Het stakingsrecht onder IAO-Verdrag nr. 87: het doek valt met advies van Internationaal Gerechtshof cover

23 jun 2026 | Employment & Benefits

Het stakingsrecht onder IAO-Verdrag nr. 87: het doek valt met advies van Internationaal Gerechtshof

Recente Jobs

Advocaat
Bouwrecht Ondernemingsrecht Vastgoed
3 - 7 jaar
Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen
Advocaat
Bouwrecht Ondernemingsrecht Vastgoed
0 - 3 jaar
Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen
Accountancy Advisor
Accountancy
0 - 3 jaar
Antwerpen Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant West-Vlaanderen
Auditor
Financieel recht Fiscaal recht
0 - 3 jaar
Antwerpen Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen
Belastingadviseur
Accountancy Fiscaal recht
0 - 3 jaar
Antwerpen Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen

In 1948 werd binnen het tripartiete kader van de Internationale Arbeidsorganisatie onderhandeld over IAO-Verdrag nr. 87. Hoewel het stakingsrecht niet uitdrukkelijk in de verdragstekst werd verankerd,[1] leidde dit destijds niet tot wezenlijke controverse.[2] Integendeel, binnen de Internationale Organisatie groeide geleidelijk een ‘cultuur van erkenning’ waarbij het stakingsrecht werd beschouwd als een intrinsiek onderdeel van de vakverenigingsvrijheid.[3] Vanaf 1989 begon de Werkgeversgroep die verankering van het stakingsrecht evenwel nadrukkelijk en openlijk te betwisten.[4] De controverse culmineerde in 2012 tijdens een zitting van de Commissie voor de Toepassing van Normen, waarbij de Werkgeversgroep stelde dat er geen juridische basis van een stakingsrecht in Verdrag nr. 87 kon worden gevonden.[5]

De adviesaanvraag: een historische stap in de geschiedenis van de Internationale Arbeidsorganisatie

Tegen de achtergrond van deze spanningen voorziet artikel 37 van de IAO-Constitutie in de mogelijkheid om de kwestie voor te leggen aan het Internationaal Gerechtshof.[6] Bij gebrek aan een duidelijke meerderheid voor een doorverwijzing, presenteerde de Internationale Arbeidsorganisatie in 2015 een gezamenlijke verklaring die leidde tot een zogenaamde ‘wapenstilstand’, weliswaar zonder de vraag op te lossen of het stakingsrecht wordt beschermd door IAO-Verdrag nr. 87.[7] Enkele jaren later, in 2023, voor het eerst in de geschiedenis van de organisatie, besloot de Raad van Bestuur, het Internationaal Gerechtshof te benaderen met het verzoek om een adviesuitspraak over de kwestie.[8] Dergelijk advies is formeel niet juridisch bindend, maar kent wel een enorm juridisch, politiek en moreel gewicht waardoor het een gezaghebbende interpretatie biedt van en een sterke invloed uitoefent op internationaal recht.[9]

De schriftelijke verklaringen en openbare hoorzittingen

In de loop van 2024 konden Staten en organisaties schriftelijke verklaringen en opmerkingen indienen omtrent de kwestie.[10] In oktober 2025 volgden de openbare hoorzittingen, waarbij de standpunten werden toegelicht.[11] Een beknopte samenvatting van enkele van de voornaamste argumenten en aandachtspunten volgt hieronder:

De toezichthoudende organen van de Internationale Arbeidsorganisatie[12] benadrukken dat het stakingsrecht weliswaar niet uitdrukkelijk is opgenomen in IAO-Verdrag nr. 87, maar wel een intrinsic corollary vormt van het door dat Verdrag beschermde vrijheid van vakvereniging. Het stakingsrecht zou immers rechtstreeks voortvloeien uit artikel 3 van het Verdrag,[13] dat bepaalt dat werknemersorganisaties het recht hebben hun activiteiten vrij te organiseren en hun programma’s autonoom vast te leggen, wat ook het gebruik van stakingen zou omvatten.

De werknemerszijde, mede vertegenwoordigd door ITUC,[14] stelt dat IAO-Verdrag nr. 87, geïnterpreteerd overeenkomstig de beginselen van effet utile en goede trouw, en gelezen in het licht van zowel de aard van het Verdrag als beginselverklaring, alsook van zijn doelstelling om de vrijheid van vereniging te waarborgen en arbeidsomstandigheden te verbeteren, ondubbelzinnig aantoont dat het stakingsrecht een inherent onderdeel vormt van dit Verdrag.

De werkgeverszijde, mede vertegenwoordigd door de Internationale Organisatie van Werkgevers,[15] meent dat het Verdrag nr. 87 louter de vrijheid van vereniging en het recht om zich te organiseren beschermt, en geen grondslag biedt voor het stakingsrecht.[16] De ruime interpretatie door het Comité van Experts inzake de Toepassing van Verdragen en Aanbevelingen zijn nooit formeel goedgekeurd door de lidstaten. Door het stakingsrecht rechtstreeks uit het Verdrag af te leiden, zou het Comité zijn bevoegdheid overschrijden, wat volgens de werkgeverszijde indruist tegen de rule of law en het beginsel van rechtszekerheid.

Het advies[17]

Op 21 mei 2026 oordeelde het Internationaal Gerechtshof in een adviesopinie dat het stakingsrecht besloten ligt in IAO‑Verdrag nr. 87. Het Hof bevestigde eerst zijn jurisdictie,[18] en meende dat er geen compelling reasons aanwezig waren die een weigering tot het geven van advies rechtvaardigden.[19] Het Hof buigt zich eerst over de vraag hoe IAO-Verdrag nr. 87 moet worden geïnterpreteerd. Daarbij vertrekt het van de vaststelling dat, hoewel het Verdrag van Wenen inzake het verdragenrecht formeel niet geldt voor oudere verdragen, de artikelen 31 tot en met 33 ervan wél algemeen aanvaarde regels van internationaal gewoonterecht weerspiegelen, en in casu dus kunnen worden toegepast.[20]

Hoewel Verdrag nr. 87 geen expliciete verwijzing naar het stakingsrecht bevat, betekent dit niet dat dit recht ipso facto is uitgesloten. Uit een gezamenlijke lezing van artikelen 2, 3 en 10 van het Verdrag, overeenkomstig artikel 31, lid 1 van Verdrag van Wenen inzake het verdragenrecht, blijkt dat werknemers- en werkgeversorganisaties het recht hebben hun werkzaamheden en werkprogramma’s autonoom te bepalen ter verdediging van hun belangen. De ruime interpretatie van “werkzaamheden” en “werkprogramma’s” laat toe dat ook stakingsacties daaronder worden begrepen.[21]

In lijn met artikel 31, lid 3, b) onderzoekt het Hof de rechtspraak van de verschillende toezichthoudende organen van de Internationale Arbeidsorganisatie, die reeds decennialang het standpunt innemen dat het stakingsrecht besloten ligt Verdrag nr. 87. Echter, onder de Verdragsstaten bestaat hierover geen volledige overeenstemming, waardoor het Hof bijgevolg oordeelt dat dit element in casu geen doorslaggevend interpretatief gewicht heeft.[22]

Het Hof verduidelijk dat artikel 31, lid 3, c) niet vereist dat alle partijen bij Verdrag nr. 87 ook gebonden zijn door andere relevante regels van internationaal recht. Een grote overlap bestaat echter tussen de Staten die partij zijn bij Verdrag nr. 87 en bij het IVESCR en het IVBPR, twee verdragen die het stakingsrecht expliciet beschermen en naar Verdrag nr. 87 verwijzen. Het Hof beschouwt deze instrumenten vervolgens als relevant voor de interpretatie van Verdrag nr. 87.[23]

Als finale stapt gaat het Hof, overeenkomstig artikel 32, na of er aanvullende interpretatiemiddelen zijn. Met uitzondering van de voorbereidende werken van Verdrag nr. 87, houdt het Hof rekening met de latere praktijk onder Verdragsstaten, de rechtspraak van de IAO‑toezichthoudende organen en enkele regionale rechtskaders.[24] Alles samen bevestigt en versterkt dit de interpretatie waartoe het Internationaal Gerechtshof op basis van de algemene regel van artikel 31 reeds was gekomen, namelijk dat de bescherming van de verenigingsvrijheid onder Verdrag nr. 87 tevens het stakingsrecht omvat. Het Hof preciseert daarbij dat het zich niet uitspreekt over de concrete inhoud, draagwijdte of voorwaarden voor de uitoefening van dit recht, waarvan de nadere afbakening een afzonderlijke kwestie blijft.[25] Deze conclusie werd aangenomen met tien stemmen tegen vier, waarbij de vier dissentiërende rechters hun standpunt hebben uiteengezet in afzonderlijke dissenting opinions.[26]

Een blik op de (nabije) toekomst

Hoewel formeel niet bindend, vormt het advies van het Internationaal Gerechtshof van 21 mei 2026 een belangrijk juridisch kantelpunt doordat het bevestigt dat het stakingsrecht besloten ligt in IAO‑Verdrag nr. 87, en zo de coherentie van de internationale arbeidsrechtsorde herstelt en de interpretatieve praktijk van de toezichthoudende organen van de Internationale Arbeidsorganisatie legitimeert. Toch betekent dit geenszins dat het debat definitief is beslecht. Integendeel, de uitspraak vormt veeleer het begin van een nieuwe fase waarin de praktische, institutionele en politieke implicaties zich nog moeten uitkristalliseren.

Op korte termijn zal de impact van het advies voelbaar zijn binnen de Internationale Arbeidsorganisatie, met de Arbeidsconferentie van juni 2026 en de daaropvolgende bijeenkomst van de Raad van Bestuur als belangrijke ijkpunten. De kans bestaat dat een succesvolle Internationale Arbeidsconferentie een katalysator kan zijn voor hernieuwde samenwerking en een zekere “de-escalatie” van het conflict. Evenwel is het tegenovergestelde scenario niet uit te sluiten. Ook buiten de Internationale Arbeidsorganisatie zal het advies een belangrijke invloed hebben, aangezien nationale en regionale rechters het kunnen gebruiken als interpretatieve leidraad.

België heeft IAO-Verdrag nr. 87 geratificeerd,[27] waardoor het bindend is, al kent het geen rechtstreekse werking in de Belgische rechtsorde.[28] Aangezien het stakingsrecht niet expliciet (grond)wettelijk verankerd is, spelen internationale en Europese normen een belangrijke rol in de invulling van het stakingsrecht in de rechtspraak. In de rechtspraak wordt reeds verwezen naar IAO-Verdrag nr. 87, maar dat binnen een ruimer kader van nog andere internationale en Europese rechtsbronnen, en op een fragmentarische en weinig consistente wijze. In die context betekent het advies geen gamechanger as such voor België, maar kan het veeleer het normatieve en interpretatieve gewicht van IAO‑Verdrag nr. 87 versterken binnen een reeds bestaand multilayered kader. Of dit daadwerkelijk zal leiden tot een meer coherente en voorspelbare rechtspraak over (de modaliteiten) van het stakingsrecht, is echter onzeker, of zelfs twijfelachtig, en zal mede afhangen van verdere institutionele en procedurele ontwikkelingen binnen de Belgische rechtsorde.

Yasmine Janssens

Een uitgebreide versie van dit artikel verscheen eerder in het Arbeidsrecht Journaal.


Voetnoten

[1] INTERNATIONAL LABOUR OFFICE, General Survey of Freedom of Association and Collective Bargaining, 81st session, 1994, §142.

[2] INTERNATIONAL LABOUR OFFICE, General Survey of Freedom of Association and Collective Bargaining, 81st session, 1994, §142; IAO, ILO Convention No. 87 and the Right to Strike – Background material, X, https://www.ilo.org/resource/ilo-convention-no-87-and-right-strike-background-material.

[3] INTERNATIONAL LABOUR OFFICE, General Survey of Freedom of Association and Collective Bargaining, 81st session, 1994; INTERNATIONAL LABOUR OFFICE, Freedom of Association. Compilation of decisions of the Committee on Freedom of Association, 6th edition, 2018; HOFFMAN C. en SCHUSTER N., ‘It ain’t over‚ ’til it’s over: The right to strike and the mandate of the ILO Committee of Experts revisited’, Global Labour University Working Paper no. 40 2016, 9.

[4] INTERNATIONAL LABOUR OFFICE, Conference Committee on the Application of Standards. Extracts from Record of Proceedings, 19(Rev.) Part I/34, 101st ed., 2012, nr. 147, https://www.ilo.org/sites/default/files/wcmsp5/groups/public/@ed_norm/@normes/documents/publication/wcms_190828.pdf; LA HOVARY C., ‘Showdown at the ILO? A historical perspective on the Employers’ group’s 2012 challenge to the right to strike’, ILJ 2013/42, (338) 338 en 340.

[5] INTERNATIONAL LABOUR OFFICE, Conference Committee on the Application of Standards. Extracts from Record of Proceedings, 19(Rev.) Part I/34, 101st ed., 2012, nrs. 82, 147 en 148, https://www.ilo.org/sites/default/files/wcmsp5/groups/public/@ed_norm/@normes/documents/publication/wcms_190828.pdf; BELLACE J., ‘The ILO and the right to strike’, ILR 2014/183, (29) 57.

[6] Art. 37 IAO-Constitutie; VAN DER HEIJDEN P., ‘The ILO Stumbling towards Its Centenary Anniversary’, Int’l Org. L. Rev. 2018/15, (203) 214.

[7] VOGT J.S., ‘The Right to Strike and the International Labour Organisation (ILO)’, K.L.J. 2016/27, (110) 126.

[8] INTERNATIONAL LABOUR OFFICE, Interpretation of the ILO Freedom of Association and the Protection of the Right to Organise Convention, 1948 (No. 87) with respect to the right to strike. Request for advisory opinion, december 2023, 3, https://ilo.org/sites/default/files/wcmsp5/groups/public/%40dgreports/%40dcomm/documents/genericdocument/wcms_908625.pdf; INTERNATIONAL COURT OF JUSTICE, The International Labour Organization (ILO) requests an advisory opinion from the Court on the interpretation of ILO Convention No. 87 with respect to the right to strike, 14 november 2023, https://icj-cij.org/sites/default/files/case-related/191/191-20231114-pre-01-00-en.pdf; MAUPAIN F., ‘The Right to Strike before the ICJ: A historical Challenge to the Coherence and Impact of the ILO Supervisory System’, Int. Organ. Law Rev. 2024, (1) 2.

[9] ACQUAVIVA G., ‘ICJ Advisory Opinions: The Binding Nature of the Content of Pronouncements under Article 65 of the ICJ Statute’, SSRN Electronic Journal 2024.

[10] INTERNATIONAL COURT OF JUSTICE, Right to Strike under ILO Convention No. 87 (Request for Advisory Opinion) Filing of written statements, 18 juni 2024, https://icj-cij.org/sites/default/files/case-related/191/191-20240618-pre-01-00-en.pdf; INTERNATIONAL COURT OF JUSTICE, Right to Strike under ILO Convention No. 87 (Request for Advisory Opinion) Filing of written statements, 1 oktober 2024, https://icj-cij.org/sites/default/files/case-related/191/191-20241001-pre-01-00-en.pdf.

[11] INTERNATIONAL COURT OF JUSTICE, Right to Strike under ILO Convention No. 87 (Request for Advisory Opinion) Conclusion of the public hearing to be held from 6 to 8 October 2025, 8 oktober 2025, https://www.icj-cij.org/sites/default/files/case-related/191/191-20251008-pre-01-00-en.pdf; INTERNATIONAL COURT OF JUSTICE, Verbatim Record Public sitting on the Right to Strike under ILO Convention No. 87. (Request for advisory opinion submitted by the Governing Body of the International Labour Office (ILO)), 8 oktober 2025, https://www.icj-cij.org/sites/default/files/case-related/191/191-20251008-ora-01-00-bi.pdf.

[12] INTERNATIONAL LABOUR OFFICE, Interpretation of the ILO Freedom of Association and the Protection of the Right to Organise Convention, 1948 (No. 87) with respect to the right to strike. Request for advisory opinion. Written Statement, mei 2024, https://www.icj-cij.org/sites/default/files/case-related/191/191-20240516-wri-01-00-en.pdf.

[13] Art. 3 IAO-Verdrag nr. 87: “1. De werknemers-en werkgeversorganisaties hebben het recht haar statuten en reglementen op te stellen, vrij haar vertegenwoordigers te kiezen, haar organisatie en werkzaamheden in te richten en haar werkprogramma’s te formuleren. 2. De Overheid moet zich van elke inmenging onthouden, die dat recht kan beperken of de wettige uitoefening daarvan kan belemmeren.

[14] ITUC CSI IGB, Written comments of the International Trade Union Confederation, 13 september 2024, https://www.icj-cij.org/sites/default/files/case-related/191/191-20240913-wri-01-00-en.pdf.

[15] INTERNATIONAL ORGANISATION OF EMPLOYERS, International Court of Justice. Request for Advisory Opinion by the International Labour Organisation. Right to Strike under ILO Convention No. 87. Written Statement of the International Organisation of Employers, 16 mei 2024,https://www.icj-cij.org/sites/default/files/case-related/191/191-20240516-wri-07-00-en.pdf.

[16] De werkgeverszijde ondersteunen dit argument mede op een interpretatie van IAO-Verdrag nr. 87 op basis van artikelen 31 en 32 van het Verdrag van Wenen inzake het verdragenrecht.

[17] INTERNATIONAL COURT OF JUSTICE, Advisory Opinion. Right to Strike under ILO Convention No. 87, 21 mei 2026, https://www.icj-cij.org/sites/default/files/case-related/191/191-20260521-adv-01-00-en.pdf

[18] Ibid., §§26-32.

[19] Ibid., §§33-37.

[20] Ibid., §§62-65.

[21] Ibid., §§67-74.

[22] Ibid., §§75-89.

[23] Ibid., §§90-99.

[24] Ibid., §§100-137.

[25] Ibid., §§138-141.

[26] Dissenting Opinion of Judge Tomka, https://www.icj-cij.org/sites/default/files/case-related/191/191-20260521-adv-01-03-en.pdf; Opinion Dissidente De M. le juge Abraham, https://www.icj-cij.org/sites/default/files/case-related/191/191-20260521-adv-01-04-fr.pdf; Dissenting Opinion of Judge Xue, https://www.icj-cij.org/sites/default/files/case-related/191/191-20260521-adv-01-05-en.pdf; Dissenting Opinion of Judge Hmoud, https://www.icj-cij.org/sites/default/files/case-related/191/191-20260521-adv-01-11-enc.pdf.

[27] Wet van 13 juli 1951 houdende de goedkeuring van het Internationaal Verdrag (nr. 87) betreffende de syndicale vrijheid en de bescherming van het syndicaal recht, aangenomen door de Algemene Conferentie der Internationale Arbeidsorganisatie, te San Francisco op 9 juli 1948, BS 16 januari 1952.

[28] Arbrb. Antwerpen 23 oktober 1997, Soc.Kron. 1999, 244.

Recente Jobs

Advocaat
Bouwrecht Ondernemingsrecht Vastgoed
3 - 7 jaar
Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen
Advocaat
Bouwrecht Ondernemingsrecht Vastgoed
0 - 3 jaar
Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen
Accountancy Advisor
Accountancy
0 - 3 jaar
Antwerpen Oost-Vlaanderen Vlaams-Brabant West-Vlaanderen
Auditor
Financieel recht Fiscaal recht
0 - 3 jaar
Antwerpen Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen
Belastingadviseur
Accountancy Fiscaal recht
0 - 3 jaar
Antwerpen Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen

Blijf op de hoogte

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

0 Reacties

0 reacties

Een reactie versturen

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *