Recht is taal cover

8 okt 2026 | Column

Recht is taal

Recente Jobs

Management Assistent
Ondernemingsrecht
0 - 3 jaar
Oost-Vlaanderen
Juridisch adviseur
Commercieel recht
1 - 4 jaar
Oost-Vlaanderen
Notarieel jurist
Notariaat
0 - 3 jaar
Vlaams-Brabant
Dossierbeheerder
sociaal recht
0 - 3 jaar
Vlaanderen
Auditor
Fiscaal recht
5+ jaar
Vlaanderen

Reeds een aantal jaren heb ik het genoegen en het voorrecht om samen met een aantal collega's in het eerste jaar rechten de werkcolleges Academisch en Juridisch Nederlands te doceren, binnen het vak van professor Karl Hendrickx aan de UAntwerpen. Daar zitten ze dan, achttien jaar oud, aan het begin van hun rechtenopleiding. Sommigen weten precies wat ze willen worden, anderen voelen vooral dat het recht hen boeit, nog anderen zijn gewoon nieuwsgierig naar wat hen te wachten staat. Wat ze gemeen hebben, is dat ze denken dat ze rechten komen studeren. Dat doen ze ook. Maar eigenlijk beginnen ze aan iets wat veel fundamenteler is: ze leren lezen, denken en schrijven.

Dat is niet de boodschap die een achttienjarige in zijn eerste weken aan de universiteit verwacht. Hij komt voor wetten, arresten, procedures en juridische begrippen. En dan beginnen wij over spelling, grammatica, zinsbouw en de opbouw van een tekst. Het lijkt bijna banaal. Dat is het allerminst. Recht is taal. Een wet is taal. Een overeenkomst is taal. Een dagvaarding, een conclusie, een pleidooi, een vonnis: taal. Het recht bestaat uitsluitend in woorden. Wie die woorden niet precies kan lezen, begrijpt het recht niet precies. Wie ze niet precies kan schrijven, heeft geen juridische gedachte. Hij heeft hoogstens een vermoeden.

​Een jurist hoeft geen romanschrijver te zijn. Maar hij moet wel meester zijn van het instrument waarmee hij werkt

Dat is geen pleidooi om van iedere jurist een stilist te maken. Een jurist hoeft geen romanschrijver te zijn. Maar hij moet wel meester zijn van het instrument waarmee hij werkt. Een chirurg die zijn scalpel niet beheerst, opereert niet, hij verwondt. Voor een jurist is het woord dat scalpel. Het verschil tussen 'kan' en 'moet', tussen 'of' en 'en', tussen 'tenzij' en 'behoudens', tussen een bewering en een bewijs, kan juridisch het verschil zijn tussen winnen en verliezen, tussen recht en onrecht. Wie die verschillen niet ziet, mist geen taalkundige nuance. Hij mist de juridische kern.

Laten we eerlijk zijn over waar we staan. Internationale metingen zoals PISA tonen al jaren een dalende leesvaardigheid bij onze jongeren en wie eerstejaarsteksten verbetert, ziet hetzelfde met het blote oog: zinnen die nergens landen, alinea's zonder gedachte, betogen die vertrekken zonder te weten waar ze naartoe gaan, bronnen die worden overgeschreven in plaats van begrepen, spellingsfouten waarvan je duizelig wordt. We zouden dus gemakkelijk de diagnose kunnen stellen: het secundair onderwijs levert ons jongeren af die niet kunnen lezen en schrijven. Niet in de zin dat ze geen letters kennen, wel in de zin die voor een jurist telt: een moeilijke tekst doorgronden tot op de komma en zelf een tekst schrijven die precies zegt wat bedoeld wordt, niet meer en niet minder.

Die diagnose is snel gesteld. Ze is ook comfortabel, want ze legt de verantwoordelijkheid elders. Aan de UAntwerpen leggen wij ons daar niet bij neer. Ons worden jongeren toevertrouwd die nog niet kunnen lezen en schrijven zoals een jurist dat moet kunnen. Dat 'nog' is geen verwijt. Het is een opdracht. Wij gaan dat verhelpen. Maar wij kunnen dat niet alleen. Zij moeten ons daarbij helpen.

Want lezen en schrijven leer je niet door erover te horen spreken. Je leert het door het te doen, telkens opnieuw, en door je tekst terug te krijgen met strepen erdoor. Wij zullen verbeteren, uitleggen en aanwijzen waar het beter kan. Maar de student moet schrijven, herschrijven en nog eens herschrijven. Hij moet de verbeteringen lezen en niet alleen het cijfer. Hij moet durven vaststellen dat zijn eerste versie niet goed was en begrijpen dat dat normaal is. Geen advocaat schrijft een goede conclusie in één keer. Geen rechter schrijft een goed vonnis zonder te schrappen.

Lezen is immers maar de helft van het verhaal. Schrijven is de andere helft, en misschien wel de moeilijkste. Daarom vind ik het jammer wanneer taalonderwijs in een rechtenopleiding wordt beschouwd als een vorm van remediëring voor studenten die toevallig niet zo goed kunnen schrijven. Dat is een misverstand. Schrijven is niet het jasje dat we achteraf rond een juridische gedachte aantrekken. Schrijven is de plaats waar die gedachte ontstaat. Zolang een redenering in je hoofd zit, lijkt ze sluitend. Pas wanneer je ze moet opschrijven, stap voor stap en zin na zin, merk je waar ze hapert: de schakel die je oversloeg, het begrip dat je niet afbakende, de uitzondering die je vergat. Wie niet kan schrijven, kan zijn eigen denken niet controleren. Wie helder schrijft, dwingt zichzelf om helder te denken.

​Hoe beter AI wordt, hoe belangrijker taalbeheersing wordt

Dat wordt nog belangrijker nu artificiële intelligentie in snel tempo haar weg vindt naar de juridische opleiding en praktijk. Op het eerste gezicht lijkt het alsof AI het belang van taal juist kleiner maakt. Waarom zou je nog uren besteden aan formuleren als een machine binnen enkele seconden een keurige tekst produceert? Waarom zou je een ingewikkelde tekst nog helemaal lezen als AI hem voor jou samenvat? Waarom zou je nog leren schrijven als je een prompt kunt geven en de machine het werk laat doen?

Het antwoord is precies het tegenovergestelde: hoe beter AI wordt, hoe belangrijker taalbeheersing wordt. En dat om drie redenen.

De eerste reden: werken met AI is schrijven. Een goede prompt is geen magische formule. Het is een goed geschreven opdracht: precies, gestructureerd, met de juiste begrippen, de nodige context en een duidelijke afbakening. De machine antwoordt op wat je geschreven hebt, niet op wat je bedoelde. Wie niet precies kan opschrijven wat hij wil weten, krijgt geen precies antwoord. De kwaliteit van het antwoord begint bij de kwaliteit van de vraag.

De tweede reden: AI controleren is lezen. Een AI-systeem produceert vandaag teksten die bijzonder overtuigend klinken. De zinnen zijn grammaticaal correct, de structuur is logisch en de toon is professioneel. En toch kan de inhoud fout zijn. Voor een jurist is vooral dat gevaarlijk. Een flagrante fout herkent men gemakkelijk. Veel moeilijker is de bijna-juiste tekst: een antwoord waarin één nuance ontbreekt, waarin een uitzondering over het hoofd wordt gezien, waarin een begrip net verkeerd wordt gebruikt of waarin een redenering een kleine maar beslissende stap overslaat. Om dat te herkennen, moet je kunnen lezen. Echt lezen. Niet alleen begrijpen wat er staat, maar ook voelen wanneer iets niet klopt.

De derde reden weegt misschien nog het zwaarst: wie niet zelf kan schrijven, kan niet beoordelen wat een machine heeft geschreven. Je herkent een zwakke redenering pas wanneer je zelf weet hoe een sterke eruitziet. Je ziet dat een alinea niets zegt pas wanneer je zelf hebt geworsteld om iets te zeggen. Wie het schrijven uitbesteedt voor hij het beheerst, besteedt ook zijn oordeel uit. En een jurist zonder eigen oordeel is geen jurist meer, alleen nog iemand die teksten doorgeeft. Onder een conclusie staat de naam van een advocaat, onder een vonnis de handtekening van een rechter. Niet die van een machine.

Dat is misschien wel de grootste paradox van de huidige technologische ontwikkeling. We beschikken over machines die steeds beter taal kunnen produceren en precies daardoor wordt het voor de mens steeds belangrijker om taal werkelijk te beheersen: om ze te begrijpen en om ze zelf te hanteren. Daarom zou ik iedere achttienjarige die vandaag aan een rechtenopleiding begint, twee eenvoudige adviezen willen geven.

Het eerste: lees. Lees veel. Lees niet alleen je cursus, je wetboek en rechtsleer. Lees boeken. Lees romans. Lees geschiedenis. Lees essays. Lees goede journalistiek. Lees auteurs met wie je het eens bent en auteurs met wie je het volstrekt oneens bent. Lees Dostojevski. Lees Proust. Lees Céline. Lees Dickens. Lees Tom Lanoye. Lees Tom Clancy. Het maakt mij veel minder uit wat je leest dan dat je leest. Want wie leest, ontdekt dat taal veel meer is dan een verzameling woorden met een betekenis die je in een woordenboek kunt opzoeken. Je leert dat context ertoe doet. Dat toon ertoe doet. Dat een schrijver soms meer zegt door iets niet te zeggen. Je leert ironie herkennen, dubbelzinnigheid, suggestie en nuance. Je leert dat één woord een zin volledig kan veranderen.

Het tweede: schrijf. Ook als niemand erom vraagt. Vat een arrest samen in tien regels, in je eigen woorden, zonder de tekst ernaast. Schrijf op waarom je het met een uitspraak oneens bent en probeer dan het beste tegenargument te formuleren. Herlees wat je gisteren schreef en schrap een derde. Schrijven is een ambacht en een ambacht leer je alleen door het te beoefenen. Wie iedere dag een halve pagina schrijft, schrijft na een jaar beter. Wie wacht tot het examen, niet.

​Een jurist moet kunnen luisteren naar wat een cliënt zegt en begrijpen wat daarachter zit. Hij moet een contract kunnen lezen en zien waar de betekenis ervan kan verschuiven

Dat zijn geen vaardigheden voor wie schrijver wil worden. Het zijn juridische vaardigheden. Een jurist moet kunnen luisteren naar wat een cliënt zegt en begrijpen wat daarachter zit. Hij moet een contract kunnen lezen en zien waar de betekenis ervan kan verschuiven. Hij moet een processtuk kunnen analyseren en onderscheid kunnen maken tussen wat wordt beweerd en wat daadwerkelijk wordt aangetoond. Hij moet een arrest kunnen lezen en de redenering ervan kunnen reconstrueren. En hij moet uiteindelijk zelf zo kunnen schrijven dat de lezer precies begrijpt wat hij bedoelt en niets anders. Dat geldt voor iedere jurist, niet alleen voor wie advocaat of magistraat wil worden. Misschien zal de jurist van de toekomst minder zelf typen dan de jurist van vandaag. Misschien zal hij veel meer teksten laten genereren, samenvatten, vergelijken en herschrijven. Maar precies daarom zal hij beter moeten kunnen lezen en beter moeten kunnen schrijven. De machine kan het formuleren versnellen. Ze kan het zoeken versnellen. Ze kan het structureren versnellen. Maar iemand zal nog altijd moeten beoordelen of wat er staat ook werkelijk klopt en iemand zal er zijn handtekening onder moeten plaatsen.

En die iemand ben jij. Wanneer we nadenken over de juridische opleiding in tijden van artificiële intelligentie, moeten we dus niet alleen vragen welke nieuwe technologieën studenten moeten leren gebruiken. We moeten ons ook afvragen welke oude vaardigheden we absoluut niet mogen verliezen. Lezen en schrijven zijn er twee van. Ze zijn geen voorportaal van de rechtenstudie. Ze zijn het fundament ervan en het fundament van elk verantwoord gebruik van AI. Aan de achttienjarige die vandaag aan de rechtenopleiding begint, zou ik dus willen zeggen: leer je cursussen en handboeken, ken je rechtsregels en rechtsprincipes, werk hard, stel vragen, leer argumenteren en leer omgaan met AI. Maar lees en schrijf daarnaast. Iedere dag. Desnoods een kwartier. Want wat je vandaag leest en schrijft, kan jaren later nog in je hoofd zitten zonder dat je nog weet waar het vandaan kwam. Misschien helpt het je ooit om een wettekst te doorgronden. Misschien om een argument te doorprikken. Misschien om een conclusie of een vonnis beter te schrijven. Misschien om een AI-systeem de juiste vraag te stellen en zijn antwoord terecht te wantrouwen.

Wij gaan je daarbij helpen. Daar staan we voor. Maar het werk, dat doe jij. Je denkt vandaag dat je rechten gaat studeren. Dat klopt. Maar eigenlijk begin je aan iets anders: je leert hoe je woorden moet begrijpen, hoe je met woorden moet denken en hoe je woorden zo moet schrijven dat anderen precies begrijpen wat je bedoelt. Dat is geen bijzaak van het recht. Dat is het recht zelf. Recht is taal. Taal, taal, taal. En wie in het tijdperk van artificiële intelligentie een goede jurist wil worden, doet er daarom goed aan eerst meester te worden van iets wat veel ouder is dan AI: zijn eigen taal. Gelezen en geschreven.

​​​​​​Pierre Thiriar – Deze bijdrage vertolkt louter de opinie van de auteur in eigen naam.

​Andere artikels en opiniestukken van Pierre Thiriar lees je hier.

Recente Jobs

Management Assistent
Ondernemingsrecht
0 - 3 jaar
Oost-Vlaanderen
Juridisch adviseur
Commercieel recht
1 - 4 jaar
Oost-Vlaanderen
Notarieel jurist
Notariaat
0 - 3 jaar
Vlaams-Brabant
Dossierbeheerder
sociaal recht
0 - 3 jaar
Vlaanderen
Auditor
Fiscaal recht
5+ jaar
Vlaanderen

Blijf op de hoogte

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

0 Reacties

0 reacties

Een reactie versturen

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *