« Dieu de l’enfer ou Dieu du ciel – Toi qui te trouves où bon te semble – Sur cette terre d’Israël – Il y a des enfants qui tremblent » (S. Adamo, Inch’Allah, 1967)
1. J’accuse (Soldiers of love)
J’accuse. Ik beschuldig.
Niet één persoon, niet één staat, niet één regering, maar het systeem. Ik beschuldig het internationaal (straf)recht van uiterst selectieve werkzaamheid. Dit is uiteraard geen wereldschokkende beschuldiging.
Enkele weken geleden hoorde ik nog een VRT-journaliste op het journaal verklaren: “Iedereen weet dat het internationaal recht eigenlijk niet zoveel voorstelt.”
Er kwam geen enkele reactie van de overzijde, zelfs geen droog kuchje of een gefronste wenkbrauw.
Nochtans schort er helemaal niets aan het internationaal recht of aan de instellingen die haar pogen te handhaven, zoals het Internationaal Strafhof (ICC) in Den Haag, maar wel aan de staatshoofden of militaire leiders (een kleine groep van homo sapiens dus) die zich niet (willen) onderwerpen aan het internationaal recht.
2. De Stille Rechtsstaat (The Sound of Silence)
De rechtsstaat is geen natuurgegeven.
Ze is een constructie van vertrouwen, getekend door generaties rechters, juristen, filosofen, academici, burgers en instellingen die geloven. Niet in God, maar in gedeelde waarden. Dat macht juridische verantwoording verschuldigd is, ook – en vooral – in tijden van geweld.
Dat gegeven is niet vanzelfsprekend. Cicero schreef al lang geleden dat de wetten de gewoonte hadden om te zwijgen onder het wapengekletter (Silent enim leges inter arma).[1]
Helaas is er op dit punt veel minder vooruitgang geboekt dan gehoopt.
In Soedan speelt zich momenteel de grootste humanitaire-, honger- en ontheemdingscrisis ter wereld af. Sinds 2023 zijn meer dan 13 miljoen personen ontheemd, 25 miljoen personen die in acute honger leven, en volgens sommige schattingen zijn er alleen daar reeds 150.000 burgerdoden, wat allicht meer is dan in de conflicten in Rusland-Oekraïne en Israël-Palestina tezamen.
Wanneer Israël woonwijken in Gaza straffeloos verwoest of hongersnood strategisch inzet als wapen (wat overigens ook gebeurt in Soedan), wanneer Rusland burgerdoelen in Oekraïne beschiet, ca. 20.000 Oekraïense kinderen gedwongen deporteert of in de strijd verboden gifgassen gebruikt, wanneer (Westerse) staten onbestraft hun (militaire, financiële of logistieke) hulp aan dergelijke regimes blijven verlenen – dan rijst de vraag: waar is het internationaal recht gebleven?
Zwijgen onze (internationale) wetten dan nog steeds in tijden van internationaal geweld?
Het internationaal (straf)recht is immers pas geloofwaardig en legitiem als het ook universeel kan worden toegepast. Dit is niet meer of minder dan een logische toepassing van het gelijkheidsbeginsel: iedereen is gelijk voor het recht, ook voor het internationaal (straf)recht. De andere kant van de medaille is dat wanneer de (mensen)rechten van één iemand worden geschonden, de rechten van iedereen in het gedrang komen. Zo is door de huidige situatie in Palestina niet enkel het Palestijnse volk in gevaar, maar het hele internationaal (straf)recht.
In de praktijk knelt daar wel het schoentje.
3. De Elitestaten (Sympathy for the Devil)
De officiële kernmachten, niet voor niets de permanente leden in de Veiligheidsraad met een vetorecht, weigeren zich duidelijk te onderwerpen aan het internationaal recht.
Grootmachten en officiële kernmachten zoals de Verenigde Staten, China en Rusland erkennen het Internationaal Strafhof te Den Haag (ICC) niet. Ook de andere landen die geacht worden te beschikken over nucleaire wapens, erkennen het Strafhof niet: Israël, India, Pakistan en Noord-Korea.
Alleen het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk ratificeerden als officiële kernmachten het Statuut van Rome en erkennen dus het Internationaal Strafhof, maar ook zij tonen soms selectieve bereidheid tot samenwerking, vooral wanneer bondgenootschappen of eigen belangen in het geding zijn.[2]
De VS hebben zelfs onmiddellijk de American Service-Members’ Protection Act aangenomen die Amerikaanse staatsburgers desgevallend met inzet van militaire macht moet beschermen tegen ICC-vervolging.[3]
Deze situatie is dus ook niet nieuw, maar structureel verankerd in het Amerikaanse uitzonderingsdenken. Al sinds de oprichting van het ICC hebben opeenvolgende Amerikaanse regeringen het Hof gemeden of ondermijnd wanneer de Amerikaanse belangen in het gedrang kwamen.
Deze houding resulteert in een situatie waarin de zwaarste (oorlogs)misdaden door leiders uit het globale Zuiden wél vervolgd worden (nu zij het Internationaal Strafhof meestal wel erkennen), daar waar dezelfde misdaden door westerse staatshoofden of militaire leiders goeddeels juridisch zijn afgedekt. Een veroordeling van een grootmacht door een internationaal hof als het ICC of het Europees Hof voor de Rechten van de Mens lijkt dan vaak ook veeleer theoretisch of symbolisch.[4]
Met andere woorden: de grootmachten willen geen verantwoording aan de internationale gemeenschap afleggen voor eventuele genocides, oorlogsmisdaden of misdaden tegen de menselijkheid die zij zelf zouden begaan. Het feit dat zowel de Verenigde Staten als Rusland (Sovjetunie) mee aan de wieg stonden van het Nurembergtribunaal, maakt een en ander des te pijnlijker.
Het zijn dus precies de staten met het grootste militaire vermogen – en dus het hoogste potentieel tot massaal geweld – die zich onttrekken aan juridische controle.
De rechtsorde is daarmee zo omgekeerd aan de geweldsorde: hoe groter de slagkracht, hoe kleiner de juridische aansprakelijkheid (of mogelijkheid tot controle).
4. Intimidatie van het Internationaal Strafhof (Eve of destruction)
Juridische controle van de internationale gemeenschap op de Verenigde Staten, Rusland, China of hun bondgenoten is dan zo goed als uitgesloten.
Indien het Internationaal Strafhof te Den Haag (ICC), operationeel sinds 2002 om de ergste oorlogsmisdrijven te berechten, echter toch beslist om deze grootmachten aan dezelfde verplichtingen te onderwerpen (bijvoorbeeld omdat ze handelingen hebben gesteld op een grondgebied van een lidstaat dat de rechtsmacht van het Hof wel erkent),[5] blijven de reacties niet uit.
Het volledige arsenaal van de geheime Staatsdiensten wordt tegen het Hof ingeschakeld: spionage, (openlijke) bedreiging en (openlijke) intimidatie.
De recente praktijk maakt dit pijnlijk duidelijk.
Op 21 november 2024 vaardigde het Internationaal Strafhof (ICC) arrestatiebevelen uit tegen onder meer de leiders van Hamas, alsook tegen Israëlische premier Benjamin Netanyahu en voormalig minister van Defensie Yoav Gallant wegens vermeende oorlogsmisdaden in Gaza.
Meteen volgde zware politieke druk van onder meer van de VS en Israël. De Verenigde Staten noemden het arrestatiebevel ten aanzien van de Israëlische leiders ‘schandalig’ en ‘moreel onaanvaardbaar’. Sommigen in het Congres dreigden zelfs met sancties tegen medewerkers van het Hof, en stelden voor om de informatie-uitwisseling met het ICC stop te zetten. Het is opmerkelijk dat de morele verontwaardiging van deze Amerikaanse politici aanzienlijk minder is voor de meer dan 60.000 dodelijke Palestijnse slachtoffers (waarvan 60-80% burgers) en talloze gewonden.[6]
Als reactie vaardigde president Donald Trump in februari 2025 een uitvoerend bevel 14203 uit waarmee hij het ICC en zijn medewerkers sancties oplegde.[7] Dit omvatte het bevriezen van Amerikaanse bankrekeningen en het verbieden van toegang tot de VS voor ICC-personeel. Op 5 juni 2025 kondigde minister van Buitenlandse Zaken Marco Rubio aan dat vier ICC-rechters[8] ook gesanctioneerd werden onder hetzelfde uitvoerend bevel. Op 20 augustus 2025 kondigde de Trump-administratie een nieuwe ronde sancties aan gericht op vier ICC-functionarissen: twee rechters — Nicolas Guillou (Frankrijk) en Kimberly Prost (Canada) — en twee adjunct-aanklagers — Nazhat Shameem Khan (Fiji) en Mame Mandiaye Niang (Senegal). Deze sancties omvatten het bevriezen van eventuele tegoeden in de VS en uitsluiting uit het Amerikaanse financiële systeem.
Het Amerikaanse uitvoerend bevel beschikt niet alleen over sancties tegen individuen, maar richt zich ook breder: het beperkt alle “personen” — inclusief bedrijven — die het ICC steunen of het helpen bij opsporing en vervolging van personen waarvan de VS of Israël geen toestemming hebben gegeven. Dit omvat dus ook leveranciers, IT-ondersteuners, dienstverleners en meer. Amerikaanse bedrijven lopen dus een risico op sancties of juridische repercussies wanneer ze het ICC ondersteunen.
Rusland heeft het ICC beschuldigd van partijdigheid, vooral na de uitvaardiging van arrestatiebevelen tegen president Vladimir Poetin in maart 2024 wegens vermeende oorlogsmisdaden in Oekraïne.[9] De Russische regering heeft het Hof bekritiseerd voor het negeren van vermeende misdaden door Georgische troepen in Zuid-Ossetië en beschuldigt het van selectieve rechtspraak.[10] Dmitry Medvedev, voormalig president van Rusland, dreigde zelfs ‘subtiel’ met raketaanvallen op het Hof.[11]
In reactie op de sancties van de VS tegen het ICC-personeel heeft Rusland de Amerikaanse inmenging in het Hof wel veroordeeld en benadrukt dat dergelijke acties de onafhankelijkheid van het Hof ondermijnen. Het dreigen met een raketaanval op het hoofdkwartier in Den Haag doet dit in de ogen van Rusland blijkbaar niet…
Israël heeft een jarenlange campagne gevoerd tegen het ICC, met inzet van inlichtingendiensten zoals de Shin Bet, het leger en de cyberdivisie Unit 8200. Deze diensten hebben ICC-functionarissen bespioneerd, hun computers gehackt en hen onder druk gezet om onderzoeken te belemmeren.[12]
Israël heeft ook geprobeerd invloed uit te oefenen op andere landen om het ICC te ondermijnen. Bijvoorbeeld, in april 2024 dreigde Groot-Brittannië aanvankelijk nog met het stopzetten van financiering voor het ICC als arrestatiebevelen tegen Israëlische leiders zouden worden uitgevaardigd.
Deze inmengingen in een Internationaal Strafhof hebben geleid tot een aanzienlijke verzwakking van het ICC. Het Hof heeft moeite om de arrestatiebevelen te laten uitvoeren, vooral tegen leiders van landen die geen deel uitmaken van het Rome Verdrag (zoals de VS, Rusland en Israël).
Diverse Europese lidstaten – allicht uit vrees voor economische of politieke represailles – zijn terughoudend om uitvoering te geven aan de arrestatiebevelen.
Topjurist Andrew Cayley, hoofd van de Independent Oversight Mechanism van het ICC, nam in maart 2025 ontslag wegens bedreigingen en politieke intimidatie. Volgens zijn gedetailleerde verklaring aan de pers werd hij belemmerd in zijn werk, werd het Hof onder enorme politieke druk gezet, kreeg hij beveiliging en moest hij zijn financiële situatie ombuigen uit vrees voor sancties. Hij omschreef de periode als de ergste maanden van zijn leven en benadrukte dat hij geen andere keuze had dan vertrekken. De recente schorsing van hoofdaanklager bij het ICC, Karim Khan, in mei 2025 wegens beschuldigingen van seksuele intimidatie van een medewerkster heeft de situatie verder gecompliceerd. Hoewel de beschuldigingen niet formeel zijn bevestigd, wordt zijn vertrek gezien als een bijkomende klap voor de onafhankelijkheid van het Hof. Het is op dit ogenblik niet volledig duidelijk in welke mate deze beschuldigingen wel degelijk gefundeerd zijn dan wel kaderen in een lastercampagne (desgevallend gevoed door Israëlische diensten).
Dit is de huidige realiteit binnen het Internationaal Strafhof (ICC) en dus (helaas) geen spionageroman.[13]
Het moment van ontslag van Andrew Cayley, is pijnlijk symbolisch: een rechtssysteem dat zijn dienaars zelfs niet kan beschermen, laat staan zijn uitspraken kan afdwingen.
Het patroon dat zichtbaar wordt, is verontrustend: personen die worden verdacht van de ergste soort denkbare misdaden, blijven straffeloos, daar waar de magistraten worden gesanctioneerd wanneer zij een arrestatiebevel tegen de vermoedelijke daders durven uit te vaardigen.
5. Intimidatie van klokkenluiders (I fought the law)
Dit patroon wordt ook zichtbaar in de behandeling van klokkenluiders.
In de praktijk vervolgt men niet de personen die oorlogsmisdaden plegen, maar wel de individuen die hun misdaden aan het licht brengen.
De (nationale) rechtsstaat vervolgt dus de klokkenluider sneller dan de oorlogsstoker. De Amerikaanse militair Chelsea Manning werd veroordeeld voor het onthullen van oorlogsmisdaden, niet voor het begaan ervan. Julian Assange werd jarenlang vervolgd voor het publiceren van het bewijsmateriaal, niet voor het schenden van mensenrechten. Edward Snowden leeft in ballingschap (in Rusland) omdat hij aantoonde dat de Amerikaanse staat zijn eigen burgers bespioneerde – in strijd met internationaal recht en nationale grondwetten.
De repressie van klokkenluiders (en onafhankelijke journalisten)[14] illustreert hoe elitestaten niet alleen hun eigen daden onttrekken aan juridische controle, en rechters intimideren, maar zelfs de boodschappers van waarheid als bedreiging van de gevestigde orde beschouwen.
In veel gevallen zijn het dus niet de daders van geweld die vervolgd worden, maar zij die het geweld documenteren of aanklagen.
6. The Military-industrial Complex (Maybe you’ve been brainwashed too)
In haar uitvoerig gedocumenteerd VN-rapport van juni 2025, wees Francesca Albanese, speciaal onafhankelijk (pro Deo) rapporteur van de VN, op de betrokkenheid van diverse (internationale en gereputeerde) ondernemingen bij een economy of genocide in de Palestijnse gebieden. Zij wijst opnieuw op de nauwe verwevenheid van de private industrie en oorlogsindustrie (een gevaar waarvoor president Eisenhower reeds waarschuwde in zijn farewell address van 17 januari 1961 en waarvoor hij de term Military-Industrial Complex bedacht).[15]
In de conclusie van haar rapport stelt zij: ‘While life in Gaza is being obliterated and the West Bank is under escalating assault, the present report shows why the genocide carried out by Israel continues: because it is lucrative for many.’ Zij wijst er op dat de beurs in Israël dan ook met 179% is gestegen in de periode van 12 oktober 2023 tot 22 mei 2025: ‘This entire environment has facilitated a record 179 per cent increase in United States dollar-equivalent equity prices of the companies listed in the Tel Aviv stock exchange since the start of the assault on Gaza, translating into a $157.9 billion gain.’
Zij wijst in haar rapport overigens ook op de ideologisch indoctrinatie die gebeurt aan de Israëlische universiteiten.[16]
Het hoeft niet te verwonderen dat ook deze onafhankelijke rapporteur meteen werd gesanctioneerd door de Trump-administratie [17] onder het hoger voornoemde uitvoerend bevel 14203.[18] Dat Eisenhower, een Republikeinse president van de Verenigde Staten van Amerika (en nota bene een vijfsterrengeneraal) dezelfde boodschap als Albanese meer dan zestig jaar geleden verkondigde, doet blijkbaar niet ter zake. Eisenhower had overigens reeds eerder gewaarschuwd voor een wapenwedloop in zijn beroemde Chance for Peace speech (aka Cross of Iron speech) en dit reeds op 16 april 1953:
“Every gun that is made, every warship launched, every rocket fired signifies, in the final sense, a theft from those who hunger and are not fed, those who are cold and are not clothed.
This world in arms is not spending money alone. It is spending the sweat of its laborers, the genius of its scientists, the hopes of its children. The cost of one modern heavy bomber is this: a modern brick school in more than 30 cities. It is two electric power plants, each serving a town of 60,000 population. It is two fine, fully equipped hospitals. It is some fifty miles of concrete pavement. We pay for a single fighter with a half-million bushels of wheat. We pay for a single destroyer with new homes that could have housed more than 8,000 people. . . . This is not a way of life at all, in any true sense. Under the cloud of threatening war, it is humanity hanging from a cross of iron.”
Het is duidelijk dat men Eisenhower en zijn vredeswens vergeten is. Zelfs Japan overweegt thans kernwapens te ontwikkelen.
7. Wat nu gezongen?
Gelet op de enorme druk die de elitaire staten (geleid door staatshoofden met minstens autoritaire trekjes, die vaak op gevorderde leeftijd zijn en nationalistische koers varen)[19] zetten op onafhankelijke analyses (afkomstig van rechters, journalisten, klokkenluiders, onafhankelijke VN-rapporteurs), is er weinig realistische hoop dat zij zich vrijwillig zullen onderwerpen aan de internationale orde.
Onze enige hoop is dat de andere nationale staten, ondernemingen en burgers hun verantwoordelijkheid nemen en deze regimes niet langer rechtstreeks of indirect steunen. Desgevallend moet deze verantwoordelijkheid juridisch worden afgedwongen.
Wij vermoeden dat thans toch duidelijke grenzen overschreden zijn en het geduld bij haast iedereen (in Europa) op is.
Rob Valkeneers
0 reacties