Fleer op één. In Fleer op één reflecteert elke eerste van de maand een gerenommeerd rechtsdenker over justitie in België en daarbuiten. Prof. dr. Frank Fleerackers, hoogleraar Rechtsdenken aan de KULeuven, verwoordt verbatim het recht van de filosoof. Deze maand over spraak en tegenspraak.
Spraak-tegen-spraak
Tegenspraak veronderstelt een procesmatige actie, die door het tegenover elkaar stellen van posities de interactie gaande houdt. In wezen vergt contrapunt geen contradictie. Tegenspraak kan zonder meer begrepen worden als een veruitwendiging van contrapositie of zelfs juxtapositie, waarbij het innemen van contradictorische of tegenstrijdige posities niet eens vereist is. Spraak-tegen-spraak kan interactie realiseren zonder inhoudelijke incongruentie, doch het spreekt voor zich dat reële contradicties idealiter via tegenspraak tot uiting komen. Wanneer Duncan Kennedy tot bevrijding van de contradictie in het recht oproept, dan is tegenspraak de modus die deze bevrijding waarmaakt. De bevrijdende rol van tegenspraak is groot, vermits langs deze weg niet enkel de contradictie binnen het recht, maar bovenal het recht zelf, bevrijd wordt van rationalisering en reductiedenken.[1]
Tegenspraak, als principe van interactie, is een vorm van methodische twijfel waarbij een paradox opgeroepen wordt om niet te verzanden in immobilisme en lethargie
Tegenspraak, als principe van interactie, is een vorm van methodische twijfel waarbij een paradox opgeroepen wordt om niet te verzanden in immobilisme en lethargie. Paradox en contrapunt zijn semantische technieken om deze tegenspraak te realiseren. Steeds opnieuw wordt voor elke positie in contrapunt een tegenpositie ontboden om de noodzakelijke verschildynamiek aan te houden. De procesmatige verwerkelijking van tegenspraak als modus operandi van deze dynamiek vereist betrokkenheid van de jurist. Betrokkenheid, die zich vertaalt in beweging wanneer elk argument, elke overtuiging of affector op zijn merites beoordeeld wordt door confrontatie met een spiegelbeeld of tegenpool.
Om een werkelijkheid van differentie en verschil in het recht te integreren, is contrastwerking nodig. Om deze werkelijkheid ook als dynamiek te incorporeren, bieden contrapunt en tegenspraak een uitweg voor het verstarde rechtsdenken.
In contrapunt staat tegenspraak hier tegenover consensus, met name omdat deze waarheidsvorm als resultaat van tegenspraak tot stand komt, hoe tijdelijk en volatiel ook
In contrapunt staat tegenspraak hier tegenover consensus, met name omdat deze waarheidsvorm als resultaat van tegenspraak tot stand komt, hoe tijdelijk en volatiel ook. Dit betekent dat juristen in eerste instantie de attitude dienen te verwerven, die hen toelaat de interactieve kunstvorm, die tegenspraak heet, te beoefenen. Het doel van deze interactie is inderdaad het bereiken van consensus als een tussen partijen gedeelde overtuigingswaarheid, met andere woorden: een overtuiging die de partijen als een waarheid raakt. Om hierin te slagen, mag de verschildynamiek, die elk reëel conflict tekent, niet weggerationaliseerd of gereduceerd worden. Dynamiek én differentie van conflictsituaties worden bij voorkeur versterkt opdat de interactie van actieve én sluimerende affectoren optimaal kan fungeren als ontvouwer van genereerbare betekenis. Enkel op deze wijze zal de jurist in staat zijn die betekenis ook te genereren, zodat consensuele waarheid ontluikt: fragiel, onstabiel, prematuur. Maar met de affectieve kracht van een (gedeelde) overtuiging.
Voetnoten
[1] Kennedy, D., A Critique of Adjudication (fin de siècle), Harvard University Press, Cambridge, 1997, p. 345.



0 reacties