Op 25 juli 2001 verscheen in het Belgisch Staatsblad de wet van 4 juli 2001 “tot wijziging met betrekking tot de structuren van de balie, van het gerechtelijk wetboek en van de wet van 13 maart 1973 betreffende de vergoeding voor onwerkzame voorlopige hechtenis”. De wet bezegelde een jarenlange loopgravenoorlog binnen de advocatuur.

Het gerechtelijk wetboek had de Nationale Orde van Advocaten in het leven geroepen. Die bestond uit lokale stafhouders die een bestuur verkozen. Het was een stoffig en besluiteloos orgaan dat bovendien ook werd verlamd door spanningen tussen grote en kleine balies en tussen Vlaamse, Waalse en Brusselse stafhouders. Sommigen zagen in dat disfunctioneren de emanatie van “le mal belge”.

Vanaf 1997 zouden de meeste Vlaamse stafhouders (met uitzondering van die van Gent) stevige interne oppositie voeren wat in de lente van 1998 uitmondde in de oprichting van de “Vereniging van Vlaamse Balies” (een feitelijke vereniging, met o.m. een rechtstreeks verkozen algemene vergadering). De directe aanleiding voor de afscheiding was de verdeling van de overheidsgelden van wat nu de juridische tweedelijnsbijstand heet, met een grote kloof tussen Vlaamse en Waalse balies. Er was bij sommigen ook wrevel ontstaan over de stilstand in de advocatuur omdat door de interne spanningen er geen modernisering kwam van de deontologie. Kort na de oprichting van die feitelijke vereniging zouden advocaten in Vlaanderen bijvoorbeeld reclame mogen maken, waarbij voor het eerst werd erkend dat advocaten ook ondernemers zijn. In 1996 trokken 300.000 mensen door de Brusselse straten in het teken van de “witte mars”. Daarbij werd het wantrouwen van de burgers voor justitie pijnlijk duidelijk. De advocatuur was volledig afwezig gebleven in het maatschappelijke debat over de noodzakelijke hervormingen en sommigen zagen ook daar een taak voor de nieuwe structuren.

De wet van 2001 bezegelde enkel de feitelijke toestand die op het terrein was ontstaan. Binnen de nieuwe Orde van Vlaamse Balies leefde sterk de gedachte van “wat we zelf doen, doen we beter”.

Nu, twintig jaar later, organiseert de Orde van Vlaamse Balies samen met avocats.be (de vroegere Ordre des Barreaux Francophones et Germanophone) en met de kleine cassatiebalie de Europese Dag van de Advocatuur op een plaats vol nationale symboliek: in het Paleis der Natie, in de senaat. In de uitnodiging voor het congres valt te lezen dat “in die 20 jaar tijd, na een lastige splitsing, (hebben) de ordes elkaar beter leren kennen en zijn ze beginnen samen te werken. 20 jaar lang hebben advocaten en medewerkers van beide Ordes op regelmatige basis gezamenlijke projecten ontwikkeld en zij willen op dat elan verdergaan”.

Tot voor kort zijn die gezamenlijke projecten in ieder geval voor de buitenwereld goed verborgen gehouden, maar het is een vaststelling dat er nu alles aan wordt gedaan om de eenheid te prediken en “op dat elan verder te gaan”. Er is het congres, maar ook de gezamenlijke opiniestukken van de voorzitters van beide ordes. De voorzitter van de OVB heeft zich overigens ook recent uitdrukkelijk gepositioneerd als een zeer koele minnaar van de verdere splitsing van justitie.

Het lijkt erop dat het engagement van zij die 20 jaar geleden aan de wieg stonden van de Orde van Vlaamse Balies gedateerd lijkt. Tot voor kort ging het debat binnen de advocatuur over de vraag of de Orde van Vlaamse Balies niet moest evolueren naar een “Orde van Vlaamse advocaten”, waarbij de verhouding tussen lokale ordes en de OVB opnieuw zou moeten worden gedefinieerd. Sommigen – en niet van de minsten – willen nu evolueren naar een nieuwe nationale structuur. Die gedachte is aan Franstalige zijde overigens nooit echt weg geweest.

Het debat moet worden gevoerd. Andere tijden vergen misschien ook andere structuren. Het blijft ook de vraag of, naast de communautaire oprispingen, de rol van de advocatuur in het maatschappelijk debat nog zo belangrijk is als destijds door sommigen werd aangevoeld. De communicatiedienst van de OVB lijkt resoluut te kiezen voor een focus op de ‘advocatuurlijke’ vaardigheden en mengt zich veel minder in maatschappelijke thema’s. Daarmee onderscheidt ze zich duidelijk van de Franstalige tegenhanger.

De viering van het twintigjarige bestaan is er dus één die gepaard gaat met gemengde gevoelens. De recepten van de strijders van het eerste uur kunnen blijkbaar niet meer boeien. Of misschien komt, zoals zo vaak, alles wel weer terug? En ook aan de zijlijn kan het debat gevoed worden, natuurlijk zolang u deze blog blijft lezen. Alvast tot volgende week en laat intussen van u horen.

Hugo LAMON

***

Meer blogposts lezen van Hugo Lamon? Dat kan hier!

Hugo Lamon

Mr. Hugo Lamon is advocaat aan de balie van Limburg en Brussel NL. Hij publiceert over o.m. ondernemingsrecht en deontologie. Hij mengt zich al jaren in het maatschappelijk debat over justitie.

Bekijk alle artikelen

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.