Internationaal (on)recht cover

30 aug 2025 | Column

Internationaal (on)recht

Recente vacatures

Redacteur
3 - 7 jaar
Antwerpen
Coördinator opleidingen
3 - 7 jaar
Antwerpen

Aankomende events

​« Dieu de l’enfer ou Dieu du ciel – Toi qui te trouves où bon te semble – Sur cette terre d’Israël – Il y a des enfants qui tremblent » (S. Adamo, Inch’Allah, 1967)

1. J’accuse (Soldiers of love)

J’accuse. Ik beschuldig.

Niet één persoon, niet één staat, niet één regering, maar het systeem. Ik beschuldig het internationaal (straf)recht van uiterst selectieve werkzaamheid. Dit is uiteraard geen wereldschokkende beschuldiging.

Enkele weken geleden hoorde ik nog een VRT-journaliste op het journaal verklaren: “Iedereen weet dat het internationaal recht eigenlijk niet zoveel voorstelt.”

Er kwam geen enkele reactie van de overzijde, zelfs geen droog kuchje of een gefronste wenkbrauw.

Nochtans schort er helemaal niets aan het internationaal recht of aan de instellingen die haar pogen te handhaven, zoals het Internationaal Strafhof (ICC) in Den Haag, maar wel aan de staatshoofden of militaire leiders (een kleine groep van homo sapiens dus) die zich niet (willen) onderwerpen aan het internationaal recht.

2. De Stille Rechtsstaat (The Sound of Silence)

De rechtsstaat is geen natuurgegeven.

Ze is een constructie van vertrouwen, getekend door generaties rechters, juristen, filosofen, academici, burgers en instellingen die geloven. Niet in God, maar in gedeelde waarden. Dat macht juridische verantwoording verschuldigd is, ook – en vooral – in tijden van geweld.

Dat gegeven is niet vanzelfsprekend. Cicero schreef al lang geleden dat de wetten de gewoonte hadden om te zwijgen onder het wapengekletter (Silent enim leges inter arma).[1]

Helaas is er op dit punt veel minder vooruitgang geboekt dan gehoopt.

In Soedan speelt zich momenteel de grootste humanitaire-, honger- en ontheemdingscrisis ter wereld af. Sinds 2023 zijn meer dan 13 miljoen personen ontheemd, 25 miljoen personen die in acute honger leven, en volgens sommige schattingen zijn er alleen daar reeds 150.000 burgerdoden, wat allicht meer is dan in de conflicten in Rusland-Oekraïne en Israël-Palestina tezamen.

Wanneer Israël woonwijken in Gaza straffeloos verwoest of hongersnood strategisch inzet als wapen (wat overigens ook gebeurt in Soedan), wanneer Rusland burgerdoelen in Oekraïne beschiet, ca. 20.000 Oekraïense kinderen gedwongen deporteert of in de strijd verboden gifgassen gebruikt, wanneer (Westerse) staten onbestraft hun (militaire, financiële of logistieke) hulp aan dergelijke regimes blijven verlenen – dan rijst de vraag: waar is het internationaal recht gebleven?

Zwijgen onze (internationale) wetten dan nog steeds in tijden van internationaal geweld?

Het internationaal (straf)recht is immers pas geloofwaardig en legitiem als het ook universeel kan worden toegepast. Dit is niet meer of minder dan een logische toepassing van het gelijkheidsbeginsel: iedereen is gelijk voor het recht, ook voor het internationaal (straf)recht. De andere kant van de medaille is dat wanneer de (mensen)rechten van één iemand worden geschonden, de rechten van iedereen in het gedrang komen. Zo is door de huidige situatie in Palestina niet enkel het Palestijnse volk in gevaar, maar het hele internationaal (straf)recht.

In de praktijk knelt daar wel het schoentje.

3. De Elitestaten (Sympathy for the Devil)

De officiële kernmachten, niet voor niets de permanente leden in de Veiligheidsraad met een vetorecht, weigeren zich duidelijk te onderwerpen aan het internationaal recht.

Grootmachten en officiële kernmachten zoals de Verenigde Staten, China en Rusland erkennen het Internationaal Strafhof te Den Haag (ICC) niet. Ook de andere landen die geacht worden te beschikken over nucleaire wapens, erkennen het Strafhof niet: Israël, India, Pakistan en Noord-Korea.

Alleen het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk ratificeerden als officiële kernmachten het Statuut van Rome en erkennen dus het Internationaal Strafhof, maar ook zij tonen soms selectieve bereidheid tot samenwerking, vooral wanneer bondgenootschappen of eigen belangen in het geding zijn.[2]

De VS hebben zelfs onmiddellijk de American Service-Members’ Protection Act aangenomen die Amerikaanse staatsburgers desgevallend met inzet van militaire macht moet beschermen tegen ICC-vervolging.[3]

Deze situatie is dus ook niet nieuw, maar structureel verankerd in het Amerikaanse uitzonderingsdenken. Al sinds de oprichting van het ICC hebben opeenvolgende Amerikaanse regeringen het Hof gemeden of ondermijnd wanneer de Amerikaanse belangen in het gedrang kwamen.

Deze houding resulteert in een situatie waarin de zwaarste (oorlogs)misdaden door leiders uit het globale Zuiden wél vervolgd worden (nu zij het Internationaal Strafhof meestal wel erkennen), daar waar dezelfde misdaden door westerse staatshoofden of militaire leiders goeddeels juridisch zijn afgedekt. Een veroordeling van een grootmacht door een internationaal hof als het ICC of het Europees Hof voor de Rechten van de Mens lijkt dan vaak ook veeleer theoretisch of symbolisch.[4]

Met andere woorden: de grootmachten willen geen verantwoording aan de internationale gemeenschap afleggen voor eventuele genocides, oorlogsmisdaden of misdaden tegen de menselijkheid die zij zelf zouden begaan. Het feit dat zowel de Verenigde Staten als Rusland (Sovjetunie) mee aan de wieg stonden van het Nurembergtribunaal, maakt een en ander des te pijnlijker.

Het zijn dus precies de staten met het grootste militaire vermogen – en dus het hoogste potentieel tot massaal geweld – die zich onttrekken aan juridische controle.

De rechtsorde is daarmee zo omgekeerd aan de geweldsorde: hoe groter de slagkracht, hoe kleiner de juridische aansprakelijkheid (of mogelijkheid tot controle).

4. Intimidatie van het Internationaal Strafhof (Eve of destruction)

Juridische controle van de internationale gemeenschap op de Verenigde Staten, Rusland, China of hun bondgenoten is dan zo goed als uitgesloten.

Indien het Internationaal Strafhof te Den Haag (ICC), operationeel sinds 2002 om de ergste oorlogsmisdrijven te berechten, echter toch beslist om deze grootmachten aan dezelfde verplichtingen te onderwerpen (bijvoorbeeld omdat ze handelingen hebben gesteld op een grondgebied van een lidstaat dat de rechtsmacht van het Hof wel erkent),[5] blijven de reacties niet uit.

Het volledige arsenaal van de geheime Staatsdiensten wordt tegen het Hof ingeschakeld: spionage, (openlijke) bedreiging en (openlijke) intimidatie.

De recente praktijk maakt dit pijnlijk duidelijk.

Op 21 november 2024 vaardigde het Internationaal Strafhof (ICC) arrestatiebevelen uit tegen onder meer de leiders van Hamas, alsook tegen Israëlische premier Benjamin Netanyahu en voormalig minister van Defensie Yoav Gallant wegens vermeende oorlogsmisdaden in Gaza.

Meteen volgde zware politieke druk van onder meer van de VS en Israël. De Verenigde Staten noemden het arrestatiebevel ten aanzien van de Israëlische leiders ‘schandalig’ en ‘moreel onaanvaardbaar’. Sommigen in het Congres dreigden zelfs met sancties tegen medewerkers van het Hof, en stelden voor om de informatie-uitwisseling met het ICC stop te zetten. Het is opmerkelijk dat de morele verontwaardiging van deze Amerikaanse politici aanzienlijk minder is voor de meer dan 60.000 dodelijke Palestijnse slachtoffers (waarvan 60-80% burgers) en talloze gewonden.[6]

Als reactie vaardigde president Donald Trump in februari 2025 een uitvoerend bevel 14203 uit waarmee hij het ICC en zijn medewerkers sancties oplegde.[7] Dit omvatte het bevriezen van Amerikaanse bankrekeningen en het verbieden van toegang tot de VS voor ICC-personeel. Op 5 juni 2025 kondigde minister van Buitenlandse Zaken Marco Rubio aan dat vier ICC-rechters[8] ook gesanctioneerd werden onder hetzelfde uitvoerend bevel. Op 20 augustus 2025 kondigde de Trump-administratie een nieuwe ronde sancties aan gericht op vier ICC-functionarissen: twee rechters — Nicolas Guillou (Frankrijk) en Kimberly Prost (Canada) — en twee adjunct-aanklagers — Nazhat Shameem Khan (Fiji) en Mame Mandiaye Niang (Senegal). Deze sancties omvatten het bevriezen van eventuele tegoeden in de VS en uitsluiting uit het Amerikaanse financiële systeem.

Het Amerikaanse uitvoerend bevel beschikt niet alleen over sancties tegen individuen, maar richt zich ook breder: het beperkt alle “personen” — inclusief bedrijven — die het ICC steunen of het helpen bij opsporing en vervolging van personen waarvan de VS of Israël geen toestemming hebben gegeven. Dit omvat dus ook leveranciers, IT-ondersteuners, dienstverleners en meer. Amerikaanse bedrijven lopen dus een risico op sancties of juridische repercussies wanneer ze het ICC ondersteunen.

Rusland heeft het ICC beschuldigd van partijdigheid, vooral na de uitvaardiging van arrestatiebevelen tegen president Vladimir Poetin in maart 2024 wegens vermeende oorlogsmisdaden in Oekraïne.[9] De Russische regering heeft het Hof bekritiseerd voor het negeren van vermeende misdaden door Georgische troepen in Zuid-Ossetië en beschuldigt het van selectieve rechtspraak.[10] Dmitry Medvedev, voormalig president van Rusland, dreigde zelfs ‘subtiel’ met raketaanvallen op het Hof.[11]

In reactie op de sancties van de VS tegen het ICC-personeel heeft Rusland de Amerikaanse inmenging in het Hof wel veroordeeld en benadrukt dat dergelijke acties de onafhankelijkheid van het Hof ondermijnen. Het dreigen met een raketaanval op het hoofdkwartier in Den Haag doet dit in de ogen van Rusland blijkbaar niet…

Israël heeft een jarenlange campagne gevoerd tegen het ICC, met inzet van inlichtingendiensten zoals de Shin Bet, het leger en de cyberdivisie Unit 8200. Deze diensten hebben ICC-functionarissen bespioneerd, hun computers gehackt en hen onder druk gezet om onderzoeken te belemmeren.[12]

Israël heeft ook geprobeerd invloed uit te oefenen op andere landen om het ICC te ondermijnen. Bijvoorbeeld, in april 2024 dreigde Groot-Brittannië aanvankelijk nog met het stopzetten van financiering voor het ICC als arrestatiebevelen tegen Israëlische leiders zouden worden uitgevaardigd.

Deze inmengingen in een Internationaal Strafhof hebben geleid tot een aanzienlijke verzwakking van het ICC. Het Hof heeft moeite om de arrestatiebevelen te laten uitvoeren, vooral tegen leiders van landen die geen deel uitmaken van het Rome Verdrag (zoals de VS, Rusland en Israël).

Diverse Europese lidstaten – allicht uit vrees voor economische of politieke represailles – zijn terughoudend om uitvoering te geven aan de arrestatiebevelen.

Topjurist Andrew Cayley, hoofd van de Independent Oversight Mechanism van het ICC, nam in maart 2025 ontslag wegens bedreigingen en politieke intimidatie. Volgens zijn gedetailleerde verklaring aan de pers werd hij belemmerd in zijn werk, werd het Hof onder enorme politieke druk gezet, kreeg hij beveiliging en moest hij zijn financiële situatie ombuigen uit vrees voor sancties. Hij omschreef de periode als de ergste maanden van zijn leven en benadrukte dat hij geen andere keuze had dan vertrekken. De recente schorsing van hoofdaanklager bij het ICC, Karim Khan, in mei 2025 wegens beschuldigingen van seksuele intimidatie van een medewerkster heeft de situatie verder gecompliceerd. Hoewel de beschuldigingen niet formeel zijn bevestigd, wordt zijn vertrek gezien als een bijkomende klap voor de onafhankelijkheid van het Hof. Het is op dit ogenblik niet volledig duidelijk in welke mate deze beschuldigingen wel degelijk gefundeerd zijn dan wel kaderen in een lastercampagne (desgevallend gevoed door Israëlische diensten).

Dit is de huidige realiteit binnen het Internationaal Strafhof (ICC) en dus (helaas) geen spionageroman.[13]

Het moment van ontslag van Andrew Cayley, is pijnlijk symbolisch: een rechtssysteem dat zijn dienaars zelfs niet kan beschermen, laat staan zijn uitspraken kan afdwingen.

Het patroon dat zichtbaar wordt, is verontrustend: personen die worden verdacht van de ergste soort denkbare misdaden, blijven straffeloos, daar waar de magistraten worden gesanctioneerd wanneer zij een arrestatiebevel tegen de vermoedelijke daders durven uit te vaardigen.

5. Intimidatie van klokkenluiders (I fought the law)

Dit patroon wordt ook zichtbaar in de behandeling van klokkenluiders.

In de praktijk vervolgt men niet de personen die oorlogsmisdaden plegen, maar wel de individuen die hun misdaden aan het licht brengen.

De (nationale) rechtsstaat vervolgt dus de klokkenluider sneller dan de oorlogsstoker. De Amerikaanse militair Chelsea Manning werd veroordeeld voor het onthullen van oorlogsmisdaden, niet voor het begaan ervan. Julian Assange werd jarenlang vervolgd voor het publiceren van het bewijsmateriaal, niet voor het schenden van mensenrechten. Edward Snowden leeft in ballingschap (in Rusland) omdat hij aantoonde dat de Amerikaanse staat zijn eigen burgers bespioneerde – in strijd met internationaal recht en nationale grondwetten.

De repressie van klokkenluiders (en onafhankelijke journalisten)[14] illustreert hoe elitestaten niet alleen hun eigen daden onttrekken aan juridische controle, en rechters intimideren, maar zelfs de boodschappers van waarheid als bedreiging van de gevestigde orde beschouwen.

In veel gevallen zijn het dus niet de daders van geweld die vervolgd worden, maar zij die het geweld documenteren of aanklagen.

6. The Military-industrial Complex (Maybe you’ve been brainwashed too)

In haar uitvoerig gedocumenteerd VN-rapport van juni 2025, wees Francesca Albanese, speciaal onafhankelijk (pro Deo) rapporteur van de VN, op de betrokkenheid van diverse (internationale en gereputeerde) ondernemingen bij een economy of genocide in de Palestijnse gebieden. Zij wijst opnieuw op de nauwe verwevenheid van de private industrie en oorlogsindustrie (een gevaar waarvoor president Eisenhower reeds waarschuwde in zijn farewell address van 17 januari 1961 en waarvoor hij de term Military-Industrial Complex bedacht).[15]

In de conclusie van haar rapport stelt zij: ‘While life in Gaza is being obliterated and the West Bank is under escalating assault, the present report shows why the genocide carried out by Israel continues: because it is lucrative for many.’ Zij wijst er op dat de beurs in Israël dan ook met 179% is gestegen in de periode van 12 oktober 2023 tot 22 mei 2025: ‘This entire environment has facilitated a record 179 per cent increase in United States dollar-equivalent equity prices of the companies listed in the Tel Aviv stock exchange since the start of the assault on Gaza, translating into a $157.9 billion gain.

Zij wijst in haar rapport overigens ook op de ideologisch indoctrinatie die gebeurt aan de Israëlische universiteiten.[16]

Het hoeft niet te verwonderen dat ook deze onafhankelijke rapporteur meteen werd gesanctioneerd door de Trump-administratie [17] onder het hoger voornoemde uitvoerend bevel 14203.[18] Dat Eisenhower, een Republikeinse president van de Verenigde Staten van Amerika (en nota bene een vijfsterrengeneraal) dezelfde boodschap als Albanese meer dan zestig jaar geleden verkondigde, doet blijkbaar niet ter zake. Eisenhower had overigens reeds eerder gewaarschuwd voor een wapenwedloop in zijn beroemde Chance for Peace speech (aka Cross of Iron speech) en dit reeds op 16 april 1953:

Every gun that is made, every warship launched, every rocket fired signifies, in the final sense, a theft from those who hunger and are not fed, those who are cold and are not clothed.

This world in arms is not spending money alone. It is spending the sweat of its laborers, the genius of its scientists, the hopes of its children. The cost of one modern heavy bomber is this: a modern brick school in more than 30 cities. It is two electric power plants, each serving a town of 60,000 population. It is two fine, fully equipped hospitals. It is some fifty miles of concrete pavement. We pay for a single fighter with a half-million bushels of wheat. We pay for a single destroyer with new homes that could have housed more than 8,000 people. . . . This is not a way of life at all, in any true sense. Under the cloud of threatening war, it is humanity hanging from a cross of iron.”

Het is duidelijk dat men Eisenhower en zijn vredeswens vergeten is. Zelfs Japan overweegt thans kernwapens te ontwikkelen.

7. Wat nu gezongen?

Gelet op de enorme druk die de elitaire staten (geleid door staatshoofden met minstens autoritaire trekjes, die vaak op gevorderde leeftijd zijn en nationalistische koers varen)[19] zetten op onafhankelijke analyses (afkomstig van rechters, journalisten, klokkenluiders, onafhankelijke VN-rapporteurs), is er weinig realistische hoop dat zij zich vrijwillig zullen onderwerpen aan de internationale orde.

Onze enige hoop is dat de andere nationale staten, ondernemingen en burgers hun verantwoordelijkheid nemen en deze regimes niet langer rechtstreeks of indirect steunen. Desgevallend moet deze verantwoordelijkheid juridisch worden afgedwongen.

Wij vermoeden dat thans toch duidelijke grenzen overschreden zijn en het geduld bij haast iedereen (in Europa) op is.

Rob Valkeneers


Voetnoten

[1] Cicero, Pro Milone, hoofdstuk 11, IV.

[2] Zo hebben Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk de erkenning van Palestina (en daarmee een Tweestaten-oplossing) lang blijven uitstellen, ondanks toenemende druk binnen hun parlementen. Beide staten hebben historische en geopolitieke belangen in het Midden-Oosten, en vreesden allicht precedentwerking voor conflicten waarin ze zelf betrokken zijn geweest of zijn. Frankrijk onderhoudt nauwe veiligheidsrelaties met Israël en heeft belangen in Libanon en Syrië; het VK heeft historische verantwoordelijkheid als voormalig mandaatmacht over Palestina (1917–1948) en strategische banden met de VS. Voor Duitsland ligt kritiek op het Israëlische beleid vanzelfsprekend omwille van historische redenen gevoelig.

[3] Zie: American Service-Members' Protection Act, wikipedia.

​[4] Zie bijvoorbeeld de veroordeling van Rusland door het EHRM voor de betrokkenheid bij het neerhalen van vlucht MH17: https://www.hln.be/buitenland/europees-hof-voor-de-rechten-van-de-mens-oordeelt-dat-rusland-mensenrechten-schond-met-het-neerhalen-van-vlucht-mh17~ad4296da/ Rusland heeft zich sinds 16 september 2022 teruggetrokken uit de Raad van Europa en het EVRM en erkent het EHRM dus niet langer. Ook voorheen negeerde Rusland uitspraken van het EHRM, zoals in de Yukos-zaak (2014, schadevergoeding van 1,9 miljard euro), de veroordelingen rond de vervolging van wijlen oppositieleider Navalny, en de honderden arresten over ernstige mensenrechtenschendingen in Tsjetsjenië.

[5] Palestina werd in 2012 erkend als staat door de Algemene Vergadering van de VN, waardoor het ook het ICC kon erkennen. Palestina is thans erkend door 147 van de 193 lidstaten van de Verenigde Naties (sinds 2024 ook door Noorwegen, Spanje, Ierland en Slovenië), waaronder ook Rusland en China die decennialang streven naar een vreedzame (twee Staten)oplossing. Toch blijven verschillende westerse landen nog steeds terughoudend, waardoor een twee Statenoplossing in het verleden niet haalbaar was. In juli 2025 hebben Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk, Canada en Malta aangekondigd Palestina officieel te zullen erkennen tijdens de Algemene Vergadering van de VN in september 2025. Frankrijk is het eerste G7-land dat deze stap zet.

[6] Op het ogenblik van de redactie van deze tekst is de situatie in Gaza inmiddels catastrofaal geworden: bijna 90% van de bevolking is ontheemd, ziekenhuizen, scholen en infrastructuur zijn grotendeels vernietigd en een kwart van de bevolking (twee miljoen inwoners) wordt bedreigd door hongersnood en 90% van de voedselhulp wordt onderschept voordat het de bevolking bereikt. Deze informatie, nota bene door de VN gedeeld, wordt door Israël op onbegrijpelijke wijze weggewuifd als Hamas-propaganda. Volgens de nieuwste Integrated Food Security Phase Classification (IPC) lijden meer dan 500.000 mensen in Gaza aan hongersnood, vooral jonge kinderen (onder vijf jaar) worden bedreigd.

​[7] De Trump-administratie vaardigde al eerder een vergelijkbaar bevel uit in juni 2020 toen het ICC aankondigde onderzoeken te doen naar mogelijke oorlogsmisdaden in Afghanistan (waar ook Amerikaanse troepen bij betrokken waren) en in de Palestijnse gebieden (waar Israël bij betrokken is). Dit bevel werd onder de Biden Administratie terug ingetrokken.

[8] Het betreft de volgende rechters: Solomy Balungi Bossa (Oeganda), Luz del Carmen Ibáñez Carranza (Peru), Reine Adelaide Sophie Alapini Gansou (Benin) en Beti Hohler (Slovenië).

[9] Zie ICC Arrest Warrant for Putin Sparks Nervousness in Russian Elite – The Moscow Times.

​[10] https://eurasianet.org/russia-assails-icc-for-bias-in-south-ossetia-war-investigation

[11] “Gentlemen, everyone walks under God and missiles. It is quite possible to imagine the targeted use of a hypersonic Onyx missile by a Russian ship in the North Sea by at The Hague court building (…) Unfortunately, it cannot be shot down. And the court is just a poor international organisation, not the population of a NATO country. That’s why they won’t start a war. They are afraid. And no one will feel sorry for them; he continued. So, judges of the court, look carefully at the sky.” Zie https://nltimes.nl/2023/03/20/russias-medvedev-suggests-possible-rocket-attack-icc-hague

[12] Zie daarover https://www.theguardian.com/world/article/2024/may/28/spying-hacking-intimidation-israel-war-icc-exposed?utm

​[13] Deze ontwikkelingen hebben geleid tot oproepen binnen de Europese Unie om stappen te overwegen tegen de VS om de onafhankelijkheid van het ICC te beschermen. Zie https://www.reuters.com/world/asia-pacific/eu-voices-support-icc-after-us-sanctions-judges-2025-06-06

[14] 2025 was ook een dieptepunt voor de persvrijheid van journalisten.

[15] De waarschuwing van Eisenhower was in dit opzicht zeer opvallend. De belangrijkste passage uit zijn afscheidsspeech van 1961 is wellicht de volgende: ‘Our military organization today bears little relation to that known by any of my predecessors in peace time, or indeed by the fighting men of World War II or Korea.

Until the latest of our world conflicts, the United States had no armaments industry. American makers of plowshares could, with time and as required, make swords as well. But now we can no longer risk emergency improvisation of national defense; we have been compelled to create a permanent armaments industry of vast proportions. Added to this, three and a half million men and women are directly engaged in the defense establishment. We annually spend on military security more than the net income of all United State corporations.

This conjunction of an immense military establishment and a large arms industry is new in the American experience. The total influence-economic, political, even spiritual-is felt in every city, every state house, every office of the Federal government. We recognize the imperative need for this development. Yet we must not fail to comprehend its grave implications. Our toil, resources and livelihood are all involved; so is the very structure of our society.

In the councils of government, we must guard against the acquisition of unwarranted influence, whether sought or unsought, by the military-industrial complex. The potential for the disastrous rise of misplaced power exists and will persist.

We must never let the weight of this combination endanger our liberties or democratic processes. We should take nothing for granted. Only an alert and knowledgeable citizenry can compel the proper meshing of the huge industrial and military machinery of defense with our peaceful methods and goals, so that security and liberty may prosper together.’ (Wij cursiveren en zetten ‘in vetjes’).

Een ‘draft version’ van deze speech was zelfs scherper en waarschuwde ook voor de ongepaste invloed van de private en militaire sector op de volksvertegenwoordigers en de tekst gewaagde dus van een “Military-industrial-congressional Complex’. Eisenhower vond het echter ongepast om als zittende president een dergelijke openlijke kritiek te leveren op verkozen politici en wijzigde de term dus in ‘Military-Industrial Complex’.

​[16] Er lijkt recent meer aandacht voor dit onderwerp. Zie vroeg reeds: Alan D. Beyerchen, Scientists under Hitler, Yale University Press, 1977. Recenter is er ook kritiek op het gebrek aan ideologische diversiteit aan academische instellingen, zie bv. A. De Block, Is links gewoon slimmer? Ideologie aan universiteiten, Lannoo, 2023.

Albanese wijst in haar rapport ook op de verantwoordelijkheid van bedrijven, waarvan ze eerder veertig bij naam noemt, o.a. de Israëlische wapenfabrikant Elbit Systems en het Amerikaanse defensiebedrijf Lockheed Martin, maar ook grote techbedrijven als HP, Microsoft, Amazon en Alphabet (moederbedrijf van Google).

​​[17] De juridische analyses over Trumps-administratie wijzen op een systematische erosie van de Amerikaanse rechtsstaat: Recent: Erika Kranz, When Government Gets It Right: A Framework for Assessing When Agencies Deserve a Presumption of Regularity July 2025 (Copy of Grey Light Brown White Color Blocks Research Paper Cover Page); Voor een grondige analyse van Trumps eerste termijn: zie W. Neil Eggleston & Amanda Elbogen, 'The Trump Administration and the Breakdown of Intra-Executive Legal Process', The Yale Law Journal Forum, 2018, 825-847 (Eggleston & Elbogen); Voor een grondige (voorlopige) analyse van Trumps tweede termijn: zie bv. Daniel T. Deacon en Leah M. Litman, 'Legalistic noncompliance', U of Michigan Public Law Research, Paper No. 24-067 (May 5, 2025), Legalistic Noncompliance by Daniel Deacon, Leah Litman :: SSRN. Ze documenteren en analyseren een opkomende praktijk die ze legalistic noncompliance noemen — een verschijnsel waarbij de regering de juridische formuleringen gebruikt om formeel naleving te pretenderen, terwijl men feitelijk in strijd handelt met gerechtelijke uitspraken. Legalistic noncompliance laat zien hoe juridische taal en casuïstiek worden ingezet om daadwerkelijke weerstand tegen gerechtelijk toezicht te verhullen. Deze strategie vermindert publieke bewustwording van de non-compliance, maar stuurt tegelijkertijd een signaal naar zowel rechters als uitvoeringsambtenaren dat de administratie zich niet echt conformeert.

[18] ‘Today, I am imposing sanctions on Francesca Paola Albanese, the United Nations Human Rights Council “Special Rapporteur on the Situation of Human Rights in the Palestinian Territories Occupied since 1967,” pursuant to President Trump’s Executive Order 14203, “Imposing Sanctions on the International Criminal Court.” Albanese has directly engaged with the International Criminal Court (ICC) in efforts to investigate, arrest, detain, or prosecute nationals of the United States or Israel, without the consent of those two countries. Neither the United States nor Israel is party to the Rome Statute, making this action a gross infringement on the sovereignty of both countries.

The United States has repeatedly condemned and objected to the biased and malicious activities of Albanese that have long made her unfit for service as a Special Rapporteur. Albanese has spewed unabashed antisemitism, expressed support for terrorism, and open contempt for the United States, Israel, and the West. That bias has been apparent across the span of her career, including recommending that the ICC, without a legitimate basis, issue arrest warrants targeting Israeli Prime Minister Benjamin Netanyahu and former Defense Minister Yoav Gallant.

She has recently escalated this effort by writing threatening letters to dozens of entities worldwide, including major American companies across finance, technology, defense, energy, and hospitality, making extreme and unfounded accusations and recommending the ICC pursue investigations and prosecutions of these companies and their executives. We will not tolerate these campaigns of political and economic warfare, which threaten our national interests and sovereignty.

The United States will continue to take whatever actions we deem necessary to respond to lawfare, to check and prevent illegitimate ICC overreach and abuse of power, and to protect our sovereignty and that of our allies.

[19] Trump (79), Netanyahu (75), Modi (74), Poetin (72), Xi Jinping (72),…


Recente vacatures

Redacteur
3 - 7 jaar
Antwerpen
Coördinator opleidingen
3 - 7 jaar
Antwerpen

Aankomende events

Blijf op de hoogte

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

0 Reacties

0 reacties

Een reactie versturen

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *