Justitie is soms als die ene oom op familiefeestjes die trots vertelt dat hij nu tóch ook een smartphone heeft gekocht, om hem vervolgens enkel te gebruiken als boekensteun. Terwijl we in ons dagelijks leven met één vingerbeweging leningen afsluiten, pizzaleveringen op de meter nauwkeurig volgen, via Uber in een oogwenk een chauffeur opvorderen en cryptomunten verhandelen, vereist onze strafrechtsbedeling anno 2026 nog steeds advocaten in goede fysieke conditie die met de regelmaat van een klok gezwind en met een stapel papieren onder de arm naar de correctionele griffie trekken.
Het meest verse voorbeeld van deze digitale kramp? Het arrest van het Hof van Cassatie van 9 september 2026. Een onverlaat had het aangedurfd om keurig via e-Deposit en dus via elektronische weg een grievenformulier neer te leggen (waarmee beroep werd aangetekend tegen een strafrechtelijk vonnis). Snel, efficiënt en met een digitale ontvangstbevestiging die tot in de eeuwigheid in de cloud geborgd staat. Niet voldoende, oordeelde het hoogste rechtscollege. De wet bepaalt namelijk kurkdroog dat een grievenformulier in persoon ter griffie moet worden neergelegd. Via een beeldscherm een document versturen? Duivelswerk!
Via een beeldscherm een document versturen? Duivelswerk!
Zoals magistraat-emeritus Eric Beaucourt terecht op LinkedIn opmerkte, legt dit de vinger op een pijnlijk open zenuw: het eeuwige spanningsveld tussen “Rechtssicherheit” (rechtszekerheid door strikte procedures) en “substantiële rechtvaardigheid”. Het Hof van Cassatie stelt zich op als de bewaker van de procedurele zuiverheid. Sommigen leiden daaruit af dat het fundamentele recht op toegang tot de rechter daaraan ondergeschikt wordt gemaakt. Rechtszekerheid is cruciaal, maar wanneer de vorm de inhoud zó hard verstikt dat een burger zijn rechten verliest omdat hij de 'verzendknop' gebruikte in plaats van de griffiedeur open te duwen, wordt procedurele zuiverheid eerder procedurele absurditeit. Om het met de woorden van Eric Beaucourt zelf te zeggen: “het laat ons achter met een ongemakkelijke reflectie: hoe modern is een rechtssysteem dat digitale vlijt afstraft en een fysieke wandeling naar een griffie verheft tot een absolute voorwaarde voor rechtvaardigheid?”.
Dat het geen alleenstaand gegeven is, bewijst de correctionele rechtbank van Antwerpen. Sinds 1 september aanvaardt deze rechtbank simpelweg geen elektronisch neergelegde besluiten meer. Die rechtbank heeft daar overigens een perfect legitieme reden voor: de wet laat dit niet toe. Welkom terug in de twintigste eeuw, nadat eerder als gevolg van een moderne bekommernis van cliëntenbejegening de digitale weg enigszins was opengezet. Wie zijn schriftelijke argumenten aan de strafrechter wil bezorgen, mag weer fysiek en binnen de openingsuren van de griffie naar het gerechtsgebouw hollen (al sinds de 20ste eeuw tussen 8u30 en 12u30 en tussen 14u en 16u). Wie verkiest om dan maar alles alleen maar mondeling uiteen te zetten, houdt er rekening mee dat nu reeds de Franstalige kamer van inbeschuldigingstelling van Brussel een rem zet op de pleitduur door te bepalen dat die niet meer dan tien minuten mag bedragen (en nog minder indien de advocaat al eerder een fysiek bezoek aan de griffie bracht om schriftelijke conclusies neer te leggen). En u weet, als het in Brussel regent dan druppelt het mogelijkerwijze al snel ook in de rest van het land.
Het échte struikelblok is de wetgever
Het is verleidelijk om met de beschuldigende vinger naar de magistratuur of de griffiers te wijzen, maar zij voeren ook maar uit wat er in de wet staat (al beroept de Brusselse KI zich op een cassatiearrest uit 2023 dat enkel oordeelde dat advocaten niet onbeperkt mogen pleiten, zodat de KI eigenzinnig handelt). Het échte struikelblok – de steen des aanstoot die stilstaat terwijl de rest van de wereld vooruitraast – is de wetgever. Voor het parlement lijkt het geen beleidsprioriteit (het probleem leent zich immers niet tot een quote die goed bekt op sociale media). De minister van Justitie liet wél al bij herhaling noteren dat de digitalisering een topprioriteit is. Het is niet meteen duidelijk of dat een onderdeel is van haar hefboom- dan wel haar kathedraalplan of van beide samen.
Een hefboom veronderstelt dat men met een kleine inspanning iets groots in beweging krijgt. Een arrest dat e-Deposit buiten spel zet, is eerder een remschoen. Een kathedraal bouwen was vroeger een werk van honderden jaren, maar dat betekende niet dat de bouwmeesters halverwege beslisten om steigerconstructies te vervangen door vlechtwerk van wilgentakken.
Zolang het parlement en de minister van Justitie er niet in slagen om de wetgeving aan te passen aan de technologie die er al jaren ligt, blijft het strafrecht steken in een juridisch museum. Een echte hervorming vraagt trouwens niet onmiddellijk plannen met hoogdravende namen, maar een mentale switch en het simpele inzicht dat een elektronisch neergelegd document met een tijdsstempel minstens zo betrouwbaar is als een griffier met een stempelkussen. Tot die tijd blijft de snelste weg naar de rechter … het fysieke stappen.
Hugo Lamon
Lees hier de wekelijkse column van meester Hugo Lamon over Justitie.
Op de hoogte blijven van alle nieuwigheden binnen justitie, advocatuur en de juridische en fiscale wereld? Volg Jubel.be op LinkedIn.



0 reacties