Expertise

Beurstaks: tussenkomst van een professionele tussenpersoon

De taks op de beursverrichtingen (hierna beurstaks) is verschuldigd wanneer de voorwaarden van de artikelen 120 en volgende van het Wetboek Diverse Rechten en Taksen (WDRT) vervuld zijn. We focussen ons op de voorwaarde van de tussenkomst van een professionele tussenpersoon.

Vier voorwaarden

Een verrichting is onderworpen aan de taks als er aan de vier volgende voorwaarden is voldaan:

  • De verrichting heeft Belgische of buitenlandse openbare fondsen tot voorwerp.
  • De verrichting heeft betrekking op de overdracht onder bezwarende titel van effecten, waaronder koop, aankoop en meer algemeen iedere afstand of verwerving onder bezwarende titel. Ook de aankoop van eigen aandelen door een beleggingsvennootschap valt hieronder als het gaat om kapitalisatieaandelen.
  • De verrichting vindt plaats in België.
  • Er komt een professionele tussenpersoon tussen bij de verrichting (dit is een a contrario-argument: artikel 126 WDRT zegt dat de verrichting is vrijgesteld als er geen tussenpersoon aan te pas komt).

Het begrip ‘professioneel tussenpersoon’

Het WDRT bevat geen definitie van het begrip ‘professioneel tussenpersoon’ als dusdanig. Wel verwijst het wetboek naar verschillende tussenpersoon die onder dit begrip vallen.

Een ‘financieel tussenpersoon’ is iedere persoon die als normale activiteit het verlenen van diensten inzake investering heeft. Het komt, kort gezegd, neer op personen die de volgende diensten verrichten:

  1. Orders met betrekking tot één of meer financiële instrumenten ontvangen en doorgeven, met inbegrip van het met elkaar in contact brengen van twee of meer beleggers waardoor tussen deze beleggers een verrichting tot stand kan komen.
  2. Uitvoeren van orders voor rekening van cliënten.
  3. Handelen voor eigen rekening.
  4. Vermogensbeheer.
  5. Beleggingsadvies.
  6. Financiële instrumenten (met plaatsingsgarantie) overnemen en/of plaatsen.
  7. Financiële instrumenten zonder plaatsingsgarantie plaatsen.
  8. Multilaterale handelsfaciliteiten uitbaten.

De wet vermeldt ook de ‘gekwalificeerde tussenpersonen’. Het gaat om personen die tot één van de volgende categorieën behoort:

  1. Kredietinstellingen naar Belgisch recht.
  2. Kredietinstellingen waarvan de Staat van herkomst een andere lidstaat van de Europese Economische Ruime (EER) is en die in België beleggingsdiensten mogen verstrekken.
  3. Kredietinstellingen waarvan de Staat van herkomst een derde staat is en die in België beleggingsdiensten mogen verstrekken.
  4. Beleggingsondernemingen naar Belgisch recht die over een vergunning als beursvennootschap of vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies beschikken.
  5. Beleggingsondernemingen waarvan de Staat van herkomst een andere lidstaat van de EER is en die in België beleggingsdiensten mogen verstrekken.
  6. Beleggingsondernemingen waarvan de Staat van herkomst een derde staat is en die in België beleggingsdiensten mogen verstrekken.
  7. De Europese Centrale Bank, de NBB en de andere centrale banken van de lidstaten van de EER.
  8. Andere financiële tussenpersonen aangeduid door de Koning op advies van de FSMA.

Kort gezegd gaat het over kredietinstellingen, tussenpersonen die bancaire diensten verlenen en vennootschappen die beleggingsadvies geven. Vallen er niet onder: verzekeringsmaatschappijen, collectieve beleggingsinstellingen, financiële instellingen die hypothecaire en consumentenkredieten verlenen.

Daarnaast zijn er nog andere personen die onder de wet vallen, maar die niet onder één van de bovengenoemde categorieën kunnen worden ondergebracht.

Het begrip ‘tussenkomst’

Om onder het toepassingsgebied van de taks te vallen, moet de verrichting plaatsvinden met ‘tussenkomst’ van de professionele tussenpersoon. De vraag rijst dus wat er precies bedoeld wordt met ‘tussenkomst’ van’.

Zoals hierboven al vermeld schrijft het WDRT nergens expliciet voor dat er tussenkomst van een professioneel tussenpersoon nodig is opdat de heffing verschuldigd is. Deze laatste voorwaarde kunnen we echter a contrario afleiden uit artikel 126/1, lid 1, 1° dat stelt dat de verrichting is vrijgesteld van belasting als er “geen tussenpersoon van beroep optreedt”.

Tussenkomst voor eigen rekening

Als de tussenpersoon tussenkomt in eigen naam en voor eigen rekening is hij zelf een partij bij de verrichting (bv. hij verwerft de overgedragen effecten). In hoofde van de tussenpersoon is de verrichting wel vrijgesteld. In hoofde van de tegenpartij (de verkoper bv.) is de verrichting wel belastbaar.

Wanneer een Belgische bank van een vennootschap aandelen van een derde vennootschap koopt, vinden er twee verrichtingen plaats: (i) een verwerving onder bezwarende titel van de aandelen door de bank, die onder het toepassingsgebied van de taks valt, maar is vrijgesteld en (ii) de verkoop van de aandelen door de vennootschap, die aan de taks is onderworpen.

Tussenkomst voor rekening van een derde

In dit geval komt de tussenpersoon alleen tussen in naam en voor rekening van een derde (dat kan zowel de koper als de verkoper zijn).

 

Wilt  u meer weten ? Dan kunt u de uitgebreide tekst (FR) van Marc Cordier lezen in Tijdschrift Beleggingsfiscaliteit/Fiscalité des Placements.

Opmerking plaatsen

Uw naam wordt privé weergegeven op de website en is niet zichtbaar voor anderen. Uw e-mailadres wordt opgeslagen maar niet gepubliceerd.