Moeten mensen die door milieuschade worden bedreigd altijd wachten op de verwezenlijking van milieurisico’s om een schadevergoeding te eisen? Niet noodzakelijk. Ook de angst voor toekomstige milieuschade kan vandaag al schade veroorzaken. Maar wanneer is die angstschade vergoedbaar? En hoe kan het aansprakelijkheidsrecht die schade remediëren?
Angst voor angstschade?
Stel dat je in Groningenveld woont, een gebied geteisterd door aardbevingen veroorzaakt door industriële gaswinning. Of je huis ooit door een aardbeving wordt getroffen, is onzeker. Het buitencontractuele aansprakelijkheidsrecht vereist in beginsel echter zekere schade. Een verhoogd risico op aardbevingsschade volstaat niet.
Die onzekerheid kan angst veroorzaken die op haar beurt tot schade leidt. Het gaat dan niet om het risico op toekomstige aardbevingsschade zelf, maar wel om de actuele schade veroorzaakt door de angst voor dat risico. Die actuele schade op zich is wel zeker.
Angstschade roept binnen de rechtsleer al langer vragen op. Enerzijds erkennen auteurs dat het leven met een zwaard van Damocles wel degelijk reële schade kan veroorzaken. Anderzijds vrezen ze dat de doos van Pandora wordt geopend, waarbij allerlei vormen van (maatschappelijke) angsten aanleiding kunnen geven tot buitencontractuele aansprakelijkheid.
In mijn doctoraatsthesis geef ik gebalanceerde oplossingen voor milieugerelateerde angstschade op basis van een rechtsvergelijkende analyse van het Belgische, Nederlandse, Franse en Amerikaanse aansprakelijkheidsrecht, en met interdisciplinaire inzichten uit de milieupsychologie.
Schade door angst: meer dan een ‘gevoel’
We maken ons allemaal zorgen over klimaatverandering, vervuiling en andere bedreigingen. Geeft dat iedereen recht op schadevergoeding?
Als we kijken naar de rechtspraak, is dat uiteraard niet zo evident. Er bestaat een duidelijk onderscheid tussen “angst” als subjectief gevoel en “schade” als objectiveerbaar gegeven. Beweren dat je angst hebt, is dus niet voldoende. Je moet aantonen dat die angst aantoonbare gevolgen heeft, i.e. schade.
Die schade moet bovendien persoonlijk zijn, wat een aanzienlijke rem zet op de mogelijkheid om een actio popularis, zijnde een vordering in het algemeen belang, in te stellen op basis van het buitencontractuele aansprakelijkheidsrecht. Een eiser moet bewijzen dat die persoonlijk wordt getroffen, dat wil zeggen op een manier die de bredere maatschappelijke impact van de milieuaantasting overstijgt. Zo raakt de ontbossing van het Amazonewoud ons allemaal, maar worden lokale gemeenschappen persoonlijker en ingrijpender getroffen.
Daarbij speelt de band met de aangetaste omgeving een belangrijke rol. Sommigen hebben een sterke economische band met hun omgeving, zoals boeren of vissers. Anderen hebben extrapatrimoniale belangen bij een bepaalde omgeving. Denk aan een boswachter die zijn vertrouwde bos ziet verdwijnen of een vogelspotter die een jarenlang bestudeerde broedplaats verliest. Wat in dergelijke gevallen van milieuschade verdwijnt, is een stukje leefwereld.
Solastalgie: heimwee zonder je thuis te verlaten
Dat verlies haakt aan bij wat de milieupsychologie beschrijft als solastalgie: de psychologische ervaring van negatief gepercipieerde veranderingen in een vertrouwde leefomgeving, waardoor die haar geborgenheid verliest.
Solastalgie wordt ook wel eens beschreven als de heimwee zonder je thuis te verlaten. De solastalgieliteratuur toont dat milieuschade meer kan aantasten dan eigendom of gezondheid. Ook de existentiële verbondenheid met een welbepaalde omgeving kan worden beschadigd.
Mijn onderzoek pleit daarom voor de erkenning van solastalgie als schadevorm in het milieuaansprakelijkheidsrecht. Ze kan ontstaan door bestaande milieuaantasting, maar ook door angst voor toekomstige veranderingen.
Moet de angst redelijk zijn?
Angsten zijn natuurlijk niet altijd rationeel. Irrationele angsten kunnen dus ook aanleiding geven tot reële schade. Hoe kan een rechter daarmee omgaan? Wat bijvoorbeeld als iemand vreest ernstig ziek te worden na een beperkte blootstelling aan asbest, terwijl het gezondheidsrisico verwaarloosbaar is?
Om te beoordelen of dergelijke angstschade aan de aansprakelijke persoon kan worden toegerekend, ontwikkelde ik een redelijkheidstoets, geïnspireerd door Franse en Amerikaanse rechtspraak.
Drie criteria staan centraal:
- Het slachtoffer is daadwerkelijk blootgesteld aan een gevaar.
- De kans op schade is groter dan het algemene maatschappelijke risico.
- Het gevaar kan ernstige gevolgen hebben.
De maatschappelijke context kan echter ook een rol spelen in die redelijkheidstoets. Dat blijkt uit oudere rechtspraak over hiv-angst. Hoewel sommige vormen van contact met hiv geen besmettingsrisico inhouden, kunnen rechters irrationele hiv-angst toch als redelijk beschouwen in het licht van de toenmalige maatschappelijke paniek rond aids.
Een wetenschappelijk ongegronde angst hoeft dus niet altijd juridisch onredelijk te zijn.
Van vergoeding naar herstel tot preventie?
Zelfs wanneer angstschade wordt erkend, blijft de vraag welke schadeloosstelling daar tegenover moet staan.
De meeste gevallen van angstschade worden opgelost met een financiële vergoeding. Hoeveel is het verlies van een vertrouwde leefomgeving waard? Een geldbedrag kan geen exacte tegenwaarde bieden voor dat verlies. Het kan wel dienen ter erkenning van de geleden schade. Op basis van psychologisch onderzoek stel ik methoden voor om de schadebegroting voor solastalgie te ondersteunen.
Maar het aansprakelijkheidsrecht biedt meer mogelijkheden dan geld alleen. Een schadeloosstelling kan ook gericht zijn op daadwerkelijk herstel. Wanneer iemand lijdt onder vervuiling van zijn leefomgeving, kunnen saneringsmaatregelen bijdragen aan het herstel van zijn verbondenheid ermee.
Die redenering geldt ook voor de angst voor toekomstige milieuschade. Als een fabriek een concrete bedreiging vormt, kunnen maatregelen die deze dreiging wegnemen tegelijk de bestaande angstschade herstellen. Zo kan het voorkomen van toekomstige milieuschade een vorm van herstel van huidige schade zijn. Angstschade biedt dus kansen om preventie nog meer in het buitencontractuele aansprakelijkheidsrecht binnen te loodsen. Het een en ander natuurlijk onder voorbehoud van het verbod op rechtsmisbruik.
Geen reden tot angst voor angstschade
Angstschade erkennen als vergoedbare schade opent niet de deur naar onbeperkte schadeclaims. De vereisten van zekere en persoonlijke schade en de beoordeling van redelijke angst bieden voldoende waarborgen.
Tegelijk biedt de erkenning van angstschade bescherming aan mensen die vandaag al lijden onder milieudreigingen.
Mijn doctoraat concludeert daarom dat schade door angst een volwaardige plaats verdient binnen het Belgische en Nederlandse buitencontractuele aansprakelijkheidsrecht, zonder bijkomende beperkingen.
Of anders gezegd: geen nood aan angst voor angstschade!
Simon Van Eekert, Advocaat bij Aurion Law
Voor meer informatie over milieugerelateerde angstschade of andere aspecten van mijn onderzoek, contacteer mij via simon.vaneekert@aurionlaw.be.



0 reacties