Rechtuit

Waarom het opleggen van tarieven aan advocaten niet zo simpel is

Avatar
Geschreven door Hugo Lamon

LAMON op woensdag

Mr. Hugo LAMON is advocaat aan de balie Limburg en bestuurder en woordvoerder van de Orde van Vlaamse BaliesIedere woensdag maakt hij op Jubel een persoonlijke beschouwing over justitie.

Ook tijdens de vakantie verdient het de aanbeveling om nauwlettend het Belgisch Staatsblad te lezen, want op allerhande politieke kabinetten worden de schuiven nog leeggemaakt.  Zo verscheen op 12 juli het al enige tijd verwachte Koninklijk Besluit van 28 juni  “tot uitvoering van de artikelen 8 § 2 en 11 van de wet van 22 april 2019 tot het toegankelijker maken van de rechtsbijstandverzekering”. Wat zelfs argeloze lezers niet zal ontgaan is de bijlage, een “overzichtstabel van de maximumbedragen toegekend aan de prestaties verricht door de advocaten in toepassing   van artikel 1 van het koninklijk besluit van 28 juni 2019 tot uitvoering  van de artikelen 8  § 2 en 11  van de wet van 22 april 2019  tot het toegankelijker maken van de rechtsbijstandverzekering”.  De tabel beslaat ettelijke pagina’s in het Staatsblad, vol met gedetailleerde overzichten  van mogelijke prestaties in 49 procedures, telkens gevolgd door een bepaald bedrag (inclusief alle kosten, maar exclusief BTW). Zo mag een procedure “betreffende energieleveranciers” , wanneer alle mogelijke stappen worden gezet (voorafgaandelijke bespreking, procedure in eerste aanleg en in hoger beroep) maximaal 3.640 € kosten. Voor hetzelfde traject  met betrekking tot erfdienstbaarheden bedraagt het 6.300 € en bij een   bouwgeschil met alle mogelijke procedure-incidenten maximaal 14.980 €. Een procedure  tot overlevering (Europees aanhoudingsbevel) voorziet een maximum van 2.520 €.

Alhoewel die bewuste bijlage leest als “een tarief” is het dat niet. Het betreft enkel het bedrag waarvoor de rechtsbijstandsverzekeraar dekking moet verlenen wanneer een polis is afgesloten die onder het toepassingsgebied van de wet valt. De wetgever wil hiermee burgers aanzetten zich meer te verzekeren voor de kosten van een procedure en daarmee de toegang tot de rechter vergemakkelijken. De nieuwe wet treedt vanaf 1 september in werking en wie de polis onderschrijft zal dus weten welk deel van de advocatenfactuur door de verzekeraar moet worden terugbetaald. Sommige advocaten zullen niets meer vragen dan wat in de tabellen staat, terwijl anderen duidelijk zullen moeten communiceren dat ze die bedragen slechts als een tegemoetkoming zien voor hun prestaties.

De tabellen lijken op het eerste gezicht een door de minister opgelegd maximumtarief, maar dat zijn ze dus niet. Wie dat – te goeder of te kwader trouw – zo zou willen lezen, moet er dringend het arrest C‑377/17 van 4 juli 2019 van het Europees Hof van Justitie eens op nalezen. In die zaak (tegen Duitsland) moest het Europees Hof nagaan of de wettelijk verplichte minimum-en maximumtarieven voor  Duitse architecten en ingenieurs in overeenstemming is met het Europees recht (vrij verkeer).  Het Hof herinnert eraan dat drie voorwaarden moeten vervuld zijn:  de regeling mag niet discrimineren  op grond van nationaliteit; ze moet ook noodzakelijk zijn (“dat wil zeggen dat de eisen gerechtvaardigd moeten zijn door een dwingende reden van algemeen belang”) en proportioneel zijn (wat inhoudt dat de tarieven “geschikt moeten zijn om het nagestreefde doel te bereiken en niet verder mogen gaan dan nodig is om dat doel te bereiken, en dat dit doel niet met andere, minder beperkende maatregelen mag kunnen worden bereikt”). In de Duitse wettelijke regeling was vooral de derde voorwaarde een struikelblok. In zoverre het om minimumtarieven zou gaan, kan dit gerechtvaardigd zijn om een goede kwaliteit te garanderen.  Het Hof verwijst daarvoor onder meer naar het arrest Cippola uit 2006 (over de Italiaanse advocatenerelonen) waarbij toen al werd geoordeeld dat niet bij voorbaat valt uit te sluiten dat met de vaststelling van een minimumtarief “kan worden voorkomen dat dienstverrichters in een context van een markt die wordt gekenmerkt door een zeer groot aantal dienstverrichters, worden gestimuleerd om te concurreren door middel van het aanbieden van diensten onder de prijs, met het risico dat de kwaliteit van de verrichte diensten achteruitgaat”.

Het Hof van Justitie vindt ook dat in principe maximumtarieven kunnen bijdragen “aan de consumentenbescherming door de transparantie van de door de dienstverrichters toegepaste tarieven te verhogen en door te verhinderen dat deze laatsten buitensporige honoraria toepassen”. Toch werd de Duitse wettelijke regeling strijdig bevonden met het Europees recht omdat ze niet voldeed aan de proportionaliteitsvereiste. Er werd immers niet bewezen dat een systeem van indicatieve tarieven (prijsrichtsnoeren) niet zou volstaan om het beoogde doel te bereiken. Het Hof oordeelt daarom de “vaststelling van maximumtarieven niet kan worden beschouwd als evenredig aan die doelstelling”.

Wie dus de  bijlagen in  het KB over de rechtsbijstandsverzekering wil lezen als maximumtarieven leest dus best eerst grondig dat arrest van het Hof van Justitie.

Hugo LAMON

Mr. Hugo LAMON is advocaat aan de balie Limburg en bestuurder en woordvoerder van de Orde van Vlaamse BaliesIedere woensdag maakt hij op Jubel een persoonlijke beschouwing over justitie.

Opmerking plaatsen

Uw naam wordt privé weergegeven op de website en is niet zichtbaar voor anderen. Uw e-mailadres wordt opgeslagen maar niet gepubliceerd.