Vorige week werd hier aandacht besteed aan die incidentrijke strafzaak, waar een rechter advocaten niet liet pleiten en hij eerder de zaak al had uitgesteld nadat hij advocaten door de politie uit de zittingszaal had laten verwijderen. In die zaak was de rechtbank 17 keer gewraakt (inmiddels zijn er weer een aantal nieuwe wrakingsverzoeken gesignaleerd). Die 17 wrakingsverzoeken werden allemaal afgewezen. Het zorgde voor bezorgdheid, zeker omdat het wrakingswapen ook in andere zware (drugs)zaken opduikt en de perceptie ontstaat dat het als vertragingsmanoeuvre wordt gebruikt. Ik schreef dan ook: “als dit fenomeen uitbreiding neemt, zullen er geen vonnissen meer kunnen worden uitgesproken in zware drugszaken (en misschien ook niet meer in andere omvangrijke dossiers). Dat is verontrustend voor iedere goed menende advocaat en magistraat”.
Net deze week verscheen het boek overMorgen. De wereld in 13 essays, waarin strafpleiter Walter Damen als “curator” (vroeger zou hij als “editor” omschreven zijn) dertien bekende Vlamingen vroeg om na te denken over de vraagstukken van vandaag en morgen. Zelf heeft hij het over het “nut van de vrije meningsuiting”. Hij vergelijkt columnisten, cartoonisten en stand-upcomedians met de middeleeuwse narren. Hij vindt dat die een cruciale rol vervullen in het publieke debat. “Vrije meningsuiting is geen privilege, maar de voorwaarde van de vrijheid zelf. Wie haar beknot, kiest niet voor rust maar voor leegte. (…) Vrijheid van meningsuiting is niet zomaar een recht. Zij is de long van de democratie. Zonder haar verstikt de vrijheid”. Wie de vraag stelt naar het waarom van deze wekelijkse bijdrage, vindt daar dus de verantwoording.
In het juridisch landschap in Vlaanderen wordt deze blog blijkbaar veel gelezen (er is dus wel wat vraag naar beschouwingen over de juridische actualiteit), al haasten de weldenkende juristen zich om er onmiddellijk aan toe te voegen dat ze het ook vaak niet eens zijn met wat ze lezen. Dat geeft echter slechts zelden aanleiding tot openlijke kritiek, al werd mij al in de loop der jaren twee keer voor de voeten geworpen dat ik de eer en de waardigheid van het beroep van advocaten had geschonden. Maar telkens werd die tuchtklacht geseponeerd. Jawel, op grond van de vrijheid van meningsuiting.
De column van vorige week lokte een scherpe reactie uit van de Gentse strafpleiter Mr. Hans Rieder. De vrijheid van meningsuiting geldt ook voor die kritiek en zijn woorden kunnen alleen maar bijdragen tot het maatschappelijk debat. Hij vergelijkt mijn opinie met deze van “de sportjournalist die een sportwedstrijd in de krant becommentarieert in een poging om de lezer te enthousiasmeren over het spektakel dat vanop de tribunes zichtbaar zou geweest zijn. Om de abonnee vervolgens te verwijzen naar het horoscoopkatern voor de uit eigen waarnemingen afgeleide bedenking rond hoe het de sport nu verder zal vergaan”. Daarmee schetst hij een niet zo fraai beeld van sportjournalisten, waarmee hij toch nodeloos een beroepsgroep aan de schandpaal nagelt.
De kritiek wordt verderop in zijn reactie wat ad hominem. Hij stelt vast dat mijn beschouwing zijn oorsprong vindt in de zeventien wrakingsverzoeken in die strafzaak, waarop hij stelt: “Heeft Lamon al ooit één van die wrakingsverzoeken gelezen? Mocht hij dat hebben gedaan dan zou hem zijn opgevallen dat die oorlogvoerende advocaten (…) het bij het rechte eind hebben.” De wrakingsverzoeken zijn niet publiek gemaakt, maar het staat wél vast dat ze in alle van die 17 gevallen werden afgewezen door diegenen die er met kennis van zaken moesten over oordelen (dus zowel het hof van beroep als het Hof van Cassatie). Daarmee is dus de juridische waarheid helder. In het kader van de vrijheid van meningsuiting mag dat – hoop ik althans – toch ook nog worden onderstreept.
Het staat Mr. Rieder vrij andere stellingen te verdedigen, verwijzend o.m. naar GRECO-aanbevelingen. Niet geheel ten onrechte stelt hij dat “er nog een lange weg is voor hoven en rechtbanken” om zijn stellingen te erkennen. Ook dat mag toch eens herhaald worden.
Hij eindigt met: “de journalist die verslag doet van een sportwedstrijd die hij zelf niet gezien heeft en die geen enkele affiniteit heeft met de discipline in kwestie, doet er goed aan de goedmenende sportfanaat vooraf te verwittigen. Al was het maar om oorlog te voorkomen”. Ja, op dat punt heeft Mr. Rieder overschot van gelijk: de lezer moet verwittigd worden. Welaan dan, zijn repliek maakt het voor mij duidelijk dat het niet volstaat om alleen maar vanaf de zijlijn columns te schrijven. Er is meer engagement nodig, zowel deontologisch als maatschappelijk. Ik heb daar affiniteit mee en ik kan dus beter niet langer passief blijven.
Hugo Lamon
Lees hier meer columns van meester Hugo Lamon over Justitie.
Op de hoogte blijven van alle nieuwigheden binnen justitie, advocatuur en de juridische en fiscale wereld? Volg Jubel.be op LinkedIn.




0 reacties