Hugo Lamon

Mr. Hugo Lamon is advocaat aan de balie van Limburg en Brussel NL. Hij publiceert over o.m. ondernemingsrecht en deontologie. Hij mengt zich al jaren in het maatschappelijk debat over justitie.

LAMON op woensdag

Mr. Hugo Lamon is advocaat aan de balie van Limburg en Brussel NL.
Hij publiceert over o.m. ondernemingsrecht en deontologie.

Hij mengt zich al jaren in het maatschappelijk debat over justitie.

Als gevolg van de wet van 11 augustus 2017, waarbij boek XX in het Wetboek van Economisch Recht werd ingevoerd, kunnen ook advocaten sinds 1 mei 2018 failliet worden verklaard door de ondernemingsrechtbank. Op dezelfde dag trad ook het daags voordien in het Staatsblad gepubliceerde deontologisch reglement ”betreffende de advocaat en insolventie” van de Orde van Vlaamse Balies in werking. Er werd onder meer een nieuw artikel 160ter ingevoegd in de OVB-codex. Daarin werd bepaald dat de advocaat die door de rechtbank wordt failliet verklaard “ambtshalve wordt weggelaten van het tableau of de lijst van de stagiairs”. De filosofie van dat deontologisch reglement was duidelijk: een advocaat die failliet wordt verklaard beschikt niet meer over de nodige autoriteit om nog het beroep te kunnen uitoefenen. De rechtzoekende moet er immers op kunnen vertrouwen dat de advocaat op onafhankelijke wijze optreedt en volgens het reglement zou dat niet kunnen wanneer die advocaat failliet wordt verklaard.

Dat was niet naar de zin van de Nederlandse Orde bij de balie van Brussel en twee gewezen stafhouders van die orde. Zij vochten het reglement aan bij het Hof van Cassatie. Niet geheel onverwachts vernietigde dat Hof in een arrest van 18 september ll. die deontologische regeling. Het cassatiearrest herinnert eraan dat de Ordes weliswaar over een ruime bevoegdheid beschikken om het beroep regelen, maar dat die macht ook niet onbeperkt is. De regels moeten kaderen in het algemeen belang en “de appreciatie van wat nuttig is en passend voor het te bereiken doel, mag door het Hof van Cassatie getoetst worden op zijn redelijkheid”. Een advocaat ambtshalve weglaten van het tableau (en hem dus op de wijze verhinderen nog langer het beroep uit te oefenen) wordt door het Hof van Cassatie als onredelijk beschouwd. Het Hof van Cassatie herinnert eraan dat het de bedoeling van de faillissementswetgeving is om aan te moedigen dat een failliete ondernemer een tweede kans (een ‘fresh start’) kan krijgen door het ondernemerschap aan te moedigen en een nieuwe start mogelijk te maken. De ingevoerde deontologische regel belette dat en is dus volgens het Hof van Cassatie niet redelijk, of anders gezegd disproportioneel. Het Hof verwijst daarvoor ook naar de Europese Richtlijn 2019/1023 die in overweging 72 aangeeft dat aangetoond is “dat ondernemers die insolvent zijn geworden meer kans maken om de volgende keer wel succesvol te zijn”.

De algemene vergadering van de Orde van Vlaamse Balies kreeg dus een onvoldoende en de OVB bereidt zich nu voor op het herexamen. Er ligt een nieuw ontwerp van reglement ter discussie. Zal de advocaat nu zijn fresh start moeten doen “in samenspraak” met de stafhouder, volstaat het de stafhouder te verwittigen van de hervatting van de activiteit of moet hij (enkel) “duidelijkheid en garanties verschaffen” over de wijze waarop hij het beroep zal uitoefenen? De algemene vergadering van de Orde van Vlaamse Balies zal de knoop moeten doorhakken. De vraag blijft natuurlijk waarom al die mogelijke controles precies gekoppeld moeten worden aan het faillissement, want er zijn ook vele solvabele advocaten op wie wat meer toezicht zou mogen worden uitgeoefend. Zijn failliete advocaten altijd zoveel slechter dan andere?

Vooraleer deontologische maatregelen op te leggen moet een evenredigheidsbeoordeling worden uitgevoerd. De wet van 27 oktober 2020 “betreffende een evenredigheidsbeoordeling voorafgaand aan de invoering of wijziging van een beroepsreglementering” is ook van toepassing op deontologische regels voor vrije beroepen, maar op dubieuze gronden heeft de wetgever de advocatuur van het toepassingsgebied uitgesloten. Niets belet echter de Orde van Vlaamse Balies de in die wet voorziene checklists te gebruiken of de in artikel 8 § 2 van de wet opgesomde zes te toetsen criteria na te leven. En waarom zou de OVB ook niet de in artikel 11 voorziene openbare raadpleging organiseren en voorafgaandelijk “burgers, afnemers van de diensten en andere relevante belanghebbenden” (art. 9 §1 eerste lid) informeren en bij de besluitvorming betrekken? De advocatuur zou aan transparantie winnen door op die manier deontologische regels uit te vaardigen.

De proportionaliteit is meer dan wat buikgevoel of een krampachtige manier om de eigen beroepsgroep af schermen, hoe goed bedoeld de intenties daarbij soms zijn. De deontologie van alle vrije beroepen zal een vernieuwd evenwicht moeten vinden met de regels van economisch recht. Het volstaat niet om een regel af te toetsen aan het mededingingsrecht, maar ook om bijvoorbeeld een transparante effectenanalyse door te voeren.

Hugo LAMON

***

Meer blogposts lezen van Hugo Lamon? Dat kan hier!

Hugo Lamon

Mr. Hugo Lamon is advocaat aan de balie van Limburg en Brussel NL. Hij publiceert over o.m. ondernemingsrecht en deontologie. Hij mengt zich al jaren in het maatschappelijk debat over justitie.

Bekijk alle artikelen

1 reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

  • Beste Hugo,

    Rechtuit, maar tegelijkertijd constructief én vooral juridisch weloverwogen en zéér goed onderbouwd.
    ‘Den Hugo, pur sang’!

    Van de gelegenheid maak ik gebruik om uzelf Hugo, uw echtgenote en al uw familie en vrienden zowel een stemmige Kerst, als een hartverwarmend én vooral gezond nieuwjaar 2021 toe te wensen.

    Met vriendelijke groeten,