Advocaten Balies Magistratuur Nieuws

Zelfreflectie aan de balie

Geschreven door Hugo Lamon

LAMON op woensdag

Mr. Hugo LAMON is advocaat aan de balie Limburg en bestuurder en woordvoerder van de Orde van Vlaamse Balies.
Iedere woensdag maakt hij op Jubel een beschouwing over justitie.

 

Over dat ene zinnetje van minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon in De zevende dag is al veel gezegd, geschreven, geoordeeld en veroordeeld. Er valt niet veel meer aan toe te voegen. Het is al zo vaak herhaald: het is de rechter die beslist over procedurefouten en waarom zouden advocaten zich niet op de wet mogen beroepen? Ergens in het debat werd ook gezegd dat de advocatuur best wat aan zelfreflectie mag doen. In een opiniestuk in De Morgen schreef ik, nog vooraleer het debat met de uitspraak van de minister een andere wending kreeg, dat een advocaat er niet is om het publiek te plezieren. Hij heeft een eigen rol te spelen. Prompt kreeg ik een berisping van een confrater, die in een opiniestuk op de website van de VRT  vond dat ik maar “gedeeltelijk gelijk” had door te stellen dat een advocaat “geen vriend mag zijn van de publieke opinie”. Allicht verblind door zijn drang naar gemoraliseer, had hij de tekst waarop hij reageerde niet goed gelezen, want hij reageerde op iets wat er niet te lezen viel.

De vele, vaak anonieme, burgers moesten op de sociale media niet onderdoen. Uit dit alles blijkt dat de specifieke rol van een advocaat niet voor iedereen evident is. Die vaststelling alleen al zou de advocaten tot zelfreflectie moeten aanzetten. Dat moet niet leiden tot al dan niet verheven filosofische of moraliserende beschouwingen. Het moet iedereen wel bewust maken van de nuchtere vaststelling  dat wie rechten claimt, ook  maatschappelijke plichten heeft. Naast de vele bagger en nauwelijks omfloerste scheldtirades las ik bijvoorbeeld ook dit op de sociale media (het komt niet van een advocaat): “Zonder te willen veralgemenen, maar worden de media ook niet te pas en te onpas gebruikt (misbruikt?) indien het voordeel kan opleveren? Ik herinner mij o.m. bommetjes die onder processen worden gelegd, maar ook pleidooien die voor de camera worden gevoerd. Dergelijke tussenkomsten voeden eveneens de publieke opinie, en veelal niet in de positieve zin. Dit lijkt me toch moeilijk te verzoenen met de rol van de advocaat”.  Toen ik dit las, kon ik niet anders dan toegeven dat die opmerking pertinent was.

De advocaat heeft bijzondere voorrechten, maar misschien heeft de commotie van de laatste dagen ook duidelijk gemaakt dat je die rol moet verdienen, iedere dag opnieuw. De specificiteit is al zo vaak herhaald (onafhankelijkheid, partijdigheid, vermijden van belangenconflicten en een bijzonder beroepsgeheim), maar het zijn geen absolute verworvenheden. Zo plaatste recent ook het Hof van Cassatie, toch het opperste oord van de “rule of law”, kanttekeningen bij dat absolute beroepsgeheim. In een arrest van 18 januari, dat tot nu opvallend weinig aandacht kreeg, handelde het over een fiscale boete die kon worden vastgesteld omdat een advocaat zijn beroepsgeheim had geschonden. Het Hof van  Cassatie stelt vast dat de fiscale wetgeving geen algemene bepaling bevat die het gebruik verbiedt van onrechtmatig verkregen bewijs voor het vaststellen van een belastingschuld of een (verhoging van een) boete. Die stelling is allicht voer voor allerhande beschouwingen door fiscale specialisten. Hier is alvast van belang dat het Hof van Cassatie ook vaststelt dat wanneer het bewijs werd verkregen omdat de advocaat zijn beroepsgeheim heeft geschonden of omdat hij  de inlichtingen “met miskenning van zijn beroepsgeheim aan de administratie heeft overgemaakt” geen reden is om het bewijs onrechtmatig te beschouwen. Ook op dit punt zullen er nog vele analyses volgen, maar misschien kan hieruit worden afgeleid dat het beroepsgeheim niet echt (meer) tot de openbare orde behoort. En wanneer een advocaat zijn beroepsgeheim schendt is het dus, om het in de sfeer van de actualiteit te zeggen, geen procedurefout die tot nietigheid aanleiding geeft.

De advocaten staan dus niet boven de wet. Meer nog, wanneer ze onvoorzichtig zijn, zal de cliënt het geweten hebben. Dat betekent dus ook dat op de advocaat een zware verantwoordelijkheid rust. De cliënt neemt hem in vertrouwen, wat belangrijk is voor een goede verdediging, maar de advocaat moet daar zorgvuldig mee omgaan en mag die informatie niet lekken. Als er zelfreflectie aan de balie komt, zal het dus ook moeten gaan over de strenge eisen van het beroep. In de eerste plaats dus over juridische degelijkheid en vakbekwaamheid waardoor hij steeds alert en binnen zijn rol blijft. Advocaten praten dus best met mate, want wie te veel zegt, is gezien.

Hugo LAMON

Mr. Hugo LAMON is advocaat aan de balie Limburg en bestuurder en woordvoerder van de Orde van Vlaamse BaliesIedere woensdag maakt hij op Jubel een beschouwing over justitie.

Lees hier alle artikels van ‘LAMON op woensdag’.

1 Comment

  • Mr. Lamon heeft op alle punten gelijk.

    Maar is het niet de taak van de OVB of van de tuchtorganen van de advocatuur, om in te grijpen als (dikwijls dezelfde) confraters systematisch misbruik maken van de media en hun pleidooien voor de camera’s voeren? En gebeurt dit wel doortastend genoeg, en t.o.v. àlle confraters die zich hieraan bezondigen? Dit zijn misschien andere mogelijke punten van reflectie…

    En nu we toch bezig zijn: is het niet juist, dat advocaten niet alleen (meer en meer vermoeiende en kostelijke) verplichtingen hebben, maar ook nog rechten en (als ondernemers) zelfs eigen beroepsbelangen?

    Zou de OVB er anno 2018 dan geen prioriteit van kunnen maken om die eigen rechten en beroepsbelangen beter te beschermen en te bevorderen, eerder dan mea culpa te slaan namens de advocatuur telkens er in de publieke opinie klachten rijzen over justitie, hele studiedagen te wijden aan de vraag hoe de rechtszoekende consument (wiens rechten en belangen al uitermate goed beschermd zijn) nog sneller of goedkoper of op meer empathische wijze geholpen kan worden?

Opmerking plaatsen

X