Juristen die stipt op de hoogte willen blijven van evoluties in de wetgeving moeten daar wat inspanningen voor doen. De grillen van de wetgever zijn niet altijd gemakkelijk te volgen en dat is blijkbaar ook steeds vaker de bedoeling. Er is een trieste traditie om via ontwerpen van programmawetten of wetten “houdende diverse bepalingen” te prutsen aan allerhande wetten, vaak op initiatief van drukkingsgroepen of als gevolg van door de media onder de aandacht gebrachte situaties (die soms niet meer zijn dan mediagenieke aandachtsgolfjes). Het interessantste stuk in die wetgevingsbrij is dan vaak de vernietigende kritiek in het advies van de Raad van State, waar de wetgever weinig boodschap aan heeft, zodat het vervolg perfect te voorspellen is.

De vorige minister van Justitie hanteerde deze techniek om onder meer “snelle quick wins” te realiseren. Zijn geesteskinderen kregen eerst de bijnaam “potpourriwetten”, omdat het een gevarieerd mengsel was van wetgevende creativiteit. Er volgde de te verwachten vernietigingen door het Grondwettelijk Hof, reparaties, wijzigingen van de wijzingen en nog meer leed voor de al zeer geplaagde jurist die nog altijd van alles stipt op de hoogte wilde blijven. Om de pil wat te vergulden had de vorige minister ook een langetermijnplan klaargemaakt (de Court of the Future, weet u nog wel), maar toen bij het lezen van al dat fraais de mensen op het terrein naar adem snakten, werd er meteen aan toegevoegd dat het iets voor de zeer lange termijn was. Het plan is samen met de minister verdwenen.

De nieuwe minister van Justitie herinnerde zich nog vaag iets van Kafka uit een vorig leven en zou de zaken anders aanpakken. De logge tanker van de rechterlijke macht werd herdoopt tot “team justitie” en de magistraten moesten hun titels en hoedanigheden inruilen voor “medewerkers van het team justitie”. Nieuwe tijden leken aan te breken.

Maar uiteindelijk blijven ook dan de wetten van de politieke realiteit overeind. Alles gelijktijdig hervormen blijft zelfs voor een superminster die iedere dag zijn werkijver etaleert met selfies met zowat iedereen binnen justitie (het lijkt wel of ik de enige ben met wie hij nog geen selfie maakte) en zelf omringd wordt door een keitof kabinet (om in de hippe terminologie te blijven) niet evident. Weg alvast met de dorre potpourri en welkom aan het eerste wetsontwerp “om justitie menselijker, sneller en straffer te maken”. Wie dat document nader bekijkt kan enkel vaststellen dat het opnieuw een amalgaam van disparate wetswijzigingen bevat in diverse domeinen van justitie. Inhoudelijk is dat dus niets meer dan de vermaledijde wetten “diverse bepalingen” van weleer of van de verdoemde “potpourri’s”. Justitie menselijker, sneller en straffer maken houdt dus bijvoorbeeld ook in de wet van 5 mei 2019 te repareren. Door die slordige wet was de tekst van artikel 1526, derde lid Ger.W. verschillend in het Nederlands en in het Frans en dat wordt nu gerepareerd door “de ontbrekende zin in de Franstalige tekst” toe te voegen. Zo hoort dat voor straffe justitie. Er is ook een reparatie nodig van artikel 555/12 §1 Ger.W., omdat door dezelfde wet van 5 mei 2019 ook daar de tekst in de beide landstalen verschilt. Een menselijke justitie heeft oog voor dat detail.

Het MSS 1-ontwerp wil ook nog de “fout” herstellen die de wetgever in 2007 beging bij het invoeren van de wet “tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek met het oog op de bestrijding van de gerechtelijke achterstand”. De nu voorgestelde wijziging wil justitie niet echt sneller laten gaan, maar wel misbruik van wrakingsprocedures ontmoedigen door het invoeren van “efficiënte boetes” die in 2007 volgens de memorie van toelichting van MSS 1 “onbedoeld” lijken te zijn opgeheven. In een menselijke en straffe justitie moeten ze opnieuw worden ingevoerd en is het daarom noodzakelijk “de oude leden 3 en 4 van artikel 838 Ger.W. te herstellen”.

De MSS 1 zal hopelijk aanleiding geven tot een ernstig debat over de hervormingen die worden voorgesteld. Ook de parlementsleden zullen wat moeite moeten doen.

In de samenvatting bij het wetsontwerp worden ook wijzigingen aangekondigd aan de taalwet en aan de “beroepsprocedure bij het bevel tot betalen”. Het kan zijn dat dit ergens doorheen die 402 pagina’s verscholen aan bod komt, maar in een straffe en menselijke justitie zal de minister de nietsvermoedende onwetenden wel tijdig willen verwittigen.

Het moge duidelijk zijn dat MMS 1 maar een beginpunt is van een nieuwe wetgevende doolhof. Wie wil bijblijven zal inspanningen moeten leveren.

Hugo LAMON

***

Meer blogposts lezen van Hugo Lamon? Dat kan hier!

Hugo Lamon

Mr. Hugo Lamon is advocaat aan de balie van Limburg en Brussel NL. Hij publiceert over o.m. ondernemingsrecht en deontologie. Hij mengt zich al jaren in het maatschappelijk debat over justitie.

Bekijk alle artikelen

2 reacties

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.