Opiniemakers

Op deze pagina komen diverse eminente juristen aan het woord. Vanuit hun professionele ervaring, als magistraat, advocaat, academicus, ... kijken ze met een eigenzinnige blik naar de juridische actualiteit.

De standpunten en opinies vertolkt in de bijdragen die onder de naam 'Opiniemakers' verschijnen, binden enkel de auteur van de bijdrage zelf en vertegenwoordigen niet noodzakelijk de mening van Jubel, de Jubel-redactie of KnopsPublishing.

Bent u geïnteresseerd om opiniestukken te publiceren via Jubel.be? Contacteer de Jubel-redactie

In juli van dit jaar kwam aan het licht dat tal van arbeidsmigranten werden uitgebuit op de site van chemiereus Borealis te Kallo. Zij raakten verwikkeld in een lange keten van onderaanneming en kwamen zo in België terecht. Hoewel de werknemers van meet af aan door het arbeidsauditoraat werden erkend als slachtoffers van mensenhandel, werd de bijhorende procedure voor de meesten van hen nooit opgestart.

Volgens de definitie in het Belgisch Strafwetboek bestaat het misdrijf van mensenhandel uit twee constitutieve elementen. Vooreerst moet er sprake zijn van een materieel element, met name “de werving, het vervoer, de overbrenging, de huisvesting, de opvang van een persoon, het nemen of de overdracht van de controle over hem”. Daarnaast moet dergelijke gedraging een finaliteit van uitbuiting nastreven. Dit kan volgens het Strafwetboek op vijf manieren (de zogenaamde ‘sectoren van uitbuiting’): seksuele uitbuiting, uitbuiting van de bedelarij, economische uitbuiting, illegale handel in organen en menselijk lichaamsmateriaal, en het gedwongen plegen van misdrijven.

De bewijslast voor het misdrijf mensenhandel is derhalve erg zwaar, wat maakt dat het openbaar ministerie terughoudend is bij de toekenning van het slachtofferstatuut en de beslissing tot vervolging.

Op het eerste zicht lijkt dit een voldoende adequate en omvattende definitie om het probleem van exploitatie aan te pakken. Het behoort evenwel tot de discretionaire bevoegdheid van het openbaar ministerie om al dan niet tot vervolging van het misdrijf over te gaan, en uit een recent rapport van de IAO (Internationale Arbeidsorganisatie, ook wel ILO of International Labour Organization) blijkt dat de drempel daartoe relatief hoog ligt in België.[1]In de praktijk wordt het begrip ‘mensenhandel’ immers op enge wijze geïnterpreteerd. Zo oordeelde de correctionele rechtbank te Luik bij vonnis van 2 april 2021[2]dat drie Indische werknemers van een nachtwinkel geen slachtoffers waren van mensenhandel, ondanks hun lange werkuren en uitzonderlijk laag loon. De Indiërs hadden geen sociaal noch medisch statuut, werden voortdurend gefilmd op de werkvloer, en kregen de instructie om te vluchten in geval van controle. Zij verklaarden onder druk te zijn gezet en van hun vrijheid te zijn beroofd. Toch meende de rechtbank dat deze elementen tezamen niet volstonden om de werkgever te veroordelen wegens mensenhandel. De bewijslast voor het misdrijf is derhalve erg zwaar, wat maakt dat het openbaar ministerie terughoudend is bij de toekenning van het slachtofferstatuut en de beslissing tot vervolging. Uiteraard komt dit de slachtoffers niet ten goede.

De Borealis-affaire leert ons echter dat ook wanneer wel wordt besloten om tot vervolging over te gaan, niet elk slachtoffer van mensenhandel als dusdanig wordt begeleid en opgevangen. Nochtans worden de rechten van slachtoffers op verschillende niveaus gewaarborgd.[3] Zo valt in Richtlijn 2004/81/EG te lezen dat de lidstaten gehouden zijn om medische, psychologische en taalkundige bijstand te bieden. Ook dienen zij aan de slachtoffers een levensstandaard te garanderen die hen in staat stelt in hun eigen onderhoud te voorzien.

In België zijn deze internationale en Europese verplichtingen vertaald naar een bijzondere beschermings- en bijstandsprocedure. Slachtoffers van mensenhandel kunnen met name terecht bij drie erkende centra die instaan voor opvang en/of ambulante begeleiding. Het begeleidingstraject bestaat uit drie componenten, zijnde psychosociale en medische hulp, administratieve begeleiding, en juridische hulp. Merkwaardig is evenwel dat deze procedure wordt opgevat als voorwaarde om van het slachtofferstatuut te kunnen genieten. Enkel slachtoffers die door een erkend centrum worden begeleid, hebben volgens artikel 61/2, §2 van de Vreemdelingenwet immers recht op een voorlopige verblijfstitel. De wetgever zet hiermee de wereld op zijn kop – zo maakte de Borealis-zaak pijnlijk duidelijk. Na erkenning van de slachtoffers door het arbeidsauditoraat, gaf Payoke[4]immers te kennen dat het onvoldoende middelen had om alle getroffen werknemers op te vangen. Die laatsten belandden hierdoor in een juridisch limbo: hoewel zij werden erkend als slachtoffers van mensenhandel, konden zij de rechten die aan dit statuut verbonden zijn niet uitoefenen. Zij kregen géén voorlopige verblijfstitel, omdat ze niet voldeden aan de voorwaarden van artikel 61/2, §2. Bijgevolg werden de werknemers voor een vals dilemma geplaatst: ofwel moesten zij terugkeren naar hun land van herkomst, ofwel zouden zij hun verblijf in België op illegale wijze verderzetten. Het slachtofferstatuut bleek voor de meesten van hen dus een lege doos met loze beloften. Bovendien hadden de werknemers geen toegang tot enig rechtsmiddel om hun aanspraken in rechte af te dwingen. Het was maar nadat zij besloten om in actie te komen, dat de bijzondere beschermings- en bijstandsprocedure voor sommigen alsnog werd opgestart.

Het Borealis-dossier stelt duidelijk aan de kaak, is dat het recht niet steeds is aangepast aan de realiteit op het terrein.

Ook het evaluatierapport van GRETA[5]legt bovenstaande pijnpunten bloot.[6]Hoewel de kwaliteit van de Belgische dienstverlening van relatief hoog niveau blijkt, is het onaanvaardbaar dat slechts een handvol slachtoffers er gebruik van kan maken. Het rapport hekelt in het bijzonder de gebrekkige toegang tot rechtsbijstand. Wie geen kennis heeft van zijn rechten, zal die immers ook niet kunnen afdwingen voor de rechter. Slachtoffers blijven zo opnieuw met lege handen achter…

Het is aan de overheid om in eigen boezem te kijken en een menswaardige behandeling van slachtoffers van mensenhandel te waarborgen.

Wat het Borealis-dossier dus duidelijk aan de kaak stelt, is dat het recht niet steeds is aangepast aan de realiteit op het terrein. Door fundamentele rechten voorwaardelijk te maken, blijven slachtoffers van mensenhandel in de kou staan. De slachtoffers in Kallo werden opgevangen noch begeleid en kregen zelfs niet het recht om legaal op het grondgebied te blijven. Het is dus aan de overheid om in eigen boezem te kijken en een menswaardige behandeling van slachtoffers van mensenhandel te waarborgen.

Timo Lehaen is advocaat bij Progress Lawyers Network en werkt samen met Jan Buelens, Mieke Van Laer en Laura Adriaensens op het ‘dossier-Borealis’.


Referenties

[1] I. WINTERMAYR en A. WEATHERBURN, Access to protection and remedy for victims of human trafficking for the purpose of labour exploitation in Belgium and the Netherlands, Brussel, Internationale Arbeidsorganisatie, 2021, 64.

[2] https://www.myria.be/files/h21-04-02_c_Li%C3%A8ge.pdf.

[3]Zie o.a. het Aanvullend protocol inzake de preventie, bestrijding en bestraffing van mensenhandel, in het bijzonder vrouwenhandel en kinderhandel, alsook het Verdrag van de Raad van Europa inzake bestrijding van mensenhandel.

[4]Payoke is één van de drie erkende opvangcentra.

[5]De ‘Group of Experts on Action against Trafficking in Human Beings’ (GRETA) is een comité in de schoot van de Raad van Europa dat toeziet op de implementatie van het Verdrag van de Raad van Europa inzake bestrijding van mensenhandel.

[6] GRETA, Evaluation Report Belgium (third evaluation round): Access to justice and effective remedies for victims of trafficking in human beings, Straatsburg, Raad van Europa, 2022.


Opiniemakers

Op deze pagina komen diverse eminente juristen aan het woord. Vanuit hun professionele ervaring, als magistraat, advocaat, academicus, ... kijken ze met een eigenzinnige blik naar de juridische actualiteit.

De standpunten en opinies vertolkt in de bijdragen die onder de naam 'Opiniemakers' verschijnen, binden enkel de auteur van de bijdrage zelf en vertegenwoordigen niet noodzakelijk de mening van Jubel, de Jubel-redactie of KnopsPublishing.

Bent u geïnteresseerd om opiniestukken te publiceren via Jubel.be? Contacteer de Jubel-redactie

Bekijk alle artikelen

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.