Uitstel van de inwerkingstreding van het Strafwetboek: een begrijpelijke keuze, met aandachtspunt voor de toekomst cover

28 aug 2026 | Column

Uitstel van de inwerkingstreding van het Strafwetboek: een begrijpelijke keuze, met aandachtspunt voor de toekomst

Recente Jobs

Notarieel jurist
Notariaat
0 - 3 jaar
Vlaams-Brabant
Dossierbeheerder
sociaal recht
0 - 3 jaar
Vlaanderen
Auditor
Fiscaal recht
5+ jaar
Vlaanderen
Estate planning manager
Estate Planning
5+ jaar
Oost-Vlaanderen
Transfer pricing manager
Fiscaal recht
5+ jaar
Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant

​Op 1 september treedt het nieuwe Belgische Strafwetboek in werking, na uitstel van de oorspronkelijk geplande datum van 8 april 2026. Wie de harmonisatiewetten leest die de bijzondere strafwetgeving moeten aanpassen aan het nieuwe wetboek, van de Drugswet tot de GAS-wet, krijgt zicht op de redenen die aan het uitstel ten grondslag lagen.

De harmonisatie van de bijzondere strafwetten met het nieuwe Strafwetboek

Naast het algemeen strafrecht, de regels die voor alle burgers gelden, bestaat een groot aantal bijzondere wetten, gericht op specifieke materies of groepen. Ze zijn erg divers: sommige nemen de vorm aan van een wetboek, zoals het Militair Strafwetboek; andere, zoals de Drugswet, gaan vrijwel volledig over strafrecht, terwijl weer andere, zoals de milieuwetten, slechts enkele strafbepalingen bevatten binnen een andere rechtstak.

De wetgevende procedure om de bijzondere strafwetten te harmoniseren, met andere woorden gelijk te trekken met het nieuwe wetboek, ging pas van start op 19 november 2025. Voor eenieder die voeling heeft met de dagelijkse rechtspraktijk werd het meteen duidelijk dat de vooropgestelde datum van 8 april 2026 voor de inwerkingtreding van het nieuw wetboek moeilijk haalbaar werd. Op 19 maart 2026 werd beslist om de inwerkingtreding met enkele maanden uit te stellen, zodat alle betrokken actoren zich op passende wijze konden voorbereiden. Dat is een verstandige en zorgvuldige beslissing op zich.

Wat opvalt, is vooral de timing van de laatste stukken van de puzzel. De harmonisatiewet over de verkeerswetgeving verscheen pas op 8 juni 2026 in het Belgisch Staatsblad. De wet die onder meer de GAS-wetgeving harmoniseert, volgde op 23 juni 2026. Voor de mensen op het terrein (magistraten, advocaten, politiediensten, gemeentelijke ambtenaren) betekent dit dat zij zich in de praktijk over een periode van twee à drie maanden moeten inwerken in teksten die hun dagelijkse werk raken. Het extra uitstel was dus zeker nuttig, maar de marge blijft aan de krappe kant, en dat mag gerust benoemd worden als een aandachtspunt voor toekomstige hervormingen van deze schaal.

Zwaardere straffen die wat meer aandacht verdienen

Deze harmonisatiewetten hebben een impact op de manier waarop de bijzondere wetten, los van de bepalingen in het Strafwetboek, de zwaarte van de straf voor bepaalde gedragingen bepalen. Zo komt de huidige minimumgevangenisstraf van drie maanden voor het basismisdrijf in de Drugswet, na omzetting naar de nieuwe strafschaal via de conversietabel van het nieuw Strafwetboek, uit op een minimumgevangenisstraf van drie jaar, en dit zonder dat er sprake is van enige strafverzwaring wegens de minderjarigheid van de betrokken personen, de gevolgen voor de gezondheid, of de deelname van de daders aan een organisatie. Weliswaar kan de rechter, bij aanname van verzachtende omstandigheden, deze straf vervangen door een straf van een milder niveau. Verzachtende omstandigheden zijn echter facultatief en vormen een open begrip: de rechter bepaalt zelf de toepassing en de invulling ervan. Hopelijk ontstaat hierdoor geen rechtsongelijkheid, aangezien dezelfde feiten tot een andere uitkomst kunnen leiden naargelang de rechtbank waarin de zaak wordt behandeld.

De overgangsregels: wat met feiten die vóór de inwerkingtreding van het nieuwe Strafwetboek werden gepleegd, maar nu pas voor de rechter komen?

Wanneer een feit vóór 1 september 2026 een misdrijf was volgens het oude Strafwetboek, maar de omschrijving van dat misdrijf op het moment van de uitspraak (na 1 september 2026) gewijzigd is in het nieuwe Strafwetboek, mag de rechter pas een straf opleggen volgens de nieuwe wet nadat hij heeft nagegaan dat het feit ook onder het nieuwe Strafwetboek nog steeds strafbaar is.

Zoals voor elke wetswijziging in het strafrecht gelden twee regels: de niet-terugwerkende kracht van de strafwet als algemeen beginsel en de retroactiviteit van de zachtere strafwet als uitzondering. Twee voorbeelden kunnen de problemen van het overgangsrecht illustreren.

Als algemeen beginsel mag de rechter de nieuwe regels over herhaling niet met terugwerkende kracht toepassen. Voortaan volstaat namelijk elke veroordeling, ongeacht de zwaarte ervan, om iemand in staat van wettelijke herhaling te plaatsen. Het is niet langer vereist dat de vorige veroordeling minstens één jaar gevangenisstraf bedroeg. Er is dus geen terugwerkende kracht bij verstrenging.

Omgekeerd geldt een uitzondering: de rechter mag iemand niet meer veroordelen voor het vroegere misdrijf van onopzettelijke doding of onopzettelijke slagen en verwondingen, wanneer er enkel sprake was van lichte schuld. Dat komt omdat het nieuwe Strafwetboek onopzettelijke misdrijven alleen nog bestraft bij een ernstig gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid. Met andere woorden is er wel terugwerkende kracht bij versoepeling.

Verder is het belangrijk om aan te stippen dat, in vergelijking met het Strafwetboek van 1867, het nieuwe wetboek duidelijker vastlegt hoe je moet bepalen welke strafwet de mildste is bij een wetswijziging. Voorheen hield de klassieke rechtspraak enkel rekening met de hoofdstraffen en niet met de bijkomende straffen. Wanneer bijvoorbeeld de oude wet een gevangenisstraf bepaalde met een lager maximum dan de nieuwe wet, dan bleef de oude wet integraal van toepassing, ook al voorzag ze in zwaardere bijkomende straffen dan de nieuwe wet. Voortaan moet de rechter bij een wetswijziging straf per straf bekijken welke de meest gunstige is. Zo is het denkbaar dat de rechter de mildste gevangenisstraf uit de nieuwe wet combineert met de mildste geldboete uit de oude wet. Specialisten uit het strafrecht noemen dit panacheren van stukken uit opeenvolgende wetten. Dit zorgt voor een extra laag complexiteit voor rechters die vanaf 1 september al die dossiers correct moeten doorrekenen, maar geeft wel een rechtvaardiger resultaat.

Wat we hieruit kunnen meenemen

Het uitstel tot 1 september 2026 was een verstandige en zorgvuldige beslissing, die de rechtspraktijk broodnodige extra tijd gaf. De late publicatie van enkele harmonisatiewetten toont bovendien aan hoe complex en omvangrijk deze hervorming wel is: het is niet vanzelfsprekend om zoveel bijzondere wetten tegelijk in lijn te brengen met een volledig nieuw wetboek. Die ervaring biedt alvast een waardevol inzicht voor de volgende grote wetgevingsoperatie, en hoeft de verdiensten van deze hervorming niet in de schaduw te stellen.

​Alain De Nauw, prof. em. strafrecht en lid KVAB

Recente Jobs

Notarieel jurist
Notariaat
0 - 3 jaar
Vlaams-Brabant
Dossierbeheerder
sociaal recht
0 - 3 jaar
Vlaanderen
Auditor
Fiscaal recht
5+ jaar
Vlaanderen
Estate planning manager
Estate Planning
5+ jaar
Oost-Vlaanderen
Transfer pricing manager
Fiscaal recht
5+ jaar
Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant

Blijf op de hoogte

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

0 Reacties

0 reacties

Een reactie versturen

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *