CSRD-versimpeling na Omnibus I: dit verandert voor uw bedrijf cover

26 feb 2026 | Corporate & Accountancy

CSRD-versimpeling na Omnibus I: dit verandert voor uw bedrijf

Recente vacatures

Advocaat
Arbeidsrecht
1 - 3 jaar
Antwerpen
Advocaat
Ondernemingsrecht Vennootschapsrecht
1 - 3 jaar
Antwerpen
Advocaat-stagiair
Omgevingsrecht
0 - 3 jaar
Antwerpen
Tax manager
Fiscaal recht
3 - 7 jaar
Vlaanderen
Estate planning manager
Estate Planning
3 - 7 jaar
Oost-Vlaanderen

​Bijna exact een jaar nadat de Europese Commissie op 26 februari 2025 haar eerste Omnibus-voorstel publiceerde, ging de Europese Raad op 24 februari 2026 akkoord met ‘Omnibus I’, het versimpelingspakket dat cruciale wijzigingen aanbrengt in de tijdslijn, drempelwaarden en inhoud van de Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD) en de Corporate Sustainability Due Diligence Directive (CSDDD). Na een turbulent en onzeker jaar rond de toekomst van ‘corporate sustainability’ in Europa komen we dankzij dit akkoord eindelijk weer in rustiger vaarwater. In dit artikel bespreken we de CSRD, duiken we in de belangrijkste inhoudelijke wijzigingen en bekijken we wat dit betekent voor bedrijven binnen en buiten de scope.

Versimpeling was welkom

De filosofie van de CSRD was (en is) om door middel van verplichte, publieke en gestandaardiseerde verslaggeving méér én betrouwbare, vergelijkbare duurzaamheidsinformatie van middelgrote en grote ondernemingen publiek beschikbaar te maken. Op die manier zou ‘niet-financiële’ informatie op hetzelfde niveau komen als financiële informatie en zo investeerders in staat stellen goedgeïnformeerd investeringsbeslissingen te maken.

Conceptueel sterk, maar in de praktijk was er voor de verplichte bedrijven vaak een leger aan consultants nodig (inclusief ondergetekende) om het kluwen te ontwarren dat de CSRD & ESRS waren. Kortom, meer voorbereidingstijd en minder complexiteit waren welkom.

Nieuwe deadlines en drempelwaarden

In april werd de zogenaamde ‘Stop-The-Clock’-Richtlijn geadopteerd, waardoor bedrijven binnen de drempelwaarden van de CSRD twee jaar extra krijgen om hun eerste rapport uit te brengen, namelijk publicatie in 2028 over het jaar 2027.

De drempelwaarden zelf waren doorheen het jaar voer voor veel discussie tussen de Europese instellingen, maar ook hierrond is intussen de kogel door de kerk: in december keurde het Europees Parlement de herziene drempelwaarden voor CSRD-rapportering goed, die sinds deze week ook finaal zijn. Hierdoor valt 90% van de bedrijven nu buiten de originele scope en blijven er zo’n 8.000 bedrijven wereldwijd over die verplicht moeten rapporteren. Opvallend: deze herziene scope is zelfs kleiner dan de voorloper van de CSRD, de Non-Financial Reporting Directive (NFRD), die tussen 2017 en 2023 gold voor beursgenoteerde bedrijven en bedrijven van openbaar belang.

Wat verandert er in de inhoud?

Daarnaast werden intussen ook de zogenaamde European Sustainability Reporting Standards (‘ESRS’) herzien door het adviserend orgaan EFRAG[1] op vraag van de Europese Commissie. Deze werden in december als ontwerp gepubliceerd, met 61% minder informatievereisten dan voorheen. Let wel, deze moeten nog door de Europese Commissie worden goedgekeurd en zullen pas midden 2026 finaal zijn, dus wijzigingen zijn nog mogelijk. De belangrijkste tendensen zijn echter helder. Hieronder vindt u een aantal van de belangrijkste wijzigingen in de voorlopige versie van de herziene standaarden:

Meer vrijheid in de dubbele materialiteitsanalyse

Het dubbele materialiteitsprincipe, waarbij een bedrijf enkel over de belangrijkste duurzaamheidsonderwerpen moet rapporteren, blijft overeind staan als bouwsteen van de CSRD. Hoe men tot deze onderwerpen komt, is echter vereenvoudigd: complexe scoring en berekeningen kunnen achterwege worden gelaten en een bedrijf kan de analyse meer ‘top-down’ benaderen. De methodologie en resultaten moeten wel nog steeds worden gevalideerd door een accountant.

Vooral minder kwalitatieve informatievereisten

Er zijn inderdaad heel wat minder informatievereisten in de herziene ESRS (61% minder), maar EFRAG heeft haar snoeischaar met name gezet in de kwalitatieve stukken. Deze zijn verminderd in lengte en complexiteit en duplicatie doorheen de standaarden wordt nu grotendeels vermeden. Op een paar beperkte uitzonderingen na, zijn de verwachte kwantitatieve datapunten echter met rust gelaten.

Meer flexibiliteit in de presentatie van het rapport

Indien voorheen al iemand vrijwillig duurzaamheidsverslagen las, maakte de CSRD dit nóg onaantrekkelijker: de verplichte presentatie van informatie was erg rigide en onleesbaar: voornamelijk droge teksten en tabellen, zoals treffend geïllustreerd in Umicore’s 2024 Sustainability Statements. De herziene ESRS staan meer flexibiliteit toe in hoe bedrijven de verplichte informatie presenteren, zodat ze die meer visueel en leesbaarder kunnen voorstellen. Voor technische paragrafen kan nu bijvoorbeeld gebruik gemaakt worden van appendices of kan er naar externe documenten worden gerefereerd.

Vrijstelling in geval van ‘onevenredige kosten of inspanningen’

Op verschillende plaatsen doorheen de ESRS kan een bedrijf nu beroep doen op het ‘undue cost of effort’-principe: de informatie is niet beschikbaar omdat het verzamelen ervan tot ‘onevenredige kosten of inspanningen’ zou leiden. Wat dit precies inhoudt, kan het bedrijf zelf bepalen. Wel wordt verwacht dat dit jaarlijks opnieuw wordt geëvalueerd.

Externe verificatie

Om gebruikers van informatie vertrouwen te geven in de gepubliceerde informatie, blijft verificatieverplichting door een externe accountant verplicht. Dit zal echter beperkt blijven tot ‘beperkte mate van zekerheid’ (limited assurance) en zal niet meer evolueren naar ‘redelijke mate van zekerheid’ (reasonable assurance), zoals voorheen wel de bedoeling was.

Golf 2-bedrijven: extra tijd en strategische focus

Indien uw bedrijf niet onder de NFRD viel, maar wel nog binnen de CSRD-scope (de zogenaamde ‘Golf 2’-bedrijven) bent u verplicht om vanaf 2028 een CSRD-verslag uit te brengen over het jaar 2027. Hiervoor zal uw bedrijf de herziene ESRS moeten volgen, die midden 2026 finaal zijn.

De grootste impact voor deze groep is meer ademruimte, al blijven deze bedrijven beter niet bij de pakken zitten: voldoen aan de CSRD en rapporteren volgens de ESRS betekent nog steeds een titanenwerk. Het positieve is dat er nu meer tijd is om eerst te focussen op de inhoud en daarna pas op de vorm, in plaats van gehaast een verslag uit te brengen dat enkel aan de wetgeving voldoet. De twee extra jaren geven bedrijven de kans duurzaamheid meer structureel te organiseren, alvorens er verplicht over te rapporteren, waarbij de CSRD en de ESRS als nuttig referentiekader dienen.

Bedrijven buiten de scope: inzicht in waardevolle duurzaamheidsacties

De woelige wateren van het afgelopen jaar hebben vooral voor veel onzekerheid gezorgd bij de groep bedrijven met tussen de 250 en 1000 medewerkers, die uiteindelijk buiten de scope vallen. Als houvast kregen ze tijdens de vele Omnibus-webinars vaak het concept ‘no-regret actions’ te horen: acties die hoe dan ook van waarde zijn, of je er nu verplicht over moet rapporteren of niet.

Hier ligt dan ook het lichtpuntje van dit rommelige proces: die acties bestaan voor ieder bedrijf. De plotse urgentie van de CSRD verplichtte ook de grotere kmo ertoe om strategisch over duurzaamheid na te denken. Dit heeft waardevolle inzichten opgeleverd en interne processen in beweging gezet.

Vrijwillige rapportering blijft cruciaal

Dankzij de ‘value chain cap’ uit Omnibus I hebben bedrijven met minder dan 1000 medewerkers nu het recht om informatievragen rond duurzaamheid te weigeren die verder gaan dan een minimumstandaard. Tijdens de zomer, vóór de wijziging van de drempelwaarden, had de Europese Commissie hiervoor de VSME-standaard aanbevolen, oorspronkelijk ontwikkeld voor bedrijven met minder dan 250 medewerkers. Met de herziening van de drempelwaarden, lijkt deze standaard echter erg beperkt voor de grotere bedrijven buiten de CSRD-scope.

Het is verder niet omdat ze ‘het recht’ hebben om informatievragen van klanten en investeerders te weigeren, dat dat commercieel ook het verstandigste is om te doen. Vragen van klanten en investeerders waren er al voor de CSRD, en die zullen blijven bestaan. Proactief richting klanten over duurzaamheid communiceren kan bovendien onderscheidend werken. Informatie verzamelen en vrijwillig rapporteren over duurzaamheid blijft daarom relevant, en hoe meer gestandaardiseerd, hoe beter. Voor bedrijven buiten de scope kunnen de ESRS nog steeds als nuttig kader worden gebruikt.

Rapporteren met een doel: focus op wat er écht toe doet

Ongeacht de omvang van uw bedrijf, en of u al dan niet aan de CSRD moet voldoen, blijft de kernvraag: welke informatie is relevant om te verzamelen en hoe kunnen we deze effectief inzetten? Duurzaamheidsinformatie puur voor rapportering voegt weinig waarde toe. Ons advies is daarom een pragmatische aanpak, zeker nu de Omnibus hiervoor de ruimte biedt. Denk kritisch na over welke informatie écht nuttig is. Instrumenten zoals de dubbele materialiteitsanalyse, de herziene ESRS en de input van interne en externe stakeholders vormen hierbij belangrijke strategische hulpmiddelen. Tot slot: accepteer dat het een proces van lange adem is, maar cruciaal om duurzaamheid daadwerkelijk in de organisatie te verankeren.

Johanna Haerens


Voetnoten

[1] EFRAG staat voor European Financial Reporting Advisory Group en is een onafhankelijke Europese adviesorganisatie die de Europese Commissie adviseert over verslaggevingsstandaarden.

Recente vacatures

Advocaat
Arbeidsrecht
1 - 3 jaar
Antwerpen
Advocaat
Ondernemingsrecht Vennootschapsrecht
1 - 3 jaar
Antwerpen
Advocaat-stagiair
Omgevingsrecht
0 - 3 jaar
Antwerpen
Tax manager
Fiscaal recht
3 - 7 jaar
Vlaanderen
Estate planning manager
Estate Planning
3 - 7 jaar
Oost-Vlaanderen

Blijf op de hoogte

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

0 Reacties

0 reacties

Een reactie versturen

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *