Column

Zijn juristen ooit onafhankelijk? Een aanzet

Frank Fleerackers
Geschreven door Frank Fleerackers

 

Fleer op één

In Fleer op één reflecteert elke eerste van de maand een gerenommeerd rechtsdenker over justitie in België en daarbuiten. Het collectief wil niet enkel de juridische actualiteit becommentariëren, maar die ook mee maken.

Prof. dr. Frank Fleerackers, hoogleraar Rechtsdenken aan de KULeuven, coördineert het project.

Wanneer juristen bevraagd worden over hun rechtsdenken, volgen hooguit legalistische en categorische antwoorden over loutere wetstoepassing of dito rechtsvergelijking. Een kijk in het hoofd van de oordelende, denkende jurist wordt zelden geboden. Een enkeling waagt het om toe te geven dat zijn beoordelingsproces intuïtief verloopt, nec plus ultra.

De kern van deze problematiek blijkt duidelijk uit het hiernavolgend voorbeeld. Tijdens de jaarlijkse opleidingen bij het Instituut voor Gerechtelijke Opleiding (IGO) werd telkens eenzelfde casus voorgelegd aan een wisselende groep van vijftig tot honderd magistraten. De casus leek eenvoudig.

Op een broeierige zomeravond stapt mevrouw Inge Janssens (70) van de bus en wandelt rustig het voetpad af naar de woning van haar dochter. Vogels fluiten, er is weinig verkeer, mensen zijn mooi uitgedost en groeten elkaar van harte, het lijkt wel een Italiaanse passeggiata. Goedgemutst zet mevrouw Janssens haar wandeling in de laaghangende en enigszins verblindende zon verder, tot ze over een losliggende voetpadtegel struikelt, ten val komt en haar been breekt. Ze stelt de gemeente aansprakelijk, waar deze dient toe te zien op de goede staat van haar voetpaden. De gemeente antwoordt echter dat ze van de gebrekkige tegelsituatie niet eerder op de hoogte was gebracht. Mevrouw Janssens stelt dan weer dat de tegel overduidelijk aan herstelling toe was en dat de gemeente het gebrek zelf eerder had moeten registreren en verhelpen. Wie acht u aansprakelijk dan wel verantwoordelijk, de gemeente of mevrouw Janssens?

Steevast bleek, met die beperkte casusdata, dat de helft van de aanwezige magistraten in de ene dan wel in de andere richting oordeelde. De ene helft achtte de gemeente aansprakelijk, de andere helft verweet de dame.

Elk juridisch oordeel, elk rechtsinzicht, wordt in hoge mate bepaald door de eigenheid van de jurist: vooroordelen en partijdigheden, evenals sympathieën en antipathieën, doch ook contextuele en persoonlijke ervaringen. Van een jurist mag dan verwacht worden dat hij terzake zelfkennis aan de dag legt wanneer hij oordeelt. Tevens dient hij te beseffen dat zuivere wetstoepassing of legalisme bij uitstek onzuiver is, en bovenal onaangepast aan de eigenheid van een (telkens weer) nieuwe casus.

Uit bevraging van magistraten bleek zelfs dat velen geneigd zijn om richtlijnen als de zogenaamde indicatieve tabel inzake schadevergoedingen naar de letter, of naar het cijfer, te volgen, zelfs al noopt de casus in alle kracht tot een andere uitweg, dan wel een substantieel hogere vergoeding.

Aldus bekeken, lijdt de klassiek geschoolde jurist aan een dubbele blindheid, met name voor het effect van de eigen determinanten, alsook voor de aanwending van legalisme als apodictische wetstoepassing. Beide kwalen verdienen reflectie.

Frank Fleerackers

 

Opmerking plaatsen

Uw naam wordt privé weergegeven op de website en is niet zichtbaar voor anderen. Uw e-mailadres wordt opgeslagen maar niet gepubliceerd.