Aviniti

Hugo Lamon is advocaat. In maart verschijnt zijn boek De illusie van de juridische waarheid.

De pers had het uitvoerig over het vonnis van de correctionele rechtbank van Gent, waarbij iemand schuldig werd bevonden aan verkrachting maar toch de gunst van de opschorting kreeg. Raar toch hoe een zaak plots in het middelpunt van de media-aandacht komt, terwijl de partijen zelf daar niet om gevraagd hebben. Eergisteren kon men zelfs vernemen dat het slachtoffer trouwens berust in dat vonnis.

Er passeerden nog allerhande zelfverklaarde specialisten de revue met eigen meningen over de zaak. Maar wie had eigenlijk het vonnis gelezen en wie kende het dossier en wist wat er precies bij de behandeling op de zitting was gezegd? Niet belangrijk, zo bleek, als er maar meningen werden geventileerd. En die kwamen er, zelfs van de minister van Justitie. Hoezo scheiding der machten? Hij vond dat rechters zich meer moesten bijscholen in seksuele delicten (wat insinueerde de minister hier eigenlijk?) en hij duimde voor een goede afloop bij het door het parket aangetekende beroep (die van eerste aanleg bakten er dus niets van, of wat?). De magistratuur hing in de touwen, maar wat volgde, is voor ons land ongezien.

In de weekendeditie van deze krant was er nog de grote foto van de voorzitter van de correctionele rechtbank naast de grote kop ‘Waarom rechters verkrachters vrijlaten’. Een magistraat, die van nature de luwte opzoekt en in principe enkel een standpunt inneemt in zijn vonnis, werd daarmee een mediavedette tegen wil en dank. Dat is voor veel magistraten pure horror, want ze mogen niet eens reageren op kritiek.

Gelukkig nam eremagistraat Henri Heijmans het in deze krant voor hem op (DM 6/2). In De Standaard verscheen er ook een opmerkelijke brief van een magistrate die fulmineerde tegen de suggestie van de minister dat rechters in zedenzaken onvoldoende vertrouwd zijn met de materie. “Met alle respect, maar ik geloof dat wij magistraten veel meer ervaring hebben in zedenzaken dan ons lief is”, reageerde ze puntig.

Vorige week schreven de voorzitters van de vereniging van onderzoeksrechters nog een opiniestuk in deze krant (DM 2/2) naar aanleiding van de vrijlating van Vlaams Parlementslid Van Eyken. Ze stelden toen dat de magistratuur slecht reageert na een incident. Ze vonden dat het College van hoven en rechtbanken, het orgaan dat de zittende magistraten vertegenwoordigt, de magistraten meer zou moeten verdedigen “in plaats van de media te vrezen en intern verdeeld te zijn”. Ze worden nauwelijks een week later op hun wenken bediend met een primeur. Het College reageert nu met een open brief met wat de website van deze krant als “staalharde” kritiek op de minister omschrijft.

De brief is duidelijk niet door een communicatiestrateeg opgesteld en niet gemaakt op maat van een of ander mediaformat, maar alleen al het feit dat de brief bestaat is groot nieuws. De inhoud is dat nog meer. Er wordt met scherp geschoten op de minister. Ieder heeft zijn rol in een democratie. Zo moeten de minister en het parlement de uitspraken van de onafhankelijke rechters respecteren. De door het ‘Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens’ voorziene vrijheid van meningsuiting (die ook geldt voor politici) voorziet trouwens dat die niet onbeperkt geldt bij kritiek tegenover rechters “om het gezag en de onpartijdigheid van de rechterlijke macht te waarborgen”. De brief is dan ook nog braaf wanneer enkel aan de minister wordt gevraagd “zich in de toekomst te onthouden van commentaar”.

Bericht verschenen in De Morgen – 11 februari 2016

Hugo Lamon

Mr. Hugo Lamon is advocaat aan de balie van Limburg en Brussel NL. Hij publiceert over o.m. ondernemingsrecht en deontologie. Hij mengt zich al jaren in het maatschappelijk debat over justitie.

Bekijk alle artikelen

1 reactie

Laat een reactie achter aan Sophie Antwoord annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.