Jubel Talks II WVV-2

De kassierster Debora kwam in het middelpunt van de belangstelling toen sommigen in de Wetstraat zich bogen over de vraag of het nog uit te leggen valt dat haar werkgever dividenden kan uitkeren en zij in deze coronatijden geen loonopslag zou krijgen. Het behoort tot het politieke spel om complexe maatschappelijke vraagstukken te vertalen naar een voor iedereen bevattelijk beeld.

Op 3 mei liet Het Laatste Nieuws vrederechter Lode Vrancken (woordvoerder van het Koninklijk Verbond van Vrede-en politierechters, een van de machtigste lobbygroepen binnen justitie) aan het woord. “Vrederechters binden strijd aan met gehaaide deurwaarders” zo weet de krant, met in het vet de kop: “3.000 euro kosten voor factuur van 44 euro, dat moet stoppen”. Dat was taal die Debora zeker begrijpt. Wie een bescheiden ziekenhuisfactuur van 44 euro niet tijdig betaalt, komt volgens de krant binnen de kortste keren terecht in een uitvoeringsspiraal, waar volgens de vrederechter enkel de gerechtsdeurwaarder beter van wordt.

Het opent opnieuw het debat over wat sommigen ‘de schuldindustrie’ noemen. Die schulden kunnen vele oorzaken hebben. Bij sommigen is er sprake van overconsumptie en ondanks de door Europese wetgeving opgelegde consumentenbescherming zijn er toch nog burgers die tegen zichzelf in bescherming moeten worden genomen met nog meer preventieve maatregelen. Iets anders is het natuurlijk wanneer burgers in precaire situaties ermee worstelen om hun basisbehoeften te kunnen betalen. Gerechtsdeurwaarders die zichzelf verrijken omdat een hulpbehoevende een ziekenhuisfactuur van 44 euro niet kan betalen, handelen onethisch en die situatie is wraakroepend. Gerechtsdeurwaarders hebben als ministerieel ambtenaar immers ook een taak van algemeen belang en mogen hun incassoactiviteiten niet overlaten aan een softwareprogramma dat automatisch de zelfverrijking van de gerechtsdeurwaarders bestendigt. Wanneer gerechtsdeurwaarders louter ondernemers zijn die op commerciële leest schulden innen, schieten ze voorbij aan hun sociale rol. Maar laat het ook duidelijk zijn dat nog heel wat gerechtsdeurwaarders hun rol van evenwichtskunstenaar tussen schuldeiser en schuldenaar ter harte nemen.

Natuurlijk zijn er ook principiële juridische betwistingen. Er wordt ook niet betaald omdat de schuldenaar vindt dat de vordering niet verschuldigd is. De gerechtsdeurwaarder dagvaardt dan en de zaak komt voor de rechter. In het Nederlands Financieel Dagblad van 3 mei verscheen een opmerkelijk opiniestuk van Margreet Ahsmann (emeritus hoogleraar rechtspleging aan de Universiteit Leiden) onder de titel “Rechter, vervul uw taak als rechter, niet als probleemoplosser”. In het stuk wordt kritisch gekeken naar de ‘MER-rechter’ (de Maatschappelijk Effectieve Rechter) een tendens in Nederland waarbij rechters zich niet uitsluitend laten leiden door juridische overwegingen bij het afhandelen van zaken (de rechter “bekijkt dan alle problemen in samenhang en lost deze op”). Wanneer rechters het pad van het recht verlaten, begeven ze zich wel op onzeker terrein. Wanneer niet het recht speelt, wat dan wel? “Hoe legitimeert de MER-rechter zijn taak om met ‘oplossingen’ te komen? Welke kaders gebruikt hij? Is de autonome rechter zelf ‘de regel’ geworden?” zo vraagt Ahsmann zich af. Een weerbare rechtsstaat vraagt om duidelijkheid over de inhoud van de rechterlijke functie. Recht mag niet verworden tot “ook maar een mening”. Dat moeten we met z’n allen ook aan Debora duidelijk maken.

Vorige week verscheen in het Staatsblad de “Deontologische code van de erkende bemiddelaars van 16 december 2020”. Dat is interessante lectuur voor wie ervoor kiest om niet de rechter, maar een bemiddelaar het conflict te laten beslechten. Het zal ook aan Debora duidelijk moeten worden uitgelegd wat de specifieke rol van de bemiddelaar is, zoals die in artikel 10 § 2 van die code wordt omschreven: “De bemiddelaar zorgt ervoor dat hij zich correct positioneert in zijn specifieke rol die niet die van een deskundige, van een arbiter, van een juridisch adviseur, van een rechter of van een therapeut is”. Wat een bemiddelaar dan eigenlijk wél is (of wat er dan nog na al die uitsluitingen overschiet) vermeldt de code niet.

Advocaten kunnen bemiddelaar zijn, al hebben ze geen monopolie. Artikel 4 § 2 van die code stelt wel: “Bemiddelaars die ook een ander, al dan niet gereglementeerd beroep uitoefenen, dienen er in het bijzonder op toe te zien dat er geen sprake is van rolvermenging”, maar artikel 2 stelt dan weer: “Er kan van de bepalingen van deze code niet afgeweken worden”. Hoe dit te verzoenen valt met de deontologie van de advocaten, die een even dwingend karakter heeft, is allicht iets waar Debora niet van wakker ligt, maar waar Hugo de advocaat zich toch wat vragen bij stelt.

Hugo LAMON

***

Meer blogposts lezen van Hugo Lamon? Dat kan hier!

Avatar

Hugo Lamon

Mr. Hugo Lamon is advocaat aan de balie van Limburg en Brussel NL. Hij publiceert over o.m. ondernemingsrecht en deontologie. Hij mengt zich al jaren in het maatschappelijk debat over justitie.

Bekijk alle artikelen

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.