Rechtuit

Is het einde van de verjaring het begin van het vertrouwen in justitie?

Avatar
Geschreven door Hugo Lamon

LAMON op woensdag

Mr. Hugo LAMON is advocaat aan de balie Limburg (LAMON LAW).
Hij mengt zich regelmatig in het maatschappelijk debat over justitie.

Iedere woensdag maakt hij op Jubel een persoonlijke beschouwing.

Op 7 november werd in het parlement de wet gestemd houdende “de afschaffing van de verjaring van ernstige seksuele misdrijven op minderjarigen”. Enkel de onafhankelijke Jean-Marie Dedecker en de groenen onthielden zich. De rest van het parlement vond dat  “zich te allen tijde tot het gerecht kunnen wenden, beantwoordt (…) aan de essentie van het recht: rechtvaardigheid bieden aan slachtoffers van ernstige seksuele misdrijven”. De oorspronkelijke indieners zeggen het ook met zoveel woorden  in de memorie van toelichting; “Wij menen dan ook dat de verjaring inzake ernstige seksuele misdrijven maatschappelijk niet langer verantwoord is”.

Wie dacht dat het bij dit initiatief zou blijven, zal waarschijnlijk zijn mening moeten bijsturen. Er zijn nog andere initiatieven op komst. Op 9 november werden, naar jaarlijkse gewoonte, in Aalst de slachtoffers van de Bende van Nijvel herdacht. Voor de jongere lezers: De “Bende van Nijvel” (in het Frans aangeduid als Tueurs Fous du Brabant) was een groep misdadigers die in 1982, 1983 en 1985 in België een reeks moorden, inbraken, diefstallen en overvallen pleegde. Daarbij vielen in totaal 28 doden en ruim 40 gewonden. Omdat de feiten in 2015 allemaal dreigden te verjaren, werd met de wet van 19 oktober 2015 (de zogenaamde “Potpourri I-wet”) op maat van dit onderzoek de verjaringstermijnen verlengd, zodat de daders nog tot 2025 voor de rechter kunnen worden gebracht. Tijdens de bespreking in het parlement werd reeds door sommigen de vraag gesteld of het nu niet eerder de taak was van historici om een licht te werpen op deze donkere pagina van onze geschiedenis.  Herman Van Goethem toonde onlangs trouwens aan met zijn studie “1942. Het jaar van de stilte” dat ook historici maatschappelijk relevant kunnen zijn, al doen ze dit op een andere manier dan het gerecht.

Voor de Bende van Nijvel dringt opnieuw de tijd. Volgens de lokale editie van Nieuwsblad riep de burgemeester van Aalst bij de herdenking op voor de principiële onverjaarbaarheid van criminele feiten met een grote maatschappelijke impact. De krant citeert als volgt: “Zolang de families van de slachtoffers geen rust hebben, mag dat ook niet het geval zijn voor de criminelen en hun handlangers die dit leed hebben veroorzaakt”.

Juristen zijn opgeleid met de wetenschap dat door het louter verstrijken van de tijd een door de wetgever als ongewenst (en strafbaar gesteld) gedrag niet meer kan gestraft worden. Al sinds 1901 vindt het Hof van Cassatie dat dit zelfs tot de openbare orde behoort.  Vaak wordt daarbij aangevoerd dat naarmate de tijd vordert, het immers steeds moeilijker wordt om het bewijs te leveren van de feiten en ook aan de verdachte om zijn onschuld te bewijzen.  Toch zal wie dit denkt moeten erkennen dat hieruit een groot wantrouwen blijkt voor de rechter. In een democratische rechtsstaat is het immers de essentiële opdracht van de rechter om de betrouwbaarheid van de feiten en aangevoerde bewijzen te beoordelen. De rechter moet dus in elk dossier (en dus ook in elke strafzaak) zelf de betrouwbaarheid van de aangevoerde bewijzen nagaan.  Door de verjaring wordt met een algemene regel die concrete toetsing onmogelijk gemaakt. Deze stelling wordt ook door sommige rechtsleer verdedigd.

Wie dus pleit voor een grotere beoordelingsvrijheid voor de rechter lijkt dan ook een verdediger van de rechtsstaat te zijn. Daar moet dan natuurlijk aan toegevoegd worden dat de rechter rekening moet houden met de regels van het eerlijk proces, wat ook een behandeling binnen een redelijke termijn vereist.

Sommigen die voor de onverjaarbaarheid pleiten, hebben echter geen hoge pet op met de rechters. De lokale editie van Het Nieuwsblad citeert diezelfde burgemeester als volgt: “De Belgische justitie had het dossier van de Bende weliswaar stevig verprutst en misschien gesaboteerd”. Er weliswaar aan toevoegend dat er nu “voor het eerst tekenen van hoop” waren.   Dat geeft aan dat het voorstel van de onverjaarbaarheid niet onmiddellijk is ingegeven door de gedachte dat de rechterlijke macht een garantie is op een goede afloop.

Het debat verdient nuance. De vraag is daarbij of de rechterlijke macht die oude zaken nog wel nuttig kan blijven onderzoeken en of de samenleving soms ook moet worden geconfronteerd met de limieten van een systeem. Natuurlijk is het positief om meer vertrouwen te geven in het oordeel van de rechter, maar het is niet zeker dat dit het ware motief is van de voorstanders van de onverjaarbaarheid.

Hugo LAMON

Meer blogposts lezen van Hugo Lamon? Dat kan hier!

Het boek ‘Jubelende Justitie’ is vanaf nu verkrijgbaar. In onderstaande video geeft meester Lamon extra toelichting.

Opmerking plaatsen

Uw naam wordt privé weergegeven op de website en is niet zichtbaar voor anderen. Uw e-mailadres wordt opgeslagen maar niet gepubliceerd.