Expertise

Muziekplagiaat: een gevarendriehoek tussen bewuste aanhaking, culturele interactie en technische begrensdheid

Avatar
Geschreven door Jubel

door Emmanuel Verraes, advocaat Indie Law – Via de media kennen we er allemaal enkele voorbeelden van: plagiaatzaken. Zeker als het gaat over klinkende namen uit de muziekindustrie. Maar wanneer is er effectief sprake van plagiaat? Is dat per definitie intentioneel, of kan dit op toeval berusten (d.i. het geval van een zogenaamde  ‘onafhankelijke creatie’)? Is dit een louter subjectieve beoordeling of zijn er objectieve parameters, zoals een minimum aantal maten of seconden? Is het maken van ‘onbesmette’ muziekwerken überhaupt nog mogelijk gezien de wereldwijde culturele en digitale verbondenheid? Bovendien is onze muziek gebaseerd op een schaal van 12 tonen en gevormd door stromingen, muziekgenres, schema’s (bijv. 1-4-5) en modieuze gimmicks.

Een voorbeeld van zo’n gimmick is de zogenaamde millennial whoop: als het gevoel leeft dat veel popsongs tegenwoordig hetzelfde klinken, dan is dit mogelijk één van de verantwoordelijken. Deze figuur is in essentie een opeenvolging van noten die afwisselend de vijfde en derde noot van een grote toonladder gebruikt en die zich prima leent tot meezingen. Sinds muzikant Patrick Metzger het fenomeen uitdrukkelijk bij naam noemde (Zie zijn TedX-voordracht), circuleren er er tal van video’s die de daaraan te wijten verwantschap van hedendaagse popsongs willen aantonen (bekijk hier een voorbeeld).

De grote vraag is: hoeveel marge laat de hierboven geschetste context nog voor compositorische vrijheid?

‘Originaliteit’ is geen ‘nieuwheid’

De lijn tussen het reproduceren van een bestaand muziekwerk en het inspelen op eenzelfde muzikale trend is niet altijd scherp te trekken. Het eerste maakt een inbreuk uit op het auteursrecht, terwijl een stijl, trend of modeverschijnsel in principe geen auteursrechtelijke bescherming genieten.

Het bestaande kader indachtig, is het duidelijk waarom de auteurswet het niet heeft over ‘nieuwheid’ als beschermingsvereiste, maar wel over een ‘oorspronkelijk karakter’ of originaliteit. Dit veronderstelt dat het werk de ‘persoonlijke stempel’ van de auteur draagt, een voortbrengsel is van de creatieve inspanningen van de maker.

Nieuwheid kan bijgevolg geen accuraat auteursrechtelijk criterium zijn: we leven niet in een steriele laboratoriumomgeving die afgeschermd is van uitwendige invloeden. We luisteren naar wat we graag horen en we creëren ook wat we graag horen. Iets slaafs overnemen van een andere auteur, daarentegen, beantwoordt niét aan dat oorspronkelijkheidscriterium: het komt niet voort uit een creatieve inspanning van de maker en is daarom plagiaat of ‘namaak’ in de zin van de wet.

Een plagiaatclaim instellen: wanneer?

Wanneer is het nu zinvol om een plagiaatclaim te overwegen? Het instellen van zo’n vordering gebeurt best niet onbezonnen. Ondoordacht te werk gaan, kan voelbare financiële gevolgen hebben. Het blokkeren van auteursrechten, het offline halen van de geviseerde tracks en het nemen van gerechtelijke stappen hebben mogelijk een grote economische impact. Indien deze acties achteraf ongegrond blijken te zijn, dan kan dit voor de initiatiefnemer zuur opbreken.

Het is niet ondenkbaar dat het grote succes van een song iemand met slechte intenties inspireert om er zijn wagonnetje aan te hangen door een gelijkenis met een eigen werk in te roepen. Als hij daardoor een aandeel in de rechten toegeschreven krijgt, dan staat dat gelijk aan een deel van de opbrengsten. Zo wordt vaak beweerd dat de hele plagiaatzaak rond de song ‘Frozen’ van Madonna, ingeleid door lokale Henegouwse volkszanger Salvatore Acquaviva, door een dergelijk motief was ingegeven. De rechtbank had de man in 2005 gelijk gegeven en verbood elke verkoop en verspreiding van Madonna’s hit op Belgisch grondgebied. Pas in 2014 oordeelde het hof van beroep er anders over, waardoor de song uiteindelijk negen jaar aan mogelijke exploitatieinkomsten in België had misgelopen.

Ook Clouseau kreeg jaren geleden te kampen met iemand die onterecht een case dacht te hebben. Kris Wauters vertelt: “Op een dag kreeg ik een brief in mijn bus van Sabam, waarbij mij werd gemeld dat de rechten van onze song ‘En Dans’ geblokkeerd stonden. ‘En Dans’ is een song die ik samen met Marc Vanhie heb geschreven.  Nu was er blijkbaar een klacht wegens plagiaat binnengekomen, waardoor Sabam de rechten had geblokkeerd.  Meer bepaald viseerde de persoon in kwestie de eerste vijf noten van de synths in de intro, het kenmerkende string-themaatje. Ik dacht bijgevolg dat ze arrangementsrecht wilden claimen, maar neen hoor : het ging over de volledige muziek! Met die vijf noten zouden wij dus de ganse song ‘En Dans’ gepikt hebben, noten die in geen honderd jaar in de melodie van de zanger te horen zijn. De klager, één of andere Waalse liedjesschrijver, had een soortgelijk melodietje op een traag bossanova-ritme gezet en meende dat ‘En Dans’ dit had overgenomen. Zijn ‘vermoeden’ werd onder meer ingegeven door het feit dat beide nummers waren opgenomen met dezelfde software (ProTools) in dezelfde studio (van producer Yannick Fonderie).  Niet dat ik het heb moeten gebruiken in deze zaak, maar toevallig hadden we heel veel gefilmd van het opnameproces met onze camera.  Ook tijdens de opnamen van ‘En Dans’ hadden we gefilmd hoe iedereen wat aan het dollen was op de keyboards in de studio om een melodietje te verzinnen voor de intro.  Op een bepaald ogenblik speelt Hans (Francken, red.) die noten in, tot groot jolijt van de anderen.  Uiteindelijk werden die nog ietwat bijgeschaafd, maar de video toonde aan dat het wel degelijk om een eigen creatie ging.  Ook al heb je gelijk, het is vervelend.  De rechten worden geblokkeerd, dan gaat er weer een halfjaar voorbij, enz.  Uiteindelijk kregen we een brief die ons – terecht – op alle fronten gelijk heeft gegeven.”

Met andere woorden: voorzichtigheid is geboden. Bij twijfel win je best advies in om het geval in te schatten.

In sommige gevallen is het overduidelijk dat er ‘gejat’ werd. Zo had ik ooit een zaak voor een cliënt, een internationale componist en performer, waarbij een stuk van zijn compositie één op één werd overgenomen in de begingeneriek van een dicht bekeken buitenlands tv-programma. De maker van de generiek ontkende staalhard. Als huiscomponist van de tv-zender had hij immers veel te verliezen: indien zijn plagiaat zou vaststaan, zou dat ongetwijfeld gevolgen hebben voor toekomstige opdrachten. Omdat de inbreukmaker niet spontaan bekende, hebben we een expertiseverslag laten opmaken door de toenmalige directeur van het Koninklijk Conservatorium Brussel.  De bevindingen waren duidelijk: niet enkel de melodie, maar zelfs het tempo en de noten waren exact dezelfde als van het origineel. Uiteindelijk hebben we een rechtszaak kunnen vermijden door overeen te komen dat we het geval zouden voorleggen aan de plagiaatcommissie van de lokale auteursrechtenmaatschappij en dat we de uitslag als bindend voor de partijen zouden aanvaarden. De zitting was een ervaring op zich: mijn cliënt, zijn manager en ikzelf aan de ene kant, de inbreukmaker en zijn advocaat aan de ander kant, en recht tegenover ons aan een lange tafel een zevenkoppig college dat heel gerichte vragen stelde. Zoals verwacht oordeelde de commissie in ons voordeel, waardoor we uiteindelijk een correcte doorbetaling van de rechten hebben verkregen.

Maar hoe substantieel moet de gelijkenis nu zijn om over plagiaat te kunnen spreken? Er bestaan verschillende ‘urban legends’ over een bepaald aantal maten of seconden, maar hierbij kunnen we dit formeel ontkrachten. Het criterium is eenvoudigweg dat het een identieke of quasi-identieke reproductie is van een voorafbestaand werk. Maar een reproductie van wat precies: de lyrics, de melodie, de structuur, het ritme? Welnu, als de melodielijn of woorden in herkenbare mate worden overgenomen, dan is de kans groot dat de rechter tot plagiaat zal besluiten. Maar wanneer het bijvoorbeeld om een ‘groove’ gaat, dan liggen de zaken – althans in de praktijk – moeilijker. Daarvan getuige de zaak van de Marvin Gaye Estate tegen Robin Thicke en Pharrell Williams met betrekking tot de song ‘Blurred Lines’. De titel kan geen toeval zijn, want met deze zaak vervagen de lijnen tussen werk (uitdrukking) en inspiratie (concept, idee): in welke mate kan een bepaalde groove, een drumritme op zich een origineel werk zijn? Na een juridisch gevecht van ruim vijf jaar heeft een federale rechter in Californië geoordeeld dat ‘Blurred Lines’ (2013) van Robin Thicke en Pharrell Williams dusdanig op ‘Got To Give It Up’ (1977) van Marvin Gaye lijkt, dat gesproken mag worden van plagiaat. Ook een hoger beroep en een nieuwe beslissing van de federale rechter oordeelden in dezelfde zin, zij het met een lichtjes verminderde schadevergoeding als sanctie. De rechter erkende wel dat ze Gaye “niet bewust hadden gekopieerd”, maar dat het liedje wel “zwaar beïnvloed” is door dat van Gaye (vergelijk  hier zelf). Daarop steunden heel wat bekende muzikanten Thicke en Pharrell: in een schriftelijke verklaring drukten ze hun bezorgdheid uit over het feit dat de rechter het “creëren van nieuw werk geïnspireerd door ouder werk strafbaar wil stellen”. Dit zou het ‘creatieve proces’ in gevaar brengen. Dit is m.i. een terechte, hoogst relevante bedenking. Zoals iemand het bondig samenvat op YouTube: “There is a fine line between plagiarism and inspiration… you could almost say it is blurred”.

Sampling

Een andere context waarin sprake kan zijn van plagiaat, is sampling. Wanneer je een sample gebruikt zonder dat je daarvoor de toestemming (‘sample clearance’) hebt gekregen, dan staat dat gelijk aan plagiaat.

In de zomer van 2019 heeft het Europees Hof van Justitie een fel besproken arrest (C-476/17) geveld over auteursrecht en muzieksampling in de ‘Metall auf Metall’-zaak. Enkele groepsleden van Kraftwerk beweerden dat het nummer ‘Nur Mir’ (1999) van Moses Pelham en Martin Haas twee seconden van hun nummer ‘Metall auf Metall’ (1977) gekopieerd had, door gebruik te maken van een sample, en daarmee inbreuk maakte op hun auteursrecht. De uitspraak bevestigt dat producenten van fonogrammen het exclusieve recht hebben om de reproductie van hun fonogrammen geheel of gedeeltelijk toe te staan of te verbieden. Bijgevolg moet de reproductie door een gebruiker van een geluidssample uit een fonogram, hoe kort ook, in principe worden beschouwd als een (gedeeltelijke) reproductie van dat fonogram. Een dergelijke reproductie valt onder het exclusieve recht van de producent (master owner). Tot daar geen verrassing. Maar nieuw is echter het volgende: het Hof stelt dat een gebruiker geen toestemming moet vragen voor het gebruik van een sample in een aangepaste vorm, in de zin dat het muziekfragment niet herkenbaar is voor het menselijk oor. Een dergelijk gebruik van een sample wordt niet beschouwd als een ‘reproductie’ in de zin van het auteursrecht. Het Hof verwijst naar de artistieke vrijheid om zijn redenering te rechtvaardigen: als voor een onherkenbaar gebruik ook toestemming nodig is, zou er geen goed evenwicht zijn tussen de artistieke rechten van nieuwe gebruikers en de auteursrechtelijke bescherming van bestaande werken.

Opvallend is dat het Hof van Justitie het criterium van onherkenbaarheid “voor het oor” hanteert. Het komt er uiteindelijk op neer dat de sample niet herkenbaar is voor een mens; het feit dat een computer bepaalde overeenkomsten kan vinden – bijvoorbeeld door vergelijking van de sound waves of onderzoek van de Pro Tools multitrack files – is dus irrelevant. Laat het duidelijk zijn dat dit een grijze zone blijft en dat het vaak een hele opgave is om te bewijzen dat een muziekfragment ‘onherkenbaar’ is in vergelijking met een ouder muziekstuk.

Naar mijn aanvoelen mist er enige nuance in de beslissing van het Hof. Het element van herkenbaarheid kan dan wel relevant zijn op auteursrechtelijk vlak, maar dat neemt niet weg dat indien de bestaande opname zelf (master) wordt gebruikt daarvoor de toestemming van de master owner zou vereist zijn. Uiteindelijk bestaat het naburig recht van de producent precies om zijn investering te beschermen tegen meeliftende derden. Het exploiteren van een sample uit andermans opname zonder vergoeding, zou principieel als meeliften op andermans investering kunnen worden beschouwd.

Ik word geplagieerd, wat nu?

Stel: je ontdekt dat iemand je werk of opname heeft geplagieerd, wat moet je dan precies doen? In een eerste instantie is het veilig om ‘bewarende maatregelen’ te nemen door de rechten te laten bevriezen bij SABAM (en bij master use ook bij SIMIM). Je kan tegelijkertijd een take down request doen bij de streamingdienst die de inbreukmakende track aanbiedt. Daarna kan je een brief sturen naar de inbreukmaker met de vraag om elke verdere inbreuk onmiddellijk te staken (‘cease and desist’) en om aan te geven welke inkomsten er reeds werden gegenereerd. Indien je niet tot een akkoord komt, dan moet je je wenden tot de rechter. Daar volg je dezelfde logica: je vraagt in de eerste plaats om de exploitatie te laten stopzetten op straffe van een dwangsom (‘stakingsvordering’, al dan niet in een afzonderlijke procedure ‘zoals in kortgeding’) en je vraagt een vergoeding voor geleden schade en gemiste inkomsten (‘vordering ten gronde’ met het oog op het bekomen van schadevergoeding). Wie een schadevergoeding eist, moet de schade kunnen aantonen. Daartoe kun je bijvoorbeeld statements opvragen bij de platenmaatschappij, publisher en de collecting societies. Wanneer een precieze schadebegroting onmogelijk blijkt, dan kan een rechter ook een vergoeding ‘ex æquo et bono’ toekennen.

Conclusie

Je creativiteit en investeringen verdienen de hoogste bescherming. Indien iemand anders daarvan profiteert en je rechten miskent, dan moet je optreden. Zij die daarentegen slechte intenties hebben en iemand onterecht van plagiaat betichten, gaan maar beter niet lichtzinnig te werk; zoals Phil Collins zou zeggen: Think twice! Indien blijkt dat de claim onterecht is, dan kunnen alle kosten (deskundigen, rechtsplegingsvergoeding, enz) en de door take downs verloren inkomsten namelijk integraal op de eiser worden verhaald.

Elke noot in de muziek is ooit al gespeeld en we laten ons er bewust en onbewust door inspireren. Laat je creatieve ijver er vooral niet door remmen en veroordeel ook anderen niet te snel. Maar wanneer je dan toch vermoedt dat je slachtoffer bent van plagiaat of zelf wordt beschuldigd: Stand up for your rights!

Emmanuel Verraes, advocaat Indie Law

Opmerking plaatsen

Uw naam wordt privé weergegeven op de website en is niet zichtbaar voor anderen. Uw e-mailadres wordt opgeslagen maar niet gepubliceerd.