Als curatoren zien we het telkens opnieuw: een onderneming komt zelden van de ene dag op de andere in moeilijkheden. De signalen zijn er meestal al maanden. Bestuurders die ze tijdig oppikken, houden veel meer opties – en veel meer manoeuvreerruimte – over.
Die signalen komen uit drie hoeken. Er zijn de officiële knipperlichten die de overheid registreert in het centraal register van economische knipperlichten (ingevoerd met het KB van 13 juni 2021). Er is ook de samenwerking met de cijferberoepen, die kunnen helpen om problemen te voorkomen. En er zijn de stille voorbodes: interne, vaak gedragsmatige signalen die enkel binnen de onderneming zichtbaar zijn. Eén indicator hoeft nog geen reden tot paniek te zijn; duiken er meerdere samen op, dan verdient dat de volle aandacht van het bestuursorgaan.
De knipperlichten: wat de buitenwereld ziet
Vooreerst zijn er de fiscale en sociale indicatoren. Overheidsinstanties moeten periodiek doorgeven welke ondernemingen hun verplichtingen niet nakomen:
- RSZ-bijdragen: de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid meldt elk kwartaal welke ondernemingen minstens één kwartaal achterstaan met hun sociale zekerheidsbijdragen.
- Btw en bedrijfsvoorheffing: de belastingadministratie bezorgt per kwartaal een lijst van ondernemingen die hun btw of bedrijfsvoorheffing onbetaald lieten. Ook schulden bij de FOD Financiën waarvoor een dwangbevel is uitgevaardigd of die al geruime tijd openstaan, worden meegedeeld.
- Sociale bijdragen van zelfstandigen: het RSVZ signaleert zelfstandigen die een kwartaal achterstaan met hun bijdragen.
Daarnaast zijn er de gerechtelijke en uitvoeringsmaatregelen. Zij genereren knipperlichten die doorgaans in het centraal register van economische knipperlichten terechtkomen:
- Beslagen: elk bericht van bewarend of uitvoerend beslag van een gerechtsdeurwaarder stroomt rechtstreeks in het register.
- Veroordelingen bij verstek of op tegenspraak: vonnissen over onbetwiste openstaande schulden (hoofdsom) gaan naar de griffie van de ondernemingsrechtbank.
- Ontbinding van de handelshuur: een vonnis waarbij de handelshuurovereenkomst ten laste van de huurder – de onderneming – wordt ontbonden.
- Laattijdige neerlegging van de jaarrekening: de jaarrekening wordt niet binnen de wettelijke termijn van zeven maanden na afsluiting van het boekjaar neergelegd bij de Nationale Bank van België.
- Protest van wisselbrieven: officiële akten van protest wegens niet-betaling van handelspapier.
- Kwijtschelding of opschorting van betaling: procedures of akkoorden die op betalingsonmacht wijzen.
Tot slot zijn er structurele data die op instabiliteit wijzen, die terug te vinden zijn in verschillende financiële en operationele parameters.
- Financiële gezondheidsindicator van de NBB: een risicoscore op basis van de neergelegde jaarrekeningen en de klassieke ratio’s – solvabiliteit, liquiditeit en rendabiliteit.
- Negatief netto-actief (alarmbelprocedure): zakt het eigen vermogen onder de wettelijke drempels, bijvoorbeeld onder de helft of een kwart van het kapitaal of de inbreng, dan moet het bestuursorgaan de alarmbelprocedure opstarten (art. 5:153 of 7:228 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen).
- Structurele verliezen: opeenvolgende verliezen die het eigen vermogen stelselmatig uithollen.
- Krappe liquiditeit: een negatief werkkapitaal, waarbij de kortlopende schulden groter zijn dan de vlottende activa. De onderneming heeft dan te weinig snel beschikbare middelen om haar schulden op korte termijn te betalen.
- Hoge schuldgraad: een te sterke afhankelijkheid van vreemd vermogen tegenover het eigen vermogen, waardoor de rentelasten zwaar op de cashflow wegen.
- Dalende operationele kasstroom: boekhoudkundige winst zegt weinig zolang de operationele kasstroom negatief is. Dat leidt snel tot acute liquiditeitstekorten.
- Personeelsevolutie: opvallende schommelingen of dalingen in het aantal werknemers.
- Zetelverplaatsingen: het frequent of plots verplaatsen van de maatschappelijke zetel.
De Kamer voor ondernemingen in moeilijkheden (KOIM)
Boek XX van het Wetboek van economisch recht (WER) definieert deze knipperlichten en brengt verschillende gegevens automatisch samen in het centraal register van economische knipperlichten. De Kamer voor ondernemingen in moeilijkheden (KOIM) bij de ondernemingsrechtbank analyseert die datastroom. Haar opdracht is niet te sanctioneren, maar tijdig te interveniëren en ondernemers begeleiden naar continuïteit.
Kleuren meerdere indicatoren rood, dan kan de KOIM de onderneming uitnodigen voor een bespreking achter gesloten deuren. Dat gesprek is vertrouwelijk en dient om samen na te gaan of herstructureringsmaatregelen – een minnelijk akkoord of een gerechtelijke reorganisatie – nodig zijn om een faillissement te vermijden.
De cijferberoepen: de alarmbelplicht
Accountants, belastingadviseurs en bedrijfsrevisoren zijn vaak de eersten die moeilijkheden zien aankomen. Artikel XX.23, § 3 WER geeft hen daarom een wettelijke alarmbelplicht.
Stellen zij tijdens hun opdracht gewichtige en overeenstemmende feiten vast die de continuïteit van de onderneming in het gedrang brengen, dan moeten zij het bestuursorgaan daarvan op de hoogte brengen. Vanaf die schriftelijke waarschuwing loopt een termijn van één maand.
Neemt de onderneming geen afdoende maatregelen, of oordeelt de beroepsbeoefenaar dat de maatregelen de continuïteit niet voor minstens twaalf maanden waarborgen, dan kan hij zijn escalatierecht uitoefenen: hij mag dan zijn vaststellingen rechtstreeks en schriftelijk meedelen aan de voorzitter van de ondernemingsrechtbank. Het gaat om een recht, geen plicht. Licht hij de rechtbank in, dan is het strafrechtelijk beroepsgeheim (artikel 458 van het Strafwetboek) wettelijk niet van toepassing.
Wie de alarmsignalen mist of niet schriftelijk waarschuwt terwijl de insolventie-indicatoren duidelijk zijn, loopt een dubbel risico. Er zijn de tuchtrechtelijke sancties van het Instituut van de Belastingadviseurs en de Accountants (ITAA). En er is de burgerrechtelijke aansprakelijkheid: gaat de onderneming nadien failliet en kunnen schuldeisers of de curator aantonen dat het uitblijven van de waarschuwing de schade heeft vergroot omdat er te laat is ingegrepen, dan kan de beroepsbeoefenaar voor die schade worden aangesproken.
De stille voorbodes
Naast de financiële data zijn er gedragsmatige en operationele signalen. Zij zijn meestal enkel intern gekend, maar daarom niet minder betekenisvol – vaak zijn ze het eerste teken van wat er aankomt.
- Langere leverancierskredieten: eenzijdig later betalen of afbetalingsplannen vragen.
- Spanning met de bank: kredietlimieten overschrijden, een weigering om kredieten te hernieuwen of te verhogen, of bijkomende (persoonlijke) zekerheden moeten stellen.
- Verlies van sleutelklanten of dalende omzet: een krimpende markt of het wegvallen van cruciale afnemers, terwijl de vaste kosten niet meteen mee kunnen dalen.
- Personeelsverloop en sociaal klimaat: onrust binnen de onderneming, loonbetalingen die vertraging oplopen, of het vertrek van sleutelfiguren uit het management.
- Voorraden die uit balans lopen: onverkochte voorraad die de cashflow blokkeert, of net te weinig voorraad omdat de cash ontbreekt om aan te kopen – waardoor de productie stilvalt.
Het faillissement
Een goed bestuurder wacht niet tot alle lichten op rood staan. De regel is eenvoudig: hoe sneller u ingrijpt, hoe lichter de maatregelen en hoe vlotter het herstel. Stapelen de indicatoren zich op, dan nadert de onderneming de wettelijke definitie van faillissement (art. XX.99 WER): een duurzame staking van betaling, dus de onmogelijkheid om opeisbare schulden te betalen, samen met een geschokt krediet, waarbij schuldeisers geen uitstel meer toestaan. Precies dat punt wilt u vermijden – en dat kan, zolang u de signalen leest terwijl er nog opties zijn.
Voor bestuurders is het tijdig herkennen en correct beoordelen van de indicatoren die wijzen op potentiële moeilijkheden dan ook geen loutere aanbeveling, maar een essentieel onderdeel van behoorlijk bestuur. De boodschap is daarom duidelijk: knipperlichten zijn geen sanctie, maar een uitnodiging om tijdig in actie te komen.
Marc Leemans en Hans Ubben, curatoren bij de Ondernemingsrechtbank te Antwerpen en advocaten bij Confidenz Advocaten.
Zie ook: www.faillissementspreventie.be.




0 reacties