Jubel Talks II WVV-2

Advocaten doen sinds kort bij het openen van hun mailbox onverwachte ontdekkingen. De hoven van beroep stuurden wel al langer via het “justx.noreply”-mailadres de dag zelf van de uitspraak de arresten door. Sinds kort bericht de J-BOX van advocaten dat er een aangetekende zending klaar staat en bij het elektronisch openen ervan blijkt er voorwaar een vonnis tevoorschijn te komen. Elders is het de griffier die via een gewone mail – maar steeds de dag zelf – het vonnis overmaakt, waarbij opvalt dat die mails ook vaak buiten de openingsuren van de griffie (en dus na 16 uur) worden verzonden. Wie dit drie jaar geleden voorspelde, zou worden weggelachen. Het beoogde resultaat lijkt bereikt, maar de weg ernaartoe is nog wat chaotisch.

Er blijven nog een aantal heikele kwesties te regelen. De honderdduizenden uitspraken die op die manier via de elektronische weg als ‘output’ van de rechterlijke macht worden verspreid zijn ook een gigantische informatiebron en gegeerd door diegenen die al die gegevens voor allerhande (al dan niet economische) doeleinden willen samenbrengen. Hierover zal betere regulering noodzakelijk zijn, willen we vermijden dat er via artificiële intelligentie misbruik van wordt gemaakt. Deze week raakte overigens een vertrouwelijk voorstel van de Europese Commissie bekend over het reguleren van Artificiële Intelligentie. In de bijlage 2 (“High risk artificial intelligence systems”) wordt uitdrukkelijk verwezen naar “AI systems intended to be used to assist judges at court, except for ancillary tasks”. Die Europese plannen worden best op de voet gevolgd. Het gebruik en de bescherming van de data van justitie verdienen een breed debat. Daarbij is een belangrijke rol weggelegd voor de wetgever, als behoeder van het algemeen belang.

Een soortgelijke discussie werd vorige week in een opiniestuk in De Tijd aangekaart, al handelde het voor velen over een wat onverwacht thema. In een opiniestuk van De VUB-professoren Ludo Cornelis en Régine Feltkamp onder de titel “Geen duurzame toekomst met verouderde juridische recepten”, maken de auteurs zich zorgen over de ontwerpen van boek 1 en 5 van het Nieuw Burgerlijk Wetboek, die neergelegd zijn in het parlement en die handelen over het verbintenissenrecht. De teksten willen de wetgeving in overeenstemming brengen met de rechtspraak en – zo merken de auteurs fijntjes op – met ‘de meerderheidsdoctrine’. Het is van algemene bekendheid dat vooral Prof. Cornelis originele gedachten heeft, die niet altijd door zijn collega-wetenschappers worden gedeeld.

In het opiniestuk worden vragen gesteld bij het toekomstig lot van de ‘openbare orde’ in het verbintenissenrecht. Prof. Cornelis schreef hierover een knoert van een boek dat met die gitzwarte kaft meer is dan louter een statement in de juristenbibliotheek om de grondbeginselen van het recht altijd en overal voorrang te laten hebben. De auteurs vrezen in hun opiniestuk dat in de nieuwe voorstellen de openbare orde-toets door de rechter bijna volledig zal verdwijnen: “Door die controle te beperken tot enkele aspecten bij de totstandkoming van de overeenkomsten, door elke duiding van wat de openbare orde en de goede zeden aanbelangt uit de weg te gaan en door de nietigheidssanctie bij ongeoorloofd handelen uit te hollen, wordt de controle daarop nietszeggend. De mogelijkheid om risico’s, kosten of schade af te wentelen op de samenleving of op de planeet wordt in de voorstellen niet aangepakt”. Anders gezegd: de wetgever moet actief tussenkomen en ambitieuze doelstellingen in de wet inschrijven, waaraan iedereen (de contractspartijen én de rechter) zich dan te houden hebben. Het is een pleidooi om klimaat-en ecologische doelstellingen, maar ook het bestrijden van inkomens- en vermogensongelijkheid mee in de definitie van ‘openbare orde’ op te nemen, want “beterschap is niet van de wilsautonomie van de economisch en financieel sterksten noch van de individuele rechter te verwachten”.

Hiermee is een interessant politiek en ideologisch debat geopend. De vraag is echter of al die ambities binnen het verbintenissenrecht kunnen en moeten worden gerealiseerd. Het verbintenissenrecht beoogt precies in hoofdzaak aanvullende regels te voorzien voor het geval partijen iets niet zelf hebben geregeld. De openbare orde-toetst is in dat opzicht slechts een uitzondering, waar de rechter in concrete omstandigheden oordeelt. Wie de wilsautonomie van partijen als principe op de schop zet, wil een ander soort samenleving, die vertrekt van een principieel wantrouwen in de burger en die de rechter opnieuw wil herleiden tot de “bouche de la loi” die enkel moet handelen in functie van de grillen van de wetgever. Een duurzame samenleving vereist echter ook duurzaam recht met aandacht voor het noodzakelijk evenwicht binnen de trias politica.

Avatar

Hugo Lamon

Mr. Hugo Lamon is advocaat aan de balie van Limburg en Brussel NL. Hij publiceert over o.m. ondernemingsrecht en deontologie. Hij mengt zich al jaren in het maatschappelijk debat over justitie.

Bekijk alle artikelen

1 reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

  • Fijn artikel van Mr. Lamon. Prof. Ludo Cornelis heeft m.i. enorme verdiensten, ook in mijn dagdagelijkse praktijk, maar ik mis in zijn oeuvre een boek over zijn finale en onderlliggende maatschappijbeeld dat enkel doorrimpelt in zijn werken zonder voldoende aan de oppervlakte te komen. In afwachting daarvan…