Actualia

Onbeperkte vrije keuze van advocaat bij rechtsbijstand?

Avatar
Geschreven door Today's Lawyer

De bedoeling van deze bijdrage is de aandacht te vestigen op een arrest van het Hof van Justitie van 14 mei 2020 in de zaak C-667/18 met als partijen de Orde van Vlaamse Balies en de Ordre des barreaux francophones et germanophone tegen de Ministerraad. Het betreft een prejudiciële beslissing die volgt uit een verzoek ingediend door het Grondwettelijk Hof van België in een arrest van 11 oktober 2018. Zij interpreteert de draagwijdte van artikel 201 (1) (a) van de Richtlijn 2009/138/EC binnen de context van bemiddelingsprocedures.

Hogervermeld artikel met als opschrift “vrije keuze van een advocaat”, bepaalt: “1. In elke overeenkomst inzake rechtsbijstandverzekering wordt uitdrukkelijk bepaald dat: a) indien een advocaat of andere persoon die volgens het nationaal recht gekwalificeerd is, wordt gevraagd de belangen van de verzekerde in een gerechtelijke of administratieve procedure te verdedigen, te vertegenwoordigen of te behartigen, de verzekerde vrij is om deze advocaat of andere persoon te kiezen; …”.

Beroep tot vernietiging

De procedure ingesteld door de Belgische Ordes bij het Grondwettelijk Hof hield een beroep tot vernietiging in van de wet van 9 april 2017 nu deze niet voorziet in het recht van de rechtsbijstandsverzekerde om in het kader van een bemiddelingsprocedure vrij zijn advocaat te kiezen. De ordes hielden voor dat de bemiddelingsprocedure onder het begrip “gerechtelijke procedure” valt zoals bedoeld in artikel 201 hoger vermeld. De vrije keuze zou volgens de Ministerraad nochtans uitgesloten zijn voor de bemiddelingsprocedure.

Het Hof van Justitie antwoordde op de gestelde vraag als volgt (punt 42): “Gelet op één en ander dient op de gestelde vraag te worden geantwoord dat artikel 201, lid 1 onder (a) van richtlijn 2009/138 aldus moet worden uitgelegd dat het in deze bepaling bedoelde begrip “gerechtelijke procedure” ook betrekking heeft op een procedure voor gerechtelijke of buitengerechtelijke bemiddeling waarbij een rechterlijke instantie betrokken is of kan zijn, hetzij bij het inleiden van deze procedure, hetzij na afloop ervan”.

Het Hof verwijst naar eerdere uitspraken, namelijk inzake Massar en Büyüktip en onderstreept dat een ruime interpretatie dient te worden gegeven aan de draagwijdte van de richtlijn teneinde de belangen van de verzekerden adequaat te beschermen (punten 26 en 37 tot 40 van het arrest).

Algemene draagwijdte

Het arrest, alhoewel uitgesproken met betrekking tot de bemiddeling gaat veel verder dan bemiddelingsprocedures alleen. Het doet immers een uitspraak over het algemeen beginsel van de vrije keuze van advocaat binnen een rechtsbijstandscontract.

Zo stelt het Hof in zijn punt 29: “Zoals de advocaat-generaal in punt 81 van zijn conclusie opmerkt, omvat de term “procedure” dus niet alleen de fase van het beroep voor een gerecht in eigenlijke zin, maar ook de fase die daaraan voorafgaat en tot een gerechtelijke fase kan leiden.”, en in punt 31: “Hieruit volgt dat het begrip “gerechtelijke procedure” niet kan worden beperkt tot uitsluitend niet-administratieve procedures voor een gerecht in eigenlijke zin, en ook niet door een onderscheid te maken tussen de voorbereidende fase en de besluitfase van een dergelijke procedure. Elke fase die kan leiden tot een procedure voor een rechterlijke instantie, zelfs een voorafgaande fase, moet dus worden geacht onder het begrip “gerechtelijke procedure” in de zin van artikel 201 van Richtlijn 2009/138 te vallen”.

Rechtsbijstandverzekeraars vs. advocaten

Dit betekent dat de door de rechtsbijstandsverzekeraars verdedigde en toegepaste stelling volgens dewelke de vrije keuze van advocaat door de verzekerde slechts zou kunnen worden ingeroepen op het ogenblik dat een gerechtelijke procedure sensu stricto moet worden gevoerd en niet in de voorbereidende fase van pogingen tot minnelijke regeling of onderhandelingen, uitdrukkelijk verworpen wordt. Het betreft een cruciaal discussiepunt in verband met de rechtsbijstandspolissen en de uitwerking ervan. Vele betwistingen tussen advocaten en rechtsbijstandsverzekeraars houden immers verband met het ogenblik waarop de advocaat op kosten van de verzekeraar gevat kan worden.

De verzekeraars betogen op grond van een, zoals uit het besproken arrest blijkt, foutieve interpretatie van artikel 201 dat de verzekerden in de voorafgaande fase geen vrije keuze van advocaat hebben. Zij hanteren deze interpretatie om dan het dossier in deze fase te laten behandelen, hetzij door hun behandelende dossierbeheerder, hetzij door een advocaat die zij zelf kiezen. Eén en ander kan niet worden weggewuifd op grond van de overweging dat de echte advocaat eigenlijk maar nodig is bij een gerechtelijke procedure. De tussenkomst van een onafhankelijk advocaat van eigen keuze van bij het begin van het geschil is primordiaal. De praktijk leert immers dat indien de verzekerde zich neerlegt bij de weigering van de rechtsbijstandsverzekeraar om de advocaat van zijn keuze aan te stellen bij het begin van het geschil, dit later ook niet meer gebeurt. Het is bovendien evident – of minstens is het risico reëel – dat de dossierbeheerder, maar ook de advocaat aangesteld door de rechtsbijstandsverzekeraar niet uitsluitend de belangen van de verzekerde op het oog heeft, maar rekening houdt met richtlijnen inzake kostenbesparing van de rechtsbijstandsverzekeraar.

In dit verband kan verwezen worden naar de CCBE Position on Legal Expense Insurance dd. 31 maart 2017 (zie www.ccbe.eu). De hoop mag worden uitgedrukt dat de verzekeraars zich bij het besproken arrest en de erin uitgedrukte algemene principes inzake de vrije keuze van advocaat zullen neerleggen.

Het Insurance Committee van de CCBE ijvert hiervoor in zijn contacten met de internationale vereniging van rechtsbijstandsverzekeraars.

Herman Buyssens – Chair Insurance Committee CCBE


 

Bovenstaande bijdrage van Herman Buyssens verscheen eerder in nummer 2020/2 van het tijdschrift Today’s Lawyer. Raadpleeg hier de abonnementsvoorwaarden.

Opmerking plaatsen

Uw naam wordt privé weergegeven op de website en is niet zichtbaar voor anderen. Uw e-mailadres wordt opgeslagen maar niet gepubliceerd.