Deontologie & Juridische Beroepen Rechtuit

Europa waakt over deontologische beperkingen

Avatar
Geschreven door Hugo Lamon

LAMON op woensdag

Mr. Hugo LAMON is advocaat aan de balies van Limburg en Brussel NL (LAMON LAW).
Hij mengt zich regelmatig in het maatschappelijk debat over justitie.

Iedere woensdag maakt hij op Jubel een persoonlijke beschouwing.

De tijd dat aan beoefenaars van vrije beroepen via deontologische regels allerhande beperkingen konden worden opgelegd ligt al enige altijd achter ons, maar ook in de afgelopen week werd daar nog eens aan herinnerd door het Hof van Justitie.

In een arrest van 27 februari maakte het Hof van Justitie brandhout van de deontologische beperkingen voor boekhouders om hun beroep te cumuleren met bijvoorbeeld dat van vastgoedmakelaar (het Hof beoordeelde de regeling die gold voor de wijziging van 2017, maar de principes blijven ook nu nog relevant en interessant). Voorwerp van de discussie was een deontologisch reglement van het BIBF (Beroepsinstituut van Boekhouders en Fiscalisten) dat bepaalt dat de boekhouder zijn beroep niet mag combineren met een aantal activiteiten die op zichzelf worden geacht de onafhankelijkheid en de onpartijdigheid van de boekhouder BIBF in gevaar te brengen (o.m. de activiteiten van verzekeringsmakelaar, verzekeringsagent of vastgoedmakelaar uitgezonderd de syndicusactiviteit) .

In de procedure werd opgeworpen dat een dergelijk cumulverbod noodzakelijk is “om de onafhankelijkheid en de onpartijdigheid van de  boekhouders BIBF te waarborgen, en in het bijzonder om ervoor te zorgen dat zij hun verplichting om strikt hun beroepsgeheim te eerbiedigen nakomen”.  Het is een vaak gehoord argument voor allerhande deontologische beperkingen op de vrije beroepsuitoefening, maar het arrest van Hof van Justitie maakt opnieuw duidelijk dat dergelijke abstracte motiveringen niet volstaan.

In 2002 had het Hof van Justitie  in de zaak Wouters al uitspraak gedaan over het toenmalige (Nederlands) verbod van multidisciplinaire samenwerking tussen advocaten en accountants, waarbij dit werd afgewogen aan de kernwaarden van het beroep van advocaat. Het Hof stelt dat de redenering van dat het arrest Wouters niet op de BIBF-zaak kan worden toegepast.  “Het Hof heeft zich in dat arrest (Wouters) immers uitgesproken over het beroep van accountant in het kader van een vergelijking tussen het beroep van advocaat en dat van accountant, waarbij het Hof een onderscheid tussen deze twee beroepen heeft gemaakt en zijn onderzoek heeft beperkt tot de specifieke situatie van advocaten en accountants in Nederland”.  Het Hof stelt verder dat “het beroep van boekhouder BIBF bovendien niet kan worden gelijkgesteld met dat van advocaat. In tegenstelling tot het beroep van advocaat omvat het beroep van boekhouder BIBF immers niet de bevoegdheid om cliënten in rechte te vertegenwoordigen, aangezien, zoals het Koninkrijk België ter terechtzitting heeft erkend, boekhouders BIBF eventueel wel als vakdeskundigen kunnen optreden maar geen wettelijke volmacht hebben om hun cliënten voor de rechter te vertegenwoordigen”.

Alhoewel het betrokken cumulverbod voor boekhouders weliswaar uitsluitend betrekking had op strikt afgebakende activiteiten, vindt het Hof dat er onvoldoende argumenten zijn om zonder meer aan te nemen dat een  belangenconflict moet worden vermoed  indien een boekhouder BIBF zijn beroep combineert met de activiteit van vastgoedmakelaar of verzekeringsmakelaar of met bancaire diensten en financiële dienstverlening. Er is ook een probleem van proportionaliteit, omdat niet aangetoond wordt dat de bescherming van de onafhankelijkheid ook niet met minder beperkende maatregelen kan worden bereikt.

Het toont eens te meer aan dat de Ordes, Instituten en Kamers van beoefenaars van vrije beroepen niet zomaar beperkingen kunnen opleggen om iedere vernieuwing tegen te gaan. Bovendien zullen zij binnenkort (ook al op aangeven van Europa) trouwens wettelijk verplicht worden een proportionaliteitstoets uit te voeren.

Beoefenaars van vrije beroepen zijn ondernemers. De deontologie beperkingen moeten proportioneel zijn met het beoogde doel van algemeen belang, wat heel concreet moet worden aangetoond. En dan moet ook nog het bewijs worden geleverd dat de beperkingen het enige middel zijn om dat doel te bereiken.

De Orde van Vlaamse Balies paste enkele maanden de deontologische code voor advocaten aan, met de proportionaliteitstoets in het achterhoofd. Door de invoering van het reglement “perimeter” is het nu voor een advocaat mogelijk om zonder veel hinderpalen zijn beroep van advocaat te combineren met andere beroepsactiviteiten. Dat heeft aanleiding gegeven tot een grote diversiteit (advocaat-slager, advocaat-muzikant, advocaat-flexi-jobber, advocaat-bestuurder van vennootschappen, advocaat-DPO-officer, enz…). Er is wel het geval bekend van een advocaat die dat beroep wilde cumuleren met dat van vastgoedmakelaar. De plaatselijke Stafhouder maakte bezwaar omdat die cumul het beheer vereist van twee verschillende soorten derdengelden en daarmee de kernwaarden van het beroep van advocaat in het gedrang kunnen komen. De advocaat verliet daarop de balie om zich toe te leggen op zijn vastgoedactiviteiten.

Het blijft in alle omstandigheden een afweging, die een uitgebreide motivering vereist en waar het Europees recht over de schouders meekijkt.

Hugo LAMON

Meer blogposts lezen van Hugo Lamon? Dat kan hier!

Opmerking plaatsen

Uw naam wordt privé weergegeven op de website en is niet zichtbaar voor anderen. Uw e-mailadres wordt opgeslagen maar niet gepubliceerd.