De illusie van morele superioriteit. Of hoe juristen met elkaar omgaan cover

23 jun 2026 | Algemeen

De illusie van morele superioriteit. Of hoe juristen met elkaar omgaan

Recente Jobs

Advocaat
Bouwrecht Ondernemingsrecht Vastgoed
3 - 7 jaar
Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen
Advocaat
Bouwrecht Ondernemingsrecht Vastgoed
0 - 3 jaar
Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen
Accountancy Advisor
Accountancy
0 - 3 jaar
Antwerpen Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant West-Vlaanderen
Auditor
Financieel recht Fiscaal recht
0 - 3 jaar
Antwerpen Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen
Belastingadviseur
Accountancy Fiscaal recht
0 - 3 jaar
Antwerpen Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen

1. Vooraf: wat niet alleen voor juristen geldt

De fundamentele attributiefout, onbewuste motieven en onvolmaakte reconstructie

Ik handel juist, de ander verkeerd. Mensen (juristen én niet-juristen) hebben een sterke ingebouwde neiging zichzelf positiever te zien dan anderen. Fouten die we zelf maken, verklaren we graag door occasionele omstandigheden die geen verband houden met onze vaardigheden, ons karakter of onze intenties. Fouten die anderen maken, zien we liever als een bijna vanzelfsprekende illustratie van intrinsieke gebreken van die ander, die we bijgevolg terecht onbekwaam, onzorgvuldig of onbetrouwbaar mogen vinden. De sociale psychologie heeft dit al langer bewezen: wij overschatten bij anderen graag het belang van karakter en onderschatten graag het gewicht van context; tegelijk schrijven wij gewenste uitkomsten vlotter aan onszelf en onze kwaliteiten toe en ongewenste uitkomsten liever aan externe factoren[1]. Een goed resultaat is aan onszelf te danken, een slecht resultaat is te wijten aan spijtige omstandigheden buiten onze wil of macht.

Bewust of onbewust. Mensen geloven graag dat hun handelen en hun beslissingen voortspruiten uit heldere, rationele en bewuste processen. Dat ze worden gedreven door een vrije wil. Dat blijkt niet helemaal te kloppen[2]. Onbewuste, irrationele en onzichtbare dynamieken vormen een belangrijke bron van onze gedragingen. Maar om voor onszelf de illusie van de vrije wil en de bewuste beslissing hoog te houden reconstrueren wij onze redenen achteraf, in een vaak buitengewoon goed geconstrueerd narratief dat aannemelijk klinkt voor anderen én voor onszelf.[3] Mensen misleiden zichzelf voortdurend, zeker wanneer hun zelfbeeld, hun status of hun morele gelijk op het spel staat. Dat mensen soms zeggen dat ze ’s avonds in de spiegel kunnen kijken, heeft dan ook geen enkele morele waarde. Het toont gewoon dat ze van zichzelf vinden dat ze goed handelen en goed zijn. Niet meer, niet minder.

Bekend of onbekend. Mensen kennen min of meer hun eigen context, maar niet die van de ander. Niemand kennt den Andern, schreef Hermann Hesse, Jeder isst allein. Toch menen we vaak voldoende informatie te hebben om over die ander ten volle en terecht te kunnen oordelen. De reconstructie achteraf is zelden neutraal, objectief of volledig: zij is onvolmaakt, subjectief, tendentieus, onvolledig en selectief. Onbewust zetten wij een bril op om te kijken en te oordelen, in het licht van een bepaald doel. Vaak noemen wij dat dan “objectiviteit, onafhankelijkheid en neutraliteit”. Mensen hebben door de eeuwen heen altijd redenen gevonden om zichzelf op zogenaamde objectieve gronden moreel superieur te achten aan anderen.

2. Psychologie van de jurist

Dat alles geldt voor mensen in het algemeen (dus ook, maar niet alleen voor juristen), maar voor juristen geldt nog een dimensie. De opleiding tot jurist en het beroep van jurist (of ten minste de meeste juridische beroepen)- scherpen precies die eigenschappen aan die de illusie van morele en intellectuele superioriteit nog flink aanscherpen: voortdurende competitie, immere foutdetectie, latente en aperte bewijs- (en verantwoordings)druk, statusvergelijking, a priori conflictdenken en de nood om achteraf overtuigend te verantwoorden waarom men heeft geoordeeld zoals men heeft geoordeeld. Tegenspraak wordt soms formeel toegestaan, maar wordt materieel niet zelden evenwichtig gevalideerd. De volgende op wetenschappelijk bewijs gesteunde overwegingen van Marloes ter Huurne maken dit duidelijk.

Uit vele onderzoeken die zijn gedaan naar zowel de mentale als de fysieke gezondheid van advocaten, blijkt dat onder advocaten bovengemiddeld vaak mentale ziektes, zoals depressie, angststoornissen en verslaving, voorkomen. Er zijn zelfs onderzoekers die stellen dat in de juridische wereld 3.6 keer zoveel depressies voorkomen als in andere vakgebieden.”[4]

De oorzaak van dergelijke alarmerende cijfers wordt gezocht in een combinatie van stress, werkdruk en eigenschappen van de juridische professional.”[5]

Opvallend is dat de problemen voor het eerst tijdens de rechtenstudie worden gesignaleerd. (…) De oorzaak moet worden gezocht in ontwikkelingen die zich voordoen vanaf het moment dat men de studie begint. Blijkbaar dragen eigenschappen die specifiek zijn voor deze opleiding, bij aan een welzijn-ondermijnende ontwikkeling. Verschillende onderzoekers stellen dat het inderdaad verband houdt met de aard van de opleiding. Positieve illusies worden niet gesterkt, noch gestimuleerd in de rechtenstudie. Daarentegen wordt zelfkritiek aangemoedigd. In combinatie met een hoge mate van competitie en prestatiegerichte cultuur, zowel tijdens de studie als daarna, ontstaat het risico dat mensen enigszins doorslaan.”[6]

Deze observaties worden ruimer gedragen door andere onderzoeken. Studies naar rechtenstudenten tonen dat het welzijn al vroeg in de opleiding kan dalen. Grote studies onder advocaten rapporteren verhoogde niveaus van depressieve klachten, angst, stress en problematisch alcoholgebruik[7]. Tegelijk blijkt uit onderzoek naar professioneel welzijn dat autonomie, verbondenheid, competentie en intrinsieke motivatie sterkere voorspellers zijn van duurzaam functioneren dan prestige, status of billable hours.[8]

Ook dichter bij huis zijn de signalen niet geruststellend. In de welzijnsbevraging van de Orde van Vlaamse Balies uit 2019 rapporteerde bijna 90 % stress op het werk, en ervoer twee derde die stress ook daadwerkelijk als een probleem. De OVB meldde daarnaast pesten, ongewenst seksueel gedrag en een aanzienlijke mate van onderrapportering. In de bevraging over 2023 bleven werk- en prestatiedruk hoog en gaf bijna 70 % van de respondenten aan een toename van agressie binnen het beroep waar te nemen.[9]

Onze opleiding en onze beroepsuitoefening zijn dus in belangrijke mate op competitie gericht. In competitie gaan kan op twee manieren. Ofwel probeert men beter te worden dan de ander, ofwel probeert men de ander slechter te maken. In de praktijk lopen die twee vaak door elkaar. Observeer even in uw omgeving. Terwijl advocaten voor een rechter voortdurend pleiten voor respect voor het recht op tegenspraak of het recht van verdediging zijn ze er als de kippen bij over hun confraters een mening te vormen op basis van hear say en framing.

3. Op u is dit alles niet van toepassing

U hebt dit gelezen (of maar half), maar u weet wel zeker dat dit alles op u zeker en vast niet van toepassing is. U bent zich wel ten volle bewust van al uw intenties. U oordeelt altijd rationeel, objectief en correct, zowel over uzelf als over de ander. U staat boven dit alles. Het geldt enkel voor de ander: die domme rechter, die onbetrouwbare tegenstrever, die nalatige notaris, die arrogante confrater.

4. The good, the bad and the beauty: iets over archetypes, daders, slachtoffers en helden

De held is een archetype. Maar om echt te kunnen floreren heeft de held iets of iemand nodig om te kunnen redden: een persoon, een groep, een principe, een recht. Dat is het slachtoffer dat bedreigd wordt door het kwaad. Dat kwaad is een boosaardige kracht, een bandiet, een deugniet, een draak: de dader. Zo ontstaat een klassieke driehoek van rollen die elkaar wederzijds produceren: held, slachtoffer en dader.

Ook juristen ontsnappen niet aan dat schema. Integendeel: het voortdurende conflict, de immanente drang om te vergelijken, nodigt er (onbewust) toe uit. De cliënt verschijnt als slachtoffer, de tegenpartij (en diens advocaat) als dader, de advocaat zelf als redder. Hoe kwaadaardiger de tegenpartij wordt voorgesteld, hoe belangrijker en noodzakelijker de advocaat zelf kan lijken. Hoe groter de dreiging, hoe mooier de redding. Het conflict vormt, creëert of fabriceert als het ware zijn eigen held.

En de verleiding is dan groot. Met die dynamiek komt de illusie van morele en intellectuele superioriteit in functie waarvan men aan feitenvinding doet. Men onderzoekt dan niet langer eerst wat er is gebeurd, maar vooral wie de slechterik mag zijn. Zonder slechterik immers geen held.

5. Gevaarlijke patronen tussen juristen onderling

5.1. Diabolisering

Tussen juristen onderling vertaalt dit zich snel in diabolisering. Een confrater die scherp procedeert, wordt niet gezien als iemand met een bepaald strategisch inzicht, maar als iemand te kwader trouw. Een rechter die een zwakke motivering schrijft, wordt niet alleen juridisch bekritiseerd, maar psychologisch veroordeeld als lui, dom of vooringenomen. Een notaris die traag reageert, wordt niet overbelast maar nalatig genoemd. Gedragskritiek slaat dan ongemerkt maar kordaat om in karakterveroordeling.

Voor juristen is die verleiding bijzonder groot, omdat precies zij zeer geoefend zijn in het construeren van dergelijke veroordelende plausibele verklaringen.

5.2. Heiligverklaring

Tegenover de diabolisering van de ander staat de heiligverklaring van de eigen zijde. De eigen cliënt wordt dan principiëler, kwetsbaarder en onschuldiger dan uit de feiten zou mogen worden afgeleid. De eigen tussenkomst wordt objectiever, moediger en noodzakelijker dan zij in werkelijkheid is. De eigen verontwaardiging wordt niet meer ervaren als emotie, maar als betrouwbaar moreel kompas.

Ook tussen juristen onderling werkt dit mechanisme. Men identificeert zich met een kantoor, een generatie, een specialisatie, een ideologische stijl of een proceshouding. Van daaruit ontstaat een morele hiërarchie: onze manier van werken is ernstig, integer en professioneel; de andere is opportunistisch, ijdel, hebzuchtig of toxisch. Het groepsgevoel presenteert zich dan als kwaliteitsbesef. En groepen hebben altijd de behoefte gevoeld te kunnen oordelen over insluiting of uitsluiting. U gelooft toch niet dat mensen vandaag moreel beter zijn dan 86 jaar geleden?

5.3. Paternalisering van de cliënt

In dezelfde beweging wordt de cliënt gemakkelijk gepaternaliseerd. De cliënt is dan niet langer een handelend subject met eigen ambivalenties en wensen, beperkingen en verantwoordelijkheden, maar een drager van slachtofferschap die gered moet worden. Dat lijkt loyaal, maar het is niet zelden in essentie een subtiele vorm van ontkenning en van selectieve verontwaardiging. Een cliënt die enkel nog als slachtoffer wordt benaderd, verliest ook zijn of haar handelingsvermogen. Het gaat dan niet meer om de cliënt, maar uiteindelijk alleen nog om de advocaat (of rechter) zelf.

Voor de advocaat is dat comfortabel. Een ongedifferentieerd onschuldige cliënt legitimeert een harde strijd. Een gedemoniseerde tegenpartij legitimeert escalatie. Een gepaternaliseerde cliënt legitimeert plaatsvervangend spreken. Zo wordt de redderrol niet alleen psychologisch aantrekkelijk, maar kan deze ook professioneel worden uitgebuit, zowel door een advocaat, een mandataris als door een magistraat.

5.4 Menselijke en juridische schade

Dit alles is niet alleen schadelijk voor het welzijn van juristen. Het is ook juridisch gevaarlijk. Zodra men de ander moreel heeft vastgezet, luistert men niet meer werkelijk. De ander verliest recht van spreken en daarmee ook bestaansrecht. Audi et alteram partem wordt dan een mooi beginsel dat in de rechtbank moet gelden, maar dat men ter zijde legt in de eigen observaties. Nemo judex in causa sua geldt voor instituties, maar zelden voor het eigen ego. Het gelijkheidsbeginsel geldt op papier, maar in de interpretatie van intenties eist men voor zichzelf context en voor de ander essentie. Het zorgvuldigheidsbeginsel vraagt aandachtige reconstructie, maar tegenover de andere jurist volstaat de indruk en het horen zeggen.

Zo ontstaan al dan niet intentionele misverstanden die niet anders kunnen dan zichzelf versterken. Afwijking en onaangepastheid zijn op zich voldoende bewijs. Wie niet doet wat “gebruikelijk” is, is verdacht. Wie de ander eerst als boosaardig kadert (en daarvan ook voldoende anderen weet te overtuigen) , zal onduidelijkheid als bewijs zien, slordigheid als schuld, vertraging als minachting en tegenspraak als manipulatie. De kans dat men dat beeld nog effectief en ten gronde bijstelt, is bijna onbestaande.

6. Wat dan?

We hoeven ons niet te veel illusies te maken over de veranderbaarheid van mensen, laat staan van juristen. Ook voor hen geldt niet zelden dat macht gaat boven recht, netwerk boven principes. Maar niettemin zou er enige vooruitgang mogelijk zijn.

Men zou, als eerste oefening, gedrag van karakter kunnen onderscheiden. Niet: “die rechter is intellectueel oneerlijk”, maar: “dit argument is niet behandeld en dit gevolg is niet gemotiveerd”. Niet: “die confrater is toxisch”, maar: “die confrater gebruikt intimiderende taal, reageert niet op essentiële punten en escaleert systematisch”. Men hoeft geen scherpte te verliezen om niet totalitair en definitief te oordelen.

De tweede oefening is situationele nederigheid. Voor elk negatief oordeel over een andere jurist hoort minstens één serieuze contextuele hypothese te worden geformuleerd die het eigen gelijk mogelijk in vraag stelt. Niet om de ander vrij te pleiten, maar om de eigen waarneming te disciplineren en te objectiveren. Als men dat belangrijk zou vinden, ten minste.

De derde oefening betreft de cliënt. De advocaat dient de cliënt niet door hem heilig te verklaren of te infantiliseren. Een goede advocaat maakt de cliënt niet kleiner door alle verantwoordelijkheid over te nemen, maar ook niet groter door hem moreel te zuiveren. Hij helpt de cliënt de juridische en niet-juridische realiteit onder ogen te zien, inclusief het eigen (mogelijk kwalijke) aandeel, de eigen kwetsbaarheden en de grenzen van het eigen verhaal.

De vierde oefening is systemisch. Een beroep dat werkelijk volwassen wil zijn, kan zich niet beperken tot mooie woorden over deontologie en respect. Het moet ook structuren bouwen die tegenspraak, intervisie, mentoring, veilige meldkanalen. Structuren moeten transparant functioneren. Alle beginselen van behoorlijk bestuur (onpartijdigheid, zorgvuldigheid, gelijkheid, motivering) moeten openlijk en systematisch worden toegepast. De leiding bepaalt uiteindelijk de cultuur of legitimeert (impliciet of expliciet) een wancultuur.

Het beroep heeft dus minder behoefte aan meer heldendom dan aan meer zelfkennis en transparantie.

5. Slot

Juristen zijn geen helden of heiligen, geen draken of duivels. Het zijn mensen van vlees en bloed, die vanuit hun positie, vanuit hun opvoeding en opleiding, vanuit hun waarneming denken te doen wat ze moeten doen. De illusie van morele superioriteit heeft doorheen de geschiedenis aan heel wat mensen het leven gekost. De echte brandstapels mogen dan (althans in onze contreien) zijn afgeschaft, morele lynchpartijen zijn nog steeds toegestaan.

Nussbaum toont aan dat afgunst, angst en schaamte de belangrijkste emoties zijn die een open samenleving verhinderen tot bloei te komen. Laat ons onze afgunst, onze angsten en onze schaamte diep in de ogen kijken. Niet om onszelf dan moreel te veroordelen, maar wel om daarachter ons kwetsbare zelf te herkennen en te erkennen en mildheid voor onszelf te ontwikkelen. De rest komt dan wel vanzelf.

Stijn Verbist

Lees hier ook andere stukken van Stijn Verbist


Voetnoten

[1] Lee Ross, “The Intuitive Psychologist and His Shortcomings: Distortions in the Attribution Process,” in Advances in Experimental Social Psychology 10 (1977): 173–220. Ross omschrijft de fundamentele attributiefout als de neiging om situationele factoren te onderschatten en dispositionele factoren te overschatten; James A. Shepperd, W. Miles Malone en Kate Sweeny, “Exploring Causes of the Self-Serving Bias,” Social and Personality Psychology Compass 2, nr. 2 (2008): 895–908. De self serving bias beschrijft de neiging gewenste uitkomsten aan zichzelf en ongewenste uitkomsten aan externe factoren toe te schrijven.

[2] En volgens sommigen helemaal niet: zie Determined: a science about life without free will van Robert Sapolsky (2023). Deze bioloog van Stanford betoogt (zeer overtuigend overigens) dat vrije wil niet bestaat en dat al ons gedrag biologisch en omgevingsbepaald is. Of Free Will van Sam Harris (2012) die betoogt dat vrije wil een illusie is.

[3] Richard E. Nisbett en Timothy D. Wilson, “Telling More Than We Can Know: Verbal Reports on Mental Processes,” Psychological Review 84, nr. 3 (1977): 231–259. De auteurs betogen dat mensen vaak weinig directe introspectieve toegang hebben tot de mentale processen achter hun oordelen en keuzes.

[4] Marloes ter Huurne, Het advocatenbrein: psychologie voor juristen (Den Haag: Boom Juridisch, 2023). 21. De verwijzing in het citaat naar “3.6 keer zoveel depressies” sluit aan bij W.W. Eaton e.a., “Occupations and the Prevalence of Major Depressive Disorder,” Journal of Occupational Medicine 32, nr. 11 (1990), waarin voor advocaten een odds ratio van 3,6 wordt vermeld.

[5] Marloes ter Huurne, Het advocatenbrein: psychologie voor juristen (Den Haag: Boom Juridisch, 2023).

[6] Marloes ter Huurne, Het advocatenbrein: psychologie voor juristen (Den Haag: Boom Juridisch, 2023). Vgl. ook Kennon M. Sheldon en Lawrence S. Krieger, “Does Legal Education Have Undermining Effects on Law Students? Evaluating Changes in Motivation, Values, and Well-Being,” Behavioral Sciences & the Law 22, nr. 2 (2004): 261–286.

[7] Voeg daar tegenwoordig gerust ook cokegebruik bij.

[8] Kennon M. Sheldon en Lawrence S. Krieger, “Does Legal Education Have Undermining Effects on Law Students? Evaluating Changes in Motivation, Values, and Well-Being,” Behavioral Sciences & the Law 22, nr. 2 (2004): 261–286. Volgens de samenvatting begonnen rechtenstudenten met een hoger subjectief welzijn dan een vergelijkingsgroep, maar tegen het einde van het eerste jaar was dat welzijn sterk gedaald; Patrick R. Krill, Ryan Johnson en Linda Albert, “The Prevalence of Substance Use and Other Mental Health Concerns Among American Attorneys,” Journal of Addiction Medicine 10, nr. 1 (2016): 46–52. In een steekproef van 12.825 werkende advocaten rapporteerde de studie 28 procent symptomen van depressie, 19 procent angst, 23 procent stress en 20,6 procent problematisch alcoholgebruik; Lawrence S. Krieger en Kennon M. Sheldon, “What Makes Lawyers Happy? A Data-Driven Prescription to Redefine Professional Success,” George Washington Law Review 83, nr. 2 (2015): 554–627. De auteurs vinden dat autonomie, verbondenheid, competentie en intrinsieke motivatie veel sterkere voorspellers zijn van welzijn dan prestige, rang, inkomen of billable hours; billable hours correleren zelfs negatief met welzijn. De respondenten waren ook niet breed geneigd om het gedrag van rechters en advocaten als professioneel of het systeem als eerlijk te beoordelen.

[9] Orde van Vlaamse Balies, “2 op 3 advocaten in gevarenzone stress” (2020), over de welzijnsbevraging met 1.514 respondenten: 89,68 procent ervaart stress op het werk; twee op drie ervaart die stress als een probleem; 9 procent rapporteert pesten op het werk; Orde van Vlaamse Balies, “Welzijn van advocaten: inzichten & uitdagingen in 2023” (2024): hoge werk- en prestatiedruk blijft; bijna 70 procent merkt een toename van agressie binnen het beroep. Zie ook de OVB-pagina “Welzijn van advocaten” voor de synthese dat advocaten lager scoren op welzijn dan de doorsnee bevolking.

Recente Jobs

Advocaat
Bouwrecht Ondernemingsrecht Vastgoed
3 - 7 jaar
Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen
Advocaat
Bouwrecht Ondernemingsrecht Vastgoed
0 - 3 jaar
Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen
Accountancy Advisor
Accountancy
0 - 3 jaar
Antwerpen Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant West-Vlaanderen
Auditor
Financieel recht Fiscaal recht
0 - 3 jaar
Antwerpen Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen
Belastingadviseur
Accountancy Fiscaal recht
0 - 3 jaar
Antwerpen Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen

Blijf op de hoogte

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

0 Reacties

0 reacties

Een reactie versturen

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *