Column

Waarom zou de rechter een moordverdachte met meer egards moeten behandelen dan alle anderen?

Frank Fleerackers
Geschreven door Frank Fleerackers

Fleer op één

In Fleer op één reflecteert elke eerste van de maand een gerenommeerd rechtsdenker over justitie in België en daarbuiten. Het collectief wil niet enkel de juridische actualiteit becommentariëren, maar die ook mee maken.

Prof. dr. Frank Fleerackers, hoogleraar Rechtsdenken aan de KULeuven, coördineert het project.

In deze bijdrage stelt Bruno Luyten, Ere-Eerste Voorzitter van het hof van beroep Antwerpen, kritische vragen bij het hof van assisen. Waarom zou de rechter een moordverdachte met meer egards moeten behandelen dan alle anderen, bv. een minderjarig kind in een verontrustende opvoedingssituatie?

De verdienstelijke poging van de vorige minister van Justitie om de correctionalisering van moordzaken mogelijk te maken en het aantal assisenzaken aanzienlijk te verminderen, mislukte omdat zijn wet de grondwettigheidstoets niet kon doorstaan en vernietigd werd bij arrest van 21 december 2017 van het Grondwettelijk Hof. Terug naar af dus.

Vorig jaar trok de Federale Procureur nogmaals aan de alarmbel over de moeilijkheden om de aanslagen van 22 maart 2016 te laten beoordelen door een hof van assisen. Vergeefse moeite echter.

Het blijft mij een raadsel waarom sommigen halsstarrig blijven vasthouden aan de juryrechtspraak voor een zeer beperkt aantal gevallen, terwijl er daarvoor geen enkele rationele verantwoording is.

Toen ik dertig jaar geleden, als jong rechter, eens aan de justitiespecialist van een meerderheidspartij vroeg waarom het hof van assisen nog niet was afgeschaft, kreeg ik het onthutsende antwoord dat de meeste parlementsleden daar niet aan wilden beginnen omdat assisenzaken goed waren voor de oplage van de kranten en de kijkcijfers. En men de pers niet voor het hoofd wilde stoten.

Ik zou ervoor willen pleiten om de discussie over de wenselijkheid van het voortbestaan van assisen te ontdoen van emotionele argumenten en conservatieve reflexen. Het is niet omdat we reeds meer dan 200 jaar de juryrechtspraak gebruiken voor de moordzaken, dat we dit niet in vraag mogen stellen.

Men moet zich in deze de vraag stellen of assisen leidt tot een betere rechtspraak en, in bevestigend geval, welke zaken er dan recht hebben op deze voorkeursbehandeling met een meer dan aanzienlijk prijskaartje.

In het recente verleden hebben reeds zovelen met kennis van zaken geargumenteerd dat de kwaliteit van het hof van assisen niet beter is dan die van de andere rechtbanken. O.m. de strafpleiters Paul Bekaert en John Maes spraken zich in die zin uit, evenals afdelingsvoorzitter Theo Byl van de rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Mechelen. Mijn beide collega’s van het hof van beroep Antwerpen, Camiel Liesens en Jean-Pierre Vanden Eede, die beiden zowel als voorzitter van het hof van assisen gezeteld hadden, als in de kamer van het hof van beroep waar meer dan twintig (20) gecorrectionaliseerde moorden behandeld werden, waren dezelfde mening toegedaan, en stelden zelfs dat de kwaliteit van de assisenrechtspraak minder was.

Maar in elk geval blijft de vraag: “Zelfs indien assisen een betere kwaliteit van rechtspraak zou opleveren, quod non, op grond van welke criteria bepaalt men dan wie er recht heeft op deze voorkeursbehandeling met een zgn. hogere kwaliteit?”.

Niettegenstaande assisen onevenredig veel aandacht krijgt in de pers, is het aandeel ervan in de totale activiteit van hoven en rechtbanken bijzonder klein.

Zo werden er in 2013 door de hoven en rechtbanken in België ongeveer 1.130.000 vonnissen en arresten uitgesproken. Eenentachtig (81) daarvan door de hoven van assisen, hetzij 0,007%. De ruime aandacht die assisen krijgt in de media is dus omgekeerd evenredig met het aandeel ervan in het aantal behandelde zaken.

In het merendeel van die gevallen staan de feiten trouwens vast en is de “waarheidsvinding” dikwijls beperkt tot de motieven en de persoonlijkheid van de verdachte en de strafmaat. Heel vaak gaat het om passionele moorden, waarin geen enkele discussie bestaat over wie wat gedaan heeft. Waarvoor dan gedurende weken ongeziene voorzieningen aan middelen en mensen worden ingezet, dit ten koste van andere zaken. En waarbij dikwijls niet alleen de dader deskundig publiek wordt gefileerd, maar ook nog het slachtoffer door de advocaten van de beschuldigde.

Ik wijs er trouwens op dat strafrecht slechts ongeveer een derde van de door hoven en rechtbanken behandelde zaken betreft.

Eerste voorzitter Antoon Boyen van het hof van beroep Gent, zelf een ervaren assisenvoorzitter, becijferde in 2015 tot welke besparing het zou leiden als men de assisenzaken zou vervangen door een behandeling door een college van drie professionele rechters. Zijn conclusie was dat de kostprijs van een behandeling van dergelijke zaak door het hof van assisen gemiddeld vijfmaal meer bedraagt dan wanneer deze door een collegiale zetel van drie professionele rechters zou worden behandeld. En verder dat de totale kostprijs van de assisenzaken op nationaal niveau het jaarloon van 34 magistraten betekent.

Ik wijs er eveneens op dat België wellicht in de nabije toekomst, door de rechtspraak van het EHRM zal gedwongen worden om ook de mogelijkheid van hoger beroep te voorzien, wat een verdubbeling van de kosten met zich zou brengen.

In elk geval staat vast dat alleen al de inzet van magistraten en personeel voor een assisenzaak vele malen groter is dan de behandeling voor een gewone rechtbank of hof.

Voor een assisenzaak dient een raadsheer in het hof van beroep minstens twee weken uit te trekken. Een week voor de voorbereiding van het dossier en een week voor de behandeling. Daarnaast nog twee rechters in de rechtbank van eerste aanleg, een lid van het openbaar ministerie en een griffier.

De ervaring in de correctionele kamers die zaken van gecorrectionaliseerde moorden behandelen, leert dat dergelijke zaken zelden meer dan één of twee zittingen in beslag nemen, en dikwijls minder.

Het gaat dus om een onevenredige inzet van middelen waarvoor er een redelijke verantwoording zou moeten zijn.

M.a.w., in de veronderstelling dat assisen leidt tot een betere behandeling -wat ik betwist- waarom dient deze voorkeursbehandeling dan voorbehouden voor moorden? Terwijl men voor het overgrote deel van de zaken genoegen neemt met één rechter of raadsheer, dus ook in hoger beroep, is er blijkbaar één soort partij waarvoor één, drie of vijf rechters niet volstaan, maar waarvoor er vijftien nodig zijn, m.n. voor een moordverdachte.

Ik hoor zeggen omwille van de waarheidsvinding. Maar het merendeel van de door het hof van assisen behandelde moordzaken betreffen passionele moorden, waarbij vaststaat wie wat deed. Voor de waarheidsvinding is dergelijke inzet van middelen dus geenszins nodig.

Ik hoor zeggen dat assisen noodzakelijk is om getuigen te horen. Bij de behandeling voor de gewone correctionele kamers kunnen de (advocaten van) de partijen echter eveneens vragen om getuigen te horen. Het EHRM heeft hierin ook verduidelijking gebracht. In de zaken van gecorrectionaliseerde moorden die er tot juni 2018 door het hof van beroep te Antwerpen behandeld werden, heeft trouwens vrijwel geen enkele partij een getuigenverhoor gevraagd. Het enige mij bekende geval is een verhoor dat ambtshalve door het hof zelf werd bevolen.

Ik hoor zeggen dat de voorkeursbehandeling van moordverdachten nodig is omdat er zware straffen opgelegd kunnen worden. Maar wat dan met bv. de beslissing van de jeugdrechters of familierechters inzake minderjarigen? Beslissingen die een heel leven kunnen verwoesten, en waarvoor veel te weinig deskundigen voorhanden zijn. Waarvoor men in vele gevallen zelfs het verplicht advies van het openbaar ministerie afgeschaft heeft. Zodat het mogelijk is dat de rechter onwetend is over ernstige bezwaren in hoofde van een partij waaraan een kind wordt toevertrouwd. Daarover hoor ik echter niet klagen in de media, ook niet door het kruim van de strafpleiters.

Want daarvoor volstaat één rechter, de jeugdrechter, die ook in hoger beroep alleen zetelt. En die dikwijls snel moet beslissen in dossiers waarin blijkt dat de middelen ontbreken om grondig informatie in te winnen. Want voor de jeugdrechters staat er geen legertje psychiaters of psychologen klaar. Meestal moeten die het doen met een verslag van een justitie-assistent of consulent. Sociale assistenten die weliswaar met veel inzet hun taak vervullen, maar die geen psycholoog zijn en die zo overbevraagd zijn dat onderzoeken en verslagen soms maandenlang op zich laten wachten.

Indien men dan toch geld zou willen uitgeven om deskundigen te betalen voor de beoordeling van moordverdachten, stel ik voor dat men deze bij voorrang zou aanwenden om informatie in te winnen ter ondersteuning van de beslissingen inzake minderjarigen in een verontrustende opvoedingssituatie.

Overigens zijn niet alleen de jeugdzaken een probleem. Alle zaken verdienen een behoorlijke behandeling. Waarom moet bv. partnergeweld, kindermishandeling of verkrachting op een andere wijze beoordeeld worden dan moord? Waarom zou een bouwgeschil, een erfeniskwestie, een faillissement, een arbeidsgeschil, een betwisting over de tegemoetkoming van een gehandicapte, of echtelijke moeilijkheden, met minder zorg en garanties moeten behandeld worden?

Ik maak mij sterk dat onze collega’s in alle geledingen gewetensvol goed werk leveren, en dit ondanks het schrijnend gebrek aan middelen. Niemand beweert dat wij perfect zijn. Maar het systeem heeft een hele grote waaier van waarborgen om eventuele vergissingen recht te zetten, o.m. het verzet, het hoger beroep, cassatie, ja zelfs de herziening en de herroeping van het gewijsde.

En als er dan toch prioriteiten moeten gesteld worden, en men wil meer middelen inzetten, dan pleit ik er resoluut voor om deze aan te wenden voor de zwaksten in onze maatschappij, o.m. de minderjarige kinderen in een verontrustende opvoedingssituatie, en zeker niet aan een uiterst beperkt aantal moordverdachten.

Ik blijf mij dus afvragen: “Waarom zou de rechter een moordverdachte met meer egards moeten behandelen dan alle anderen, bv. een minderjarig kind in een verontrustende opvoedingssituatie?

 

Bruno Luyten,

Ere-Eerste Voorzitter van het hof van beroep Antwerpen

 

 

 

2 Comments

  • Terechte klacht over deze mistoestand, heldere argumentatie voor juridische, meer rechtvaardige en sociaal verantwoorde aanpassingen

  • Er is hier sprake van ‘égards’ naar de verdachte toe maar is een assisenzaak een toegift naar een verdachte of een toegift naar de maatschappij? Vandaar dat waarheidsvinding niet hét argument is voor assisen maar eerder de catharsis die een jury samengesteld uit het volk kan geven aan zaken die zeer verstorend zijn in onze maatschappij.
    En dat assisen enkel voorbehouden is voor moordzaken is niet iets dat voortkomt uit de aard der assisen want vroeger werd assisen kan – in principe – toegepast evengoed worden in andere zaken. Kijk maar naar de Verenigde Staten….
    Natuurlijk mogen we niet blind zijn voor de nadelen, vooral kostprijs & duurtijd…
    Toch zijn er ook alternatieven denkbaar zonder daarbij assisen volledig af te schaffen.
    Zo kunnen we (zoals in de arbeidsrechtbank en de ondernemingsrechtbank) werken met een gemengd college van professionele magistraten en lekenrechters. Griekenland, Noorwegen, Zweden, Duitsland, Japan,… werken allemaal met lekenrechters.
    Daarnaast is het ook niet gezegd dat een rechtszaak van a tot z door een jury moet beoordeeld worden. Jury’s kunnen zich ook beperken tot een gedeelte van de rechtszaak. Bijvoorbeeld de schuldvraag zou door een correctionele rechtbank vastgelegd kunnen worden waarbij experten en mondelinge getuigenissen voor een assisenjury vermeden worden en de jury zich enkel met de strafbepaling moet inlaten…

Opmerking plaatsen

Uw naam wordt privé weergegeven op de website en is niet zichtbaar voor anderen. Uw e-mailadres wordt opgeslagen maar niet gepubliceerd.