Jubel

Dit is de Jubel-postbus. Op deze pagina verschijnen artikels geschreven door specialisten in het recht, notariaat, fiscaliteit, accountancy en Legal Tech zonder eigen auteurspagina op Jubel.be.

De artikels geplaatst onder de Jubel-postbus, spelen in op de juridische en fiscale actualiteit in België. Om die reden is de Jubel-postbus een onmisbare hulp voor wie op de hoogte wil blijven van de juridische en fiscale wereld en het Belgisch recht.

Wil u zelf bijdragen aan de Jubel-postbus? Mail dan naar redactie@jubel.be. Na evaluatie door de redactie, wordt uw bijdrage gepubliceerd.

Prof. dr. Alain François (VUB, Eubelius Advocaten)

Na twee jaar WVV kunnen we een eerste evaluatie maken. Heeft de ambitieuze hervorming van het vennootschapsrecht de verwachtingen ingelost?

Het WVV beoogt het vennootschapsrecht te moderniseren via drie krachtlijnen: (1) een doorgedreven vereenvoudiging, (2) door te kiezen voor meer aanvullend recht en flexibiliteit en (3) door te kiezen voor nieuwe rechtsregels die moeten helpen om het hoofd te bieden aan, voornamelijk, Europese evoluties en tendensen zoals steeds mobielere vennootschappen. We gaan kort in op de twee eerste krachtlijnen.

Leidt het WVV écht tot een eenvoudiger vennootschapsrecht?

Beoogde vereenvoudiging

De beoogde vereenvoudiging neemt verschillende vormen aan, waarbij de ene vorm al meer doorgedreven is dan de andere:

  • Het onderscheid tussen burgerlijke en handelsvennootschappen verdwijnt. In werkelijkheid was in het kader van de hervorming van het ondernemingsrecht al komaf gemaakt met dit, inderdaad achterhaalde onderscheid.
  • Het WVV voorziet in een nieuwe dichotomie tussen het vennootschaps- en verenigingsrecht middels nieuwe definities van de vennootschap en de vereniging. Al deze rechtsvormen worden bovendien voor het eerst verenigd in één Wetboek.
  • Het WVV beperkt het aantal vennootschapsvormen en –varianten: de tijdelijke (handels)vennootschap (THV), de stille (handels)vennootschap (SHV), de coöperatieve vennootschap met onbeperkte aansprakelijkheid (CVOA), de commanditaire vennootschap op aandelen (Comm.VA), het economisch samenwerkingsverband (ESV) en de landbouwvennootschap (LV), alsook de varianten starters-BVBA, de éénpersoons-BVBA en de vennootschap met een sociaal oogmerk, (VSO) worden van de vennootschappelijke ‘menukaart’ geschrapt.
  • Aangezien de talrijke strafbepalingen in het Wetboek van vennootschappen niet efficiënt bleken en weinig werden toegepast, wordt in het WVV de voorkeur gegeven aan burgerlijke sancties (zoals bijvoorbeeld de bestuurdersaansprakelijkheid, nietigheid, …).
Vermindering aantal vennootschapsvormen

Om die vraag te beantwoorden keren we even terug naar één van de speerpunten van de beoogde doorgedreven vereenvoudiging: de hertekening van het vennootschapslandschap.

Uitgangspunt hiervoor is de vaststelling dat het W.Venn. teveel vennootschapsvormen en –varianten aanbood die onvoldoende werden aangewend. Het klopt dat de vennootschapsvormen ESV, LV en Comm.VA, alsook de variant van de SBVBA niet bijster succesvol waren, voor zover althans dat succes kan worden afgemeten aan hun aantal, wat niet steeds of minstens niet per se het geval is. Het is inderdaad niet omdat bepaalde vennootschapsvormen of –varianten minder vaak worden aangewend dat ze niet nuttig of zelfs noodzakelijk zouden zijn.

Vooreerst werden de drie personenvennootschappen gegroepeerd rond de maatschap, onze enige vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid. De vennoten van de maatschap kunnen evenwel overeenkomen dat zij rechtspersoonlijkheid zal genieten, en dan neemt ze de vorm aan van een vennootschap onder firma (VOF) of een commanditaire vennootschap (CommV).

Daarnaast onderscheidt het WVV ook drie vennootschappen die hun vennoten het voordeel bieden van beperking van aansprakelijkheid: de besloten vennootschap (BV), de coöperatieve vennootschap (CV) en de naamloze vennootschap (NV).

Tenslotte zijn er ook drie Europese vennootschapsvormen: de Europese vennootschap (SE), de Europese coöperatieve vennootschap (SCE) en het Europees economisch samenwerkingsverband (EESV). Die laatste vennootschapsvorm bleef vroeger buiten de menukaart van het W.Venn.

De opstellers van het WVV hebben niet zomaar bot willen snoeien. Vandaar dat zij het mogelijk hebben gemaakt om enerzijds via modulering van de behouden vennootschapsvormen, anderzijds via erkenning bepaalde afgeschafte vennootschapsvormen en varianten te recupereren. Dat maakt die afschaffing en daaruit resulterende vereenvoudiging relatief.

Eigenheid van de NV en BV

Hoe is het vervolgens gesteld met de beoogde verbeterde articulatie van de eigenheid van de naamloze vennootschap?

De NV is een typische kapitaalvennootschap die intuitu pecuniae wordt aangegaan en is dus voornamelijk bedoeld voor de grote vennootschappen met een ruim aandeelhouderschap. Voornamelijk om redenen van aantrekkelijkheid van de toonderaandelen is de NV destijds ook aangewend als rechtsvorm voor middelgrote en zelfs kleine ondernemingen. Sinds de afschaffing van de toonderaandelen is ze echter op de terugweg, ten voordele van de BV(BA). Nochtans is ook hier de beoogde scherpstelling van de eigenheid van de NV wat vertroebeld. De omstandigheid dat NV’s thans eenhoofdig kunnen worden opgericht (en desgewenst bestuurd) staat immers op gespannen voet met haar framing als dé vennootschapsvorm voor grote vennootschappen en ondernemingen.

Wat dan tenslotte te zeggen over de eigenheid van de besloten vennootschap? Hier zet de wetgever in op de grote soepelheid van de BV die van haar een geschikte vennootschapsvorm kan maken voor zowel de kleinste managementvennootschap als de grootste onderneming en, als de naam enigszins de lading zou dekken, die een beslotenheid uitdraagt en die dus in zekere zin toch een beetje intuitu personae wordt aangegaan, en dit in vergelijking met de NV die intuitu pecuniae wordt aangegaan.

Het is mooi om de BV zo te typeren, maar we moeten meteen vaststellen dat, ondanks de naam “besloten vennootschap”, de beslotenheid geen wezenskenmerk meer is van de BV. Artikel 5:63, §1 WVV dat voorziet in wettelijke beperkingen op de overdracht van de aandelen in een BV is immers een default regel geworden, waarvan in de statuten kan worden afgeweken, bijvoorbeeld om te bepalen dat de aandelen vrij overdraagbaar zijn.

De verregaande flexibilisering

Het WVV wou ook moderniseren middels een verregaande flexibilisering.

Flexibiliteit staat voor veel ruimte voor statutaire of contractuele invulling, maar met duidelijke default-regels als die vrijheid niet wordt benut én met oog voor de belangen van derden, inzonderheid die van de schuldeisers. Er is dus geen vrijheid, blijheid, wat begrijpelijk is, gelet op de beperking van aansprakelijkheid die de BV, de CV en de NV aan hun aandeelhouders bieden.

De meest verregaande flexibilisering is mogelijk voor de BV en de CV die in tegenstelling tot de NV  immers niet zijn onderworpen aan de stringente Europese kapitaalsregels.

De toegenomen flexibilisering laat bv. ook toe om de BV statutair te voorzien van een collegiaal bestuur met ad nutum afzetbare bestuurders, terwijl de NV statutair kan voorzien in een eenhoofdig bestuur dat in de statuten wordt benoemd..

Hetzelfde geldt voor het tweede onderscheidend kenmerk: de BV kan statutair worden omgebouwd tot een open vennootschap, waarna statutaire of contractuele overdrachtsbeperkingen kunnen worden voorzien die minder gereguleerd zijn dan het geval is voor de NV. Ook het besloten resp. open karakter van de BV, resp. NV geldt dus enkel nog in default.

Eén en ander leidt tot de vaststelling dat, enkele resterende verschillen niet te na gesproken, het voornaamste verschil tussen de BV en de NV erin bestaat dat de eerstgenoemde kapitaalloos is, terwijl de NV de enige nog overblijvende kapitaalvennootschap is in ons land.

U verneemt meer over dit onderwerp tijdens het interactief panelgesprek ‘Twee jaar WVV: opdracht vervuld, of werk aan de winkel?‘ Prof. dr. Alain François modereert een boeiend online debat met vier experts: Jan Peeters, (Partner Stibbe Advocaten), Tom Meuleman (Partner PwC en voorzitter IBR),Tim Carnewal (Notaris bij Berquin Notarissen) en Sandra Gobert (Directeur-Generaal bij Guberna).

Jubel

Dit is de Jubel-postbus. Op deze pagina verschijnen artikels geschreven door specialisten in het recht, notariaat, fiscaliteit, accountancy en Legal Tech zonder eigen auteurspagina op Jubel.be.

De artikels geplaatst onder de Jubel-postbus, spelen in op de juridische en fiscale actualiteit in België. Om die reden is de Jubel-postbus een onmisbare hulp voor wie op de hoogte wil blijven van de juridische en fiscale wereld en het Belgisch recht.

Wil u zelf bijdragen aan de Jubel-postbus? Mail dan naar redactie@jubel.be. Na evaluatie door de redactie, wordt uw bijdrage gepubliceerd.

Bekijk alle artikelen

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.