andere schijn willen verwekken.

Dat de verhouding tussen de rechtsregel, het principe en de schijn niet altijd eenvoudig is, ondervond recent ook een stafhouder van een Vlaamse balie. Hij kwam in opspraak toen (via een datalek) bekend geraakte dat hij 3.000 euro coronasteun had gevraagd én gekregen van de overheid, terwijl hij op dat ogenblik ook van de balie een maandelijkse functievergoeding van 5.000 euro (bruto) ontving als stafhouder. Het Laatste Nieuws (31/8) citeert “misnoegde advocaten” die stellen dat hij daarmee alle advocaten te schande maakt. Soms is de schijn voldoende en de betrokken stafhouder hield de eer aan zichzelf en nam ontslag. Dat kan misschien sommige protagonisten in de zaak-Chovanek inspireren.

Hugo LAMON

Meer blogposts lezen van Hugo Lamon? Dat kan hier!

1 Comment

  • Beste Hugo,
    Een aantal zaken correct in hun context geplaatst.
    Bedankt om alert te blijven en ons alert te houden.
    De verantwoordelijke houding van de balie mag ook eens in het voetlicht geplaatst.

Opmerking plaatsen

Uw naam wordt privé weergegeven op de website en is niet zichtbaar voor anderen. Uw e-mailadres wordt opgeslagen maar niet gepubliceerd.