Met Boek 9 van het Burgerlijk Wetboek krijgt de autonome garantie – ook wel bankgarantie of garantie op eerste verzoek – voor het eerst een duidelijke wettelijke basis in België. Tot vandaag werd deze figuur vooral gedragen door rechtspraak, praktijkgewoonten en internationale soft law. Voor dit laatste wordt vaak verwezen naar de zogenaamde URDG 758 (Uniform Rules for Demand Guarantees), een reeks praktische regels opgesteld door de Internationale Kamer van Koophandel (ICC). Deze regels zijn op zich niet bindend, maar worden in de (inter)nationale handel wel vaak gebruikt omdat ze voor uniforme en herkenbare afspraken en dus rechtszekerheid zorgen.
Met de nieuwe regels verduidelijkt de wetgever niet alleen het autonoom karakter van deze zekerheid, maar geeft hij ook aan welke verplichtingen voor de garant gelden en waar de grenzen liggen voor de toepassing van deze rechtsfiguur.

Wat is een autonome garantie?
Een autonome garantie is een persoonlijke zekerheid waarbij een derde partij, de garant (vaak een bank), zich verbindt om op eenvoudig schriftelijk verzoek van de begunstigde een bepaald bedrag te betalen.
Stel dat een aannemer een contract sluit met een bouwheer en bij zijn bank een autonome garantie verkrijgt. Komt de aannemer zijn contractuele verplichtingen niet na, dan kan de bouwheer de bank aanspreken tot uitbetaling van het garantiebedrag. De bank betaalt in dat geval onmiddellijk uit, zonder te onderzoeken of het onderliggende contract al dan niet correct werd uitgevoerd.
Bij een autonome garantie zijn er altijd drie betrokken partijen: de opdrachtgever die de garantie aanvraagt, de begunstigde die ze kan afroepen en de garant die instaat voor de betaling.
Belangrijk te weten is dat de garant niet instaat voor de uitvoering van de onderliggende overeenkomst, maar enkel voor de betaling wanneer aan de voorwaarden van de garantietekst is voldaan. Dat wordt ook duidelijk in het voorbeeld: de bank hoeft niet na te gaan of de aannemer effectief tekortschiet, maar moet betalen zodra de bouwheer een eenvoudig verzoek indient.
Verschil met borgstelling
Een belangrijk pluspunt is dat de wetgever het onderscheid tussen een autonome garantie en de borgtocht duidelijk heeft uitgeklaard. De autonome garantie onderscheidt zich immers fundamenteel van de borgtocht.
Een borgtocht is accessoir van aard: zij is volledig afhankelijk van de onderliggende schuld. De borgsteller is pas tot betaling gehouden wanneer vaststaat dat de hoofdschuldenaar tekortschiet. Bovendien kan de borgsteller dezelfde verweermiddelen inroepen als de schuldenaar zelf.
In de context van ons voorbeeld betekent dit dat, als de bank zich borg zou hebben gesteld voor de aannemer, de bouwheer de bank pas zou kunnen aanspreken nadat afdoende is aangetoond dat de aannemer zijn verplichtingen niet is nagekomen. De bank zou zich daarbij nog kunnen beroepen op het verweer dat de aannemer wél correct heeft gepresteerd of dat de vermeende tekortkoming wordt betwist. Uitbetaling volgt dus pas nadat het onderliggende geschil is uitgeklaard.
Bij een autonome garantie ligt dat anders. Deze zekerheid is niet-accessoir: de verplichting van de garant staat volledig los van de onderliggende overeenkomst. Zodra de garantie geldig wordt afgeroepen overeenkomstig de garantietekst, is de garant verplicht tot betaling, zelfs wanneer tussen opdrachtgever en aannemer nog discussie bestaat over het al dan niet bestaan van een tekortkoming.
Toegepast op hetzelfde voorbeeld betekent dit dat de bouwheer bij een autonome garantie volstaat met een eenvoudig verzoek aan de bank. De bank mag geen onderzoek voeren naar het geschil tussen de bouwheer en de aannemer en moet onmiddellijk tot uitbetaling overgaan.
Dit verregaande karakter verklaart waarom Boek 9 bepaalt dat consumenten geen autonome garantie kunnen afgeven. Doet een consument dat toch, dan wordt de garantie van rechtswege omgezet in een borgtocht. Het beschermingsdoel van deze laatste regel is evident.
Verplichtingen voor de garant
Het autonome karakter van de garantie brengt ook specifieke verplichtingen mee voor de garant.
Ten eerste is de garant bij een geldige afroeping verplicht onverwijld tot betaling over te gaan, en dit uitdrukkelijk binnen een termijn van zeven werkdagen of om de begunstigde te informeren over de weigering tot betaling, met opgave van de reden. Bij niet-naleving van deze verplichtingen is de garant aansprakelijk voor de daaruit voortvloeiende schade.
Zodra de garant een betalingsverzoek ontvangt, heeft hij een duidelijke informatieplicht. Hij dient de opdrachtgever van de garantie hiervan onverwijld op de hoogte te stellen en daarbij tevens mee te delen of het ontvangen verzoek aan de voorwaarden van de garantietekst voldoet. Transparantie en snelheid zijn hierbij essentieel.
Toegepast op het voorbeeld betekent dit dat de bank, zodra de bouwheer een conform verzoek indient, onmiddellijk tot betaling moet overgaan, zonder te onderzoeken of de aannemer daadwerkelijk tekortschiet. De bank moet de aannemer daarvan wel onverwijld in kennis stellen.
Beperkingen en bescherming tegen misbruik
Hoewel de garant in principe geen verweermiddelen uit de onderliggende overeenkomst kan inroepen, mag hij wel weigeren te betalen wanneer het verzoek manifest abusief of bedrieglijk is. Die drempel ligt hoog: alleen wanneer er geen redelijke twijfel bestaat, mag de betaling worden tegengehouden.
In ons voorbeeld kan dit bijvoorbeeld spelen als de bouwheer valse documenten of verklaringen aan de bank overlegt om de garantie op te eisen, bijvoorbeeld door te doen alsof een belangrijke deadline is overschreden, terwijl dat niet klopt.
Deze anti-misbruik-uitzondering vormt een belangrijke begrenzing van de betaalplicht van de garant en benadrukt het onderscheid met de borgtocht.
Duur, overdracht en regres
Een autonome garantie moet binnen de overeengekomen termijn worden ingeroepen. Staat er geen termijn vermeld, dan is de garantie opzegbaar met een redelijke opzeggingstermijn.
Daarnaast is de garantie persoonsgebonden: ze is gekoppeld aan de identiteit van de begunstigde en kan niet worden overgedragen.
Na betaling kan de garant het uitgekeerde bedrag terugvorderen van de opdrachtgever.
Toegepast op ons voorbeeld betekent dit dat de bouwheer de garantie tijdig moet afroepen (binnen de afgesproken termijn, of anders binnen een redelijke termijn). En zodra de bank het bedrag heeft betaald, kan hij dit bedrag verhalen op de aannemer.
Wat is de impact voor de praktijk?
De wettelijke verankering van de autonome garantie brengt meer duidelijkheid, maar laat tegelijk ruime contractvrijheid aan de partijen.
Het merendeel van de nieuwe regels is van aanvullend recht, waardoor partijen de garantie kunnen afstemmen op hun specifieke noden. Dit betekent dat partijen het merendeel van de wettelijke regels kunnen uitsluiten en bijvoorbeeld kunnen opteren voor de regels van de URDG 758.
Het voorbeeld dat doorheen de tekst wordt gebruikt toont hoe een autonome garantie in de kern werkt. In de praktijk gaat het echter vaak om aanzienlijk complexere dossiers, zoals grootschalige bouw- en infrastructuurprojecten, internationale handelscontracten en overheidsopdrachten. Mede gezien de contractuele vrijheid die hier speelt, is het des te belangrijker dat de garantietekst helder en ondubbelzinnig wordt opgesteld.




0 reacties