Openingsrede Balie Limburg: Hasseltse rechtenopleiding 15 jaar jong cover

17 okt 2023 | Column

Openingsrede Balie Limburg: Hasseltse rechtenopleiding 15 jaar jong

Recente vacatures

Advocaat
Ondernemingsrecht Vennootschapsrecht
3 - 7 jaar
Antwerpen Limburg Vlaams-Brabant Waals-Brabant
Advocaat
Ondernemingsrecht Vennootschapsrecht
0 - 3 jaar
Antwerpen Limburg Vlaams-Brabant Waals-Brabant
Advocaat
Douane
0 - 3 jaar
Antwerpen
Paralegal
Arbeidsrecht Vennootschapsrecht
0 - 3 jaar
Brussel
Advocaat
Arbeidsrecht
5 - 10 jaar
Brussel

Aankomende events

Onderstaande tekst is een ingekorte versie van de openingsrede die professor Petra Foubert op 15 september hield voor de Balie Limburg. Ze vertelt er over de Hasseltse rechtenopleiding die dit jaar vijftien jaar bestaat, waarom de start van een eigen Limburgse rechtenopleiding voor zowel de UHasselt als de Limburgse studenten bijzonder was en de uitdagingen waar de opleiding voor staat.

Lees ook de repliek van stafhouder Luk Delbrouck.


Geachte aanwezigen

Dag op dag vijftien jaar geleden zaten op Campus Diepenbeek, hier slechts enkele kilometers vandaan, om en bij de 250 jongeren klaar om een zeer belangrijke stap in hun leven te zetten. Zij zouden starten met de bacheloropleiding Rechten aan de UHasselt. Niet alleen voor deze studenten, maar ook voor de UHasselt was 15 september 2008 een heel speciale dag. Deze studenten waren namelijk de eersten die zich hadden ingeschreven om rechten te komen studeren in Hasselt.

Vóór de start van de rechtenopleiding in 2008 waren de Limburgse jongeren sterk ondervertegenwoordigd binnen de groep van studenten die een rechtenopleiding startten aan de vier andere Vlaamse rechtenfaculteiten

Voor de UHasselt was de nieuwe rechtenopleiding heel bijzonder om verschillende redenen.

In de eerste plaats was het een opleiding waarvoor in deze provincie heel lang was gestreden. Vóór de start van de rechtenopleiding in 2008 waren de Limburgse jongeren sterk ondervertegenwoordigd binnen de groep van studenten die een rechtenopleiding startten aan de vier andere Vlaamse rechtenfaculteiten. Met de opstart van de rechtenopleiding in Hasselt werd deze achterstand in één jaar tijd weggewerkt. Sindsdien nemen procentueel evenveel Limburgse jongeren deel aan het rechtenonderwijs als dat het geval is bij jongeren van andere Vlaamse provincies en kent de Hasseltse rechtenopleiding een standvastige en zeer diverse jaarlijkse instroom van om en bij de 180 generatiestudenten – dat zijn studenten die voor het eerst starten met een opleiding in het hoger onderwijs .

De nieuwe rechtenopleiding was en is ook bijzonder omdat het de eerste en voorlopig enige Hasseltse opleiding is die een samenwerking tussen drie partners inhoudt: UHasselt, Maastricht University en KU Leuven. Deze samenwerking kent uitdagingen, maar biedt ook kansen. Het curriculum van onze opleiding ‘ademt’ de diversiteit van deze grensoverschrijdende samenwerking. Al onze studenten maken vanaf het eerste jaar kennis met onderwijsteams die bestaan uit docenten van verschillende nationaliteiten werkzaam binnen één van de partnerinstellingen. De studenten focussen vanaf het eerste jaar op het belang van Europees en internationaal recht, en volgen allemaal vakken in het Nederlands én in het Engels.

Een derde bijzonderheid, niet zozeer voor de UHasselt maar wel voor het Belgische landschap van rechtenonderwijs, is het specifieke onderwijsconcept van opdracht- en probleemgestuurd onderwijs. Voor alle vakken hebben onze studenten voor de helft van de contacturen hoorcolleges in de aula, voor de andere helft van de contacturen komen zij samen in groepjes van 20 studenten, waar zij onder leiding van een tutor vooraf voorbereide opdrachten en problemen bespreken. Ook de indeling van het academiejaar in verschillende kortere lesperiodes, telkens onmiddellijk gevolgd door examens was en is nog steeds een unicum in het rechtenonderwijs in Vlaanderen en België. Deze bijzondere onderwijskundige aanpak heeft het landschap van het rechtenonderwijs gediversifieerd. Diversificatie was trouwens een belangrijke voorwaarde die de overheid koppelde aan de toelating om van start te mogen gaan met een vijfde rechtenopleiding in Vlaanderen: het curriculum en de onderwijskundige aanpak moesten innovatief zijn, het mocht geen kopie zijn van wat er al bestond.

Het is voor mij als decaan van de jarige rechtenopleiding een bijzonder groot genoegen om u allen te mogen toespreken op deze toch wel bijzondere verjaardag. Intussen zitten wij niet meer op Campus Diepenbeek, maar hebben wij reeds een tiental jaar geleden onze intrek genomen in de gebouwen van de Stadscampus, in de Oude Gevangenis. Dit gebouw stond leeg toen we in 2008 opstartten, en niemand kon zich toen inbeelden dat het vochtige, donkere en volledig gedateerde gebouw omgevormd zou worden tot een fijne leer- en ontmoetingsplek voor intussen drie opleidingen van de UHasselt. In de aula waarin u nu zit, heb ik deze ochtend meer dan 200 nieuwe rechtenstudenten verwelkomd. Dat is opnieuw een overtreffing van de meest optimistische prognose die voor de start van de bacheloropleiding werd gemaakt.

Er dienen zich tal van uitdagingen aan voor de nabije en verdere toekomst. Die willen we niet uit de weg gaan. Maar we moeten eerlijk zijn, we hebben daarvoor medestanders nodig, niet in het minst hier in de regio, bij het beleid én in het beroepenveld

Dat de rechtenopleiding een succesverhaal is geworden en dat steeds nieuwe generaties studenten hun rechtenopleiding in Hasselt aanvatten, is een opsteker voor de vele teams van professoren, doctorandi en praktijkassistenten die elke dag opnieuw het beste van zichzelf geven, maar ook voor de beleidsmakers die hard hebben gestreden voor deze opleiding. Dat de rechtenopleiding robuust is, betekent echter niet dat we op onze lauweren mogen rusten. Wel integendeel. Er dienen zich tal van uitdagingen aan voor de nabije en verdere toekomst. Die willen we niet uit de weg gaan. Maar we moeten eerlijk zijn, we hebben daarvoor medestanders nodig, niet in het minst hier in de regio, bij het beleid én in het beroepenveld. Nu ik de kans krijg om zovele jonge en iets minder jonge advocaten toe te spreken, wil ik de gelegenheid te baat nemen om één van die uitdagingen met u te delen en er kort over te reflecteren. Ik wil het hebben over een thema dat zeer actueel is: diversiteit. Ik wil u een inkijkje geven in ‘het leven zoals het is’ binnen onze Hasseltse rechtenopleiding. Ik zal de uitdagingen en kansen die diversiteit ons binnen onze rechtenopleiding stelt op twee niveaus bespreken. In de eerste plaats wil ik het hebben over de diversiteit binnen onze studentengroep. Vervolgens zal ik nog even ingaan op de diversiteit binnen het curriculum dat we aanbieden.

Een diverse studentenpopulatie

Laten we eerst even inzoomen op het thema ‘een diverse studentenpopulatie'.

Ik trap wellicht een open deur in wanneer ik zeg dat dé uitdaging voor de toekomst ligt in het meer divers, meer heterogeen maken van ons studentenpubliek. Diversiteit is in de eerste plaats cruciaal vanuit mensenrechtelijk perspectief. Iedereen verdient gelijke kansen en rechten in het onderwijs, en een waardige behandeling zonder vooroordelen. Diversiteit is echter geen doel op zich, het is ook een manier om de werking en winstgevendheid van ondernemingen en organisaties te verhogen. De arbeidsmarkt, ook hier in Limburg, heeft alle talent nodig. Ook in de advocatuur, zo laat ik me geregeld door collega’s vertellen, is de vraag naar talent heel groot. Niet alleen vanuit het standpunt van de arbeidsmarkt, maar ook vanuit het standpunt van de jongeren zelf is het zo dat een diploma nog steeds zeer goede kansen op tewerkstelling genereert. In De Standaard van 20 juni laatstleden konden we nog lezen dat jongeren beter dan ooit de weg vinden naar de arbeidsmarkt, en met een diploma lukt dat nog altijd veel beter dan zonder. Met een rechtendiploma is een jaar na afstuderen amper 0.9% nog op zoek naar een job. De rechtenopleiding zit daarmee in de kopgroep van de masterdiploma’s, op quasi hetzelfde niveau als bijvoorbeeld industriële wetenschappen en economische wetenschappen. Het Gentse bedrijf YouConnect, een HR kantoor dat zich richt op de juridische wereld, heeft in 2022 een arbeidsmarktonderzoek gedaan in samenwerking met Vlerick Business School. Zij onderzochten de periode 2019-2022 op basis van LinkedIn, voor afgestudeerden van alle Belgische rechtenopleidingen. Daaruit bleek dat afgestudeerden van alle Belgische rechtenopleidingen bijzonder vlot hun weg naar de arbeidsmarkt vinden en aan de slag gaan in alle juridische sectoren, en op alle niveaus. Wat dit onderzoek ons bovenal leert, is dat het rechtendiploma nog steeds een heel erg goed diploma is. Dat is een verhaal dat we tot bij alle Limburgse jongeren moeten kunnen brengen die de capaciteiten hebben om een rechtenstudie tot een goed einde te brengen; en ik benadruk hier twee componenten van wat ik net zei: ‘alle jongeren’, en ‘die deze capaciteiten hebben’. Ik geef toe: dat is geen eenvoudig verhaal.

In de zeer diverse provincie die Limburg is, doet de Hasseltse rechtenopleiding het in de groep van de startende studenten qua diversiteit niet zo slecht. Er is echter nog heel veel marge voor verbetering. Ondervertegenwoordigde groepen naar onze opleiding toe leiden én hen vervolgens ook in de opleiding houden, is dus een belangrijke opdracht voor de komende jaren.

Voor wat de verhouding tussen mannen en vrouwen betreft, valt op dat rechtenopleiding binnen de UHasselt één van de opleidingen is waar de meeste vrouwen starten. Van de startende generatiestudenten in de rechtenopleiding was tussen 2015 en 2022 gemiddeld 68% een vrouw, en 32% een man. Wanneer men kijkt naar de andere Vlaamse rechtenopleidingen, dan ziet men dat ook daar de verhouding ook in het voordeel van de vrouwen is.

Wanneer we naar de scholingsgraad kijken van de ouders van onze generatiestudenten, dan zien we dat, binnen de UHasselt, de rechtenopleiding het hoogste percentage generatiestudenten telt uit een kort- en middengeschoold milieu, nl. 25%. Ik maak het zeer concreet: ruim 20% van de studenten die ik deze ochtend heb ontvangen, heeft ouders zonder een diploma hoger onderwijs. Voor ongeveer 5% van de studenten hebben beide ouders zelfs helemaal geen diploma middelbaar onderwijs. De andere 75% heeft minstens één ouder die een diploma hoger onderwijs heeft. Daar gaapt dus een gigantische kloof. Wij moeten ons daar binnen onze onderwijsteams van bewust zijn, want dat vraagt extra aandacht en inzet van het team. Voor één op vier van onze studenten is de stap naar de rechtenopleiding, en naar de universiteit meer in het algemeen, een enorme sprong, een sprong waarvoor ze op het thuisfront op weinig praktijkervaring kunnen rekenen, hoe goed de meeste ouders het ook met hun kinderen voorhebben.

Jammer genoeg zijn er geen cijfers beschikbaar om op dit vlak de vergelijking te maken met de andere Vlaamse rechtenopleidingen.

Binnen onze universiteit telt de rechtenopleiding veruit de meeste generatiestudenten met een migratieachtergrond uit de zogenaamde niet-EU1 landen

En op nog andere vlakken spant de rechtenopleiding de diversiteitskroon binnen de UHasselt.

Binnen onze universiteit telt de rechtenopleiding veruit de meeste generatiestudenten met een migratieachtergrond uit de zogenaamde niet-EU1 landen. Dat wil zeggen dat ofwel zijzelf of minstens één ouder of minstens twee grootouders niet de Belgische nationaliteit hebben, noch de nationaliteit van – ik noem het nu voor het gemak – meer welgestelde veelal Noord-Europese landen, zoals onze buurlanden en de Scandinavische landen. In totaal heeft opnieuw één op vier van de studenten die bij ons in de rechtenopleiding starten een migratieachtergrond. Jammer genoeg hebben we hier evenmin cijfers om te vergelijken met de andere Vlaamse rechtenopleidingen.

Met één op vier studenten met een migratieachtergrond weerspiegelt de rechtenopleiding het best van alle UHasselt opleidingen de Limburgse herkomstcijfers van 18-19-jarigen, maar zit ze nog altijd een heel eind van de ruwweg zestig-veertigverhouding die het vandaag in realiteit is. En de prognoses zijn dat deze verhouding nog zal veranderen, in het nadeel van de studenten van Belgische herkomst. Hier ligt voor onze opleiding, en voor deze regio, een enorm potentieel, maar tegelijkertijd een enorme uitdaging om van ‘gelijke onderwijskansen’ een realiteit te maken.

En dan ten slotte nog een ander diversiteitskenmerk waarvoor de scores van de Hasseltse rechtenopleiding opvallend zijn. In academiejaar 20-21 waren meer dan 30% van onze generatiestudenten beursstudenten. Dat is opnieuw het hoogste aantal van alle generatiestudenten die aan de UHasselt starten in alle verschillende opleidingen. Bij de opleiding architectuur bijvoorbeeld, ligt dit aantal bijna 10% lager.

Ook in de vergelijking met de andere Vlaamse rechtenfaculteiten valt het hoge aantal beursstudenten op. De Hasseltse rechtenopleiding telt beduidend meer beursstudenten onder haar generatiestudenten dan het gemiddelde van de andere rechtenfaculteiten.

Wat ik u zonet allemaal kom te vertellen, heeft betrekking op de generatiestudenten die in onze rechtenopleiding starten. Op het eerste gezicht lijkt onze opleiding dus wel inclusief te zijn. Inclusief zijn bij de rekrutering van studenten is één ding, die inclusiviteit behouden in de opleiding is echter nog iets anders. Het is niet mijn bedoeling een uitgebreide analyse te maken van de doorstroom van al deze studentengroepen. Ik zal vandaag focussen op de tijd die een student nodig heeft om de opleiding af te ronden. Dat vrouwelijke studenten gemiddeld iets betere cijfers kunnen voorleggen, is intussen geweten. Dat is aan de UHasselt in het algemeen en in onze rechtenopleiding in het bijzonder niet anders. In onze bacheloropleiding rechten hebben mannen gemiddeld 3,82 jaar nodig om de opleiding af te ronden. Vrouwen klaren de klus in gemiddeld 3,68 jaar.

Drie andere treffende vaststellingen in verband met de doorstroom van onze generatiestudenten wil ik u echter niet onthouden. Ze moeten voor ons allen immers een wake up call zijn.

Ten eerste. Studenten uit een kort- en middengeschoold milieu stromen gemiddeld minder goed door dan studenten uit een hooggeschoold milieu. En herinner u: dat is in onze rechtenopleiding één op de vier studenten. Concreet betekent dit in onze opleiding dat van de generatiestudenten uit een kort- en middengeschoold milieu uiteindelijk ongeveer 46% het bachelordiploma behaalt. Voor de studenten uit een hooggeschoold milieu is dat 58%.

Ten tweede. Voor wat betreft studenten met een migratieachtergrond zijn de verschillen groter. Herinner u: één op vier van onze generatiestudenten heeft een niet-EU1 migratieachtergrond! Ik maak het opnieuw concreet: slechts 38% van de niet-EU1- studenten behaalt uiteindelijk het bachelordiploma. Bij studenten zonder migratieachtergrond ligt het percentage op 57%.

Ten derde. Ook beursstudenten vertonen duidelijk minder goede doorstroomcijfers. Pro memorie: meer dan 30% van onze generatiestudenten is beursstudent. Heel concreet: van de generatiestudenten met een beurs behaalt 38% uiteindelijk het bachelordiploma, van de generatiestudenten zonder een beurs is dat 56%.

Nu zit er tussen de drie categorieën die ik zonet kom te noemen (student met een migratieachtergrond, beursstudent of student uit een kortgeschoold milieu) natuurlijk heel wat overlap. Zonder in detail te treden, komt het erop neer dat slechts 48% van onze generatiestudenten geen van de drie gemelde kenmerken heeft, 25% van onze generatiestudenten heeft meer dan één van de genoemde kenmerken. Deze analyse heeft mij geleerd dat het best een grote groep studenten is die momenteel aan de start komt met beduidend minder slaagkansen dan de studenten die velen van ons – ook docenten en mensen die hier in de zaal zitten – voor ogen hebben wanneer zij zich de typische rechtenstudent voor de geest halen.

Ik noem ze allemaal ‘onze studenten’. Ze zijn hier allemaal welkom, want onze maatschappij heeft al hun talenten hard nodig. Wij kunnen ons dus ook vanuit die optiek geen intolerantie veroorloven

Deze analyse is uiteraard niet volledig. Enerzijds kan de studie van de kenmerken die ik hierboven besprak, nog verder verfijnd worden. Anderzijds zitten in de studentenpopulatie aan de Hasseltse rechtenopleiding nog veel meer personen die tijdens hun studieloopbaan met obstakels geconfronteerd worden, zoals onze studenten met een functiebeperking, onze hoogbegaafde studenten, onze studenten uit de LGBTQIA+ gemeenschap, onze topsportstudenten, onze studenten die de zorg voor een ziek familielid opnemen, onze werkstudenten, of onze studenten met een psychische kwetsbaarheid. Maar ik noem ze allemaal ‘onze studenten’. Ze zijn hier allemaal welkom, want onze maatschappij heeft al hun talenten hard nodig. Wij kunnen ons dus ook vanuit die optiek geen intolerantie veroorloven. Vanuit die optiek is het dan ook fijn dat de UHasselt en het Belang van Limburg samen via de inclusiviteitsprijs waardering geven aan studenten, doctoraatsstudenten, personeelsleden of alumni die zich inzetten voor de deelname aan het universitair onderwijs van jongeren uit allerlei ondervertegenwoordigde groepen. Vorig jaar was de winnares trouwens een studente uit onze rechtenopleiding!

In het strategieplan 2022-2027 dat wij vorig jaar met de faculteit hebben uitgetekend, zitten acties die beogen de diversiteit binnen de studentengroep te vergroten, of die toch op zijn minst beogen om alle studenten die zich in de opleiding inschrijven maximale kansen te bieden. Bij wijze van voorbeeld verwijs ik naar het voornemen om al minstens de centraal verzamelde cijfers – waarvan ik zonet enkele voorbeelden gaf – jaarlijks te bestuderen en op te volgen. Ook introduceerden we een nieuw jaarlijks infomoment voor leerkrachten en leerlingenbegeleiders van middelbare scholen, om samen met hen het profiel van de rechtenstudent te bespreken. Want daar blijken nogal wat misverstanden over te bestaan – niet in het minst het onwrikbare geloof dat rechten studeren vooral (en zo niet uitsluitend) een goed geheugen vergt. We zetten ook in op een gerichte deelname aan extra muros activiteiten (bv. in middelbare scholen of voor CLB’s) die aantoonbare aandacht hebben voor diversiteit en inclusie. We ontwikkelen initiatieven voor studenten die een extra uitdaging willen, zoals een uitwisseling met de Universiteit van Namen in de bacheloropleiding, of een korte buitenlandse stage in Zuid-Afrika in de masteropleiding. Onze vernieuwde buddywerking heeft extra aandacht voor studenten in kwetsbare situaties, en we rekruteren een divers samengesteld team van studentenambassadeurs die de opleiding promoten. Teneinde ook meer diversiteit te bewerkstelligen in de docententeams willen we op zoek gaan naar manieren om onze vacatures inclusiever op te stellen en ruimer te verspreiden dan via de klassieke kanalen.

Ondanks veel goede wil die ik zie binnen onze opleiding en de universiteit is het duidelijk dat er veel meer nodig zal zijn om een diverser studentenpubliek te bereiken dan de acties die wij met de beperkte bestaffing van Hasseltse docenten en stafleden kunnen ondernemen. Wij hebben nood aan initiatieven zoals TALim, de talentenacademie Limburg die gemotiveerde tieners uit verschillende Limburgse gemeenten elke zaterdag tijdens het schooljaar een programma aanbiedt dat hen toelaat om, met de hulp van vrijwilligers en gastdocenten, hun talenten te ontdekken en hun toekomstperspectieven te verbreden. In haar doctoraatsonderzoek hier aan de faculteit geeft Merel Vrancken aan dat het belangrijk is iets te doen aan de de facto segregatie in het basis en secundair onderwijs in Vlaanderen, segregatie o.m. op basis van sociale klasse of migratieachtergrond. Deze segregatie heeft ongelijke onderwijskansen tot gevolg, en dat uit zich onder meer in een aanzienlijk lagere doorstroom van deze groepen naar het hoger onderwijs. Merel concludeert dat internationale verdragen potentieel bieden om segregatie in het onderwijs tegen te gaan, maar dat de rechtspraak op dit vlak nog in de kinderschoenen staat.

Ten slotte hebben wij nood aan contacten met het werkveld, dat ook meer en meer wil inzetten op de aanwerving (en het behoud) van een diverse groep medewerkers. Uit het doctoraatsonderzoek van Sara Vancleef, eveneens hier aan onze faculteit, blijkt dat positieve actie mogelijkheden biedt voor de instroom, doorstroom, opleiding en promotie van personen uit ondervertegenwoordigde en benadeelde groepen. Er zijn echter indicaties dat de huidige juridische benadering voor positieve actie niet werkt. Zij biedt werkgevers weinig houvast en is ook zeer vrijblijvend. Een aangepaste benadering zou kunnen helpen om arbeidsmarktongelijkheden doeltreffender aan te pakken. Want jongeren zullen pas de stap naar een opleiding zetten wanneer zij voor het bijhorende diploma rolmodellen zien op de arbeidsmarkt.

Een divers curriculum

Een divers studentenpubliek aantrekken vraagt natuurlijk ook dat de diverse jongerengroep zich aangesproken weet door onze Hasseltse rechtenopleiding. En zo beland ik bij het tweede deel van deze uiteenzetting: hoe kunnen wij een curriculum aanbieden dat inspeelt op de samenleving die hyperdivers is, vanuit zeer vele perspectieven, maar ook hypergeconnecteerd.

Een belangrijke actie uit ons strategieplan is dat wij willen bekijken hoe wij ons vakkenpakket, ons lesmateriaal en onze lesmethodes inclusiever kunnen maken. Alle studenten moeten zich thuis kunnen voelen in onze opleiding en zich herkennen in de vakken

Ook op vlak van het curriculum vormt de diversiteit van ons studentenpubliek een uitdaging. Een belangrijke actie uit ons strategieplan is dat wij willen bekijken hoe wij ons vakkenpakket, ons lesmateriaal en onze lesmethodes inclusiever kunnen maken. Alle studenten moeten zich thuis kunnen voelen in onze opleiding en zich herkennen in de vakken. Het gaat verder dan het bachelorvak ‘Culturele Diversiteit en Recht’. Het gaat van de personages in onze casussen die niet steeds Jan en Lies moeten heten, tot en met de manier waarop onze tutoren omgaan met studenten tijdens het onderwijs in kleine groepen. Zich thuis voelen en zich gewaardeerd weten, zit vaak in kleine dingen, zoals de manier waarop we als lesgevers de studenten aanspreken. Zich thuis voelen en zich gewaardeerd weten is echter wel een belangrijke voorwaarde om succesvol te kunnen zijn op studievlak. Onze rechtenopleiding zet sterk in op die waarderende aanpak via het doorgedreven onderwijs in kleine groepen. De tutoren die de groepen begeleiden, zijn opgeleid om alle studenten aan het woord te laten en hen de kans te geven om in een veilige omgeving de vaardigheden te ontwikkelen die voor een jurist zo noodzakelijk zijn. Door deze inclusieve omgeving te creëren, geven de inzichten van alle studenten mee vorm aan het curriculum.

Ik zoom nu verder in. Wij moeten binnen ons curriculum ook leren omgaan met een studentenpopulatie die weliswaar verbaal zeer sterk is maar – naar het aanvoelen van de onderwijsteams – op vlak van het geschreven Nederlands elk jaar zwakker scoort. Natuurlijk zijn er nog steeds studenten die goed de spelling- en grammaticaregels beheersen, maar geloof me, ze zijn elk jaar minder talrijk. En het gaat heus niet enkel over studenten die een andere thuistaal hebben of de studenten die ook op juridisch-inhoudelijk vlak minder goed scoren. Het besef groeit dat er ook in dat kader iets moet gebeuren binnen ons curriculum, maar de problematiek is vaak veel groter dan wat je in één of twee extra bijeenkomsten voor methodologie kan remediëren. Behalve de vraag wat er in het kader van het curriculum van de rechtenopleiding kan veranderen, is het van belang jongeren er al vroeg op te wijzen dat een rechtenopleiding een talige opleiding is die vergt dat je goed mondeling maar ook schriftelijk kan communiceren. Daarvoor hebben we de hulp nodig van de lagere en middelbare scholen, en ook van iedereen in het juridische beroepenveld. De boodschap die we samen moeten uitdragen, is dat de rechtenopleiding behalve een dosis gezonde intelligentie, een warme belangstelling voor de samenleving en de actualiteit vergt, de capaciteit om abstraheren en, niet in het minst, een goede kennis van de Nederlandse taal of toch minstens voldoende taalinzicht om snel de taal te kunnen leren of de kennis ervan op een hoger niveau te tillen.

Een oplossing voor de tanende kennis van de Nederlandse taal impliceert echter niet alleen dat wij, als juristen, de nadruk leggen op de kennis van het Nederlands, maar ook dat we ons oor te luisteren leggen bij de jongeren zelf. Wij moeten de oorzaken van dit probleem zien te achterhalen opdat we zouden kunnen remediëren, en daartoe moeten we in dialoog gaan, zonder vooroordelen.

Er komen nog heel wat andere uitdagingen op ons af. We moeten ons curriculum continu evalueren om te zien of het nog voldoende actueel is, en dit moeten we doen in samenspraak met het beroepsveld én de studenten. We besteden in onze masteropleiding reeds van bij de start, in 2011, aandacht aan alternatieve conflictoplossing. Dat is een thema dat vandaag nog steeds zeer actueel is en op de agenda zal blijven staan. Onze samenleving wordt steeds complexer – denk bijvoorbeeld aan nieuwe uitdagingen zoals de klimaatproblematiek en artificiële intelligentie, waarop ik in deze lezing niet verder inga. De regelgeving volgt deze complexiteit en het aantal conflicten zal wellicht navenant toenemen. Het is onze bedoeling om blijvend in te zetten op alternatieve geschillenbeslechting als alternatief voor, of minstens aanvulling op de klassieke juridische procedure. Maar na twaalf jaar moeten we wellicht even herbronnen. En ook hier zou onze diverse studentenpopulatie en deze zeer diverse Limburgse regio een bron van inspiratie kunnen bieden. In andere culturen wordt er vaak anders en positiever gekeken naar bemiddelde oplossingen. Onze directe omgeving biedt misschien heel wat rijkdom die wij momenteel onderbenut laten.

Een andere uitdaging, die mij ook persoonlijk zeer sterk bezighoudt, is de tanende aandacht en interesse in onze maatschappij voor de principes van democratie en mensenrechten

Een andere uitdaging, die mij ook persoonlijk zeer sterk bezighoudt, is de tanende aandacht en interesse in onze maatschappij voor de principes van democratie en mensenrechten. Voor de huidige generatie studenten zijn de twee wereldoorlogen verhalen uit de oude doos. De oorlog in Oekraïne heeft de fragiliteit van de democratie en de mensenrechten weliswaar weer wat onder de aandacht gebracht, maar laat ons eerlijk zijn, na de eerste schok in de lente van 2022 zijn we toch relatief snel weer overgegaan tot de orde van de dag. Wij zoeken binnen onze rechtenopleiding naar manieren om curriculair, maar ook extracurriculair, de aandacht van onze studenten te vestigen op het feit dat democratie en mensenrechten zwaar bevochten en ook kwetsbaar zijn. Zo zijn we met onze faculteit in 2022 gestart met een jaarlijks weerkerende democratielezing ter nagedachtenis van de overval op de Hasseltse oude gevangenis op 10 juni 1944. Door verbanden te leggen met actuele gebeurtenissen en het uitnodigen van interessante sprekers willen we de interesse van onze studenten aanwakkeren en hen betrekken bij dit belangrijke mondiale thema. In het kader van het vak ‘Street Law’ ontwikkelen de studenten in kleine groepjes een interactieve onderwijsactiviteit over een actueel juridisch vraagstuk voor jongeren uit het middelbaar onderwijs. Ook hier ligt de focus vaak op mensenrechten en democratie.

En dan last but not least, want ik ben hier tenslotte te gast bij advocaten … in hoeverre moet het curriculum van een academische rechtenopleiding voorbereiden op een diversiteit aan juridische beroepen? Het uitgangspunt moet zijn dat de academische rechtenopleiding voorbereidt op een veelheid aan juridische beroepen, en niet op één beroep in het bijzonder.

Momenteel is deze vraag brandend actueel, met name in het kader van de modernisering van de advocatuur, waartoe minister van Justitie Vincent Van Quickenborne op 7 november 2022 een aantal prioritaire voorstellen heeft bekendgemaakt. Een van die voorstellen betreft de invoering van een beroepsopleiding voorafgaand aan de stage. De stage zou pas kunnen starten na deze beroepsopleiding van zes maanden of een jaar, via een advocatenschool, postgraduaat, postuniversitaire opleiding of ManaMa. De ordes zouden daarvoor gaan samenwerken met de universiteiten.

Zowel langs Nederlandstalige als langs Franstalige kant hebben de decanen van de rechtsfaculteiten de voorbije jaren overleg gepleegd met de advocatenordes en de minister van Justitie. Zij hebben hun medewerking toegezegd aan een optimalisatie van de stage-opleiding, maar ze hebben ernstige vragen gesteld bij de beroepsopleiding zoals die nu naar voren wordt geschoven. Het voorstel lijkt namelijk uit te gaan van de noodzaak om een selectie te maken in het te grote aantal aspirant-advocaten, terwijl momenteel uit verschillende hoeken de boodschap komt dat de advocatuur het moeilijk heeft om talent aan te trekken en te behouden. De vrees van de decanen is dat het huidige voorstel het vertrek richting andere beroepsgroepen nog zal vergroten.

De doelstelling om te komen tot een kwaliteitsvolle beroepsopleiding valt toe te juichen, maar het is het standpunt van de decanen dat de invoering van een dergelijke opleiding aan een aantal voorwaarden moet voldoen. De reden waarom ik deze voorwaarden hier vandaag, met goedvinden van al mijn Vlaamse collega’s-decanen, nog eens onder de aandacht breng, is omdat enkele ervan belangrijk zijn teneinde alle afgestudeerde juristen die dat wensen de kans te bieden een carrière uit te bouwen in de advocatuur. Het is in de eerste plaats inderdaad zo dat wanneer de kost volledig op de student wordt afgewenteld, de toegang tot de advocatuur dreigt voorbehouden te blijven voor de financieel meer gegoeden. De decanen bepleiten een systeem waarbij de opleidingskosten mede worden gedragen door de toekomstige stagemeesters of balies, met eventueel de mogelijkheid tot terugvordering indien de betrokkenen het kantoor of de balie binnen een bepaalde termijn verlaten. In de tweede plaats is het ook van groot belang dat we vermijden dat de kandidaat-stagiairs tijdens de beroepsopleiding tussen wal en schip vallen voor wat betreft hun sociaal statuut: ze zijn dan immers geen student meer, maar genieten evenmin sociale bescherming als advocaat-stagiair in het zelfstandigenstatuut (of in de toekomst als werknemer). Deze twee voorwaarden, in verband met financiering van de opleiding en het sociaal statuut van de kandidaat-stagiairs, hebben zeer duidelijk betrekking op de inclusiviteit van het advocatenberoep. De decanen van alle Vlaamse rechtenfaculteiten hechten daar een zeer groot belang aan, op grond van de overtuiging dat álle afgestudeerde juristen de kans moeten krijgen om het juridisch beroep uit te oefenen dat hen het meest ligt, inclusief de advocatuur, maar ook vanuit de overtuiging dat de advocatuur elk talent nodig heeft. Dit is een punt waarover wij in contact moeten blijven. Ik ben dan ook blij dat de Stafhouder van de Balie Limburg bereid is dit gesprek te voeren. Wij zullen vanuit onze rechtenopleiding, in overleg met alle stakeholders, ons curriculum blijven toetsen aan de noden van deze tijd, opdat jongeren uit deze provincie én ver daarbuiten hier in Hasselt een moderne rechtenopleiding zouden kunnen volgen, een opleiding die voorbereidt op een veelheid aan juridische beroepen, met een mooie toekomst voor iedereen die de capaciteiten heeft om als jurist aan de slag te gaan.

Ik dank u voor uw aandacht.

Petra Foubert, decaan rechtenfaculteit UHasselt

Recente vacatures

Advocaat
Ondernemingsrecht Vennootschapsrecht
3 - 7 jaar
Antwerpen Limburg Vlaams-Brabant Waals-Brabant
Advocaat
Ondernemingsrecht Vennootschapsrecht
0 - 3 jaar
Antwerpen Limburg Vlaams-Brabant Waals-Brabant
Advocaat
Douane
0 - 3 jaar
Antwerpen
Paralegal
Arbeidsrecht Vennootschapsrecht
0 - 3 jaar
Brussel
Advocaat
Arbeidsrecht
5 - 10 jaar
Brussel

Aankomende events

Blijf op de hoogte

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

0 Reacties

0 reacties

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.