Rechtuit

Oproep aan een parlement zonder regering: doe iets, maar denk na

Avatar
Geschreven door Hugo Lamon

LAMON op woensdag

Mr. Hugo LAMON is advocaat aan de balies van Limburg en Brussel NL (LAMON LAW).
Hij mengt zich regelmatig in het maatschappelijk debat over justitie.

Iedere woensdag maakt hij op Jubel een persoonlijke beschouwing.

Er is in dit land zelfs geen vooruitzicht op de vorming van een nieuwe federale regering, maar intussen is er wel een federaal parlement. Daar worden talloze wetsvoorstellen ingediend. In normale tijden moeten parlementsleden van de meerderheid luisteren naar de regering (wat hen vaak machteloos maakt) en de stem van de oppositie doet er al helemaal niet toe. Met een minderheidsregering in lopende zaken vervagen de grenzen tussen meerderheid en oppositie, wat mogelijkheden biedt voor het parlement.

Soms gebeurt het nu dat teksten waarvan niemand kon vermoeden dat ze ooit een opstap waren voor echte wetgeving plots worden goedgekeurd in de bevoegde kamercommissie. Enkele weken geleden keurde de kamercommissie economie een op zijn minst verwarrende tekst goed die de schuldindustrie moest aanpakken (wetsvoorstel “houdende wijziging van de wet van 20 december 2002 betreffende de minnelijke invordering van schulden van de consument, teneinde misbruiken tegen te gaan”), maar die vooral uitblonk in juridisch gestuntel. Na alarmsignalen, onder meer van de Orde van Vlaamse Balies, besliste de Kamer een advies te vragen aan de Raad van State.  Hopelijk vinden de parlementsleden de tijd om dit advies, dat zopas bekend geraakte, ook grondig te lezen en er rekening mee te houden. De Raad van State vindt de voorgestelde regeling niet proportioneel en zegt o.m.: “Vraag is (…) of de voorgestelde regeling niet veeleer bestemd is om een bepaald deelpubliek van consumenten van een bijzondere rechtsbescherming te voorzien, waarbij dan de vraag rijst of daartoe in een dermate algemene regeling moet worden voorzien die – in al haar aspecten – alle categorieën van consumenten betreft en alle ondernemingen met zwaardere verplichtingen confronteert op het vlak van de procedure van invordering van facturen”. Vrij vertaald: parlementsleden worden verzocht om hun huiswerk over te doen, met in het achterhoofd evenwichtige wetgeving uit te werken die wanneer ze een algemene draagwijdte heeft ook op alle situaties kan worden toegepast.

Intussen kan ook de kamercommissie justitie ook zonder regering nuttig werk leveren.  In 2017 keurde het parlement zonder veel debat de zogenaamde “Potpourri V”-wet goed (in het Wetstratees:  de “wet houdende vereenvoudiging, harmonisering, informatisering en modernisering van burgerlijk recht en van burgerlijk procesrecht alsook van het notariaat, en houdende diverse bepalingen inzake justitie”. Punt. Echt waar, zo heet die wet).  Door die wet is het bijna onmogelijk geworden om in burgerlijke zaken verzet aan te tekenen tegen een verstekvonnis. Wie op de rechtbank niet komt opdagen, moet maar hoger beroep aantekenen. De wetgever wilde daarmee de procedures laten vooruitgaan en vooral proceduremisbruik vermijden.

Die wet zorgt echter voor perverse gevolgen, zeker wanneer beide partijen op het ogenblik van het opstarten van de procedure op hetzelfde adres wonen. Denk bijvoorbeeld aan het opstarten van echtscheidingsprocedures, waarin een dagvaarding (bewust) wordt betekend wanneer de andere partner (die dan nog op hetzelfde adres gedomicilieerd is) afwezig is. Die verschijnt dan niet op de rechtbank, gewoon omdat die niet eens weet dat er een procedure is. Bij verstek wordt dan een verblijfsregeling bepaald voor de kinderen die ongunstig is voor de versteklatende partij (omdat er geen verweer is gevoerd). Die moet dan maar beroep aantekenen. In sommige Hoven van Beroep wordt die zaak pas veel later behandeld en intussen zijn de kinderen van die partner vervreemd.

De onmogelijkheid om nog verzet te doen heeft ook nefaste gevolgen in andere materies (zoals vennootschapsgeschillen, huurzaken en fiscale betwistingen), zodat de parlementsleden nu best snel aan het werk gaan om de wet te “repareren”. Er is geen regering nodig om die wantoestanden aan te pakken.

En tot slot:  misschien kan iedereen even stilstaan bij wat er op 7 maart staat te gebeuren. U bent niet mee? Het is de Vlaamse publieke opinie ontgaan, maar een Brussels rechter besliste dat de Belgische Staat een einde moet maken aan de overbevolking in de gevangenissen van Vorst en St.-Gillis. In een vonnis van de (Franstalige) Brusselse rechtbank van 9 januari 2019 werd de Belgische Staat veroordeeld om binnen de 6 maanden maatregelen te nemen. In een later vonnis van 29 juli 2019 werd die termijn nog eens met 6 maanden verlengd. Vanaf 7 maart loopt er een dwangsom van €300.000 per dag (!). Iedereen weet dat die overbevolking nog steeds een acuut probleem is. Misschien is er naast een parlement toch ook en een volwaardige regering nodig om een justitiebeleid te voeren?

Hugo LAMON

Meer blogposts lezen van Hugo Lamon? Dat kan hier!

Opmerking plaatsen

Uw naam wordt privé weergegeven op de website en is niet zichtbaar voor anderen. Uw e-mailadres wordt opgeslagen maar niet gepubliceerd.