In de krant De Tijd verscheen een artikel over de werking van justitie met de ronkende titel “Blunderboek doet Vrouwe Justitia blozen” (De Tijd, 11/8). De krant had in de traditionele komkommertijd van de zomermaanden nood aan een blits stuk en blijkbaar paste daarin een bericht over het jaarverslag van 2020 van de door de Hoge Raad voor de Justitie behandelde klachten over de werking van justitie (verslag van 1 juli 2021).

De Hoge Raad heeft in 2020 36 klachten gegrond verklaard. De bevoegdheden van die Hoge Raad zijn natuurlijk eerder beperkt. Zo kan de klagende burger daar niet terecht wanneer die kritiek heeft over de grond van de zaak zelf (daar uitspraak over doen zou de onafhankelijkheid van de rechters aantasten). Daar is vaak een misvatting over, wat het grote aantal onontvankelijke klachten verklaart. Het moet dus gaan over de wijze waarop de rechtzoekende werd bejegend. In het jaarverslag wordt eens te meer de duurtijd van sommige procedures gehekeld (vaak op het niveau van sommige hoven van beroep) en de soms niet erg cliëntgerichte communicatie. De Hoge Raad doet uiteindelijk één aanbeveling: “elk lid van een parket, een parket-generaal, een arbeidsauditoraat of auditoraat-generaal wordt verzocht de naam van de dossierbehandelaar en de contactgegevens (telefoonnummer en/of e-mailadres) duidelijk te vermelden op alle briefwisseling die hij opstelt of verstuurt”. De heel nauwgezet omschreven opsomming doet de geoefende lezer zoeken naar wie men wil uitsluiten van deze aanbeveling en allicht stelt enkel een overlaat zich de vraag wie onder de kwalificatie “lid” valt, maar uiteindelijk vraagt de Hoge Raad dat het Openbaar Ministerie handelt als zowat iedere andere administratie in dit land. Misschien kan er ook aan gedacht worden om, zoals bij die andere overheden, contactmomenten te voorzien buiten de kantooruren en op momenten dat de burger na zijn dagtaak thuis zit en zich zorgen maakt over zijn zaak? Overigens, en geheel terzijde, wordt het niet eens tijd om na te denken over de openingsuren van alle griffies in dit land? Komt het sluitingsuur (16 uur) nog wel overeen met de legitieme verwachting die een burger mag hebben van een overheidsdienst?

Maar het ‘blunderboek’ heeft het daar niet over. Wel over een aantal fout gelopen zaken. De journalist had net zo goed kunnen schrijven dat er “maar” 36 klachten waren. In functie van het totaal aantal behandelde zaken is het klachtenpercentage verwaarloosbaar. Het kan natuurlijk zijn dat de door het Hoge Raad behandelde klachten slechts het topje van de ijsberg is, maar dat is speculatie.

Naast de klachten zijn er natuurlijk ook de dagdagelijkse ervaringen op het terrein. Iedereen is het erover eens dat er nog veel werk aan de winkel is om van de rechtsbedeling een moderne en efficiënte overheidsdienst te maken. In het hervormings- en verbetertraject moeten prioriteiten worden gelegd en de keuzes die de politieke wereld daarbij maakt kunnen soms verbazen, zoals recent met de aandacht voor de snelheidscontroles.

Maar er moet toch ook niet altijd worden gezeurd en geklaagd. Zo zal ieder advocaat wel delen in de vreugde dat hij nu in burgerlijke zaken gemakkelijk conclusies en stukken elektronisch kan neerleggen en ook de vonnissen en arresten op de dag van de uitspraak in zijn mailbox ontvangt. Zoiets leek pakweg drie jaar geleden nog science fiction. En op de meeste rechtbanken is de gerechtelijke achterstand aanzienlijk geslonken, om niet te zeggen onbestaande. En ja, sinds geruime tijd zijn magistraten veel gevoeliger voor de wijze waarop hun handelen wordt gepercipieerd. Bij een ambtshalve uitstel wordt de reden toegelicht en burgers die naar de zitting komen worden in de regel met respect bejegend.

De rechterlijke orde doet stilaan ook zijn intrede op sociale media, waarbij magistraten met hun verplichte terughoudendheid toch laten zien mensen te zijn van vlees en bloed. Het draagt allemaal bij tot een menselijker beeld van justitie.

Misschien is het probleem van justitie in de eerste plaats de bescheiden rol die deze communicatie inneemt. Er wordt te weinig verteld over het vele goede dat er dagdagelijks gebeurt, als reactie op het negatieve beeld dat al te vaak wordt opgehangen. Het is bij de magistraten niet anders dan bij de advocaten. Bij die laatsten bepalen de strafpleiters vaak het beeld van de gehele beroepsgroep, terwijl strafrecht maar een klein onderdeel is van justitie.

Maar het is zoals overal elders: wie tevreden is laat niet van zich horen. De ontevredenen krijgen een megafoon voor hun ongenoegen, maar dat mag niet iedereen verblinden.

Hugo LAMON

***

Meer blogposts lezen van Hugo Lamon? Dat kan hier!

Hugo Lamon

Mr. Hugo Lamon is advocaat aan de balie van Limburg en Brussel NL. Hij publiceert over o.m. ondernemingsrecht en deontologie. Hij mengt zich al jaren in het maatschappelijk debat over justitie.

Bekijk alle artikelen

2 reacties

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

  • Klachten die gaan over de inhoud van een vonnis of arrest worden niet behandeld bij de Hoge Raad voor de Justitie. Voor dergelijke klachten moet de benadeelde partij in hoger beroep gaan. En iedereen weet dat de meeste burgers niet in beroep gaan (vooral i.v.m. vonnissen van een vrederechter) omdat de advocatenonkosten onbetaalbaar zijn voor Jan met de pet. Dus een groot deel van de misnoegden wordt uitgeschakeld.
    Een aanpassing van de spelregels zou eerlijkheidshalve kunnen zijn: om hoger beroep in te stellen zou men bij justitie een zegelrecht (een bepaald bedrag in verhouding tot…) kunnen laten betalen door de burger, zodat die zélf kan overwegen om verder (zonder steun van een advocaat) te procederen in zaken die de vrederechter behandeld. Maar nee, daarom spreekt men van klassenjustitie.
    U verklaart dat ontevredenen een ‘megafoon’ krijgen voor hun ongenoegen. U maakt een karikatuur van heel deze zaak. Overigens, in de krant De Tijd van 11 augustus 2021 lees je hierover als titel: “Blunderboek doet Vrouwe Justitia blozen”. Dat is heel wat anders dan de titel die u verkiest (Hoe dik is het blunderboek van justitie?). Mijnheer Lamon, u draagt geen mondmasker maar een blinddoek!