Wat is een overdracht onder bezwarende titel? cover

27 jan 2026 | Tax & Private equity

Wat is een overdracht onder bezwarende titel?

Door Cazimir

Recente vacatures

Jobstudent
Vennootschapsrecht
0 - 3 jaar
Vlaams-Brabant
Advocaat
Ondernemingsrecht Strafrecht
0 - 3 jaar
Antwerpen
Advocaat-stagiair
Arbeidsrecht
0 - 3 jaar
Antwerpen
Advocaat-stagiair
Ondernemingsrecht
0 - 3 jaar
Antwerpen

Er is al heel wat inkt gevloeid over de nieuwe meerwaardebelasting. Vermits de principes inmiddels grotendeels gekend zijn, hebben we opgelijst welke impact deze nieuwe belasting heeft op heel wat courante estate planningstechnieken. Als eerste: de nieuwe meerwaardebelasting is verschuldigd als een overdracht onder bezwarende titel van financiële activa plaatsvindt en er naar aanleiding daarvan een meerwaarde wordt verwezenlijkt. In de context van de estate planning zijn er tal van verrichtingen die een vermogensverschuiving van financiële activa impliceren. Opdat de meerwaardebelasting toepassing zou vinden, is het bij dergelijke vermogensverschuivingen dus essentieel om na te gaan of deze onder bezwarende titel gebeuren.

Vandaar onze eerste vraag: wat verstaan we in het kader van estate planning onder meer onder een “overdracht onder bezwarende titel”?

Wat wordt onder het begrip “overdracht onder bezwarende titel” bedoeld?

Fiscaal recht volgt in principe het gemeen (civiel) recht, behoudens wanneer de fiscale wet daar uitdrukkelijk van afwijkt. Dit is voor de invulling van het begrip “overdracht onder bezwarende titel” niet het geval, zodat we hiervoor moeten teruggrijpen naar het gemeen recht.

Een contract onder bezwarende titel is een contract dat voor elke partij een voordeel oplevert (art. 5.7, eerste lid BW). In principe zal het voordeel voor elke partij (min of meer) gelijkwaardig zijn, waarbij de overdrager een prijs ontvangt in ruil voor de activa die hij overdraagt.

Voorbeelden van een dergelijke overdracht zijn:

  • Verkoop;
  • Ruil;
  • Inbreng in een vennootschap;
  • Bedingen van aanwas (kanscontracten);
  • Verdelingen;
  • Enz.

Wat valt er zeker niet onder het begrip “overdracht onder bezwarende titel” en is dus uitgesloten van het materieel toepassingsgebied van de meerwaardebelasting?

Civielrechtelijk is het duidelijk dat sommige handelingen geen overdracht onder bezwarende titel uitmaken omdat er geen sprake is van een tegenprestatie en omdat ze in hoofde van een der partijen ingegeven zijn door een begiftigingsoogmerk (animus donandi). Deze partij stelt een handeling die een dadelijke en onherroepelijke verarming met zich meebrengt, wat zich vertaalt in een verrijking in hoofde van de tegenpartij.

Een duidelijk voorbeeld is een legaat in een testament of een schenking. Dit zijn handelingen “ten kosteloze titel” of “om niet”. De Memorie van Toelichting bij de ontwerptekst benadrukt dat volgende rechtshandelingen niet onder het toepassingsgebied van de meerwaardebelasting vallen:

  • Schenkingen;
  • Eigendomsoverdrachten bij overlijden door wettelijke erfopvolging;
  • Eigendomsoverdrachten bij overlijden ingevolge contractuele erfstelling;
  • Eigendomsoverdrachten bij overlijden ingevolge een testamentaire beschikking.

Kunnen onrechtstreekse schenkingen beschouwd worden als rechtshandelingen onder bezwarende titel? Bijvoorbeeld een bankgift, een inbreng ten behoeve van een derde, etc.

Volgens de definitie van artikel 5.7 BW is dat niet het geval. De schenker heeft immers geen enkel voordeel verkregen uit de overdracht van financiële activa. Het is een vorm van schenking, aangezien het beantwoordt aan de vereisten van de definitie van schenking in artikel 4.132, § 2 BW, nl. het feit dat de schenker zich dadelijk en onherroepelijk van het geschonken goed ontdoet, ten voordele van de begiftigde, die ze aanvaardt. De aanvaarding is minstens impliciet, maar zeer vaak expliciet op basis van een later bevestigingsdocument (“pacte adjoint”).

Kan er realisatie van een meerwaarde zijn door het feit dat het bij een onrechtstreekse schenking initieel nog niet duidelijk is dat het om een schenking gaat?

Twee kenmerken van de onrechtstreekse schenking zijn het autonoom en neutraal karakter van de rechtshandeling:

  • Het autonoom karakter houdt in dat de gestelde rechtshandeling aan een eigen specifieke reglementering onderworpen is en op zichzelf staat;
  • Het neutraal karakter houdt in dat een onrechtstreekse schenking tot stand komt via een neutrale en definitieve rechtshandeling, die aldus niet kenmerkend is voor een schenking. Deze rechtshandeling is neutraal in die zin dat ze zowel ten kosteloze als ten bezwarende titel kan zijn aangegaan.

Om te bevestigen dat de rechtshandeling moet worden begrepen als een schenking, wordt er nadien een pacte adjoint opgemaakt. Middels deze pacte adjoint kan het begiftigingsinzicht, de modaliteiten en de datum van de schenking worden vastgesteld.

Ingevolge het ondertekenen van een dergelijk document stellen partijen o.i. dat de neutrale rechtshandeling vanaf den beginne dient te worden gekwalificeerd als een schenking. Met andere woorden is er vanaf de effectieve overdracht reeds sprake van een verrijking van de begiftigde, een verarming van de schenking en een animus donandi in hoofde van laatstgenoemde. Via de pacte adjoint wordt bevestigd dat de neutrale rechtshandeling vanaf het begin reeds een schenking was. In het kader van de toepassing van de risicoperiode van vijf jaar in de erfbelasting (artikel 2.7.1.0.5 VCF) bij de bankgift wordt dit thans ook aanvaard door de Vlaamse Belastingdienst (zodoende dat de kosteloze beschikking de datum van de schenking uitmaakt en niet de latere pacte adjoint waarin de overdracht ten kosteloze titel / het begiftigingsoogmerk wordt bevestigd).

Moet de bank niettemin RV inhouden op de bankoverschrijving die eigenlijk een gift uitmaakt, indien de belastingplichtige geen opt-out heeft gedaan?

Aangezien er aanvankelijk een neutrale rechtshandeling wordt gesteld, waarvan het niet duidelijk is of het een overdracht ten bezwarende titel of ten kosteloze titel betreft en de bank ingevolge artikel 265 WIB92 de verplichting zal hebben om roerende voorheffing in te houden binnen het raamwerk van nieuw artikel 90, eerste lid, 9° WIB92, is de vraag of de bank onmiddellijk roerende voorheffing (“RV”) zal inhouden (tenzij de betreffende belastingplichtige uiteraard geopteerd heeft voor de opt-out in de zin van nieuw artikel 265/1 WIB92). Aangezien er geen betaling van een geldsom tegenover de overschrijving van de financiële activa staat, lijkt een inhouding van de meerwaardebelasting op de overgeschreven effecten ons niet mogelijk en daarenboven zelfs contra legem gelet op de bevestiging als schenking die daarna gebeurt bij wijze van pacte adjoint.

Kan de toevoeging van een last aan een schenking aanleiding geven tot een herkwalificatie van de rechtshandeling ten kosteloze titel naar een rechtshandeling onder bezwarende titel?

Wanneer de last bestaat in de betaling van een geldsom (hetzij aan de schenker, hetzij aan een derde), mag het financiële gewicht van deze geldsom de waarde van de schenking niet evenaren of overschrijden. Als de geldelijke last bij een schenking de waarde van het geschonken goed evenaart of overschrijdt, dreigt de kwalificatie van de rechtshandeling als schenking verloren te gaan. Ten gevolge van de afwezigheid van het netto-voordeel van de begiftigde en het begiftigingsoogmerk van de schenker, zal de rechtshandeling geherkwalificeerd worden in een rechtshandeling onder bezwarende titel (bv. een verkoop).

Merk op dat deze herkwalificatie in de huidige fiscale praktijk niet louter volgt uit een cijfermatige afweging van de last in verhouding tot de waarde van de schenking. Uit twee voorafgaande beslissingen van de Vlaamse Belastingdienst (nr. 20061 en 20036) blijkt dat de Vlaamse Belastingdienst voor de toepassing van de schenkbelasting, schenkingen soms herkwalificeert in rechtshandelingen onder bezwarende titel, ondanks dat de waarde van de last lager is dan de waarde van het geschonken goed. Een beperkt netto-voordeel in hoofde van de begunstigde lijkt door Vlabel dus voldoende te zijn om tot een herkwalificatie van de rechtshandeling te leiden (zie evenwel in de andere zin: voorafgaande beslissing nr. 21019).

Wanneer er financiële activa worden geschonken onder betaling van een last die de waarde van de financiële activa bijna evenaart, maar civielrechtelijk aldus geen herkwalificatie kan uitlokken, zou dit fiscaal misbruik kunnen uitmaken. De fiscale administratie zou dan de algemene antimisbruikbepaling ex. art. 344 WIB92 kunnen proberen toepassen. De aanwezigheid van eventuele niet-fiscale motieven kan soelaas bieden.

Worden uitonverdeeldheidtredingen ook geviseerd door de meerwaardebelasting?

Hoewel in de eerste ontwerpteksten van de meerwaardebelasting en de Memorie van Toelichting daarbij (daterende van medio juli 2025) leek te worden gesteld dat uitonverdeeldheidtredingen niet zouden worden gevat door de meerwaardebelasting, is dit in de definitieve ontwerpteksten (na tweede lezing door de Ministerraad) niet langer het geval. Ook de verdeling van een onverdeeldheid tussen de deelgenoten kan dus leiden tot een belastbare realisatie van meerwaarden, tenzij er in een uitdrukkelijke wettelijke uitzondering wordt voorzien (zie hieronder, sub 2.).

Een onverdeeldheid is een situatie waarin meerdere personen gelijksoortige zakelijke rechten hebben op hetzelfde goed.

De uitonverdeeldheidtreding moet onderscheiden worden van de “formele verdeling”, waarbij de onverdeeldheid niet ophoudt te bestaan en er ook geen eigendom wordt overgedragen. Dat laatste geval betreft bijvoorbeeld de situatie waarin deelgenoten in een toevallige onverdeeldheid zijn terechtgekomen ingevolge een overlijden. Stel bijvoorbeeld het geval waarbij een aantal broers en zussen samen tot de nalatenschap van hun moeder komen, waarin zich een effectenportefeuille bevindt. Bij het verloop van de procedure van de vereffening-verdeling van de nalatenschap beslissen ze de effectenportefeuille nog in onverdeeldheid te houden omdat geen van beide de liquide middelen ter beschikking heeft om de ander uit te kopen. Dit is een louter formele verdeling en wordt o.i. niet gevat door de meerwaardebelasting. Er is immers geen sprake van enige eigendomsoverdracht en dus evenmin van een gerealiseerde meerwaarde.

De hier bedoelde uitonderveeldheidtreding betreft de situatie waarin het aantal personen met een zakelijk recht vermindert: een zus betaalt aan haar broer een oplegsom om eigenaar te worden van diens onverdeeld aandeel in de effectenportefeuille. Het aantal zakenrechtelijke aanspraken (i.c. de eigendomsaanspraak van de broer) is verminderd. In sommige gevallen zal de uitonverdeeldheidtreding leiden tot het ophouden van het bestaan van de onverdeeldheid, m.n. omdat een enkele deelgenoot (bv. de ene zus) de onverdeelde aandelen van de overige deelgenoten (alle andere broers en zussen) volledig heeft overgenomen. In beide gevallen zal er een (gedeeltelijke) realisatie van een meerwaarde kunnen tot stand komen ten belope van de (gedeeltelijke) eigendomsverschuiving (ten aanzien van het onverdeeld aandeel dat men voor de uitonverdeeldheidtreding had in het geheel), doch merk op dat er een specifieke vrijstelling zal worden voorzien in het kader van een overlijden of een relatiebreuk (zie de relevante vraag en het antwoord hieronder, sub 2.).

Is een huwelijksvoordeel een overdracht onder bezwarende titel?

Een huwelijksvoordeel is een voordeel opgenomen in een huwelijksovereenkomst en genoten ingevolge de samenstelling/werking/vereffening/verdeling (of verrekening) van het huwelijksstelsel. Dergelijk voordeel wordt in de civielrechtelijke literatuur principieel beschouwd als een ‘overeenkomst onder bezwarende titel’. Het huwelijksvoordeel dat eruit voortvloeit wordt objectief als “niet-schenking” beschouwd en is dus geen erfrechtelijke verkrijging.

Alleen wanneer wettelijke plafonds worden overschreden, kan het voordeel uitzonderlijk voor het surplus als schenking worden behandeld ten behoeve van de reservataire erfgenamen.

Voor de toepassing van het erfrecht is dit een objectieve kwalificatie, zonder dat subjectieve begiftigingsintenties relevant zijn. Zelfs indien er bij één van de echtgenoten een begiftigingsoogmerk aanwezig is, zal dit de kwalificatie van het huwelijksvoordeel niet beïnvloeden. Deze uiteenzetting toont aan dat de discussie omtrent de kwalificatie van huwelijksvoordelen zich voornamelijk afspeelt binnen het familiaal vermogensrecht, en meer specifiek in het kader van de bescherming van de reservataire erfgenamen.

Fiscaal gezien is reeds herhaaldelijk bevestigd dat huwelijksvoordelen principieel niet kunnen worden gekwalificeerd als erfrechtelijke verkrijgingen of schenkingen. Voor roerende goederen is dan ook geen erf- noch schenkbelasting verschuldigd. Voor onroerende goederen wordt daarentegen in beginsel verdeel- of verkooprecht geheven (conform de kwalificatie als ‘overeenkomst onder bezwarende titel’). Indien deze lijn consequent zou worden doorgetrokken, dan lijkt voldaan aan het materiële toepassingsgebied van de meerwaardebelasting.

Merk op dat dit vanuit het oogpunt van de inkomstenbelasting niet geheel terecht zou zijn: dergelijke burgerrechtelijke “fictie” betekent geenszins dat er ook voor de toepassing van de meerwaardebelasting sprake is van een overdracht ten bezwarende titel die tot de verwezenlijking van een meerwaarde kan aanleiding geven. Burgerrechtelijke ficties werken niet door op het vlak van de inkomstenbelasting.

De vraag blijft trouwens ook of er wel sprake is van de realisatie van een meerwaarde (zie hieronder, sub 2.).

Is een beding van aanwas een overdracht onder bezwarende titel?

Voor zover het beding van aanwas een “evenwichtig” kanscontract uitmaakt, is er inderdaad sprake van een “overdracht onder bezwarende titel”. Dat veronderstelt veelal dat er een gelijkaardige levensverwachting is in hoofde van de contractspartijen en dat zij ook een gelijkwaardige inleg doen. Voor zover de levensverwachtingen niet gelijkaardig zijn, kan het kanscontract civielrechtelijk alsnog “evenwichtig” zijn indien de contractspartij die een grotere kans heeft op winst (i.e. betere levensverwachtingen heeft) een hogere inleg doet (zgn. ‘compensatie’). Dergelijke compensatie wordt evenwel door de Vlaamse Belastingdienst niet aanvaard, en zal bijgevolg in principe aanleiding geven tot herkwalificatie als overeenkomst ten kosteloze titel. Het is onwaarschijnlijk dat een zienswijze zoals voorgesteld door de Vlaamse Belastingdienst in het kader van de meerwaardebelasting enige rol van betekenis gaat spelen.

Voor zover het aanwasbeding evenwichtig is, en er dus sprake is van een werkelijke kanscontract, is er wel degelijk sprake van een “overdracht onder bezwarende titel”.

Is een erfovereenkomst een contract onder bezwarende titel?

Een erfovereenkomst is een overeenkomst met betrekking tot een nog niet opengevallen nalatenschap, waarbij louter eventuele rechten worden toegekend, gewijzigd of afgestaan met betrekking tot (een deel van) die toekomstige nalatenschap. Dergelijke erfovereenkomsten zijn principieel verboden (artikel 4.242 BW). Van dit principiële verbod kan enkel worden afgeweken wanneer de wet uitdrukkelijk in een uitzonderingsgrond voorziet.

De wetgever heeft verschillende dergelijke uitzonderingen ingevoerd. Enerzijds bestaan er zogenoemde punctuele of specifieke erfovereenkomsten, die slechts een welomschreven aspect van de toekomstige nalatenschap regelen. Een klassiek voorbeeld hiervan is de afstand van de vordering tot inkorting door een reservataire erfgenaam, waarbij deze voorafgaandelijk aan het overlijden van de erflater afstand doet van zijn recht om de inkorting te vorderen van een bepaalde schenking (in de mate die zijn reserve zou aantasten). Anderzijds kent het Belgische recht sinds de hervorming van het erfrecht ook de globale erfovereenkomst (artikel 4.254 e.v. BW), waarbij de erflater samen met zijn vermoedelijke erfgenamen in de rechte nederdalende lijn een globale regeling treft over de reeds gedane vermogensoverdrachten.

Daarnaast geldt dat erfovereenkomsten die zowel ten bezwarende titel als ten bijzondere titel worden gesloten, steeds zijn toegelaten en dus buiten het verbod vallen (artikel 4.243 BW). Het gaat daarbij om overeenkomsten waarbij elke partij een tegenprestatie levert en die niet slaan op de nalatenschap als geheel, maar op een welbepaald vermogensbestanddeel (‘ten bijzondere titel’). Een vaak aangehaald voorbeeld van een dergelijke toegelaten erfovereenkomst ‘OBT-OBT’ is de overeenkomst waarbij iemand zich ertoe verbindt een onroerend goed te verkopen aan een bepaalde persoon, voor zover dat goed zich nog in zijn vermogen bevindt op het ogenblik van zijn overlijden. Hoewel deze overeenkomst onmiskenbaar een link heeft met het overlijden en dus een (potentieel) toekomstig nalatenschapsgoed, wordt zij toch aanvaard omdat zij een wederkerige verbintenis inhoudt en betrekking heeft op een specifiek goed.

Het valt zeer te betwijfelen of een dergelijk louter eventuele overdracht (voor zover het goed nog aanwezig is in het vermogen van de erflater bij diens overlijden) in de toekomst, reeds bij het afsluiten van de overeenkomst kan leiden tot een “overdracht onder bezwarende titel” in de zin van de meerwaardebelasting. Er is immers – op het ogenblik van het afsluiten van de overeenkomst – geen enkele zekerheid dat de eigendom van het onroerend goed effectief zal overgaan bij overlijden van de overdragende partij, aangezien hij pendente conditione nog over het onroerend goed kan beschikken. Er worden met andere woorden slechts ‘louter eventuele rechten’ overgedragen.

Ten slotte zij opgemerkt dat de kwalificatie van een overeenkomst als erfovereenkomst ‘onder bezwarende titel’ in principe geen impact zal hebben op de toepasselijkheid van de meerwaardebelasting. De fiscale behandeling wordt immers niet bepaald door de kwalificatie als “erfovereenkomst”, maar door de aard van de in de erfovereenkomst vervatte verrichtingen/transacties. Zo kan bijvoorbeeld een beding van aanwas, een verkoopovereenkomst of een transactie die in een erfovereenkomst wordt vervat, binnen het materiële toepassingsgebied van de meerwaardebelasting vallen, afhankelijk van de concrete kenmerken en gevolgen. De focus ligt o.i. dus veeleer op de economische en juridische realiteit van de transacties die vervat zijn in de erfovereenkomst dan op de erfovereenkomst an sich.

Is de omzetting van vruchtgebruik een overdracht onder bezwarende titel?

De omzetting van vruchtgebruik in het kader van het erfrecht van de langstlevende echtgenoot is een “overdracht onder bezwarende titel”. Beide partijen hebben immers een voordeel (art. 5.7 BW): bv. de ene krijgt de waarde van het vruchtgebruik uitbetaald en de andere ziet zijn blote eigendom aangroeien tot volle eigendom.

De eenzijdige afstand van vruchtgebruik kan evenwel kwalificeren als een schenking, waardoor het niet onder het materiële toepassingsgebied van de meerwaardebelasting valt.

​​​Cazimir

Recente vacatures

Jobstudent
Vennootschapsrecht
0 - 3 jaar
Vlaams-Brabant
Advocaat
Ondernemingsrecht Strafrecht
0 - 3 jaar
Antwerpen
Advocaat-stagiair
Arbeidsrecht
0 - 3 jaar
Antwerpen
Advocaat-stagiair
Ondernemingsrecht
0 - 3 jaar
Antwerpen

Blijf op de hoogte

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

0 Reacties

0 reacties

Een reactie versturen

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *