Aviniti

 

LAMON op woensdag

Mr. Hugo LAMON is advocaat aan de balies van Limburg en Brussel NL (LAMON LAW).
Hij mengt zich regelmatig in het maatschappelijk debat over justitie.

Iedere woensdag maakt hij op Jubel een persoonlijke beschouwing.

Advocaten en magistraten behoren volgens de COVID 19-noodmaatregelen tot de essentiële dienstverleners en moeten ook in deze  barre coronatijd gewoon verder doen en daarbij in de mate van het mogelijke rekening houden met de regels van ‘social distancing’ (had u  een maand geleden al van dat begrip gehoord?).

Het maatschappelijk leven viel vorige maand echter stil en ook bij veel advocatenkantoren was het gedurende de eerste twee weken van de lockdown zorgwekkend rustig, zonder telefoons en e-mails en met angstig personeel dat er vaak naar snakte om thuis te blijven. In de paniek van de eerste dagen werd  hier en daar de samenwerking beëindigd met stagiairs en medewerkers. De rechtbanken vaardigden noodmaatregelen af, waarvan vooral de diversiteit en gebrekkige samenhang zijn bijgebleven.

Een maand later is justitie op zoek naar een nieuw elan. Advocaten hebben nu dagelijkse videconferenties met hun cliënten. Tot enkele weken geleden was dit voor velen onbekend terrein, maar nu wordt er druk gediscussieerd over wat de veiligste tool is. Plots blijkt de GDPR-regelgeving  de geesten te beroeren  (“Is Zoom wel privacy-proof?”), terwijl anderen klagen over de gebruiksfaciliteiten (“Jammer dat er bij Teams zo weinig mensen in beeld komen”) en op verschillende plaatsen kijkt men uit naar de eerste pleidooien voor de webcam. Het is overigens een wereldwijd fenomeen. Vorige week berichtte de New York Times over videozittingen en liet de krant een New Yorkse rechter aan het woord die de balie aanspoorde tot ‘videozitting-etiquette’. Blijkbaar had een New Yorkse vrouwelijke confrater er niets beter op gevonden dan thuis vanuit haar bed te pleiten (het artikel vermeldt niet in welke outfit) en de rechter vond dat de balie hierover best wat orde op zaken zou stellen. Videozittingen vinden dan wel plaats in een virtuele zittingszaal, er lijkt in Vlaanderen toch wel consensus over te bestaan dat de advocaat ook in die omstandigheden pleit in toga.

Er worden nu ook massaal via digitale weg massaal conclusies en stukken neergelegd, net als briefwisseling met de rechtbanken. De buitenwereld verbaast er zich misschien over dat zoiets nieuwswaarde heeft, maar het lijkt er op dat de digitalisering van justitie met de coronacrisis een grote (en allicht onherroepelijke) reuzestap voorwaarts heeft gezet.

Intussen wordt er gezocht naar hoe justitie kan terugkeren naar de normale toestand. De afgelopen weken bleven vele stafzaken onbehandeld, al wist de krant De Tijd (22 april) te melden dat het hof van beroep in Antwerpen deze en volgende week 200 arresten zal uitspreken in strafzaken, waarbij de arresten kosteloos en digitaal worden toegestuurd. “Er komen nog amper advocaten langs op de griffies, alles verloopt digitaal. Never waste a good crisis” zo liet de woordvoerder noteren in de krant.

Ook  in andere zaken was er  globaal genomen een terugloop, al deed iedereen zijn best om de schade te beperken.  Het KB nr. 2 zorgt  soms “van rechtswege” voor het opschuiven van de pleitdatum. Zowel aan de zijde van de balie als de magistratuur wordt naar creatieve middelen gezocht om zo weinig mogelijk zaken naar de Griekse kalender te sturen. Maar eens de corona-tijd voorbij zal iedereen toch een tandje moeten bijsteken om het gerechtelijk apparaat niet nog meer achterop te laten hinken.

De balie benadrukt dat de huidige crisismaatregel die maakt dat burgerlijke zaken  in principe niet meer gepleit worden (en er dus enkel een schriftelijke procedure overblijft) een tijdelijke maatregel moet blijven en van zodra mogelijk mondelinge toelichting terug moet mogelijk worden (al kan er zeker in een aantal gevallen efficiënt worden ingezet op videozittingen).

Maar er zal in de komende maanden ook een noodzakelijke inhaalbeweging moeten worden gemaakt. De reeds geplande vakantiezittingen zullen zich niet mogen beperken tot het louter administratief verdagen van de zaken tot na de vakantie. En allicht zullen sommige rechtbanken die de voorbije weken technisch werkloos waren extra zittingen moeten overwegen begin juli en eind augustus.

Er zijn natuurlijk morrende magistraten en immer klagende advocaten, maar de jongste weken valt vooral de gezamenlijke bezorgdheid op om er alles aan te doen om justitie niet verder te laten ontsporen. Want het staat nu al vast dat de wekenlange afzondering  van “elk in zijn kot” zijn weerslag zal hebben. In de afhandeling van al die problemen zal ook een beroep worden gedaan op justitie en de rechtzoekenden hebben dan recht  – nog meer dan anders – op een performante justitie. Dat vergt het zo efficiënt mogelijk inzetten van de schaarse middelen.

Hugo LAMON

Meer blogposts lezen van Hugo Lamon? Dat kan hier!

Hugo Lamon

Mr. Hugo Lamon is advocaat aan de balie van Limburg en Brussel NL. Hij publiceert over o.m. ondernemingsrecht en deontologie. Hij mengt zich al jaren in het maatschappelijk debat over justitie.

Bekijk alle artikelen

1 reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

  • Het artikel van Meester H. Lamon hoeft toch enige verduidelijking, waarbij ik enkel in eigen naam kan spreken vooral uit ervaring met de rechtbanken van eerste aanleg.
    Zittingen tijdens de coranacrisis.
    Een aantal zittingen moesten noodgedwongen verdaagd worden ingevolge het K.B. van Minister Geens. Toch zijn ook een aantal strafzaken gewoon doorgegaan onder andere door het gebruik van Webex. De zittingen van de raadkamer en de kamer van inbeschuldigingstelling gingen gewoon door, waarbij de aangehoudene al of niet vertegenwoordigd werd door een advocaat.
    Bij de meeste rechtbanken werden de burgerlijke zaken schriftelijk verder behandeld, nog vooraleer het K.B. er kwam.
    Gerechtelijk verlof
    Het begrip gerechtelijk verlof wekt bij de burger de onaangename indruk dat hun rechtmatige belangen tijdens twee maanden worden verwaarloosd om de magistraten in staat te stellen uitzonderlijk lang vakantie te nemen.
    De juiste informatie is de volgende en iedere advocaat weet dat:
    In de meeste rechtbanken ziet het verlof als volg uit:
    – twee weken dienst en hopen dat alles van die twee weken gevonnist wordt in die twee weken, hetgeen meestal niet het geval is;
    – twee weken of meer opkuis van de achterstand; iedere week worden er immers nieuwe zaken gepleit en in principe moeten die zaken klaar zijn tegen de volgende week, hetgeen in realiteit niet haalbaar is;
    – vier weken verlof hetzij 20 werkende dagen.

    De reden waarom indertijd het gerechtelijk verlof werd ingevoerd was onder meer op vraag van de advocaten, die tijdens het gerechtelijk verlof de tijd kregen om hun achterstand op te kuisen en in alle rust conclusies te maken. Ook zij hebben recht op verlof.

    Daarnaast werd rekening gehouden met het feit dat gedurende deze maanden de burgers met gerust gemoed op verlof konden gaan en het niet de bedoeling was de burgers te verschalken door een veroordeling bij verstek of het laten verstrijken van beroepstermijnen.

    Blijkbaar voelt niemand, en al zeker niet de Minister van Justitie, zich geroepen om het op te nemen voor de magistraten omwille van de vereiste terughoudendheid.

    Misschien is het nuttig om te herhalen dat de kaders door de Minister van Justitie nog altijd niet 100% ingevuld worden en dat niemand zich iets aantrekt van de door de regering voorgeschreven veiligheidsmaatregelen, zoals voldoende afstand, ter beschikking stellen van ontsmettingsmateriaal enz. onder het motto “trek uw plan”.

    Eric Beaucourt