LAMON op woensdag

Mr. Hugo Lamon is advocaat aan de balie van Limburg en Brussel NL.
Hij publiceert over o.m. ondernemingsrecht en deontologie.

Hij mengt zich al jaren in het maatschappelijk debat over justitie.

Het zijn zware tijden, nu de derde coronagolf blijkbaar nog maar een kwestie van dagen is. In Nederland zijn er uitbarstingen van geweld en zelfs brandstichtingen in ziekenhuizen. Daar geldt, net zoals in Frankrijk, een strengere avondklok dan bij ons. Een mens wordt er moedeloos van. Kappers, horecaondernemers en ‘niet-medische contactberoepen’ zijn collectief in een depressie beland. Intussen blijven advocaten in rechtbanken zaken pleiten alsof er niets aan de hand is. Als essentieel beroep mogen ze ook nog in hun kantoor blijven werken, al heeft de Orde van Vlaamse Balies er enkele dagen geleden wel aan herinnerd dat het niet is omdat het mag dat het ook moet. Het beroep moet plots niet meer zo nodig essentieel in het kantoor worden uitgeoefend, wat natuurlijk ook vroeger al niet het geval was.

Kortom, de situatie is ernstig en zo stilaan ook hopeloos. Voor wie nog actief mag blijven zijn de Zoom- en Teams-meetings (en een zeldzame keer Cisco-Webex) de nieuwe vorm van sociaal contact. We krijgen daardoor allemaal een korter lontje en geraken door de overkill aan coronanieuws licht geïrriteerd. Amanda Gorman in haar knalgele jurk bij de eedaflegging van de nieuwe Amerikaanse president kon de Westerse wereld nog eens een feel good-moment bezorgen, maar daar slagen onze politici al lang niet meer in. De minister van Volksgezondheid regeert met het kijvende vingertje (en met de herhaling, want wat niet tergend traag kan worden herhaald is blijkbaar de waarheid niet) en de minister van Binnenlandse Zaken publiceert besluiten waarvan ze hoopt dat u ze niet leest en waarbij ze alvast haar uiterste best doet opdat u ze toch zeker niet zou begrijpen. Als u daar toch in zou slagen, dan mag u zich niet bezondigen aan juridisch geneuzel. Is er eigenlijk een sluitende definitie van dat begrip “geneuzel”? Maakt het daarbij uit dat een jurist op een doordeweekse dinsdag plots in de derde editie van het Staatsblad een nieuw ministerieel besluit van 26 januari moet doorploegen? Hoe aantrekkelijk is het om artikel 5 van dat besluit te lezen: “in artikel 15 § 3 eerste lid van hetzelfde besluit (bedoeld wordt: dat van 20 oktober 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken) worden de volgende wijzigingen doorgevoerd: 1° in de inleidende zin wordt het woord “tegelijkertijd” ingevoegd tussen het woord “mag’ en het woord ‘aanwezig’”. Helder en duidelijk, zeker voor een regeling die iedereen geacht wordt de dag nadien (27 januari) al na te leven. Het is allicht juridisch geneuzel om dat niet ernstig te vinden.

Natuurlijk getuigt het van de door de coronacrisis aangewakkerde frustratie om dan met een wat deviante juridische blik naar het nieuwe besluit te kijken, dat het vooral wil hebben over wie nog wel het Belgenland mag verlaten, terwijl “verregaande en ingrijpende maatregelen onvermijdelijk blijven” en de “epidemiologische situatie nog steeds zeer ernstig en precair is”. Die uitgangspunten worden door velen erkend, net zoals er allicht ook wel een breed draagvlak is om “essentiële reizen” toch nog toe te laten. De bijlagen bij het besluit bevatten gedetailleerde lijsten, uiteraard met de edele bedoeling om duidelijkheid te verschaffen. Maar toch, als er wordt bepaald dat “diplomaten, ministers, staats-en regeringsleiders” mogen reizen, geldt dat dan ook voor staatssecretarissen en waarom is de wetgevende macht uitgesloten (is het misschien omdat we in dit land zoveel parlementsleden hebben dat ze een risico op superverspreiding vormen)? Reizen mag ook voor bezoek “aan een echtgenoot of partner, die niet onder hetzelfde dak woont, voor zover een aannemelijk bewijs geleverd kan worden van een stabiele en duurzaam onderhouden relatie.” Mag een gekwelde juridische geest even luidop vragen wat “stabiel” precies betekent (drie maanden, zes maanden, dertig jaar?) en wat dat “onderhouden” betekent na het woord duurzaam? In de Franse tekst staat er enkel maar “durable”, maar hoe kan de verbaliserend politieagent weten of iets duurt of niet?

Waarom mag men reizen om in het buitenland “zorg te dragen voor dieren”? Ook voor een bijenkorf in Denemarken?  Er mag verder ook gereisd worden door “leerlingen, studenten en stagiairs” in het kader van hun studies. Enkel een neuzelende jurist ziet dat de uitzondering blijkbaar niet geldt voor de leraars van humanioraleerlingen.

Kan iemand ten slotte eens uitleggen waarom we zo essentieel naar het buitenland mogen “om dringende herstellingen te laten uitvoeren in het kader van de veiligheid van een voertuig”. Is er iets mis met onze garages? Of met de tekst van het besluit?

Hugo LAMON

***

Meer blogposts lezen van Hugo Lamon? Dat kan hier!

Hugo Lamon

Mr. Hugo Lamon is advocaat aan de balie van Limburg en Brussel NL. Hij publiceert over o.m. ondernemingsrecht en deontologie. Hij mengt zich al jaren in het maatschappelijk debat over justitie.

Bekijk alle artikelen

1 reactie

Laat een reactie achter aan Henri Berkmoes Antwoord annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

  • En omgekeerd. Mag een asielzoeker België binnen. En mag een buitenlander naar zijn rechtszaak in België komen. Hoe moet de eerste dat dan doen? En quid met de tweede? Of heeft die een subjectief recht op uitstel?