Column

Het recht als bijkomstigheid

Avatar
Geschreven door Hugo Lamon

LAMON op woensdag

Mr. Hugo Lamon is advocaat aan de balie van Limburg en Brussel NL.
Hij publiceert over o.m. ondernemingsrecht en deontologie.

Hij mengt zich al jaren in het maatschappelijk debat over justitie.

Opiniemakers allerhande hebben de onweerstaanbare drang om bij het jaareinde terug te blikken. Het hoeft nauwelijks gezegd dat het coronavirus er danig in geslaagd is om het afgelopen jaar de gevestigde orde op zijn kop te zetten. Wat zich eerst aankondigde als een griepje, bleek later een destabiliserende pandemie. De samenleving had het moeilijk om zich opnieuw te ordenen. Merkwaardig was dat bij het zoeken naar een – tijdelijk – nieuw evenwicht, er geen enkele rol van betekenis werd weggelegd voor de juristen. Het recht werd plots ervaren als een vervelende kiezel in de schoen van de veiligheidsdrang die velen overviel. Grondrechten werden weggehoond en zelfs de hoogste rechtscolleges hebben zich uitgeput in minimalistische invullingen (nood breekt wet en dat geldt blijkbaar a fortiori voor corona).

Een ongezien neveneffect van het door politici beoogde schokeffect: klikkende buren die aan oorlogstoestanden doen denken, overijverige (vaak goedbedoelende) politiemensen die demonstreren hoe een letterlijke toepassing van de wet tot grove onredelijkheid kan leiden, burgemeesters die zich in een westernfilm wanen en als een sheriff orakelen, om dan nog te zwijgen over de nieuwe rol van de provinciegouverneurs. De anders veel gevraagde strafpleiters bekend-van-radio-en-televisie zijn plots van de aardbol verdwenen en werden in de praatprogramma’s op tv geruisloos vervangen door virologen en – had u daar eerder al van gehoord ?– bio-statistici. Enkel de vooraf reeds opgenomen ‘Justice for all’-reeks deed de mediaconsument er nog aan herinneren wat voor rare kornuiten advocaten (soms) zijn.

De bekommernis voor de principes van onze rechtsstaat kon sommigen onder ons nog wel beroeren als het om de situatie in Polen en Hongarije ging, maar wie enige kritische noot durft te plaatsen bij de situatie in ons land wordt veelal verguisd of als asociaal weggezet.

De voorzitter van de Orde van Vlaamse Balies heeft in dat debat op 24 december een hartverwarmende stem laten horen, wanneer hij in zijn kerstbrief schrijft: “Onze vrijheid verdraagt slechts een inperking als daarvoor een voldragen wettelijk kader bestaat dat de toets aan de Grondwet en de grondrechten en vrijheden doorstaat. De rekbaarheid van bestaande wettelijke regelingen is over haar limiet heen. En moeten wij in herinnering brengen dat “de Grondwet noch geheel, noch ten dele [kan] worden geschorst”, zoals artikel 187 van diezelfde Grondwet voorschrijft?” De brief zou verplichte lectuur moeten zijn voor alle beleidsmakers in dit land.

Het wordt tijd dat er terug een evenwicht wordt gevonden. Dat kan door met een coronawet een aantal krijtlijnen uit te zetten. De uitspraak van de Raad van State inzake de godsdienstvrijheid toont aan dat proportionaliteit ook praktische gevolgen heeft. Maar ook andere situaties verdienen een aanpak die strookt met de kernwaarden van onze democratische samenleving. Het plaatst onze samenleving voor grote vragen. Die vragen moeten luidop worden gesteld, gevolgd door een aanpak die dan in een juridisch sluitende regeling wordt gegoten. Het recht is daarbij het hulpmiddel om goede ordenende afspraken te maken. Slordige wetgeving zorgt voor chaos, zoals de voorbije maanden is gebleken.

Het recht is een techniek om de evenredigheid van noodmaatregelen te verwoorden. De vraag of een vrijheidsbeperking evenredig is met het maatschappelijk doel (de verspreiding van het coronavirus vermijden) is een maatschappelijke vraag. Dat is bijvoorbeeld ook zo bij de wijze waarop we als samenleving omgaan met hulpbehoevende ouderen die in een woonzorgcentrum verblijven. De evolutie van het taalgebruik (van bejaardenhuis, over rusthuis en rust- en verzorgingstehuis tot woonzorgcentrum) kan er op wijzen dat de visie van de samenleving evolueerde.  Wie met deze wereld in contact komt ziet een onwaarschijnlijk geëngageerd team van zorg- en hulpverleners die gigantische inspanningen leveren om het leven van onze kwetsbaren in coronatijden enigszins draaglijk te maken. Blijft natuurlijk dat de coronamaatregelen leiden tot isolement en bijzonder strenge veiligheidsmaatregelen die een normale interactie met de buitenwereld zo goed als onmogelijk maakt. Die maatregelen zijn verantwoord door het groot aantal risicopatiënten in woonzorgcentra, maar zelfs de volgens juridische principes perfect te verantwoorden beperkingen doen vragen van een andere orde ontstaan. Is wekenlang isolement en opeenvolgende quarantaine vanuit ethisch te verantwoorden en evenredig? Het is evenmin een vraag waar juristen een hoofdrol in spelen, maar die toch aan de orde is.

De coronatijd confronteert de samenleving met een aantal prangende vragen. Het valt daarbij op dat het maatschappelijk draagvlak om ook in deze basisrechten als de onschendbaarheid van de woonst, de vrijheid van vereniging en godsdienst en de individuele vrijheid te vrijwaren zo snel worden gerelativeerd. Laat dat de boodschap zijn voor alle juristen onder ons: we moeten waakzaam blijven. En hou het intussen gezond, voor uzelf, voor uw naasten én voor de rechtsstaat.

Hugo LAMON

***

Meer blogposts lezen van Hugo Lamon? Dat kan hier!

Opmerking plaatsen

Uw naam wordt privé weergegeven op de website en is niet zichtbaar voor anderen. Uw e-mailadres wordt opgeslagen maar niet gepubliceerd.