Tweedelijnsbijstand onder druk cover

20 okt 2023 | Column

Tweedelijnsbijstand onder druk

Recente vacatures

Jurist
bestuursrecht internationaal recht Omgevingsrecht Publiek recht sociaal recht
Brussel
Advocaat
Ondernemingsrecht
3 - 7 jaar
Limburg
Paralegal
Vastgoed
0 - 3 jaar
West-Vlaanderen

Aankomende events

De juridische tweedelijnsbijstand wordt steeds belangrijker in het landschap van de advocaten. De stijgende inkomstengrenzen vormen één aspect hiervan. Meer nog is er de stijgende hoeveelheid rechtzoekenden die in aanmerking komen omdat ze deel uitmaken van een bepaalde categorie die hen recht geeft. Zo zien we het aandeel van rechtzoekenden die gedetineerd zijn (in het kader van strafrecht) en het aandeel minderjarigen veel sterker stijgen dan het aandeel rechtzoekenden die hun inkomsten moeten aantonen.

Stijging van het aantal aanvragen tot tweedelijnsbijstand

De voorspelling van het Rekenhof dat het aantal rechtzoekenden bij het “Bureau voor Juridische Bijstand” (BJB) zou verdubbelen wanneer de inkomensgrenzen zouden stijgen kwam vooralsnog niet uit. Ik verwacht dat de verdubbeling er wel degelijk komt, maar met vertraging van enkele jaren. De cijfers zijn evenwel indrukwekkend. Voor Antwerpen waren er in het gerechtelijk jaar 2018-2019 42.652 aanvragen. De prognose voor het gerechtelijk jaar 2022-2023 is 59.693 aanvragen. Dit betekent bijna een stijging met 50 procent ten opzichte van vier jaar geleden.

Ik verwacht dat de verdubbeling er wel degelijk komt, maar met vertraging van enkele jaren.

Die stijgingen zijn wellicht niet eens het gevolg van het stijgen van de inkomensgrenzen. Het merendeel bevindt zich in de sfeer van het jeugdrecht, het strafrecht en vreemdelingenrecht. Deze vormen aparte categorieën in de wetgeving en zijn dus niet per se afhankelijk van de bestaansmiddelen van de rechtzoekende. Minderjarigen komen bijvoorbeeld altijd in aanmerking.

Dit betekent ook dat de advocaten die optreden in het kader van de tweedelijnsbijstand meer en meer werk krijgen. Het betekent evenwel niet dat er meer advocaten zijn die optreden in de tweedelijnsbijstand. De hoeveelheid advocaten vrijwilligers bij balie Antwerpen is nagenoeg dezelfde gebleven. Het betreft een kleine duizend waarvan de helft stagiairs.

De term vrijwilligers is ook niet helemaal juist. Alle stagiairs worden immers verplicht vijf materies te kiezen waarvoor ze kunnen worden aangesteld gedurende hun stage.

Daar waar de tableauadvocaten kunnen kiezen of ze in hoofdorde (aangeduid worden door het BJB) of in bijkomende orde (zelf de aanstelling vragen) optreden, staat de optie niet open voor de stagiairs.

Sneeuwbaleffect door overbelasting

Balie Antwerpen streeft ernaar om rechtzoekenden een advocaat aan te bieden in een straal van vijfentwintig kilometer rond hun woonplaats. De strakke toepassing hiervan leidde tot een overbelasting van de vrijwilligers vooral in de streek rond Mechelen voor het familierecht en vreemdelingenrecht. Wanneer er een te grote vraag naar een bepaalde materie ontstaat, zorgt dit ervoor dat de vrijwilligers te zwaar belast worden. Ik zie dan dat de tableauadvocaten niet meer in hoofdorde willen optreden, maar enkel in bijkomende orde. Immers de organisatie van het kantoor komt dan vaak onder druk te staan en men wil dit reguleren door enkel zelf aanstellingen te vragen wanneer de organisatie het toelaat. Dit maakt dat soms enkel een handvol tableauadvocaten overblijven, aangevuld met stagiairs die dan het volle gewicht moeten dragen van die overbelasting.

Vandaar dat er de afgelopen jaren opnieuw beslist werd door de raad van de Orde dat stagiairs verplichte voorkeurmateries opgelegd krijgen. In Antwerpen was dit het geval voor familierecht en vreemdelingenrecht. Anders beslissen had gemaakt dat stagiairs wellicht elke week een aanstelling zouden krijgen of dat het systeem eenvoudigweg geen aanbod meer zou hebben en dus zou imploderen.

Deze situatie is niet ideaal temeer daar stagiairs niet langer een bijzondere opleiding krijgen in het familierecht of het vreemdelingenrecht. De toekomst ziet er bovendien niet zo rooskleurig uit wat dat betreft. Als men zou doorzetten met plannen om bijvoorbeeld de stage aanzienlijk in te korten zal dit ook een direct effect hebben op het aantal vrijwilligers en dus het aanbod. Immers de helft van de vrijwilligers zijn stagiairs. Concreet zou in Antwerpen het aanbod van 941 naar 750 vrijwilligers vallen.

Ongelijke concurrentie in de tweedelijnsbijstand

De situatie in Antwerpen voor stagiairs staat schril in contrast met de situatie in Nederlands Brussel. Zeer duidelijk is de vraag er laag en het aanbod de facto groot. De meeste rechtzoekenden wenden zich tot de Franstalige Brusselse balie. Daar waar een stagiair in Antwerpen meestal meer dan veertig zaken toegewezen krijgt, zal hij of zij in Brussel minder dan tien zaken toegewezen krijgen. Het is dan ook geen geheim dat de grotere kantoren die zowel in Antwerpen als in Brussel gevestigd zijn er voor kiezen om hun stagiairs te laten aansluiten bij de Brusselse balie eerder dan de Antwerpse. Dit zal op lange termijn niet meer houdbaar zijn.

Er is evenwel nog meer. De voorwaarden om aan de tweedelijnsbijstand mee te doen zijn voor elke balie verschillend. Sommige balies stellen nagenoeg geen enkele voorwaarde terwijl andere zoals Antwerpen vereisen dat er vorming wordt gevolgd in een bepaalde materie. De impact hiervan lijkt eerder beperkt, maar is niet te verwaarlozen.

Grote verschillen in de tweedelijnsbijstand tussen de Balies onderling

Het leveren van tweedelijnsbijstand als businessmodel?

Kantoren die louter leven van de vergoedingen betaald in de tweedelijnsbijstand zijn nagenoeg onbestaande en dit omwille van verschillende redenen. Ten eerste is er de zeer late betaling van de vergoedingen die pas volgt een jaar na afsluiting. Verder wegens de onderbetaling van bepaalde prestaties. Vervolgens wegens de onvoorspelbaarheid van de hoogte van de vergoeding en ten slotte de onvoorspelbaarheid van de datum van uitbetaling.

De weinige kantoren die het wel doen, richten zich op zeer specifieke niches. Te denken valt aan advocaten die zich richten op de Salduzpermanentie en dan vooral in het weekend en ’s nachts werken. Ook advocaten die zich uitsluitend bezighouden met het jeugdrecht leven soms uitsluitend van de vergoedingen in de tweedelijnsbijstand.

Kantoren die zich uitsluitend bezighouden met vreemdelingenrecht zijn de afgelopen jaren op enkele na, helemaal verdwenen uit het landschap.

De idee dat zulke kantoren ondermaatse kwaliteit bieden en enkel uit zijn op de vergoeding is fout. Het zich richten op één bepaalde niche heeft integendeel als voordeel dat de kennis en de kwaliteit van de dienstverlening vaak goed of zelfs zeer goed zit. Dit blijkt ook uit nazicht van dossiers van deze kantoren. Vergeet niet dat elk dossier aangemaakt in de tweedelijnsbijstand gecontroleerd wordt door een andere advocaat voor de toekenning van de vergoeding.

Aan de andere kant van het spectrum zijn er ook kantoren die zich helemaal niet bezighouden met tweedelijnsbijstand. Vaak gaat het om kantoren die heel andere materies behandelen. Ook hier is reden voor bezorgdheid, in het bijzonder voor de stagiairs die er werkzaam zijn. Zij ervaren het tweedelijnswerk als zeer stresserend omdat ze nauwelijks of geen ervaring vinden in hun kantoor in de materies welke ze moeten behandelen en bijkomend niet beschikken over een netwerk dat hen kan helpen.

It’s the economy stupid!

Kantoren kunnen enkel van de tweedelijnsbijstand leven wanneer ze hyperefficiënt georganiseerd zijn en/of beschikken over grote reserves omwille van de redenen zoals hierboven beschreven.

Nochtans zijn al deze problemen relatief simpel op te lossen door kwartaaluitbetalingen te organiseren. Alleen lijkt de overgang naar een dergelijk systeem een budgettaire hindernis te zijn. Er zal immers bij de overgang dubbel betaald moeten worden (voor het lopende jaar en het jaar voordien). De voordelen ervan zijn legio en het zou enorme opportuniteiten kunnen bieden aan startende advocaten. Discussies over aanpassingen aan de stage fietsen vreemd genoeg altijd rond dit belangrijk punt heen. Tweedelijnsbijstand zou nochtans een gezonde financiële basis kunnen geven aan starters en ook zorgen voor meer concurrentie wat dan op zich kan leiden tot meer kwaliteit en aanbod. Meer vrijwilligers zal ook problemen van overbelasting wegnemen zodat ook stagiairs die in kantoren zitten waar tweedelijnsbijstand niet aan bod komt ruimte krijgen om hun zaken goed voor te bereiden.

Conclusie

Het systeem van de tweedelijnsbijstand komt meer en meer onder druk te staan. De vraag wordt groter en het aanbod blijft min of meer gelijk maar is fragiel. De geschiedenis leert dat wanneer een kritiek punt van overbelasting bereikt wordt, de balie moet ingrijpen met onwenselijke maatregelen. De invoering van een sneller betalingsmechanisme zal leiden tot een groter aanbod van advocaten die bereid zijn zich in te zetten voor de tweedelijnsbijstand, meer kansen voor startende advocaten, minder overbelasting van de stagiairs en zal er vooral voor zorgen dat de tweedelijnsbijstand gegarandeerd blijft voor de rechtzoekende. Waar wachten we eigenlijk nog op?

Jan De Lien – advocaat bij Justis Lawyers Group

voorzitter van het Bureau voor Juridische Bijstand Antwerpen

Recente vacatures

Jurist
bestuursrecht internationaal recht Omgevingsrecht Publiek recht sociaal recht
Brussel
Advocaat
Ondernemingsrecht
3 - 7 jaar
Limburg
Paralegal
Vastgoed
0 - 3 jaar
West-Vlaanderen

Aankomende events

Blijf op de hoogte

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

0 Reacties

0 reacties

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.