Expertise

Co-titularis van een rekening: dading over eigendomsrecht heeft geen invloed op erfbelasting

DELBOO
Geschreven door DELBOO

In het kader van de vereffening-verdeling van een nalatenschap wordt een regeling getroffen over de tegoeden op een rekening waarvan de overledene, samen met een derde, co-titularis was. In deze dading wordt bepaald dat de derde de enige eigenaar is van de tegoeden. De zus van de overledene (en zijn enige erfgenaam) had de gelden wel voor de helft aangegeven in de aangifte van nalatenschap en vraagt op grond van de dading teruggave van de erfbelasting aan de belastingdienst. Zij vangt echter bot bij het hof van beroep te Gent (Gent 21 februari 2020).

Achtergrond

De stiefmoeder van de overledene opende in 2002 op haar naam een effectenrekening bij een Luxemburgse bank. In 2004 krijgt de overledene een volmacht op deze rekening. Enkele jaren later wordt hij door zijn stiefmoeder co-titularis van de rekening gemaakt. Tot op het moment van zijn overlijden in 2012 voerde de overledene echter geen enkele verrichting uit op deze rekening.

De zus van de overledene, die zijn enige erfgenaam is, neemt de helft van de tegoeden op deze rekening op in het actief van de nalatenschap. Zij vermeldt in de aangifte duidelijk dat het eigendomsrecht van deze goederen betwist is (de stiefmoeder had meteen na het overlijden alle tegoeden overgeheveld naar een rekening op haar naam alleen). Na ontvangst van de afrekening van de belastingdienst betaalt de zus van de overledene – onder voorbehoud – erfbelasting op de aangegeven banktegoeden.

De zus van de overledene probeert tevergeefs om de helft van de tegoeden op de gemeenschappelijke rekening terug te vorderen van haar stiefmoeder. In het kader van de vereffening-verdeling van de nalatenschap wordt door de zus van de overledene en de stiefmoeder na onderhandelingen uiteindelijk een dading bereikt waarin wordt bepaald dat de stiefmoeder de enige eigenaar is van de tegoeden op de Luxemburgse rekening. De zus van de overledene vordert teruggave van erfbelasting voor deze tegoeden die zij in de aangifte had opgenomen. De belastingdienst gaat hier niet op in en er wordt een gerechtelijke procedure opgestart.

In eerste aanleg wordt de Vlaamse Belastingdienst in het gelijk gesteld, waarop de zus van de overledene hoger beroep instelt bij het hof van beroep te Gent.

Was er sprake van een schenking?

De zus van de overledene stelt dat het toevoegen van haar broer als co-titularis van de rekening enkel uit praktische overwegingen is gebeurd, wegens de slechte gezondheidstoestand van hun stiefmoeder, zodat haar broer het beheer van de rekening kon waarnemen. Er is bijgevolg geen sprake van een schenking.

Dit argument kan het hof echter niet overtuigen. Het hof meent dat een beheer van de rekening reeds mogelijk was op grond van de bestaande volmacht. Bovendien is het beheer van de rekening de facto steeds door de stiefmoeder gebeurd, de overledene heeft zelf nooit enige verrichting uitgevoerd. Hieruit leidt het hof af dat een begiftigingsinzicht aanwezig is en dus een schenking voorligt. Een ander motief wordt door de appellante niet bewezen. Door de erflater medetitularis te maken en hem de volledige beschikking te geven over alle banktegoeden, werd de erflater mede-eigenaar van deze tegoeden en kon de belastingdienst correct vaststellen dat, bij gebrek aan een andere gespecificeerde verdeelsleutel, bij overlijden het saldo van de tegoeden geacht wordt aan elk van de titularissen voor de helft toe te behoren.

Merkwaardig genoeg argumenteerde de zus van de overledene voor het hof dat een begiftigingsinzicht zeker niet de enige reden was om haar broer co-titularis van de rekening te maken. Ze verwees onder meer naar de wens om bij het overlijden van de stiefmoeder te ontsnappen aan erfbelasting door de rekening leeg te maken en de tegoeden door te geven aan haar erfgenamen. Het hof achtte deze vreemde bewering niet bewezen.

Impact van de dading?

Als tweede argument haalt de appellante aan dat de belastingdienst de dading, waarin definitief een einde wordt gemaakt aan de betwisting over het eigendomsrecht van de banktegoeden, moet respecteren. De dading stelt namelijk duidelijk dat de banktegoeden volledig toebehoren aan de stiefmoeder, waardoor deze ten onrechte werden opgenomen in de aangifte van nalatenschap van de overledene.

Ook dit argument kan het hof niet overtuigen. De dading is volgens het hof niet meer dan een onderlinge regeling tussen de betrokken partijen en creëert geen rechtsgrond om de goederen aan de nalatenschap te onttrekken in strijd met het burgerlijk recht of het erfrecht. De dading is aldus niet tegenstelbaar aan de belastingdienst en kan niet gebruikt worden om een teruggave van erfbelasting te vorderen.

Commentaar

Hoewel wij niet alle achterliggende feiten van deze zaak kennen, komt het ons voor dat de dame in kwestie vooral zichzelf de das heeft omgedaan. Wellicht heeft zij de helft van de tegoeden op de buitenlandse rekening opgenomen in de aangifte van nalatenschap om haar vordering tegen haar stiefmoeder kracht bij te zetten. Gaandeweg lijkt zij het geweer van schouder te hebben veranderd en heeft zij – reeds lang voor de dading werd afgesloten – tegenover de belastingdienst zelf geargumenteerd dat de tegoeden niet aan haar broer toekwamen.

Nu bovendien blijkt dat de dame voor het hof zelf heeft erkend dat haar stiefmoeder handelde met begiftigingsinzicht, en ook om het ontduiken van erfbelasting op haar nalatenschap mogelijk te maken, is het weinig verrassend dat het Hof geen rekening heeft gehouden met de dading.

Opmerking plaatsen

Uw naam wordt privé weergegeven op de website en is niet zichtbaar voor anderen. Uw e-mailadres wordt opgeslagen maar niet gepubliceerd.