Advocaten Bedrijfsjuristen Fiscalisten Magistratuur Today's Lawyer

REGSOL

Geschreven door Today's Lawyer

In 2007 startte consulair rechter Philip Vandaele van de toenmalige rechtbank van koophandel van Veurne met de ontwikkeling van Failmanager op vraag van Voorzitter Dirk Vermeersch. Philip Vandaele was rechter-commissaris in Veurne en had met zijn Voorzitter een gesprek over hoe de opvolging van faillissementen efficiënter zou kunnen.

Tussen 2007 en 2010 draaide het systeem proef in Veurne. In 2011 werd Dirk Vermeersch voorzitter in Brugge/Oostende en nam het systeem mee. Het werd – met veel tromgeroffel – aangekondigd door minister Stefaan De Clerck als een testproject in Brugge en Veurne, waarna het in alle rechtbanken van koophandel van het huidige arrondissement Gent zou geïmplementeerd worden.

In Ad Rem van december 2014, het tijdschrift van de Orde van Vlaamse Balies, glimlachte curator Annemie Moens, Voorzitter van de commissie curatoren de lezer toe boven de veelzeggende titel: “Het elektronisch faillissementsdossier is echt cruciaal”.

De curatoren zullen het middeleeuws pad naar de griffie verlaten en landen in de wereld van het digitaal communiceren. “Dankzij het elektronisch faillissementsdossier zal de werklast van alle betrokkenen sterk verminderen”.

De OVB werd in de verdere uitwerking van Failmanager betrokken. Er wordt een aanbesteding uitgeschreven. Er is verre van eensgezindheid over de uitwerking van dit project. En daar zijn bij wijlen zeer harde debatten rond gevoerd, die ressorteerden o.a. in een nooit eerder geziene stafhouderlijke injunctie, waarbij alle stafhouders van alle Vlaamse balies verbod oplegden aan de curatoren om het programma te gebruiken omdat er geen wettelijk kader was.

Inmiddels groeide een consensus tussen de Voorzitters van de Vlaamse rechtbanken dat het digitaal faillissementsdossier meer dan wenselijk was maar dat een wettelijk kader strikt noodzakelijk was. Ook de OVB bleef daarop hameren. De minister van Justitie volgde de onderhandelingen via zijn kabinet punctueel op en was ook gewonnen voor deze revolutionaire aanpak.

Bij wet van 1 december 2016 werd het Centraal Register Solvabiliteit door de Kamer gestemd en aangenomen.

Op 27 maart 2017 verscheen het KB houdende de werking van het Centraal Register Solvabiliteit. Vanaf 1 april 2017 wordt elke faillissementsdossier opgenomen en bewaard in het Centraal Register Solvabiliteit. De papierstroom wordt vervangen door een faillissementsdossier dat op een elektronische manier wordt opgebouwd en bijgehouden.

Alle actoren van een faillissement, dit zijn zowel schuldeisers, curatoren, rechter-commissarissen, magistraten, griffiers als het openbaar ministerie moeten via deze geïnformatiseerde databank belangrijke documenten opstellen, ondertekenen en uitwisselen. Het Centraal Register Solvabiliteit bevat alle gegevens en stukken die betrekking hebben op de faillissementsprocedure.

Ook voor faillissementen die reeds geopend zijn, moet men werken met het Centraal Register Solvabiliteit. De papieren versie blijft tot en met 31 maart 2017 behouden en is steeds raadpleegbaar op de griffie van de rechtbank van koophandel.

Het register (www.regsol.be) is opgesplitst in een ‘openbaar’ deel en een ‘privaat’ deel:

Het privaat deel is enkel toegankelijk voor magistraten, curatoren en griffiers.

Het openbaar deel is toegankelijk voor schuldeisers of belanghebbenden. Schuldeisers kunnen schuldvorderingen elektronisch neerleggen. Belanghebbenden kunnen al de documenten met recht van inzage raadplegen.

Alle rechtspersonen of natuurlijke persoon met raadsman, moeten de schuldvordering elektronisch neerleggen via www.regsol.be.

Voor deze elektronische aangifte dient een retributie betaald te worden van 6,00 euro. De gebruiker van het systeem, zijnde de curator, dient eveneens per faillissement, per jaar een retributie te betalen. Deze retributies zijn vrijgesteld van btw en zijn bedoeld om de werking van het platform te bekostigen. Deze retributies zijn zeer redelijk en de return, waarover hieronder meer, is enorm. Kritiek hierop kan ik dus geenszins delen.

De elektronische aangifte van schuldvordering komt rechtstreeks bij de curator terecht, die dan net zoals vroeger instaat voor de verwerking ervan. Deze verplichting geldt niet voor rechtspersonen die in het buitenland gevestigd zijn en ook niet voor natuurlijke personen. Zij kunnen hun aangifte indienen met een aangetekende brief of tegen ontvangstbewijs op het kantooradres van de curator zelf.

Het moet gezegd, deze wetgeving is de zoveelste radicale aanpak van de minister van Justitie om ons justitieel apparaat op sporen te krijgen. Weliswaar gesteund en gedragen deze keer door de actoren zelf. Het is een initiatief bottom-up. Gestart zeven jaar geleden in Veurne vanuit de kleinst mogelijke rechtbank. Bravo en ere wie ere toekomt.

De geschiedenis leert ons immers dat andere opgelegde overheidsinitiatieven in verband met de informatisering van Justitie niet bepaald succesvol zijn geweest. Daar zijn tal van voorbeelden van en nog tal van procedures lopende.

Deze slimme wetgeving voldoet ook nog eens aan twee andere belangrijke voorwaarden: ze is budgettair neutraal en zelfs kostenverlagend. Ze verschuift immers de werklast van de griffie naar de advocaat-curator. Het is duidelijk wat deze beleidsmaker wenst. Vooreerst wil hij radicaal moderniseren maar heeft hij daar de middelen niet toe en vervolgens moet hij ook nog eens besparen. Die besparingen hebben als achterliggende verantwoording dat er, naar verluidt, geen beschikbaar budget is en dat onze rechtbanken terug naar hun corebusiness moeten, te weten conflicten behandelen. En al de andere taken vrij radicaal af te stoten. Het betalingsbevel was daar een ander voorbeeld van.

Maar deze wet uiteraard ook. Ook hier werklastvermindering en besparing. De toelichting is overigens glashelder: “Dankzij het register daalt ook de werklast van de griffiers, aangezien zij bijvoorbeeld niet langer alle schuldvorderingen moeten centraliseren, hetgeen voortaan aan de curators wordt toevertrouwd”.

De kracht van verandering

  • 1. Transparantie

Het faillissement was tot voor kort één van de meest ondoorzichtige procedures van het land. Het ongenoegen hierover was enorm. Het werd door misnoegde schuldeisers ervaren als een ondoordringbaar kluwen met eigen wetmatigheden en als belangrijkste kenmerk te weinig informatie. Laat staan transparantie.

De communicatie was ondermaats. Sommige curatoren antwoordden niet of laattijdig. Verder liep de communicatie via de griffie. Dit gerechtelijk dossier, dat ter griffie van de rechtbank consulteerbaar is, bevat enkel de wettelijk verplichte mededelingen zoals onder meer de processen-verbaal van nazicht van schuldvordering, de inventaris en de bevelschriften van de rechter-commissaris. Of een totaal achterhaalde manier van communiceren in een digitale communicatiemaatschappij.

De markt had er belang bij dat over een faillissementsprocedure eenduidig en transparant zou gecommuniceerd worden. Meer in het bijzonder is het maatschappelijk relevant te weten welke goederen te koop worden aangeboden en onder welke voorwaarden. Dit is zeker van toepassing op de verkoop van onroerende goederen. De verkoop van onroerende goederen geeft immers aanleiding tot veel procedures die kunnen vermeden worden mits er transparanter wordt gecommuniceerd. Dat de markt eenduidig kennis krijgt van de activa die naar aanleiding van een faillissement worden aangeboden. Zodoende is er een transparante communicatie en worden een aantal ongenoegens en procedures over toewijzing van de activa vermeden. Is de inventaris volledig of zijn er op zicht van de inventaris activa weggemaakt?

De schuldeisers hebben er belang bij eenduidig geïnformeerd te worden over de stand van zaken bij de behandeling van de bij de curatele ingediende vordering. Is hun vordering al dan niet aanvaard en is er een kans op een dividend? Wat was de verkoopopbrengst van de inventaris? Welke prijs werd geboden voor het onroerend goed?

En de markt had er tenslotte alle belang bij over deze informatie te beschikken welke een relatieve voorspelbaarheid kon bieden over de recuperatie van een dividend.

REGSOL geeft op al deze vragen een aanzet tot antwoord.

  • 2. De tijdslijn en de kleurpotloodjes

Een faillissement is een procedure met een vonnis van opening en een van sluiting. Daartussen voorziet de wet verschillende stappen die door de curator moeten genomen worden. Hij moet een inventaris opstellen, processen-verbaal van nazicht van schuldvorderingen maken, activa verkopen enz. Deze tool stelt o.m. de rechter-commissaris in staat om in het belang van de schuldeisers de curator aan te sporen tot tijdige afwikkeling van het faillissement.

De rechtbank, rechter-commissaris, curator, gefailleerde en schuldeisers zien nu in één overzicht wat de stand van zaken is. Elke actie en actor is voorzien van een eigen kleur. Geel voor de curator, groen voor de rechter-commissaris en paars voor de griffie.

De curator die laattijdig is met een bepaalde procedure wordt door het systeem met een rode kaart bedacht. Dat is voor alle actoren zichtbaar. Het is dus een systeem van controle dat weinig aan de verbeelding overlaat. Duidelijk is duidelijk.

Zo biedt REGSOL het voordeel van de tijdigheid. Maar ook van transparantie aan de te goeder trouw gefailleerde. Ook hij heeft er alle belang bij dat dit op die manier gebeurt.

Dit belang is trouwens complementair met de beoogde regeringsmaatregelen in verband met de snellere doorstart van de gefailleerde. Zo is “failing forward” ten slotte ook gemakkelijker, wat de algemene economie eveneens ten goede komt.

  • 3. De schuldeiser als actor

De schuldeiser diende vroeger zijn aangifte van schuldvordering in ter griffie. Het was een papieren aangifte met bijlagen, ofwel gedeponeerd ter griffie ofwel aangetekend opgestuurd. Dit gebeurt in REGSOL rechtstreeks door de schuldeiser op het web waar ook ter wereld. De aangifte werd door de griffier netjes ingebracht in een compleet verouderd overheidsprogramma. De curator haalde de aangiftes op en tikte ze vervolgens andermaal in, in zijn computerprogramma. Het werd dus uiteindelijk driemaal in een of ander systeem ingebracht met een gegarandeerde foutenmarge. Dat is evident. Dat is nu vervangen door een éénmalige en éénduidige aangifte door de schuldeiser zelf. Door dit de doen is hij meteen mee betrokken in de verdere afwikkeling van het faillissement en deze keer op een voor hem compleet transparante wijze.

Maar wie is nu schuldeiser? Wie heeft toegang en wie niet? De wet onderscheidt twee soorten schuldeisers. Schuldeisers in en van de massa. De schuldeiser in de massa heeft voor het faillissement een schuldvordering op de gefailleerde. Dit is de klassieke schuldeiser en deze schuldeiser is meestal ook bij de curator bekend. De schuldeiser van de massa heeft een vordering op de curatele zelf. Dat is een veel minder bekend verhaal, maar biedt perspectieven aan eenieder die zich door de afwikkeling van een faillissement benadeeld voelt. De buurman gaat failliet. Ik zou graag dat onroerend goed kopen. Ik krijg hierover nihil informatie en het is voor mijn neus weg. Kan dat allemaal? Ja, tot voor kort dus blijkbaar wel. Maar door zich als schuldeiser aan te melden heb ik het recht te weten wat er met de activa van die buurman zal gebeuren. Is hier een spoedverkoop bevolen? En wat zijn dan de modaliteiten? Is er een toelating tot verkoop van dat onroerend goed? Is dat wel aan marktconforme voorwaarden en kan ik nog mededingen? Kan ik hiertegen in verzet gaan? Het zijn vragen waarop de door de curator verplichte publicaties in REGSOL een afdoend antwoord moeten geven.

Het is glashelder dat het openbaar maken van het faillissementsdossier voor alle belanghebbenden de ongenoegens grotendeels zal kunnen opvangen. Het is mijn absolute overtuiging dat de meeste curators zeer serene advocaten zijn die zeer ernstig hun ambt behartigen. Zo is het ook mijn overtuiging dat deze stap noodzakelijk was om eindelijk komaf te maken met een resem vooroordelen die ongetwijfeld onze beroepsgroep stigmatiseerden. Wat moeten wij immers denken van schuldeisers die twijfelden of de curator wel een correcte inventaris had gemaakt? Of geen marktconforme verkoop zou hebben georganiseerd? Door het openbaar te maken kan de tegenspraak zeer eenvoudig georganiseerd worden en is er eindelijk de gevraagde transparantie. Zij was er vroeger ook via de griffie. Maar die weg werd zelden bewandeld.

Bovendien neemt deze transparantie de vooroordelen weg. De verkopen zijn uiteraard zo goed als altijd marktconform en spoedverkopen hebben meestal wel een deugdelijke reden. Gebeurlijk kan deze eenduidige informatie aanleiding geven tot een onmiddellijke actie. Men moet dan een belang aantonen zo men de visie van de curator niet deelt.

  • 4. De curator als actor

Het is duidelijk. Justitie houdt zich alleen nog bezig met conflicten en al de rest gaat er uit. Een conflict is voor de goede orde een aanspraak waarop tegenspraak geformuleerd wordt. Zonder tegenspraak is er geen conflict.

Zo ook het werk van de curator. Hij wordt het centrum van de faillissementsprocedure en moet alles doen. De rechtbank controleert mee via REGSOL en komt alleen nog tussen in geval van conflict.

  • 5. Het passief

De curator krijgt via REGSOL de aangiftes van schuldvorderingen binnen en dient drie processen-verbaal van nazicht van schuldvorderingen te maken. Het belang van zo een proces-verbaal van nazicht is enorm. Een paar honderden schuldeisers, het is zelfs niet zeldzaam. In een kader van beperkte en zelfs nihil activa.

De curator moet zijn werk doen. En hoe moet de curator dat nu allemaal kwalificeren?

Het proces-verbaal van nazicht is wezenlijk om de schuldeisers te kwalificeren, te informeren en de insolventie volgens de wettelijke voorschriften af te wikkelen.

Een goed proces-verbaal van nazicht maakt volgende onderscheiden in de kwalificatie van de vorderingen van de schuldeisers: boedel, zakelijke rechten, bijzonder bevoorrecht, sociaal passief, algemeen bevoorrecht en gewoon (zes soorten schuldeisers) en voor elk onderdeel de totalen. Een goed proces-verbaal van nazicht geeft ook de datum weer van het ontstaan van de vordering (bijv. aanvangsdatum huur, inschrijving hypotheekkantoor pand, handelszaak of onroerend goed) en een beperkte omschrijving van het zadel waarop het voorrecht betrekking heeft (bijv. auto met chassisnummer). Een goede verstaander weet dan perfect waaraan hij zich kan verwachten en er worden dan ook geen valse verwachtingen of hoop gecreëerd.

Helaas is er op dat punt nog geen eenduidigheid en zijn vele processen-verbaal van nazicht al te summier om daar enige voorspelbaarheid aan te kunnen verbinden. Hier is werk aan de winkel voor onze voorzitters van de rechtbanken van koophandel om via REGSOL over te gaan tot een verregaande uniformering van het insolventierecht en af te stappen van het plaatselijk recht onder de kerktoren. Een goed proces-verbaal van nazicht geeft inderdaad meteen de info die het passief van het faillissement volledig transparant maakt.

Deze informatie is kapitaal en geeft ab initio duidelijkheid over de ware omvang en verwachtingen die de schuldeiser kan hebben van de boedel.

  • 6. Het actief

Het beschikken over de activa in een faillissement wordt aanzien als een conflict. De wet voorziet uitdrukkelijk in een beschikkingsverbod voor de curator. De curator moet altijd een toelating vragen aan de rechter-commissaris, gebeurlijk aan de rechtbank. Deze historiek staat in REGSOL en is dus consulteerbaar.

Een van de tendensen in de nieuwste insolventiewereld is de de-activering van de boedel nog voor het faillissement. Zo is er de wet financiële zekerheden, de overdracht onder WCO en de nieuwe wet zakelijke zekerheden. Allen met als resultaat dat het faillissement hoe langer hoe meer nog louter een residu van aansprakelijkheidsvorderingen en schulden wordt, met weglating van de balansmatige activa die in zijn geheel het onderpand zullen zijn van een schuldeiser of gewoon niet meer aanwezig zullen zijn.

Via REGSOL is er transparante communicatie over de alsnog te koop aangeboden roerende en onroerende goederen. Iedereen kan mee bieden. De resultaten zijn al even openbaar. Dat neemt onmiddellijk mogelijke wrevel en maatschappelijke misvattingen weg. Het kan niet voldoende benadrukt worden.

  • 7. Het financieel verslag

De curator moet jaarlijks een financieel verslag opstellen.

Een goed financieel verslag geeft de stand van zaken weer op elk passief en actief onderdeel. Het publiceert de bankrekeningen en de stand van zaken inzake de door de curatele gestelde vorderingen. Het publiceert mee de afrekening van de faillissementsmakelaars. Het geeft aan elke schuldeiser onmiddellijk inzage in de stand van zaken van zijn vordering. En zo dit een zakelijke of bijzondere bevoorrechte vordering betreft wat de opbrengst was van de verkoop die de curator georganiseerd heeft.

Het is met andere woorden een instrument dat aan alle actoren complete duidelijkheid verschaft. Mochten daar mogelijke anomalieën zijn dan is dit ook voor eenieder onmiddellijk detecteerbaar. Het is met andere woorden ook een instrument van transparantie dat de curator beschermt tegen onterechte verdachtmakingen.

Ook hier dient vastgesteld te worden dat onze beroepsgroep er alle belang bij heeft meer éénduidig te communiceren en een éénduidig sjabloon verplicht te maken. Niet alle financiële verslagen geven de gevraagde transparantie zoals de markt dit vraagt.

  • 8. Het sluitingsverslag

Na afwikkeling van alle activa en passiva onderdelen, perfect opvolgbaar via REGSOL, maakt de curator een sluitings- en vereffeningsverslag dat hij moet voorleggen aan de schuldeisers door het oproepen van de vergadering van schuldeisers.

En ook daar heeft het schoentje altijd gewrongen. Een sluitingsverslag van bijvoorbeeld 67 pagina’s wordt door de curator in beknopte vorm naar de schuldeisers verzonden. Dat kan dan in de praktijk gaan over een reductie naar 4 pagina’s. Zelden of nooit werden de originele verslagen geconsulteerd ter griffie alhoewel de oproepingsbrief dit voorziet als mogelijkheid.

Het is duidelijk dat REGSOL hieraan perfect tegemoetkomt en ook hier de noodzakelijke transparantie verschaft. Want de afrekeningen zijn soms verkeerd of vatbaar voor ernstige tegenspraak waarin de wet uitdrukkelijk voorziet. De meest voorkomende fout is het niet aanrekenen van kosten aan separate boedels en dit globaal als kost aan te rekenen van de massa, hetgeen uiteraard de andere schuldeisers benadeelt. Een beknopt sluitingsverslag geeft niet deze transparantie. Dit probleem is met REGSOL van de baan.

Conclusie

De voorspelling van Annemie Moens is bewaarheid. Haar inzet was gigantisch. Veel dank. Wat als een Hitchcock-thriller is begonnen is na zeven jaar wet geworden. Bottom up. Ik geloof niet dat iemand zich dat beklaagt. De werklastvermindering is enorm. Alleen al de tientallen vragen naar de stand van zaken die we dagelijks binnen kregen, zijn zo goed als verdwenen. Toch van de repeat players. We moeten niet meer een paar keren per week naar de griffie tenen. Gedaan met de tientallen postverzendingen. Onze schuldeisers hebben gekregen waar ze recht op hadden: totale transparantie.

De gespecialiseerde advocaat heeft nu het instrument om zeer adequaat advies te kunnen verlenen en snel en efficiënt tussen te komen.

Bruno Schoenaerts

De auteur is advocaat-curator.

Dit artikel verscheen eerder in het tijdschrift Today’s Lawyer.
Voor meer informatie over Today’s Lawyer en haar abonnementen, klik hier. Inschrijven kan ook via het onderstaande bestelformulier

Opmerking plaatsen

X