Algemeen

Te dure gerechtsdeurwaarders? “Rekenhof maakt redeneerfout”, stelt de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders

Op zaterdag 26 oktober 2019 kon men in verschillende media lezen dat het Rekenhof de invordering van achterstallige strafboetes door gerechtsdeurwaarders als te duur kwalificeert. “Een lelijk staaltje van framing van een ganse beroepsgroep”, pareert de NKGB.

Het weerwoord

“Nadat de overheid zelf de beslagmogelijkheden waarover een gerechtsdeurwaarder beschikt, bemoeilijkte en duurder maakte, getuigt het van weinig objectiviteit van een overheidsinstelling zoals het Rekenhof om een dergelijke ongenuanceerde uitspraak te doen”, zo stelt de NKGB. Dat gerechtsdeurwaarders wel degelijk tijds- en kostenefficiënt invorderen, bewijst de gecentraliseerde aanpak van DIAM, de samenwerking tussen de NKGB en de Vlaamse Belastingdienst voor de inning van achterstallige belastingen en boetes. Sinds de oprichting van DIAM werd 692,5 miljoen euro van de 845 miljoen euro openstaande invorderingen gerecupereerd (dat is meer dan 80%). De maatschappelijke kost ervan is nul euro, de maatschappij draagt dus geen euro bij aan de kostprijs van deze invorderingen.

De NKGB verzet zich met klem tegen deze eenzijdige en contextloze benadering door het Rekenhof en wenst hierbij een en ander recht te zetten.

Vijf belangrijke nuances en weerleggingen

1. Het Rekenhof stelt dat twee op de drie strafboetes niet worden betaald, of anders gesteld: van de 454 miljoen euro aan strafboetes die in 2017 werden opgelegd, was een jaar later nog maar 157 miljoen euro betaald.

Wat het Rekenhof niet vermeldt, is dat de meeste burgers onmiddellijk hun opgelegde boetes of minnelijke schikkingen betalen, omdat ze maar al te goed weten dat bij wanbetaling een gerechtsdeurwaarder bij hen langs zal komen. Deze betaalde boetes moet men mee verrekenen wil men intellectueel eerlijk zijn.

Wat het Rekenhof ook niet vermeldt, is dat bij correctionele veroordelingen zeer hoge boetes opgelegd worden, waarvan het in de sterren geschreven staat dat deze hoogstwaarschijnlijk nooit zullen ingevorderd raken of betaald worden. Het is één zaak om torenhoge boetes op te leggen, maar een totaal andere zaak om deze betaald te krijgen door personen die (levens)lang in de gevangenis zitten, totaal onvermogend zijn of hun onvermogen al lang voor de uitspraak georganiseerd hebben, in het buitenland verblijven of zelfs niet identificeerbaar zijn. Met andere woorden, het zijn het aantal veroordelingen die men moet afzetten tegen het aantal geïnde boetes.

2. Dat de gerechtsdeurwaarders meer zouden kosten dan ze invorderen, is een flagrant staaltje van framing.

Wat de penale boeten betreft, is het een feit dat de gerechtsdeurwaarders de probleemdossiers krijgen, nadat talloze aanmaningen, eventuele verrekeningen met terugbetalingen van belastingen en loonbeslagen via het systeem van het vereenvoudigd fiscaal derdenbeslag niks opleverden. Nogmaals, het is intellectueel oneerlijk om te beweren dat de gerechtsdeurwaarder te duur is terwijl de overheid zelf de invorderingsprocedure duurder maakte. Bovendien gaat het vaak over personen die niet terug te vinden zijn in de ons beschikbare databanken, waardoor een gerechtsdeurwaarder extra moeite moet doen en kosten moet maken om de vermogenstoestand van deze persoon te evalueren (bijvoorbeeld ter plaatse gaan).

3. De hoogte van het invorderingspercentage bij gerechtsdeurwaarders is rechtstreeks gelieerd aan de doorstroom van de vonnissen aan de FOD Financiën.

Zonder vonnis heeft een gerechtsdeurwaarder geen uitvoerbare titel en kan hij bijgevolg geen invorderingsprocedure opstarten. Het Rekenhof wijst zelf op de gebrekkige communicatie tussen de FOD Financiën (die de boetes moet innen) en de FOD Justitie (die de gegevens moet aanleveren).

4. Dat de gerechtsdeurwaarders wel degelijk efficiënte invorderen, bewijzen onder meer de resultaten van DIAM.

5. Tot slot, de 9 miljoen euro die de FOD financiën aan de gerechtsdeurwaarders zou hebben betaald, zijn eigenlijk kosten die reeds mee ingevorderd zijn en betaald door de veroordeelde schuldenaar. 

De regel is immers dat de gerechtsdeurwaarder alle ingevorderde bedragen, inclusief de uitvoeringskosten van de gerechtsdeurwaarder, moet doorstorten aan de FOD en dat de kosten die de gerechtsdeurwaarder heeft gemaakt worden teruggestort aan de gerechtsdeurwaarder in kwestie.

Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders

Meer lezen van de NKGB? Dat kan hier!

Opmerking plaatsen

Uw naam wordt privé weergegeven op de website en is niet zichtbaar voor anderen. Uw e-mailadres wordt opgeslagen maar niet gepubliceerd.