Zaterdagochtend 10 oktober begaf ik mij naar de nieuwe strafinrichting van Antwerpen, De Kade, waar ik als gedetineerde ging deelnemen aan het testweekend. Als strafpleiter zag ik deze vrijwillige vrijheidsberoving als een opportuniteit om zelf te beleven hoe een detentie aanvoelt.
Ik geef toe, de omstandigheden waren enigszins ideaal te noemen, want ik wist perfect wanneer ik terug buiten zou wandelen en het betrof een verblijf binnen een nieuw gebouw met moderne infrastructuur. Maar toch blijkt dat zelfs in die omstandigheden de impact niet te onderschatten valt.
Mijn gsm moest ik afgeven en ik werd meteen onderworpen aan een fouillering. Er zullen dat weekend regelmatig te pas en te onpas nog fouilleringen volgen, voor de veiligheid. De monocel waar ik verbleef, kon ik niet meteen grondig inspecteren aangezien ik verwacht werd mijn werk aan te vatten in de keuken. Impressionant hoe gestroomlijnd daar in de grootkeuken alles verliep. Mijn dag vloog voorbij en ik had de hele tijd sociaal contact. Ik voelde mij alvast nuttig.
De cel was ruim en alles was aanwezig. Maar eenzaam
Het avondeten werd bedeeld op mijn cel, waar ik mezelf dan alleen van deze levensbehoefte kon voorzien. De communicatie verliep via een intercom vlak naast de deur en pas wanneer een cipier het bepaalde, werd de deur geopend. Tijdens de avondwandeling was de buitenlucht een enorme luxe en reflecteren met ‘medegedetineerden’ al even noodzakelijk.
Ik had geen tijdsbesef bij gebrek aan een uurwerk rond mijn pols of een klok tegen de muur, toch was het reeds donker wanneer ik mijn cel kon betreden om te gaan slapen. De cel was ruim en alles was aanwezig. Maar eenzaam. Geen tralies voor de raam leek op het eerste zicht menselijker maar geen rechtstreeks contact met de buitenlucht was beklemmend. Ook het idee dat er door het luikje in de deur eender wanneer een cipier kon checken of alles ok was, voelde bizar.
Op zondag 11 oktober verbleef ik voornamelijk op mijn cel, met uitzondering van de wandeling en het bedelen van koffie of thee in de ochtend. Mijn ontbijt en lunch had ik de avond voordien al gekregen en stond in de ijskast. Wanneer er geluid was op de gang, dacht ik dat ze mij misschien vergeten waren voor één of andere activiteit. De klapdeuren van de badkamer uit de cel naast mij waren hoorbaar en meteen een zekerheid dat ik niet meer alleen was op mijn afdeling.
Ik zat op het bed met een boek en nam de tijd, want die had ik ruimschoots, om deze beleving echt in mij op te nemen. Hierbij had ik verschillende profielen van cliënten in mijn achterhoofd. Niet iedereen is een beroepscrimineel die dit erbij neemt.
Het gevoel geleefd te worden, volledig afhankelijk te zijn van een bepaalde structuur, doet iets met een mens. Alle vrijheden en beslissingsmogelijkheden zijn weggenomen. Je hebt geen controle meer over je eigen gaan en staan. En zelfs na twee dagen was dit voelbaar. Je leeft toe naar een moment waarbij je rondjes kan gaan wandelen rond een sportplein of enige hoop koestert dat ze jou komen halen voor de bibliotheek, sport of werk. Ik begrijp nu veel beter wanneer een cliënt mij uit de strafinrichting opbelt en vraagt “Meester, wanneer kom je mij juist bezoeken?”. Naar de toekomst toe zal ik deze vraag trachten concreter te beantwoorden, ondanks een chaotische agenda.
Het is mij meteen duidelijk dat een vrijheidsbenemende straf niet te lang mag duren om niet slechter een strafinrichting te verlaten
Er zullen cliënten zijn die perfect functioneren binnen de strikte structuur van een gevangenis maar voor diegenen die buiten de gevangenismuren veel of zelfs maar iets te verliezen hebben, is dit om de muren te slopen. En hoewel alles aanwezig was en het personeel behulpzaam en vriendelijk, het ontnemen van iemands vrijheid blijft een straf met de meeste impact.
Het is mij meteen duidelijk dat een vrijheidsbenemende straf niet te lang mag duren om niet slechter een strafinrichting te verlaten.
Volgens ons nieuw strafwetboek moet een gevangenisstraf de laatst te overwegen straf zijn. En toch zitten onze gevangenissen overvol en worden we op de vingers getikt wegens onmenswaardige omstandigheden.
Er is een verschil tussen een voorlopige hechtenis en een gevangenisstraf die door een rechter ten gronde wordt opgelegd. Een onderzoek moet kunnen worden gevoerd en er moet repressie blijven bestaan, laat dat duidelijk zijn. Maar moeten we niet blijven inzetten op alternatieven binnen elk stadium van de procedure?
Het bouwen van nieuwe en moderne gevangenissen zal het probleem niet oplossen. De kans bestaat dat op deze manier de aandacht naar de essentie verloren gaat. Iemand opsluiten, in welk stadium van de procedure ook, moet de uitzondering blijven. Want hoe gaat iemand om met opnieuw alle vrijheden wanneer deze te lang te strikt werden ontnomen? Daarmee is onze maatschappij in de meeste gevallen wellicht niet geholpen.
Lang niet iedereen die vandaag de dag achter de gevangenismuren belandt, is een gevaar voor de maatschappij, velen kunnen integendeel nog iets bijdragen mits de nodige begeleiding.
Rechters zetten reeds in op alternatieven, zoals bijvoorbeeld het opleggen van voorwaarden. Maar wanneer deze voorwaarden of slechts één daarvan worden geschonden, krijgt men meteen een ticket (terug) naar de Penitentiaire Inrichting. Is het niet beter om bij een schending voorwaarden te verlengen in de tijd in plaats van deze te herroepen? Zou elektronisch toezicht niet altijd de norm moeten zijn wanneer hiervoor de mogelijkheden bestaan? Is een werkstraf of een hoge geldboete niet vaak veel voelbaarder bij een recidivist en kan zo nu net recidive worden ingeperkt? Is het de investering nog waard om iemand uitsluitend te voorzien in zijn levensbehoeften in plaats van te investeren in de toekomst?
Door de indrukken doorheen het weekend kwamen al deze vragen op mij af. Hoe zouden beleidsmakers en magistraten hiertegenover staan? Ook zij namen deel aan het testweekend, wat mijns inziens logisch lijkt, want wie een beleid uitzet of oordeelt over een vrijheidsbeneming, moet weten wat dit exact inhoudt.
Voor mij betrof dit een zeer leerrijke ervaring die ik meeneem in mijn verdere beroepsuitoefening als advocate werkzaam binnen het strafrecht. Na twee dagen is één ding duidelijk, de laatst te overwegen staf moet de uitzondering blijven. De impact is te groot, zeker wanneer deze te lang duurt en dat is alleen maar nadelig voor onze maatschappij.
Lees hier ook andere opiniestukken van Romy Geysen


0 reacties