Ik weet het nog goed: het moment waarop je achttien wordt en het gevoel krijgt dat je van de ene dag op de andere opeens volwassen moet zijn. Alsof er om klokslag twaalf uur iets verandert waardoor je plots alles begrijpt wat volwassenen begrijpen (of op zijn minst doen alsof). Er komt dan van alles op je af. Belastingaangiftes, huurcontracten, arbeidsovereenkomsten … Documenten die belangrijk zijn, die een impact hebben op je leven, en waarvan het dus eigenlijk wel belangrijk is dat je ze begrijpt. Maar ik denk dat veel jongeren na een halve pagina al afhaken.
En precies dat is een probleem. Jongeren haken af. En dat is niet omdat ze geen interesse hebben. Integendeel: jongeren zijn vandaag misschien wel meer betrokken dan ooit. Ze volgen politieke ontwikkelingen, maken zich zorgen over klimaat en internationale conflicten. Die thema’s voelen juist dichtbij, mede dankzij sociale media en een constante stroom aan informatie.
En toch blijft ‘het recht’ iets dat ver weg lijkt. Hoe kan dat? Waarom voelt een wereld die juist zo veel te maken heeft met die belangrijke maatschappelijke thema’s zo ver weg en ontoegankelijk?
Eindeloze bijzinnen vol vakterminologie die voor juristen misschien logisch zijn, maar niet voor de mensen op wie die documenten van toepassing zijn
Taal: afstand op papier
Een eerste antwoord ligt in taal. In juridische teksten is precisie natuurlijk essentieel. De juiste termen moeten worden gebruikt en een klein betekenisverschil kan grote gevolgen hebben. En daar is op zich niks mis mee; die zorgvuldigheid maakt het recht juist betrouwbaar.
Waar het dan wel misgaat, is dat dit in de praktijk leidt tot teksten die soms bijna onleesbaar zijn. Eindeloze bijzinnen vol vakterminologie die voor juristen misschien logisch zijn maar niet voor de mensen op wie die documenten van toepassing zijn. Ik moet toegeven dat ik, met een achtergrond in letterkunde, sommige zinnen uit die teksten meerdere keren opnieuw moet lezen. Niet omdat ik de inhoud niet kan begrijpen, maar omdat ik halverwege de zin alweer ben vergeten hoe die begon.
Voor de meeste mensen, en zeker voor jongeren, is de eerste kennismaking met het recht een document met belangrijke inhoud. Een huurcontract, arbeidscontract of belastingformulier. Documenten die je niet leest uit interesse, maar omdat het moet, omdat de inhoud zo belangrijk is. En daar ligt een probleem. De manier waarop deze informatie wordt gepresenteerd, kan bijna niet anders dan intimiderend overkomen. Het is niet uitnodigend, vaak niet helder en niet geschreven met de lezer in gedachten. Het voelt alsof de tekst niet echt voor jou bedoeld is, terwijl het juist gaat over jouw rechten en plichten.
Op die manier creëert taal afstand, terwijl het gevoel van connectie (zeker in deze tijd) juist zo belangrijk is. Zo voelt het eerste contact met recht voor jongeren meteen als iets waarvoor je moeite moet doen, iets dat niet vanzelf gaat. De afstand die dan wordt gecreëerd is moeilijk recht te trekken.
Voor wie nieuw is, en dat zijn jongeren per definitie, kan die hiërarchie aanvoelen als een drempel
Hiërarchie: afstand in de praktijk
De afstand zit niet alleen in de tekst, maar ook in de manier waarop de juridische wereld georganiseerd is. Zo is het recht sterk hiërarchisch. Kennis wordt opgebouwd over lange tijd. Titels en functies bepalen iemands positie. Het lijkt alsof een kleine groep alle informatie bezit.
Ook dat is natuurlijk begrijpelijk. Het recht moet nauwkeurig zijn en vraagt daarom ook om tijd en kennis. Het moet duidelijk zijn wie de juiste kennis bezit om belangrijke beslissingen te maken. Maar die structuur heeft ook een keerzijde.
Voor wie nieuw is, en dat zijn jongeren per definitie, kan die hiërarchie aanvoelen als een drempel. Het stellen van vragen is intimiderend, de mensen die er echt iets vanaf weten lijken ver weg. Daarbij is juridische communicatie vaak erg formeel. Je spreekt niet zomaar iedereen aan, en er zijn regels over hoe en wat je kan zeggen. Voor wie de regels niet kent, wordt het extra moeilijk om duidelijkheid te krijgen.
Zo wordt het gevoel van afstand tot de mensen die het recht maken, interpreteren en toepassen versterkt. Als de teksten al moeilijk leesbaar zijn en degenen die duidelijkheid kunnen bieden onbereikbaar, voelt de kennis niet toegankelijk.
En opnieuw: dat is niet omdat jongeren niet willen of niet geïnteresseerd zijn. Maar omdat de manier waarop het recht is opgebouwd hen niet uitnodigt.
Tijd: een afstand die moeilijk wordt ingehaald
Een derde factor is tijd, of beter gezegd: tempo. We leven in een wereld die steeds sneller gaat. En tegenover die snelheid lijkt het recht vaak traag. Procedures duren lang, aanpassingen worden pas gedaan als de situatie alweer is veranderd – we kennen het verhaal.
Voor jongeren, die juist middenin een fase van ontwikkeling en verandering zitten, kan die traagheid aanvoelen als stilstand. Zo wordt de afstand die ontstaat door taal en hiërarchie alleen maar moeilijker te dichten. Want om een afstand te dichten, om in te halen, is juist snelheid nodig. Een wereld die niet beweegt, is niet aantrekkelijk, zeker niet voor een generatie die gewend is aan voortdurende verandering.
Conclusie
Jongeren haken niet af bij het recht omdat ze niet geïnteresseerd zijn. Ze haken af omdat de eerste kennismaking meteen afstand creëert. Die afstand zit in de taal, de structuur, in het tempo. Het recht presenteert zich niet op een toegankelijke manier, ook al raakt de inhoud jongeren juist wel.
En natuurlijk kun je juridische begrippen niet zomaar veranderen. En natuurlijk is een bepaalde structuur nodig … Maar toegankelijkheid en precisie hoeven elkaar niet uit te sluiten. Het is belangrijk om te onthouden dat juridische teksten niet alleen bestaan voor degenen die ze schrijven, maar juist ook voor degenen op wie de inhoud echt een impact heeft.
Als we willen dat jongeren zich betrokken voelen bij het recht, dan moet het recht hen ook tegemoetkomen. Dat betekent: helderder schrijven en toegankelijk communiceren. Want zolang de eerste kennismaking met het recht vooral afstand creëert, blijft het moeilijk om die later nog in te halen.
Sara van Tooren, redacteur Jubel




0 reacties